woensdag 26 december 2007

Bespreking van de interim-regeerverklaring in de Senaat

Ook in de Senaat hebben de fracties zich uitgesproken over de interim-regeerverklaring.

Met betrekking tot energie en klimaat stelde Christine Defraigne (MR):

"Autre intention annoncée, et non des moindres : vous comptez faire des thématiques du climat et de l’énergie une priorité.

Je pense qu’une attention particulière doit être accordée à l’efficacité énergétique des bâtiments, domaine dans lequel la Belgique se positionne parmi les derniers de la classe au niveau de l’Union européenne. Nous disposons là d’un potentiel encore important de réduction de notre consommation énergétique.

Comme je l’ai dit, il faut diversifier l’offre d’énergie et développer les énergies renouvelables, en veillant toutefois, en termes de biocarburants, à ne pas induire des effets désastreux et dangereux pour un certain nombre de pays producteurs.

J’en viens aux émissions de CO2. Le groupe Arcelor-Mittal revendique ouvertement le droit d’augmenter ses émissions. Il s’agit d’un dossier extrêmement chaud en région de Liège. Sans solution à ce problème, il n’y aura pas de relance économique de la sidérurgie liégeoise. Au-delà des effets d’annonce, le fédéral devra faire sa part du chemin. En effet, si la Wallonie a accepté en 2003 une répartition avantageuse pour la Flandre qui souhaitait favoriser notamment son industrie pétrochimique, je pense que le fédéral devra, dans une solidarité bien comprise, revoir le dossier dans le sens d’une plus grande solidarité entre les régions, comme cela a d’ailleurs déjà été annoncé. Il y va de la relance de la phase à chaud et de la pérennité de la phase à froid de l’industrie sidérurgique liégeoise.
"

Bart Martens sprak namens sp.a-Spirit:

"Er zullen convenanten worden gesloten met de energie- en met de distributiesector. Laten we niet lachen, ook in de vorige zittingperiode hebben we twee vrijblijvende akkoorden met de energiesector gesloten. Suez is het merendeel van zijn beloftes in de Pax Electrica I en II niet nagekomen.

Ons land heeft geen gouden aandeel in Suez gekregen. De prijzen zouden luwen tot in 2009. We hebben echter het omgekeerde gezien, want Electrabel heeft enkele maanden geleden de prijzen eenzijdig verhoogd, voor gas zelfs met 20%.

Wij zijn van oordeel dat men monopolies niet moet doorbreken door vrijblijvende akkoorden te sluiten met een monopolist waarin gegeven en genomen wordt. Monopolies moeten worden doorbroken via de wetgevende weg, met regelgeving, en het parlement heeft hierin een rol te vervullen. De regelgeving moet immers democratisch controleerbaar en afdwingbaar zijn.

Wij betreuren dat deze regering kiest voor de vluchtweg van de convenanten in plaats van de wetgevende initiatieven te steunen die in de Senaat al op tafel lagen. Die initiatieven hadden veel sneller tot meer tastbare resultaten kunnen leiden dan de convenanten die de regering nu wil opmaken. Onze wetsvoorstellen inzake prijsregulering zouden ook veel sneller de opwaartse tendens in de stroom- en gasprijzen kunnen stoppen. Ze zouden veel sneller kunnen leiden tot een echte concurrentie op de energiemarkt. Ons wetsvoorstel voor het uitbreiden van het stookoliefonds had de mensen deze winter al uit de miserie geholpen. Het voornemen van de nieuwe interim-regering om het stookoliefonds uit te breiden, laat een grote groep mensen deze winter letterlijk nog in de kou staan.
"

Ook voor José Daras (Ecolo) is de regeerverklaring onvoldoende:

"Un mot du dossier énergie et climat qui ne se satisfait évidemment pas d’un gouvernement intérimaire alors que des engagements doivent être pris pour 2020, pour 2050… Hiver après hiver, les plus démunis doivent se satisfaire de petites mesures reprises chaque année, comme s’il s’agissait de répandre du sel sur les routes. Ils attendent toujours les mesures structurelles que nous appelons depuis des années : rendre du pouvoir au régulateur pour maîtriser les tarifs – j’ai déposé il y a quelques jours un amendement qui n’a été soutenu par personne – regrouper les fonds pour apporter une aide à ceux qui en ont le plus besoin dans leurs investissements et, surtout, assurer la coordination avec les régions puisque les compétences en ce domaine sont partagées. De tout cela, pas un mot.

Les engagements en matière de climat sont d’une mollesse totale. Ils s’inscrivent plus ou moins dans le cadre européen, sans aucune volonté affirmée. S’engager pour quinze ans ou davantage, c’est plus difficile, j’en conviens, pour un gouvernement intérimaire que pour un gouvernement normal. Mais il n’y a pas de gouvernement intérimaire !

Je relève au passage la pratique nouvelle de l’oxymoron puisqu’on nous parle de politique ambitieuse et réaliste, deux termes qui me semblent en l’occurrence parfaitement contradictoires.

Je partage les inquiétudes de Mme Defraigne sur l’avenir de la sidérurgie à Liège. Cela fait un bon moment déjà que personne ne trouve de réponse et que l’on se renvoie la patate chaude de l’un à l’autre. Peut-être que quelqu’un se saisira-t-il enfin sérieusement de ce dossier ?
"

Paul Wille (VLD) stelde:

"Ik heb de indruk dat hetklimaat en het milieu in deze interim-regering belangrijke aandachtspunten zullen zijn. We rekenen er ook op dat de regering werk zal maken van het tweede Kyoto-allocatieplan en een duurzame oplossing zal zoeken voor de toekenning van CO2-quota voor 2008-2012. Dat het monopolie van Electrabel-Suez de facto moet worden doorbroken, vinden we redelijk. Velen hebben een klimaatminister beloofd, nu is er een. We zijn het aan alle komende generaties verplicht nu op te treden en onze verantwoordelijkheid te nemen. Immobilisme leidt tot achteruitgang."
Share/Bookmark

Energie in de besprekingen van de interim-regeerverklaring

Een aantal sprekers hadden het tijdens het debat over de regeerverklaring afgelopen zondag over energie en klimaat.

Servais Verherstraeten (CD&V) zei:

"In het huidige regeerakkoord van de interim-regering vinden wij vele van die sociale maatregelen terug. Ik denk aan de verhoging van de laagste uitkeringen. Ik denk aan de welvaartsaanpassingen van de pensioenen. Ik denk aan de uitbreiding van het Stookoliefonds. Ik denk aan de verbetering van de tegemoetkomingen aan de chronisch zieken. Laten we eerlijk zijn, collega’s, er is inderdaad een dreiging van koopkrachtverlies in ons land, zoals in het buitenland, door prijsstijgingen van voedsel en energie. Naast de sociale maatregelen vinden wij in het regeerakkoord ook absoluut noodzakelijke engagementen inzake lastenverlagingen."

Melchior Wathelet, de gedoodverfde bijna-energieminister, zei:

"Nous attendons également du gouvernement qu'il prenne des mesures pour freiner la hausse des prix, notamment celui de l'énergie et spécialement pour les plus démunis, en particulier via l'élargissement du fonds mazout, tel que nous l'avons voté dans ce parlement la semaine dernière.

Vous savez que le cdH, pendant cette longue absence de gouvernement a, à de nombreuses reprises, défendu la nécessité de renforcer le fonds mazout: les montants, la progressivité des interventions ainsi que l'élargissement de la période de chauffe. Il s'agira d'une tâche importante de ce gouvernement que de répondre à cette attente. Cette proposition a d'ailleurs été adoptée la semaine dernière dans cette Chambre et je pense qu'elle est un signal important que le parlement a voulu donner au prochain gouvernement.

L'augmentation continue de la part de l'énergie dans les budgets des ménages et des entreprises doit impérativement être freinée par une action conjointe sur le coût de l'énergie et sur la consommation d'énergie nécessaire pour assurer le bien-être de chacun et la compétitivité des entreprises.

Monsieur le premier ministre, je vous sais très impliqué dans les dossiers de l'énergie. Je pense qu'une des premières tâches que le gouvernement devra se donner, c'est d'augmenter la capacité de production de la Belgique; faute d'agir, à partir de 2008, notre pays sera en sous-production de plus de 2.000 MW. C'est mauvais à plus d'un titre: c'est mauvais parce que nous sommes dépendants d'autres pays, c'est mauvais pour la concurrence. Enfin, le fait que la Belgique produise elle-même de l'énergie permet de développer et de booster de nouveaux secteurs, notamment en termes de production d'énergies renouvelables. Il est indispensable que nous augmentions notre capacité de production sur le territoire belge.

Le gouvernement devra également contribuer activement à la recherche de solutions équilibrées aux problèmes qui se posent en matière d'allocations de CO2 pour la période 2008-2012 –- ce n'est toujours pas fait et cela doit l'être pour février 2008 – mais également pour la période 2012-2020. Des objectifs doivent être fixés et atteints, collégialement, pour les prochaines années et des mesures doivent être prises dès aujourd'hui."

Bart Tommelein (VLD) stelde:

"Met het tienpuntenprogramma wil de regering antwoorden geven op de dringende vragen die zich de voorbije maanden hebben opgestapeld zoals het vrijwaren van de koopkracht van de mensen door de laagste uitkeringen en de pensioenen te verhogen en door onder meer het afsluiten van convenanten met de distributie- en energiesector over het intomen van de prijsstijgingen. Ook het veiligstellen van de concurrentiekracht van onze bedrijven is belangrijk. In beide gevallen zal de regering samen met het verhogen van de laagste uitkeringen en pensioenen duidelijk kiezen voor lastenverlagingen. En dat, collega’s, is een goede zaak want de snelste en beste manier om meer koopkracht te geven aan de werknemers en zelfstandigen is ze minder belastingen laten betalen. Werken moet immers lonen. Daarnaast is arbeid goedkoper maken de meest efficiënte manier om meer jobs te creëren. Lastenverlaging biedt hiervoor de beste garantie. (...)

Het tienpuntenprogramma van de interim-regering bevat nog veel belangrijkere uitdagingen, maar ik zal niet ingaan op elk van deze punten. Enkele heb ik al aangekaart. Dit betekent echter niet dat we de overige punten niet of minder belangrijk zouden vinden. Integendeel, maar ze zijn daarnet door mijn collega Daniel Bacquelaine uitvoerig toegelicht. Ik denk onder meer aan de klimaatuitdaging, lagere energieprijzen door meer concurrentie, een betere dienstverlening van de overheid, het sociaal beleid en de gezondheidszorg.
"

Elio Di Rupo sneedt slechts zijdelings energie en klimaat aan:

"Mes chers collègues, le PS s'était placé dans l'opposition, une opposition responsable et constructive, qui l'a d'ailleurs conduit à formuler de nombreuses propositions visant à répondre aux urgences des citoyens: prix de l'énergie, coût de la vie, pouvoir d'achat, salaire de ceux qui travaillent."

Di Rupo's partijgenoot Giet stelde verder:

"Nous pouvions en effet mesurer la grande inquiétude qui s'était emparée d'une partie importante de la population, à la suite notamment de l'explosion des prix de l'énergie et du coût de la vie quotidienne. La diminution du pouvoir d'achat est une réalité pour un nombre croissant de Belges. Pour résoudre ce problème, nous avons, sans désemparer, déposé des propositions relatives à l'augmentation des pensions, à la diminution de la fiscalité sur les bas et moyens salaires ou à la suppression des pièges à l'emploi. Nous avons voulu fixer un prix maximum pour le gaz et l'électricité. Nous avons voulu élargir le Fonds mazout. Nous avons voulu gommer le prix de l'amour. Nous avons voulu créer un observatoire des prix de la vie quotidienne. Nous avons proposé de mettre sur pied un plan de lutte contre les cancers. (...)

Chers collègues, l'énergie et le climat sont des urgences intemporelles, des urgences de tous les jours. J'ai déjà parlé du fait de garantir à tous l'accès à l'énergie mais il faut aussi parler du marché de l'énergie, marché qu'il faut tenir à l'œil et même parfois mener à la baguette car nous devons refuser que quelques géants dictent leur loi en matière tarifaire. C'est pourquoi nous redoublerons d'efforts pour arriver à une plus grande concurrence qui doit profiter à tous les consommateurs.

Notre pays adhère à Kyoto II ainsi qu'aux nouveaux objectifs chiffrés pour les sources d'énergie. Vous le savez, nous devons diversifier les énergies, veiller à augmenter les sources d'énergie renouvelables et continuer à réduire les émissions de gaz à effet de serre. La Conférence de Bali l'a bien montré, il faut une volonté politique forte pour réduire ces émissions. D'objectifs chiffrés, nous sommes passés, à cause des Américains, à une feuille de route. Cette feuille de route est néanmoins un beau succès car cette Conférence a failli accoucher d'une souris. Le ministre du gouvernement sortant, Bruno Tobback, et la ministre Ecolo Uyttebroeck, qui étaient à Bali, sont rentrés en saluant les résultats de la Conférence et le rôle et la position que la Belgique a soutenus. Pour être au chevet du climat de notre pays, il faut à la fois coopérer avec les Régions mais aussi négocier avec l'Union européenne. Le fédéral est alors le véritable moteur du dialogue et de la concertation entre les différentes entités du pays. C'est du sur mesure pour le ministre Magnette, notre nouveau ministre de l'Énergie et du Climat, à qui je tiens, au nom de mon groupe, à souhaiter la bienvenue au fédéral.

C'est ainsi que le gouvernement soutiendra les Régions, les industries et la Communauté européenne pour rechercher une solution aux problèmes qui se posent en matière d'allocations de quotas de CO2 pour la période 2008-2012.

Mais le niveau fédéral peut aussi agir directement. Prenons la répartition des émissions par secteur. Près de 22% viennent du chauffage des bâtiments, près de 20% de l'industrie et quasiment le même pourcentage pour le transport.

Une des priorités sera de réduire les émissions de CO2 dans le secteur résidentiel. Les pistes d'actions sont nombreuses. Il faudra appuyer tout spécialement des programmes et des aides qui pourraient être octroyés à la rénovation, à la construction de logements à loyer modéré bénéficiant d'isolation, de technologies de pointe dans les économies d'énergie. Cela serait tout bénéfice à la fois pour l'environnement, mais aussi pour le portefeuille des ménages.

À partir du moment où le transport est l'un des secteurs particulièrement responsables des émissions de gaz à effet de serre, le groupe PS espère voir différents ministres du gouvernement travailler main dans la main pour relever le défi climatique et adopter une politique de mobilité ambitieuse, politique de mobilité dans laquelle la SNCB doit continuer, comme elle l'a fait lors de la précédente législature, à jouer un rôle central.
"

Jean-Marie Dedecker hekelde de regeerverklaring, ook op het vlak van energie:

"Acht jaar paars beleid – u wordt nog twee jaar doorbetaald, mijnheer Landuyt, u hoeft nog niet te panikeren – heeft de monopoliepositie van Electrabel en Suez op de energiemarkt nog versterkt waardoor de elektriciteitsprijzen de pan uit swingen. Paars stond erbij en keek ernaar in ruil voor de betaling van de stookoliefactuur van Freya Van den Bossche. Het was een aalmoes. Het verwondert mij dat de socialisten dringend op het spreekgestoelte wilden springen om te spreken over de stookoliefactuur en om Electrabel te schandaliseren. Electrabel heeft indertijd de stookoliefactuur van mevrouw Van den Bossche betaald. Stop ook de hypocrisie over het Stookoliefonds. Twee dagen geleden hoorde ik de blauwe en de christelijke familie zich uitspreken tegen het Stookoliefonds. Dat is terecht, want alle OCMW’s zeggen dat het niet de doelgroep, de armsten, benadert. Ook het Rekenhof heeft gezegd dat er maar 10 tot 15% van de doelgroep wordt bereikt.

Hun eigen premier en hun eigen ministers komen nu al zeggen dat zij het Stookoliefonds terug in voege zullen laten treden. Beste heren van de basis, doe wat jullie ministers zeggen, anders zullen jullie ruzie krijgen.

Er wordt in het interim-akkoord niets gezegd over het openhouden van de kerncentrales. Waarschijnlijk, mijnheer Landuyt, omdat jullie nog altijd een uitnodiging zullen krijgen om tot deze regering toe te treden, en om die poort open te laten.

Het eerste dossier dat u nochtans zult mogen aanpakken is opnieuw een zaak die de Walen na aan het hart ligt. Het gaat om de bijkomende emissierechten die ArcelorMittal van de Waalse regering eist om twee hoogovens in Wallonië op te houden. De lakmoesproef op communautair vlak start voor deze regering onmiddellijk. De Waalse regering, waar de heer Magnette net vertrokken is, heeft daarvoor natuurlijk geen geld. Ad interim komt men dan naar hier, eventjes in de federale kluizen kijken. Wij zullen zien wie het wint, beste groene collega’s, de Kyoto-aanhangers of de travaillisten.

Wij zullen het dossier van ArcelorMittal met aandacht volgen, mijnheer Magnette. Mag ik u een suggestie doen? Het zou misschien eenvoudiger zijn om de kerncentrales langer open te houden. Ik weet dat uw voorganger, de heer Verwilghen daarvan werk wilde maken, maar stel u voor dat hij nu weer tienduizenden euro’s heeft weggegooid om te bestuderen hoe men kan afraken van de dwaze paars-groene beslissing om de centrales te sluiten.
"

Ook Stefaan Van Hecke (Groen!) was niet positief:

"Een week geleden werd in Bali de VN-klimaatconferentie afgesloten. Alle landen, ook de Verenigde Staten, schaarden zich achter een stappenplan, dat moet leiden tot een globaal internationaal klimaatakkoord voor de periode na 2012. De komende twee jaar zijn cruciaal in de strijd tegen de klimaatcrisis. Europa moet hierin een voortrekkersrol spelen. Ook een interim-regering moet handelen. Eindelijk aanvaardt België de beslissing van de Europese Commissie, die in januari 4,83 miljoen ton gratis uitgedeelde emissierechten heeft geschrapt uit het Belgische allocatieplan. De regering zegt de 20%-doelstelling inzake hernieuwbare energie te aanvaarden. Men zegt niet wat dat voor België betekent. Vindt de regering het aandeel van 13% voor België misschien te hoog? Stuurt de regering kersvers minister Paul Magnette morgen naar de Europese Commissie om een zo laag mogelijk percentage voor België te bedingen?

Mijnheer Verhofstadt, u bent toch een goede vriend van Al Gore? U weet wat de uitdaging is. Waarom geraakt onderhavige tekst dan niet verder dan wat vage zinnen die in vijf richtingen geïnterpreteerd kunnen worden? Er zijn geen concrete cijfers, geen duidelijke engagementen, geen heldere verbintenissen, terwijl onze buurlanden, Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, veel verder gaan.

Mijnheer Magnette, u wil klimaatminister zijn. In plaats van te marchanderen met Europa kunt u de 90 dagen die u hebt, beter gebruiken om tegen 23 maart een ontwerp van klimaatwet te maken, met een eigen Belgische klimaatdoelstelling: 30% reductie tegen 2020, 80% reductie tegen 2050.(...)

Mijnheer de eerste minister, u sprak in uw verklaring over het energiebeleid. De groenen rekenen erop dat u de grote realisatie uit uw eerste regeerperiode trouw blijft en de uitstap uit de kernenergie niet terugdraait. Een extra argument daarvoor is zeker te vinden in de resultaten van een recente Duitse studie. Daaruit bleek dat kinderen jonger dan 5 jaar 60% meer kans hebben op kanker en 117% meer kans op leukemie als zij in een straal van 5 kilometer van een kerncentrale wonen. 117%!(...)

De regering zegt dat zij de concurrentie op de energiemarkt wil verhogen in het belang van de consument. Laten wij duidelijk zijn: de ultieme hefboom daartoe heeft de regering al in handen: de wet op de kernuitstap. Met de sluiting van de kerncentrales sluiten wordt het monopolie van Electrabel geleidelijk afgebouwd en wordt er ruimte gemaakt voor propere energie.

Laten wij niet vergeten dat het de gezinnen zijn geweest die 20 jaar lang betaald hebben voor de versnelde afschrijving van de kerncentrales. Dezelfde gezinnen kunnen vandaag geen beroep doen op goedkoop geproduceerde elektriciteit. De winsten van Electrabel vloeien terug naar Frankrijk. In 2006 bedroeg die transfer zelfs 2,3 miljard euro.

Voormalig formateur Leterme kan misschien wel zwaaien met zijn mottenballentaks uit de oranje-blauwe deelakkoorden. Maar ik stel u de vraag, mijnheer de eerste minister: wat is er intussen gebeurd met pax electrica II, waarin u Electrabel-Suez “een stabiel reglementair en fiscaal kader” beloofde tot 2009?

Geldt dat pact nog steeds? (...)

De vervelende teller in de kranten en op de sites over het uitblijven van een nieuwe regering is gestopt. De teller van de gas- en elektriciteitsfactuur blijft verder lopen. Dat heeft mijn collega Nollet daarnet gezegd. Stijgende prijzen voor voeding en stookolie breken record na record. De automatische loonindexering zal voor vele gezinnen onvoldoende zijn. Gezinnen met een laag inkomen spenderen een veel groter deel van hun inkomen aan basisuitgaven zoals voeding en energie. Wij vragen ons dan ook af of de huidige indexkorf wel sociaal genoeg is om die uitdaging aan te gaan.
"

Jean-Marc Nollet, Van Hecke's fractiegenoot van Ecolo, had vooral kritiek op de PS:

"Régler l'urgence, c'est nécessaire, on le voit bien via le caractère insupportable pour les familles à revenu modeste des difficultés qu'elles ont à faire face à l'explosion des coûts de l'énergie.

Régler l'urgence, c'est nécessaire, mais en profiter pour, en même temps, poser les jalons de la nécessaire transition écologique, c'est vital.

De ce point de vue, en tant qu'écologistes, nous ne pouvons que regretter la faiblesse de votre déclaration.

Aucun engagement propre, aucun engagement de la Belgique pour ce qui concerne Kyoto II. À peine une adhésion vague aux objectifs globaux, déjà approuvés par ailleurs, mais aucune volonté de s'aligner, par exemple sur l'Allemagne, qui vient de décider un plan ambitieux visant à réduire ses émissions de CO2 de 40% à échéance de 2020.

Monsieur Mayeur, vous êtes d'accord avec moi et votre voix résonne encore dans les couloirs de notre parlement quand, il y a dix jours, vous vous offusquiez avec nous de l'absence de courage de l'orange bleue en la matière. Votre signature en-dessous de notre amendement visant à donner un objectif clair et ambitieux à la Belgique, soit moins 30% d'ici 2020, n'était manifestement qu'un outil de communication. Nous ne sommes plus dans l'orange bleue, mais le texte n'a pas changé. Je m'interroge, monsieur Mayeur: quelle est dès lors la valeur ajoutée de la présence socialiste par rapport à l'orange bleue si le texte n'a pas été modifié d'un iota?

Ma réflexion est exactement la même pour ce qui concerne l'enfermement des enfants dans les centres fermés. Quelle est la valeur ajoutée de la présence du PS quand le texte de l'orange bleue disait: "Le gouvernement élaborera des alternatives pour la détention des familles avec des enfants mineurs dans les centres fermés" et que le texte du gouvernement intérimaire reprend mot à mot cette phrase, sans la moindre inflexion, en ce compris sur le terme "détention" que l'on retrouve des deux côtés.

Ne me faites pas dire ce que je n'ai pas dit. Je suis parfaitement conscient qu'un seul parti n'est pas en mesure d'imposer tout son programme, qui plus est, dans une pentapartite. Mais, entre placer tout son programme et ne rien changer aux textes de l'orange bleue, il y a une marge. Une marge que vous n'avez manifestement pas voulu utiliser, pas plus en matière d'environnement qu'en ce qui concerne les droits humains les plus fondamentaux.(...)

Rien n'est dit non plus dans la déclaration de politique quant à la bien nécessaire définition d'objectifs en termes de réduction des consommations d'énergie; aucune indication non plus sur la responsabilité particulière des autorités publiques en termes d'exemples à montrer. Quand on sait que sur les 1.800 bâtiments publics fédéraux, seule une dizaine d'entre eux a fait l'objet d'un audit énergétique, on mesure l'ampleur de l'écart persistant entre le "fais ce que je dis" et le "fais ce que je fais".

Il n'y a rien non plus dans la déclaration sur le développement de l'éolien offshore ni sur la contribution particulièrement néfaste du secteur aérien à l'empreinte écologique belge.

Enfin, nous voulions également pointer l'absence de tout propos en ce qui concerne la fiscalité énergétique et la fiscalité automobile. Même la nécessité de développer l'application du principe pollueur-payeur n'est pas citée. J'ose espérer que nous aurons l'occasion d'y revenir au moment où nous discuterons de la mise sur pied du groupe de travail Reynders - je l'appelle de la sorte pour l'instant - puisque j'ai noté que celui-ci était aussi chargé de réfléchir non seulement aux défis économiques mais aussi aux défis écologiques majeurs et aux problèmes de cohésion sociale, les deux étant d'ailleurs, selon nous, bien plus liés qu'on ne le pense généralement. J'espère que c'est aussi dans ce cadre qu'on parlera de l'enjeu lié au secteur de la recherche fondamentale.
"

Verhofstadt antwoordde:

"Bovendien, wanneer ik het heb over de ondersteuning van de koopkracht en de vermindering van de facturen die zwaar wegen op het gezinsbudget, dan hebben wij met de interim-regering in de regeringsverklaring al aangegeven op welke manier wij dat zullen doen, namelijk door vier middelen in te zetten die we gecombineerd zullen gebruiken.

Il s'agit de:
1. l'observation des prix au niveau de la distribution des produits énergétiques;
2. la diminution des coûts au niveau de la taxation sur les produites énergétiques;
3. la signature de conventions avec certains secteurs; en effet, je crois qu'il est possible de conclure des accords négociés avec le secteur de l'énergie et de la distribution;
4. l'élargissement du Fonds mazout.

Van het stookoliefonds zullen we effectief het toepassingsgebied uitbreiden.

Ik zeg er onmiddellijk bij dat wij daarbij voorzichtig zullen zijn. We houden namelijk het budgettaire element voor ogen. De budgettaire ruimte zal in 2008 hoe dan ook beperkt zijn. Verwacht dus niet van ons, mijnheer Vanvelthoven, dat wij zomaar het voorstel dat u al in het Parlement hebt ingediend, zullen overnemen. Dat voorstel, waarbij u zowel het toepassingsgebied uitbreidt als de bedragen verhoogt, kost alleen al al 120 miljoen euro. Ik denk niet dat het altijd mogelijk is om dat te doen.

Wat we kunnen doen op dat vlak, zullen we ook doen. We beloven niet wat niet mogelijk is, maar we zullen wel doen hetgeen waarover de verschillende partijen het eens zijn geworden, met name de verbetering van de voorwaarde en, op die manier, de ondersteuning van de koopkracht.

Troisième élément sur lequel je souhaite revenir: les divers éléments concernant le plan de Kyoto.

Dans ma déclaration gouvernementale, j'ai indiqué que nous négocierions avec la Commission européenne sur ce deuxième plan d'allocation. Il ne concerne pas seulement la réduction des émissions de CO2, mais aussi le montant, la part de l'énergie renouvelable dans la production d'énergie dans notre pays.

Notre objectif en la matière est clair et simple: nous serons ambitieux tout en restant réalistes. Cela signifie qu'envers la Commission européenne, nous ne demanderons pas seulement de tenir compte de la richesse de notre pays, mais aussi de ses potentialités.

Par exemple, en ce qui concerne l'énergie renouvelable, la situation en Belgique n'est pas identique à celle du Portugal, de l'Espagne, des Pays-Bas ou de beaucoup d'autres États membres de l'Union européenne, qui ont beaucoup plus de possibilités pour s'équiper en énergies renouvelables.

Il convient donc de rester réalistes et aussi ambitieux. C'est ce que nous négocierons dans les semaines à venir avec la Commission européenne, qui présentera une proposition concrète le 23 janvier prochain. Il était donc urgent que notre gouvernement arrête une position commune en cette matière.
"
Share/Bookmark

maandag 24 december 2007

Energie in de interim regeerverklaring

In de regeerverklaring die eerste minister Verhofstad vrijdag uitsprak in het Parlement komt de volgende passage voor over energie en klimaat:

6. Ook klimaat en energie zullen hoog op de agenda van de interimregering staan. Naast de koopkrachtmaatregelen en met het oog op betaalbare prijzen en een verzekerde bevoorrading zullen wij bijkomende maatregelen nemen, onder meer om de concurrentie op de energiemarkt te verhogen in het belang van de consumenten. België schaart zich achter de doelstellingen van het tweede Kyoto-allocatieplan, alsmede achter de nieuwe streefcijfers voor hernieuwbare energiebronnen. Zij zal daartoe met de Europese Commissie onderhandelen over een ambitieuze en realistische bijdrage van ons land. In diezelfde geest zal de federale regering de gewesten, de industrie en de Europese gemeenschap steunen in het zoeken naar oplossingen voor de problemen die zich stellen inzake toekenning van CO²-quota voor de periode 2008-2012. Verder zal hij de instrumenten activeren en uitbreiden om de CO²-uitstoot terug te dringen in de residentiële sector en om de facturen van de gezinnen te verminderen.

Share/Bookmark

vrijdag 21 december 2007

Uitstap uit de kernenergie

Tijdens de plenaire vergadering was er gisteren nogal wat ophef over twee studies die de oranje-blauwe onderhandelaars zouden besteld hebben bij Stibben en bij KPMG om een uitweg te zoeken uit de impasse rond de uitstap uit de kernenergie.

De Donnéa zei daarover:

Monsieur le président, je ne comptais pas intervenir à nouveau sur l'affaire des études concernant le nucléaire mais, comme M. Goyvaerts vient d'y refaire allusion, je voudrais encore ajouter une chose. M. Nollet a dit que le gouvernement ne risquait pas d'être condamné à payer avant le 31 décembre, ce qui est correct. Mais je pense que nous avons intérêt à payer avant pour ne pas devoir engager des frais d'avocat qui coûteront très cher après le 31 décembre. Il vaut toujours mieux payer que d'être condamné!

Share/Bookmark

De oppositie voert een zinnig debat

Gisteren las ik de volgende gedachtenwisseling in het Integraal Verslag van de plenaire zitting van de Kamer:

01.13 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Toch een reactie, mijnheer Dedecker. De prijs van elektriciteit wordt bepaald aan de hand van het laatst geproduceerde kilowattuur, dat komt vaak niet van de kerncentrales. Het zijn niet de consumenten die vandaag profijt halen uit kernenergie die goedkoop geproduceerd wordt. Integendeel, het zijn de Belgische gezinnen geweest die via hoge energiefacturen betaald hebben voor de vervroegde en versnelde afschrijving van de kerncentrales, maar die vandaag aan hun energiefactuur niet merken dat kernenergie bijna niets kost. Eigenlijk houdt wat u zegt gewoon geen steek.

Wel kunnen wij via investeringen in hernieuwbare energie de kostprijs van hernieuwbare energie doen dalen. Het is dus veel beter daar geld in te investeren.

01.14 Jean-Marie Dedecker (LDD): Mevrouw, daarin hebt u gelijk. Het komt door de monopolisering van de energiemarkt, die goedgekeurd is door alle grote partijen, die er mee van geprofiteerd hebben, ook om hun burgemeesters een plezier te doen. Het monopolie is gegeven aan Electrabel, en nu aan Suez. Natuurlijk zit het probleem daar. Maar als u een klein beetje verstandig nadenkt: er bestaat een heel mooie studie die zegt: als wij de kerncentrales open houden en als wij die 12 tot 50 miljard winst die wij zo zullen genereren kunnen doorrekenen in de elektriciteitsprijzen, en 70% daarvan op de markt gooien, zal het er heel anders uitzien.

Share/Bookmark

woensdag 19 december 2007

Ontvlechting DNBs - de Stelling-Crevits

In tegenstelling tot wat ik gisteren schreef, ging minister Crevits wel in op de vraag naar de vermindering van de participatie van Suez in de gemengde DNBs. Volgens het verslag stelde zij:

Het is de gemeenten en de privé-partner overigens niet verboden om het aandeelhouderschap in de gemengde netbeheerders te wijzigen, op voorwaarde dat het aandeel van de privé-partner de 30% niet overschrijdt. Maar het is niet zo zeker, integendeel, dat de gemeenten politiek bereid en budgettair in staat zijn om het aandeel van de privé-partner geheel of gedeeltelijk over te nemen, en desgevallend onder welke voorwaarden en tegen welk bedrag. Vergeet ook niet dat de gemeenten, die in het kader van de subsidiariteit toch over enige autonomie moeten kunnen beschikken, nog maar pas de ter zake relevante besluiten van 2001 en 2002 hebben uitgevoerd. Zij weet niet of het van behoorlijk bestuur zou getuigen om vandaag al terug te komen op de destijds, onder de vorige Vlaamse Regering, gemaakte afspraken. De minister weet wel dat regeerakkoord noch beleidsnota voorzien in een volledige ontvlechting voorafgaand aan het in het decreet bepaalde tijdspad. Ook de eenzijdige engagementen van Suez, naar aanleiding van de aangekondigde fusie met Gaz de France, voorzien geen bijkomende stappen in de richting van een volledige ontvlechting op distributieniveau. Het ligt dan ook niet voor de hand dat Suez de eenzijdige engagementen zal nakomen als ondertussen de spelregels nog maar eens veranderen en bijkomende toegevingen worden opgelegd.

Tevens is niet aangetoond dat de privé-partner, met een aandeel van 30%, de gang van zaken zodanig zou beïnvloeden dat de mededinging geschonden wordt of de distributietarieven kunstmatig opgetrokken worden. De federale regulator wordt overigens verondersteld er op toe te zien dat dergelijke manipulaties niet voorkomen. Ook zijn er tot op heden geen aanduidingen dat de gedaanteverandering van de privépartner, van Electrabel over Suez naar Gaz de France, gevaarlijk dreigt te worden voor de zelfstandigheid van de gemengde netbeheerders of de onafhankelijkheid van de betrokken werkmaatschappij. Ontvlechting hoort een middel te zijn en geen doel op zich.

Als er iets moet gebeuren, en zij is er van overtuigd dat er wel degelijk iets moet gebeuren, dan is het federaal, en met name bij Fluxys, dat een aandeelhouderschap kent met 57,25% in handen van de privé-partner.

Share/Bookmark

dinsdag 18 december 2007

Electrabel, DNB - Que?

Bij de bespreking van de Beleidsbrief Energie 2007-2008 stelde Bart Martens aan minister Crevits de vraag waarom zij het standpunt dat zij ingenomen had over het terugdringen van het belang van de Suez-groep in Fluxys ook niet op het gewestelijk niveau inneemt. Op die manier zou Electrabel in het distributienetbeheer niet langer over een blokkeringsminderheid beschikt en kan "de perceptie dat Electrabel die positie zou misbruiken" uit de weg geruimd worden.

Naast Minister Crevits antwoordde ook Annick De Ridder:

Mevrouw Annick De Ridder repliceert naar de heer Martens in verband met de problematiek van het aandeelhouderschap van Electrabel en de mogelijke blokkeringsminderheid voor leveranciers en producenten. Er is wel degelijk een reden waarom dit niet opgenomen werd in de beleidsbrief. Voor de aanvullingen die de heer Martens nu formuleert, is er echter geen draagvlak of een meerderheid.

Que?
Share/Bookmark

Voorontwerp van richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen

Op mijn Klimaatrecht-blog plaatste ik een eerste bespreking van het voorontwerp van richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen.
Share/Bookmark

maandag 17 december 2007

Niet zo consequente overheid

De gemeente Messancy is eigenaar van een terrein. De gemeente sluit met de NV van publiek recht ASTRID een huurovereenkomst af voor dat terrein. In deze overeenkomst staat dat ASTRID op dat terrein een zend- en ontvangstinstallatie voor telecommunicatie mag bouwen. De overeenkomst bepaalt ook:

"ASTRID peut à tout moment céder en tout ou en partie la station de base à un tiers ou (la) donner en sous-location à condition que le propriétaire soit informé de cette cession ou de cette sous-location par lettre recommandée."

ASTRID sluit een onderhuurovereenkomst af met BASE, die op het een aantal antennes wil aanbrengen op de zendmast van ASTRID. BASE vraagt hiervoor een stedenbouwkundige vergunning aan bij het Waalse Gewest. Ondanks het negatief advies van de gemeente Messancy levert het gewest de vergunning af.

De gemeente Messancy gaat in beroep bij de Raad van State. Die wijst het vernietigingsberoep (uiteraard) af (R.v.St., Commune de Messancy, nr. 177.006, 22 november 2007):

"Considérant qu'en acceptant que la S.A. de droit public ASTRID conclue un contrat de sous-location à la seule condition d'en être informée, la partie requérante a accepté que le mât porteur des antennes de sa locataire puisse être utilisé par un ou plusieurs autres opérateurs de téléphonie mobile; qu'il convient d'insister sur la circonstance que la partie requérante propriétaire des lieux se satisfait d'une simple information de la survenance d'une sous-location et n'exige pas de donner son accord préalablement à la conclusion d'un contrat de sous-location;

Considérant qu'en introduisant le présent recours, la partie requérante procède à un revirement d'attitude qui n'est justifié par aucun élément nouveau; qu'en effet, la délibération du 20 septembre 2005 de son collège des bourgmestre et échevins d'introduire le présent recours en annulation est justifiée par référence à l'avis défavorable du même collège du 13 juillet 2004, lequel était justifié par la circonstance que l'autorisation initiale d'ériger le pylône avait été consentie par la commune au motif que les antennes à y placer étaient utiles à la sécurité publique, "ce type d'installation étant nécessaire à la communication des différents services de sécurité (police, pompiers, armée, etc.)"; que si la partie requérante entendait limiter l'usage du pylône à la seule société ASTRID, il lui appartenait soit d'interdire la sous-location et la cession de bail, soit de ne les autoriser que sous réserve de son approbation préalable;"

Share/Bookmark

Zijn bedrijfsnetten ook distributienetten?

Vorige week publiceerde het Hof van Justitie de conclusie van advocaat-generaal Mazak over een prejudiciële vraag van het Oberlandesgericht Dresden rond de definitie van distributienetten in de zin van de Tweede Elektriciteitsrichtlijn.

Wanneer het Hof van Justitie de conclusie onderschrijft, kan dit verregaande gevolgen hebben voor bedrijfsnetten.

Zo stelt de advocaat-generaal:

"72. Verder is het blijkens de richtlijn een van de wezenlijke elementen van de liberalisering van de energiemarkten, te waarborgen dat de afnemers van elektriciteit hun leveranciers vrijelijk kunnen kiezen en alle aanbieders vrijelijk aan hun klanten leveren. Deze twee rechten zijn noodzakelijkerwijs gekoppeld, omdat, willen de consumenten vrij hun leverancier kunnen kiezen, de leveranciers het recht dienen te hebben op toegang, tegen een adequate en niet-discriminerende vergoeding, tot de verschillende transport- en distributienetten die de afnemers van elektriciteit voorzien.

78. Mijns inziens betekent dit dat de richtlijn in beginsel beoogt van toepassing te zijn op een breed scala van netten, ongeacht hun omvang. Dit sluit de mogelijkheid niet uit dat de toepassing van bepaalde wezenlijke verplichtingen van de richtlijn, zoals op het punt van de scheiding, afhankelijk van de omvang van het betrokken net kan worden aangepast.

85. Uit deze overwegingen blijkt dat een situatie waarin de kwalificatie van een net als “distributienet” zou afhangen van de voorwaarde dat het als hoofddoel de levering van elektriciteit aan een algemeen publiek zou nastreven, tot substantiële discriminatie tussen netbeheerders en tussen afnemers zou leiden. Dit lijkt moeilijk te verenigen met het door de richtlijn beoogde doel van niet-discriminerende toegang voor derden en het recht van de eindafnemer op vrije keuze van de energieleverancier.

98. Gelet op het voorgaande, ben ik van mening dat de prejudiciële vraag als volgt moet worden beantwoord:

"Artikel 20, lid 1, van richtlijn 2003/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG, moet aldus worden uitgelegd, dat het in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die als algemene regel van de toepassing van de bepalingen inzake de toegang voor derden uitsluit de distributienetten die zich bevinden op een ruimtelijk een geheel vormend bedrijvenpark en die overwegend voorzien in de energiebehoeften van de onderneming zelf of van verbonden ondernemingen.""

Vooral overweging 85 is belangrijk. Deze zou immers kunnen betekenen dat ook bedrijfsnetten, die geen micronetten of kleine geïsoleerde netten zijn in de zin van artikel 2, 25° en 26°, van de Richtlijn, waarvoor de Lidstaat een uitzondering gevraagd heeft overeenkomstig artikel 26 van de Richtlijn (hetgeen België volgens mij nooit gedaan heeft), als "distributienetten" in de zin van de Richtlijn moeten worden gekwalificeerd. Tot die netten zouden derden toegang moeten krijgen.


Share/Bookmark

woensdag 12 december 2007

Een nieuwe wettelijke basis voor de bevoegdheid van de CREG over de nettarieven

Het ontwerp van wet houdende diverse bepalingen (I), dat op 10 december ingediend is bij de Kamer, bevat ook een hoofdstukje Energie.

Het Hof van Beroep van Brussel had in oktober beslist dat het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit, onwettig was. De CREG bracht hierover op 12 oktober 2007 een persbericht uit met als veelzeggende titel "Gevoelige stijging nettarieven distributie onvermijdelijk". Zowel het arrest van het Hof van Beroep, als het persbericht van de CREG en de daaruit volgende persbelangstelling zorgden voor debatten in de Kamer en het Vlaams Parlement.

Het arrest van het Hof leidde tot een juridisch kluwen. Het artikel in de Elektriciteitswet dat de Koning machtigde een koninklijk besluit aan te nemen om de criteria voor de jaarlijkse tarieven van de DNB's vast te leggen is immers opgeheven. Tegelijk is er nog geen uitvoeringsbesluit voor de meerjarentarieven. De volgende technische passage van de memorie van toelichting geeft mooi het probleem weer:

"Aangezien het koninklijk besluit van 11 juli 2002 onwettig werd verklaard en aangezien de huidige elektriciteitswet op zich niet volstaat om beslissingen over de toepassing van de tarieven te kunnen nemen, moet de elektriciteitswet aangepast worden opdat de regulator ten laatste tegen 31 december 2007 de tarieven van de distributienetbeheerders kan goedkeuren die voor het jaar 2008 toegepast zullen moeten worden. Het koninklijk besluit van 11 juli 2002 werd immers genomen op grond van de vroegere versie van artikel 12 van de elektriciteitswet, maar die bepaling is, in die versie, opgeheven. Het koninklijk besluit moest wel van toepassing blijven voor het exploitatiejaar 2008, zoals uitdrukkelijk in artikel 12, § 4, van de elektriciteitswet is bepaald. Daarna zouden nieuwe besluiten in werking treden, waarbij wordt overgestapt naar een stelsel van meerjarentarieven, in uitvoering van de huidige artikelen 12 tot 12octies van de wet.

Concreet gezien betekent dit dat de Koning geen machtiging meer heeft om het besluit van 11 juli 2002 te wijzigen, terwijl het voormeld arrest van het Hof van Beroep inhoudt dat een nieuwe beslissing over de toepassing van de tarieven van de distributienetbeheerder moet worden genomen nadat de Koning de onwettigheid heeft rechtgezet. Maar de Koning heeft daarvoor in het huidig wettelijk kader geen juridische mogelijkheid meer.

In dergelijke omstandigheden is er geen tijd meer om eerst de wet te wijzigen wat betreft de nieuwe machtiging aan de Koning, die nadien deze opdracht moet uitvoeren door het nemen van een nieuw besluit waarvan het ontwerp aan de afdeling wetgeving van de Raad van State moet worden onderworpen.

Daarom is besloten dat het aangewezen is dat de wetgevende macht de machtiging gegeven aan de uitvoerende macht uitzonderlijk zou terugnemen en zelf de nodige maatregelen zou nemen om snel uit de impasse te geraken. De eenvoudigste wijze is de bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002.

Deze techniek is misschien niet alledaags, maar evenmin ongewoon. Hij werd reeds meermaals toegepast. Het Grondwettelijk Hof heeft deze techniek ook aanvaard als de bedoeling ervan niet is om uitsluitend of in hoofdzaak te verhinderen dat de Raad van State zich over de eventuele onregelmatigheid van het te valideren besluit zou uitspreken.

Huidige wetswijziging lost eveneens het probleem op dat is ontstaan ten gevolge van een uitspraak van het Hof van Beroep te Brussel van 4 september 2007 in verband met de tarifaire controle van de CREG inzake elektriciteit. Het Hof heeft een tarifaire beslissing van de CREG over de toepassing van de tarieven van een distributienetbeheerder vernietigd omdat het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven voor de aansluiting op de distributienetten en het gebruik ervan, de ondersteunende diensten geleverd door de beheerders van deze netten en inzake de boekhouding van de beheerders van de distributienetten voor elektriciteit, onwettig zou zijn.

Het probleem bestaat erin dat het Hof van beroep niet zelf een nieuwe beslissing kan nemen: de CREG moet haar werk overdoen. Maar dat kan zij niet doen op basis van dat koninklijk besluit, vermits dat onwettig is. Het Hof van beroep heeft in datzelfde arrest ook al beslist dat de wet op zich niet volstaat om beslissingen over de toepassing van de tarieven te nemen, zodat de betrokken distributienetbeheerder thans niet over een beslissing van de CREG omtrent de toepassing van zijn tarieven kan beschikken.

Met de bekrachtiging van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 wordt ook dit probleem meteen opgelost."

Share/Bookmark

maandag 10 december 2007

Het Belgische standpunt over unbundling

Anders dan wat sommige media vorige week berichtten, zou de Belgische regering, bij monde van minister Verwilghen, tijdens de Raad van Energieministers niet gepleit hebben tegen unbundling en voor het behoud van een participatie door producenten/leveranciers in netbeheerders.

Op antwoord van een vraag van senator Martens stelde staatssecretaris Van Quickenborne, loco minister Verwilghen, vorige week:

"België heeft altijd de effectieve ontvlechting tussen de concurrentiële en de gereguleerde activiteiten gesteund. Als de wettelijke ontvlechting niet gepaard gaat met eigendomsontvlechting, is de onafhankelijkheid en de neutraliteit van de netbeheerder niet verzekerd. Geen enkele producent of leverancier mag een meerderheidsaandeel in het vermogen van de netbeheerder bezitten of een dominante positie in de raad van bestuur innemen. Een zo groot mogelijke onafhankelijkheid ten aanzien van de historische operator is essentieel om aan alle marktspelers een level playing field te bieden.

België blijft dus voor 100% voorstander van een effectieve eigendomsontvlechting. Dat standpunt is ook duidelijk verwoord op de jongste energieraad en is sinds november 2006 het standpunt van België gebleven.

Vooral Duitsland en Frankrijk verzetten zich tegen het voorstel van de Europese Commissie tot verregaande ontvlechting. De Commissie heeft die landen dan ook gevraagd om zo snel mogelijk een alternatief voorstel te doen en te landen op de zogenaamde derde weg. Die landing blijft vooralsnog uit.

België is voorstander van een haalbaar compromis waarbij alle landen op de Europese markt overgaan tot een principiële unbundling. Daarom heeft België de optie van minderheidsparticipaties niet a priori willen uitsluiten. Dat is iets fundamenteel anders dan pleiten voor minderheidsparticipaties, zoals in de pers verscheen.

België kiest voor een ambitieuze aanpak. België wenst enkel de mogelijkheid van minderheidsparticipaties open te houden als eerste aanzet tot een effectieve eigendomsontvlechting.

Mocht Europa kiezen voor het behoud van minderheidsparticipaties als derde weg, dan wil België zich daartegen niet op voorhand radicaal verzetten. Zo zou een compromis onmogelijk worden en bestaat het risico dat het derde energiepakket geen verregaande eisen inzake unbundling kan bevatten. Als men de minderheidsparticipaties behoudt, dient men uiteraard te toetsen of ze een adequate werking van de markt mogelijk maken. Bij een negatieve marktwerking dient tot een "full ownership unbundling" te worden overgegaan.

Over dat standpunt vond voorafgaandelijk overleg plaats in de DGE. We zullen het ook verdedigen op de energieraad van eind februari 2007."

Share/Bookmark

maandag 3 december 2007

Maximumprijzen: verslag hoorzittingen

Het verslag over de hoorzittingen met de stakeholders over de maximumprijzen voor energie is gepubliceerd op de website van de Kamer.
Share/Bookmark

zondag 2 december 2007

Rechtzetting van het Aardgasdecreet

Op 23 mei 2007 werd door het Vlaams Parlement het decreet tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, wat betreft elektriciteit en gas, van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, wat betreft de openbaredienstverplichtingen, en van het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de gasmarkt, wat betreft de openbaredienstverplichtingen, aangenomen (B.S. 10 juli 2007).

Het Vlaams Parlement nam op 14 november 2007 een nieuw wijzigingsdecreet aan, om de volgende redenen.

Het ontwerp van decreet, zoals ingediend door de Vlaamse Regering, werd evenwel op een aantal punten door amendementen gewijzigd. Zo werd onder meer artikel 15 vervangen en werd er een artikel 25 en een artikel 26 toegevoegd (amendement 6). Het geamendeerde ontwerp van decreet bevatte echter twee wetgevingstechnische fouten. Het geamendeerde ontwerp werd zo aangenomen door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Die fouten, die pas na de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad onderkend werden, hebben verregaande juridische gevolgen. Aangezien het hier geen materiële fout betreft die in de bekendmaking van het decreet is geslopen doch een decreet dat zo werd aangenomen door het Vlaams Parlement, kunnen de fouten niet worden rechtgezet door middel van de publicatie van een erratum in het Belgisch Staatsblad.

De eerste fout betreft een verkeerde nummering in de door artikel 15 van het voormelde decreet toe te voegen definities. Artikel 15 voegt immers punten 32° tot 37° toe aan de definities in het Aardgasdecreet. Aangezien er reeds punten, genummerd van 32° tot 37° door het decreet van 22 december 2006 houdende wijziging van het Aardgasdecreet van 6 juli 2001, wat de uitbreiding van de dekkingsgraad van het aardgasdistributienetwerk betreft, werden ingevoerd in de definities van het Aardgasdecreet, worden die door het voormelde artikel 15 overschreven en impliciet opgeheven, wat natuurlijk niet de bedoeling was.
Wat we zelf doen, zouden we inderdaad beter moeten kunnen doen...
Share/Bookmark

vrijdag 30 november 2007

Retributies voor het gebruik van het openbaar domein - wetsvoorstel de Donnéa

Na zijn vraag over de mogelijkheid om retributies op te leggen aan operatoren van elektronische communicatienetten, heeft François-Xavier de Donnéa recent ook een wetsvoorstel in die zin ingediend bij de Kamer.

Het wetsvoorstel beoogt de vervanging van artikel 98, § 2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven door de volgende tekst:

De overheid die bevoegd is voor het openbaar domein bestaande uit de wegen en de aanhorigheden ervan kan voor het gebruik van dat domein een retributie opleggen aan iedere betrokken operator van een openbaar telecommunicatienet, op grond van dezelfde criteria voor elk van die operatoren.

Share/Bookmark

Debat over maximumprijzen in de Kamer

Na het debat over de Klimaatconferentie in Balie (zie mijn post op Klimaatrecht) heeft de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers gisteren zeer uitgebreid gediscussieerd over het wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving wat betreft de regulering van de prijs van aardgas en elektriciteit.

Kern van het voorstel was de Koning toe te laten, op voorstel van de CREG, om "maximumprijzen vast [te] leggen voor dominante marktspelers op vlak van invoer en aankoop en aardgas voor levering op de Belgische markt" en "op het vlak van elektriciteitsproductie voor de Belgische markt" (artikel 4 en artikel 7 van het wetsvoorstel).

In de toelichting stelden de indieners:

"Maximumprijzen zouden immers een pervers effect kunnen hebben door leveranciers zonder of met slechts een beperkte productiecapaciteit of langetermijncontracten die verplicht zijn elektriciteit en gas bij hun concurrent te betrekken uit de markt te duwen. Dit wetsvoorstel voorziet daarom ook in de mogelijkheid om maximumprijzen in te voeren voor elektriciteit en gas op de groothandelsmarkten («whole sale markets»). Vermits prijsregulering enkel een overgangsmaatregel kan zijn naar een echte vrije markt met een level playing fi eld, worden de maximumprijzen enkel voorzien voor ondernemingen die meer dan 37% van de markt voor de productie van elektriciteit of voor de invoer van aardgas voor hun rekening nemen. Dit betekent dat de regulering wegvalt op het moment dat er geen zulke ondernemingen meer zullen zijn en er geen «dominante marktpartijen» meer op de Belgische markt zullen actief zijn. Dit wetsvoorstel bepaalt ook dat de maximumprijzen zullen worden ingevoerd «op voorstel» van de Commissie (de CREG). Dit past in de filosofi e van de noodzaak aan een onafhankelijke en sterke regulator in de sector van elektriciteit en gas."

Wat ook de achterliggende teneur van het voorstel moge geweest zijn, het debat spitste zich toe op maximumprijzen op de retailmarkt (en niet, zoals het voorstel beoogde, op de wholesalemarkt).

De oranje-blauwe partijen stemden het voorstel weg omdat zij meenden dat het echte probleem het ontbreken van concurrentie op de markt is.

In dit kader is de interventie van Melchior Wathelet interessant:

De manière synthétique, pourquoi je pense que les prix maximums ne sont pas la solution? Premièrement, cela va renforcer essentiellement l'acteur dominant. Cela a été clairement dit par les personnes que nous avons auditionnées. L'acteur dominant est le seul à pouvoir proposer un prix respectant le prix maximal vu que les autres, par leur faible position sur le marché, ne sont pas capables de concurrencer l'acteur dominant, surtout en matière d'électricité puisqu'ils ne disposent pas du nucléaire. Ils ne pourront donc s'astreindre à ne pas dépasser ce prix maximal.

Autre élément: la diminution des investissements. L'acteur qui rachètera Distrigaz devra être vraiment concurrentiel sur le marché belge. Ne va-t-on pas décourager les acteurs potentiels du marché belge en imposant des prix maxima? Prenons l'exemple de l'Espagne et du Portugal. Que s'est-il passé dans ces pays? Quatre entreprises espagnoles ont voulu s'insérer dans le marché portugais. Le Portugal a imposé ses prix maxima et les investisseurs espagnols se sont évidemment retirés.

Aujourd'hui, retenons les aspects positifs de la fusion et faisons en sorte d'en profiter pour tenter d'attirer le maximum de concurrence sur le marché belge.

Cette donnée est d'autant plus vraie que la Belgique a besoin d'investissements. Comme je l'ai dit et répété avant les élections, comme je le dis aujourd'hui et comme je continuerai à le dire, je ne suis pas certain que la concurrence aura des implications sur le prix. Je suis même très sceptique à cet égard.

Toutefois, il est certain qu'aujourd'hui, la Belgique produit trop peu par rapport à ce qu'elle consomme. On doit évidemment consommer moins! Mais en 2008, notre production sera déficitaire de 2.000 MWe par rapport à notre consommation. En 2015, le déficit sera de 4.000 MWe. Et à partir de 2015, nous serons confrontés à la question du nucléaire. Nous allons donc devenir un pays importateur d'énergie, ce qui, dans un marché concurrentiel, n'est pas toujours bon. J'aurais préféré que la Belgique soit en surcapacité de production pour pouvoir jouer plus facilement avec la concurrence et éviter de faire l'objet d'attaques d'investisseurs étrangers qui pourraient intervenir sur le marché belge. Toujours est-il que nous serons confrontés à un problème d'investissements.

J'en arrive au volet légal.

Tous les pays qui ont eu recours aux prix maxima font aujourd'hui l'objet d'une procédure de la Commission européenne. Il est vrai qu'aucune décision n'a encore été prise, mais tous ont été mis en demeure. En ce qui concerne la France, il n'est pas question d'un mécanisme de prix maxima, mais plutôt de régulation en tant que telle. Mais n'oubliez pas qu'en France, il n'existe pas de concurrence; il n'y a pas d'autres acteurs sur le marché français. La situation est donc tout à fait spécifique et bien différente de la Belgique.

Existe-t-il d'autres solutions? En effet, on ne peut se contenter de dire que la fixation des prix maxima n'est pas une bonne solution.

Certaines autres propositions, qui ont été évoquées dans le cadre de la résolution, visent à intensifier les pouvoirs de la CREG. Oui, trois fois oui! C'est l'inverse des décisions prises lors des quatre années précédentes. En effet, on a retiré les pouvoirs de la CREG pour les donner à l'administration. On a également retiré la compétence de la CREG en matière de propositions.

Il faut redonner ces pouvoirs à la CREG.

Share/Bookmark

donderdag 29 november 2007

Maximumtarieven in de Kamer van Volksvertegenwoordigers

Vandaag behandelt de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsvoorstel van sp.a-Spirit en PS tot wijziging van de wetgeving wat betreft de regulering van de prijs van aardgas en elektriciteit en het voorstel van resolutie van Groen! en Ecolo betreffende een prijsplafonnering en het opnieuw instellen van een controle op de gas- en elektriciteitsprijzen door de onafhankelijke instrumenten ter regulering van die markten te versterken.

Het verslag van de besprekingen in de bevoegde kamercommissie werd gepubliceerd op 26 november jl.
Share/Bookmark

woensdag 28 november 2007

Retributies en het gebruik van het openbaar domein

In zijn arrest 172/2006 van 22 november 2006 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat het Vlaamse gewest het gebruik van het gewestelijk openbaar domein door operatoren van een openbaar elektronisch communicatienet kan afhankelijk maken van het bekomen van een vergunning. Voor het afleveren van die vergunning kan het Gewest een retributie vragen. Ook voor het gebruik van het openbaar domein zelf kan het Gewest een retributie (in de zin van artikel 173 van de Grondwet) vragen. Het gewest kan echter geen belasting (in de zin van artikel 170 van de Grondwet) opleggen voor zulk gebruik.

Over dit arrest schreven Prof. Dr. Peggy Valcke en David Stevens een interessante bijdrage.

Tijdens de laatste vergadering van de Commissie Infrastructuur van de Kamer stelde François-Xavier de Donnéa aan minister Verwilghen een vraag over de vraag van de Waalse gemeenten aan het Waalse Gewest om het mogelijk te maken dat zij het gebruik van hun openbaar domein door telecomoperatoren zouden kunnen afhankelijk maken van de betaling van een belasting of retributie.

Op het einde van de interventie stelden de beide sprekers:

[Verwilghen] Monsieur de Donnea, à l'époque, vous avez sans doute eu raison de vouloir introduire une modification de loi car, en somme, la Cour institutionnelle l'impose pour une partie, donnant en tout cas la compétence aux Régions d'intervenir dans cette matière.

François-Xavier de Donnea (MR): Monsieur le ministre, si je comprends bien, la Cour constitutionnelle a annulé l'article 98, §2. Les Régions peuvent donc aujourd'hui taxer ou prélever une redevance également sur les infrastructures de télécommunications qui utilisent la voirie.

Marc Verwilghen, ministre: On évite ainsi le conflit d'intérêts que vous avez, à juste titre, suggéré si l'article était encore en vigueur.

François-Xavier de Donnea (MR): Je me réjouis de la sagesse de la Cour constitutionnelle. Heureusement qu'elle existe!

Deze analyse is gestoeld op een zeer slechte lezing van het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Het Hof besliste immers:
- Het gebruik van het gewestelijk openbaar domein kan onderworpen worden aan een vergunningsplicht;
- Voor het afleveren van de vergunning kan het gewest een retributie vragen;
- Voor het gebruik van het openbaar domein kan het gewest een retributie opleggen;
- Voor het gebruik van het openbaar domein kan het gewest geen belasting heffen.

Over taksen, cijnzen of andere vergoedingen sprak het Hof zich niet uit.

Met andere woorden: artikel 98, § 2, van de wet van 21 maart 1991 is niet "annulé". Het Hof sprak zich enkel uit over een Vlaams decreet dat de retributie oplegt. Het artikel blijft met andere woorden bestaan zoals het bestaat, tot zolang er geen nieuw gewestelijke regel komt die het opleggen van een retributie mogelijk maakt.

De stand van zaken is dus, volgens mij, nu als volgt:

Vlaams Gewest
Een retributie kan gevorderd worden voor het gebruik van het gewestelijk openbaar domein.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waalse Gewest
Een retributie kan gevorderd worden voor het gebruik van het gewestelijk openbaar domein als er een decreet of ordonnantie gestemd en gepubliceerd wordt die een retributie oplegt. Op dit moment zijn er geen decreten of ordonnanties die dat mogeljk maken.

De provincies en gemeenten
De provincies en gemeenten mogen op dit moment geen belasting, taks, cijns, retributie of enige vergoeding ook vragen voor het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein.


Share/Bookmark

dinsdag 27 november 2007

Ruimtelijke Ordening en Nutsvoorzieningen

In 2005 verscheen mijn artikel "Dansen op een slappe leiding - Ruimtelijke Ordening en leidinggebonden nutsvoorzieningen". De pdf-versie vindt u hier.

In dit artikel bespreek ik:
- de planologische aspecten (ruimtelijke structuurplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, gewestplannen, stedenbouwkundige verordeningen); en
- de vergunningsrechtelijke aspecten (wanneer is (geen) stedenbouwkundige vergunning vereist, wat is de procedure, wie is de vergunningverlenende overheid, wanneer is er de medewerking van een architect nodig, is er een advies van de gemachtigde ambtenaar nodig?).
Share/Bookmark

maandag 12 november 2007

KLIP in de Beleidsbrief Geografische Informatie van Minister-President Peeters

In zijn Beleidsbrief Geografische Informatie - Beleidsprioriteiten 2007-2008 stelt Minister-President Kris Peeters over het KLIP:

"Nu het Kabel en Leiding Informatie Portaal (KLIP) sinds begin 2007 operationeel is kunnen alle kabel- en leidingbeheerders correcter, uniformer en efficiënter werken. Het KLIP levert tijdswinst op en vermindert de administratieve lasten en kosten aanzienlijk. Dat op zo’n korte tijd zo intensief gebruik wordt gemaakt van het KLIP, kan zonder twijfel een succes worden genoemd. De Vlaamse Regering heeft op vrijdag 29 juni 2007 het voorontwerp van KLIP-decreet principieel goedgekeurd. Het KLIP-decreet voorziet enerzijds in een verplichting voor aannemers om zich, naar aanleiding van grondwerken, te informeren over de ligging van kabels en leidingen en anderzijds in een verplichting voor de kabel- en leidingbeheerders om informatie in het KLIP in te voeren over kabels en leidingen. In 2008 zal ik het ontwerp van KLIP-decreet voorleggen aan het Vlaamse Parlement ter goedkeuring."

Share/Bookmark

vrijdag 9 november 2007

Beleidsbrief Energie Vlaams Gewest 2008

Op de website van het Vlaams Parlement staat sinds vandaag de "Beleidsbrief Energie. Beleidsprioriteiten 2007-2008, ingediend door mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur".

Voor het begrotingsjaar 2008 voorziet de minister volgende beleidsmaatregelen te kunnen uitvoeren.

Beleid inzake Rationeel Energiegebruik (REG)
- Omzetting van de Europese richtlijn inzake energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten;
- Handhaving van de energieprestatieregelgeving;
- Energieprestatiecertificaten Publieke gebouwen: In de loop van 2008 zullen de publieke organisaties dan ook de nodige initiatieven moeten nemen om het energieprestatiecertificaat door interne of externe deskundigen te laten opstellen;
- Energieprestatiecertificaten Residentiële gebouwen: Volgens de Europese richtlijn dient de invoering van de energieprestatiecertificaten bij verkoop en verhuur van woongebouwen plaats te vinden voor de uiterste omzettingsdatum van de richtlijn, namelijk 4 januari 2009. De precieze invoeringsdatum zal worden vastgelegd in de loop van 2008. Ten laatste begin 2008 zullen de inhoudelijke voorwaarden worden vastgelegd waaraan een opleiding moet voldoen om erkend te kunnen worden voor het uitreiken van een getuigschrift betreffende het opmaken van energieprestatiecertificaten.
- Energieprestatiecertificaat Niet-residentiële gebouwen: De invoering van een energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur zal doorgevoerd worden.
- Bevorderen van de bouw van lage-energie-woningen door een verlaging van de onroerende voorheffing voor lage-energie-woningen.

Bevordering van milieuvriendelijke elektriciteitsproductie
- Actieplan groene stroom: Er zal in 2008 hoofdzakelijk verder worden gewerkt aan oplossingen voor volgende twee knelpunten voor de groenestroomproductie : de beperkte inplantingsmogelijkheden voor windturbines en het ontbreken van duurzaamheidscriteria voor biomassa.
- Marktintroductieprogramma micro-WKK: Het Vlaams Energieagentschap zal in het najaar van 2007 een demonstratieprogramma voor micro-WKK uitwerken dat voorziet in een tijdelijke investeringspremie voor de eerste reeks installaties.
- Haalbaarheidsstudies voor hernieuwbare-energie- en WKKtoepassingen in grote gebouwen: De Vlaamse Regering gaf op 28 september 2007 haar principiële goedkeuring aan een ontwerpbesluit in verband met de invoering van deze verplichte haalbaarheidsstudie. De goedkeuringsprocedure en de voorbereidingen voor de invoering van deze haalbaarheidsstudies zullen verder lopen in 2008.
- Verbeteren van het systeem van de groenestroom- en warmtekrachtcertificaten.

Sociaal Energiebeleid
Een belangrijke opdracht voor 2008 bestaat erin om de moeilijk te bereiken doelgroep van kansarmen maximaal op de hoogte te brengen van hun rechten met betrekking tot de energiepremies en van beschermingsmaatregelen tegen afsluiting van de energietoevoer.

Marktwerking
- Netbeheer: Onderzoeken of de werkmaatschappijen effectief voldoen aan dezelfde eisen als degene die reeds werden opgelegd aan de netbeheerders; Aansprakelijkheid bij stroom- en gasonderbrekingen.
- Leveringsvergunningen: uitvoeren van een benchmarkanalyse met betrekking tot de leveringsvergunningen voor elektriciteit en aardgas
- Verbetering van de marktwerking door een marktmonitoring, de evaluatie UMIX-werking, het uitwerken van een marktmodel, een onderzoek naar de mogelijke invoering van slimme meters;
- Benchmarking prijzen;
- Aandringen op de effectieve oprichting van de federale Ombudsdienst Energie;
- Actualisatie wetgeving m.b.t. de werking van de energiemarkt: Er is nood aan actualisatie van de huidige energiewetgeving inzake de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, met name de hoofdstukken van het Elektriciteits- en aardgasdecreet met betrekking tot het distributienetbeheer, de toegang tot het distributienet, de leveringsvergunning en de aanleg van leidingen (directe leidingen en private netwerken).

Voorbereiding Europese energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020
- Duurzame energie- en klimaatdoelstellingen;
- Verdere vrijmaking van de energiemarkten.
Share/Bookmark

maandag 5 november 2007

GSM-Masten in de Duitstalige gemeenschap

De Raad van State oordeelde over een beroep tot vernietiging van een stedenbouwkundige vergunning die verleend was aan Mobistar (R.v.St., Freches, nr. 175.730, 12 oktober 2007):

"In der Erwägung, dass der angefochtene Rechtsakt eine Städtebaugenehmigung ist; dass der Kläger den von ihm selber mitgeteilten Plänen zufolge ungefähr 700 Meter entfernt von der bereits bestehenden Antenne wohnt; dass diese Antenne sich außerdem auf einem Grundstück befindet, das höher liegt als dasjenige des Wohnsitzes des Klägers; dass der Kläger zur Unterstützung seiner Behauptung verschiedene Artikel über die Folgen der Wellen für die Gesundheit beifügt; dass der Ton dieser Artikel selber vorsichtig und hypothetisch ist; dass der Kläger nicht nachweist, er habe ein bestehendes, gegenwärtiges und sicheres Interesse an der Klageerhebung."

Share/Bookmark

zaterdag 3 november 2007

De ironie van het lot

Dat Christine Vanderveeren geen voorzitter van de CREG zou blijven, stond in de sterren geschreven. Begin 2007 benoemde de regering François Possemiers tot nieuwe voorzitter van het directiecomité.

Vanderveeren vocht de benoeming van haar opvolger aan bij de Raad van State, die in een recent arrest oordeelde dat er geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanwezig was om die benoeming te schorsen (R.v.St., Vanderveeren, nr. 175.620, 11 oktober 2007):

"Verzoekster verwijst, om het specifieke van haar moreel nadeel te ondersteunen, naar de ernst van haar vijfde middel, waarin zij erop wijst dat zij rechtmatig kon verwachten dat haar mandaat verlengd zou worden. Zij verliest evenwel uit het oog dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel en de voorwaarde van het aanvoeren van ernstige middelen twee duidelijk onderscheiden schorsingsvoorwaarden betreffen. Het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het nadeel wordt niet afgemeten aan de ernst van de middelen."

Nochtans oordeelde dezelfde waarnemende kamervoorzitter enkele jaren geleden, in het arrest over de toepassing van de gedragscode op de doorvoer van aardgas, een arrest dat Vanderveeren zeker kent, tot menigeens verbazing:


"Overwegende dat de verwerende partij niet ontkent dat het bestreden besluit een invloed heeft op de activiteiten die de verzoekende partijen op het vlak van de doorvoer van aardgas aan de dag leggen; (...) dat het financieel nadeel dat daar het gevolg kan van zijn in ieder geval zeer moeilijk becijferbaar zal zijn; dat, mede rekening houdend met het ernstig karakter van het eerste middel, die gegevens volstaan om de verzoekende partijen niet te dwingen om gedurende langere tijd de werking van het bestreden besluit te ondergaan; dat in die zin vastgesteld wordt dat in dit geval ook de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel vervuld is."

Share/Bookmark

dinsdag 30 oktober 2007

Groene herziening van het Waalse Elektriciteitsdecreet

Het Waalse parlement keurde op 3 oktober 2007 wijzigingen goed aan de hoofdstukken inzake hernieuwbare energie van het decreet van 12 april 2001 houdende de organisatie van de gewestelijke energiemarkt.

Met deze wijziging voert het Waalse parlement, net zoals in Vlaanderen ook een feed-in tarief in voor elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Distributienetbeheerders zullen verplicht zijn om groenestroomcertificaten, wanneer die hun aangeboden worden door de producent, tegen een vaste prijs aan te kopen. Deze aankoopverplichting geldt voor 15 jaren na de indienstname van de installatie. "Cette aide à la production, sous la forme d’obligation d’achat, ne s’applique que pour le producteur qui en a obtenu le bénéfice en vertu d’une décision du Gouvernement, après avis de la CWaPE sur la nécessité d’un tel mécanisme de garantie, au regard de la rentabilité du projet. "

DNB's zullen ook verplicht zijn "d’acheter, au prix du marché et dans les limites de leurs besoins propres, l’électricité verte produite par des installations établies sur leur territoire et que les producteurs d’électricité verte ne parviennent pas à vendre".

Het nieuwe decreet voert ook een systeem van garanties van oorsprong in: "Les labels de garantie d’origine sont octroyés pour l’électricité vendue par le producteur ainsi que pour l’électricité autoconsommée ou injectée sur le réseau et qui ne fait pas l’objet d’une vente." Het wijzigt verder ook de regelingen inzake groenestroomcertificaten.

De CWaPE heeft intussen ook al zijn advies over het ontwerp van uitvoeringsbesluit online gezet.
Share/Bookmark

maandag 29 oktober 2007

Klimaatrecht

Web 2.0 blijft fascineren. Daarom heb ik besloten om een aparte blog te wijden aan het Klimaatrecht.
Share/Bookmark

vrijdag 26 oktober 2007

Bevoorradingszekerheid in het deelakkoord energie

Het deelakkoord rond energie bevat ook een hoofdstukje rond bevoorradingszekerheid.

Wat aardgas betreft, opteren de onderhandelaars voor "gelijke toegangsvoorwaarden voor de concurrenten om aardgas te importeren, op te slaan en te transporteren". Met deze passage, die ook voorkwam in de Hertoginnedal-versie, insinueren de onderhandelaars dat de toegang tot het aardgasvervoersnet nu niet tegen gelijke toegangsvoorwaarden mogelijk is. Of ze voor deze stelling de boter hebben gehaald bij de beslissing van de Europese Commissie over de fusie tussen Suez en Gaz de France is onduidelijk, maar waarschijnlijk. In deze beslissing stelde de Europese Commissie onomwonden dat er een blijvende congestie bestaat op het vervoersnet van Fluxys. Deze congestie bevoordeelt enkel de historische leverancier (Distrigas).

De tarieven moeten toelaten dat er geïnvesteerd kan worden in aardgasopslagcapaciteit en in interconnecties. Daarnaast zetten de onderhandelaars "de omvorming van de hub van Zeebrugge verder om zo de positie ervan als internationale draaischijf voor de aardgasvoorziening te versterken". Het is niet helemaal duidelijk of de maximumdeelname van 25% door producenten of leveranciers in de netbeheerders ook geldt ten aanzien van bv. de beheerder van de LNG-terminal in Zeebrugge. Suez en Gaz de France hebben zeer duidelijk gemaakt dat hun aandeel in Fluxys International, die onder andere de hub van Zeebrugge en de LNG-terminal zal beheren in ieder geval een meerderheidspositie moet uitmaken.

Uit het deelakkoord kan men ook niet afleiden of de boodschap van de CREG over de nakende productiecapaciteitsproblemen doorgedrongen is. In haar persbericht van 27 september 2007 stelde de CREG zeer duidelijk dat "de markt vast en zeker [wacht] op een “definitieve” beslissing over het al dan niet vasthouden aan de uitstap uit kernenergie, tenminste voor de centrales waarvan het scharnierpunt in 2015 ligt".

Het deelakkoord stelt enkel dat de onderhandelaars "de exploitatieduur van enkele kerncentrales voor een beperkte tijd en in veilige omstandigheden" verlengt. Met deze passage wordt geen afdoend antwoord gegeven op de oproep van de CREG.
Share/Bookmark

donderdag 25 oktober 2007

Federaal deelakkoord over de energiepolitiek

De federale onderhandelaars bereikten op woensdag 24 oktober 2007 een deelakkoord over duurzame ontwikkeling ("Samen gaan voor een duurzame levenskwaliteit"). In dit deelakkoord wordt ook plaats gemaakt voor de energiepolitiek die de onderhandelaars in een mogelijke volgende federale regering willen voeren.

De onderhandelaars onderkennen de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gewesten op het vlak van energie:

"Binnen de Belgische federale context, waar de bevoegdheden inzake energie en klimaat verdeeld zijn tussen de federale staat en de Gewesten, verbindt de federale regering zich ertoe bij te dragen tot en impulsen te geven aan het geheel van het Belgisch energie-, en klimaat-, mobiliteits- en milieubeleid."

Daarnaast willen ze:
1. Zorgen voor redelijke prijzen door een echte concurrentie op de energiemarkten te garanderen;
2. Het sociaal energiebeleid ontwikkelen;
3. Burgers en bedrijven fiscaal aanmoedigen tot zuiniger energiegebruik;
4. Burgers en bedrijven optimaal infomeren over zuiniger energiegebruik.

In het akkoord staat dat "de dominante speler de ten aanzien van de vorige regering aangegane verbintenissen minstens naleeft". De onderhandelaars doelen hierbij waarschijnlijk op de Pax Electrica I en II akkoorden die onder Verhofstadt tot stand kwamen (zie hiervoor één van mijn vorige berichten).

Net zoals in de formatienota en de "Hertoginnedal"-versie van het deelakkoord, willen de partijen dat "er meerdere bijkomende elektriciteitsproducenten op de Belgische markt aanwezig [moeten] zijn die elk de mogelijkheid hebben om een aanzienlijk marktaandeel te verwerven".

De onderhandelaars willen hiertoe komen door "de dominante speler ertoe aan[ te ]zetten (sic!) om:
"- activa om te wisselen met concurrenten in het buitenland (swaps), en/of
- een aanzienlijk deel van de capaciteit (in MW) van de afgeschreven centrales terbeschikking stellen of te koop aanbieden aan de andere spelers, onder de controle van de CREG en tegen interessante handelsvoorwaarden, en/of
- een aanzienlijk productieaandeel (in MWh) van de dominante speler onder controle van de CREG aanbieden aan andere spelers (via veiling of beurs) tegen een prijs samengesteld uit de productiekosten met inbegrip van de onderhouds- en vervangingsinvesteringen en een billijke winstmarge, en/of
- de randvoorwaarden scheppen die de andere spelers toelaten en aanmoedigen om in België bijkomende productiecapaciteit te ontwikkelen (onder andere sites en toegang tot gas- en elektriciteitsnetten)."

Verder moeten er meer volumes verhandeld worden op Belpex en moet er ook een gasbeurs komen (Gaspex).

De regering "geeft aan de CREG de nodige onafhankelijkheid om op te treden en ex ante toe te zien op een daadwerkelijke concurrentie op de productie- en leveranciersmarkt en om de prijsschommelingen door van nabij op te volgen" (onder andere door "monitoring van de tarieven"). De CREG mag ook "een langetermijnvisie" ontwikkelen.

De nieuwe regering zal projecten zoals Blue Sky steunen: "Daarnaast moedigt de regering de bedrijven aan die alleen of in consortium een productie-eenheid voor elektriciteit, wensen te bouwen."

Hoewel de Europese Commissie in haar Third Package veel verder wenst te gaan (zie hierover mijn bijdrage op Belgian Energy Law) aanvaarden de coalitiepartners dat producenten of leveranciers nog steeds maximum 25% van de aandelen van de netwerkbedrijven mogen bezitten, waarbij zij "individueel noch collectief een blokkeringsminderheid bezitten of gebruiken, bijvoorbeeld via een aandeelhoudersovereenkomst of bijzondere aandeelgebonden (stem)rechten, noch mogen zij onafhankelijke bestuurders aanwijzen". Deze passage staat nog steeds heel ver af van de ownership unbundling of ISO*-plus voorstellen van de Commissie. Het akkoord trouwens niet in op de operationele aspecten van het netbeheer.
Share/Bookmark

dinsdag 23 oktober 2007

Betrouwbaarheid van de distributienetten

In een antwoord op twee schriftelijke vragen (nr. 530 en nr. 531) van Vlaamse volksvertegenwoordiger Decaluwé, gaf minister Crevits een overzicht van de betrouwbaarheid (of, anders gesteld, van de onderbrekingen) van de distributienetten voor elektriciteit en aardgas in 2006.

Elektriciteit
- Een distributienetgebruiker had in 2006 gemiddeld 28 minuten en 22 seconden geen elektriciteit als gevolg van incidenten op het net;
- De onbeschikbaarheid als gevolg van geplande werken bedroeg in 2006 12 seconden.
- 93% van de klachten over het spanningsniveau (één klacht per 1003 netgebruikers) bleken onterecht te zijn;
- Er waren 1.066 klachten over de dienstverlening op de vermelde thema’s door de distributienetbeheerders behandeld (of één klacht per 3018 netgebruikers);
- De distributienetbeheerders (met uitzondering van Elia) vervoerden 37.031.726 MWh elektriciteit over hun distributienetten. Het gezamenlijke netverlies bedroeg 1.418.270 MWh of 3,83%;
- "Met een onbeschikbaarheid van het distributienet kleiner dan een half uur, of een beschikbaarheid van 99,996 % behoort Vlaanderen tot de top van de wereld wat betreft leveringszekerheid."

Aardgas
- Een distributienetgebruiker op het Vlaamse distributienet had in 2006 gemiddeld 6 minuten geen aardgas als gevolg van geplande werken op het net;
- De niet-geplande onbeschikbaarheid en onbeschikbaarheid als gevolg van incidenten is verwaarloosbaar klein en bedraagt gemiddeld enkele seconden.
- Er waren 815 meldingen van drukproblemen (één klacht per 2053 netgebruikers);

Een gedetailleerd overzicht van de gerapporteerde kwaliteitsindicatoren over de dienstverlening van distributienetbeheerders in 2006 (zowel naar bevoorradingszekerheid, spanningskwaliteit als geleverde diensten) kan teruggevonden worden in het rapport aardgas en het rapport elektriciteit dat door de VREG gepubliceerd werd op haar website.
Share/Bookmark

maandag 22 oktober 2007

Gratis stroom

De Standaard bracht vanochtend onder de titel “Gratis stroom is een mislukking” een bijdrage over de uitspraken van minister Crevits tijdens de Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie van het Vlaams Parlement van 17 oktober 2007:

De minister stelde tijdens het debat:

"Er zijn in het verleden al heel wat vragen gesteld over het invoeren van gratis stroom. (…) In het onderzoek dat is gevoerd door de VREG en door het Vlaams Energieagentschap, zijn de gevolgen onderzocht van de kosteloze levering van stroom. (…) Uit het onderzoek blijkt dat het systeem ongeveer 1 miljoen euro per jaar kost. Het werkt als een toetredingsdrempel tot de markt met een duidelijk kostenvoordeel voor de gemengde netbeheerders en voor de dominante leverancier. Het systeem bezorgt de kleine en middelgrote verbruikers een voordeel, terwijl het de niet-huishoudelijke afnemers en de gezinnen met elektrische verwarming een nadeel bezorgt. Het systeem bereikt slecht drie vierde van de doelgroep. Het brengt ook tal van klachten en kosten met zich mee."

Opvallend is dat uit het onderzoek blijkt dat


“nog altijd een op drie Vlamingen, of 32 percent, geen weet heeft van de gratis stroom. Het gaat dan vooral over jongeren, ouderen, kortgeschoolden, mensen met een laag inkomen, huurders en Oost-Vlamingen (sic!). Een op de zes Vlamingen of 18 percent heeft geen weet van de verrekening van de kost van de gratis stroom. De meeste Vlamingen denken dat die met belastinggeld wordt betaald of door de leveranciers, respectievelijk de netbeheerders. De meeste Vlamingen, 94 percent, geven te kennen dat de gratis stroom geen invloed heeft gehad op hun eigen verbruiksgedrag. Er zijn er zelfs die beweren meer te verbruiken omdat het gratis is. Tot slot geven de meeste Vlamingen, 89 percent, zelfs na verduidelijking te kennen dat de gratis stroom ook geen invloed zal hebben op hun verbruiksgedrag.”

Tot slot heeft het systeem van de gratis stroom een Mattheus-effect


"Gezinnen met een laag inkomen [verbruiken ]vaak meer energie en elektriciteit en dus meer gratis kilowattuur betalen, onder andere door in slecht geïsoleerde huizen te wonen met verouderde ketels of elektrische verwarming, zonder als huurder over de juridische, financiële en cognitieve hefbomen te beschikken. Vaak staan in die huizen ook tweedehandshuishoudtoestellen, die dan ook weer meer verbruiken. Verder blijkt uit het onderzoek dat gezinnen met een hoog inkomen vaker meer kinderen ten laste hebben en dus meer gratis kilowattuur krijgen dan ze betalen."

De minister besluit:


"Of de waarde van de kosteloos geleverde stroom opweegt tegen de stijging van het distributietarief, verschilt uiteraard van gezin tot gezin. In de regel is het zo dat gezinnen met een laag verbruik en een hoog kindertal een voordeel hebben ten opzichte van gezinnen met een hoog verbruik en een laag kindertal. Als we die parameters doortrekken en rijke gezinnen met veel kinderen die het stroomverbruik weten te beperken, vergelijken met armere gezinnen met weinig kinderen die het stroomverbruik niet kunnen beperken, is er zelfs sprake van een omgekeerde herverdeling. (…)
Het enige initiatief dat ik als minister kan nemen, is het voorstellen van een ontwerp van decreet tot wijziging of opheffing van artikel 18 van het Elektriciteitsdecreet. Ook de Vlaamse volksvertegenwoordigers kunnen dat doen door een voorstel van decreet in te dienen. Ik elk geval zal het Vlaams Parlement het laatste woord hebben. Ik herhaal nogmaals dat elke maatregel die ter zake wordt genomen op tijd en stond geëvalueerd moet worden op het beoogde doel. Dat was ook de bedoeling van de studie die nu door de VREG gebeurt en van de peiling van het Vlaams Energieagentschap. Ik kijk daar met veel belangstelling naar uit en vermoed dat ze meegenomen zullen worden bij een volgende samenkomst van de Themacommissie Energiearmoede."

Share/Bookmark

Verhoging distributienettarieven

Het persbericht van de CREG van 12 oktober 2007, "Gevoelige stijging van de nettarieven onvermijdelijk", heeft aanleiding gegeven tot debatten in de Kamer en in het Vlaams Parlement.

De hoofdreden voor de gevoelige stijging van de nettarieven is volgens de CREG dat zij, ten gevolge van een arrest van het Hof van Beroep van Brussel, niet langer over de regelgevende bevoegdheid beschikt inzake het opleggen van afschrijvingspercentages. Zij moet verder “de boekhoudkundige gegevnes als hoeksteen van de tarifering aanvaarden” en kan, voor wat betreft aardgas, “geen redelijkheidstoets meer uitvoeren voor kosten die door een bevoegde overheid zijn opgelegd”.

In de Kamercommissie voor het Bedrijfsleven werd minister Verwilghen hierover ondervraagd door de oppositie in lopende zaken.

De minister-advocaat stelde eerst en vooral dat het koninklijk besluit van 2002, dat door het hof van beroep van Brussel terzijde zou zijn geschoven, geschreven werd door zijn voorganger, Olivier Deleuze. Verder weerlegde hij de beschuldigingen dat hij aan de basis zou liggen van het kortwieken van de CREG door de wet van 2005 ("À l’époque, j’ai fait une proposition qui n’a pas été suivie. J’ignore pourquoi; je n’ai d’ailleurs pas reçu de réponse exacte mais cela ne m’étonnerait pas que les intercommunales soient intervenues à un moment donné, en invoquant de nombreux problèmes à ce sujet. Toujours est-il que nous n’avons pas pu poursuivre ce débat").

Volgens de minister is de enige oplossing voor het probleem een wetgevend initiatief:

"Selon moi, s’il faut remédier à la situation, la loi devra probablement être modifiée, d’autant plus que la cour d’appel dit qu’il est impossible de le faire par le biais d’un arrêté royal. Il faudra dès lors envisager un changement de la loi, au moyen d’une proposition de loi si c’est urgent et d’un projet de loi pour que la CREG puisse à nouveau donner son feu vert à certaines demandes tarifaires qui se répercuteront sur le consommateur final."

Ook in het Vlaams Parlement was het persbericht van de CREG aanleiding tot enige discussie.

Vlaams volksvertegenwoordiger Decaluwé vond bijvoorbeeld dat de CREG “in de afgelopen weken uit haar rol [is] gevallen” omdat ze “commentaar en suggesties bij de federale regeringsvorming [had]”. Volgens Decaluwé “is [het] niet aan de commissie om politieke uitspraken te doen”. Het probleem is volgens hem dat er “tussen de CREG en de netbeheerders al jaren een juridische strijd [woedt]”.

In haar antwoord op de vele vragen merkte minister Crevits eerst op “dat we met een moeilijk institutioneel kader worden geconfronteerd” omdat “Vlaanderen niet bevoegd is voor de energietarieven in het algemeen en voor de aardgas- en elektriciteitsdistributietarieven in het bijzonder”. Bovendien beschikt Vlaanderen volgens de minister “niet over de nodige kennis of gegevens om de feitelijkheid en de redelijkheid van de verrekening van de kosten in de tarieven te beoordelen”. De minister heeft “dus wel cijfers, maar de beoordeling is een andere zaak”.

Verder stelt zij vast dat de distributietarieven gemiddeld 15 percent vertegenwoordigen van de elektriciteitsfactuur:


“De openbaredienstverplichtingen vertegenwoordigen 13 percent van de 15 percent distributiekosten. (…) Dit betekent dit dat de openbaredienstverplichtingen gemiddeld 2 percent van de elektriciteitsfactuur vertegenwoordigen. De helft van die 2 percent gaat naar de gratis kilowattuur die afhankelijk van verbruik en gezinssamenstelling eigenlijk ook terugvloeit naar de gezinnen. Een vijfde van die 2 percent vloeit terug naar de gezinnen onder de vorm van energiebesparingspremies en scans. Iets minder dan 10 percent gaat naar de openbare verlichting. Iets minder dan 20 percent gaat naar de budgetmeters en de niet-betaalde elektriciteitsrekeningen. Als men het uitrekent op 100, gaat het over 0,4 percent.”

Minister Crevits stelde verder:


"Met betrekking tot die openbaredienstverplichtingen zelf wil ik wel opmerken dat het niet de taak is van de federale overheid of de federale regulator, maar wel die van het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse Regering om uit te maken of en hoe sociale en ecologische maatregelen worden genomen. In een tijd van klimaatveranderingen zou een pleidooi voor het terugschroeven van energiebesparingsmaatregelen terecht op ongeloof worden onthaald. Het in twijfel trekken van het nut van of de nood aan sociale openbaredienstverleningen zou op een dag als vandaag – Werelddag van Verzet tegen Extreme Armoede – getuigen van een bizar cynisme.

Ik ben bereid om alle ernstige voorstellen om de kosten van de openbaredienstverplichtingen te beperken, in overweging te nemen. Ik ben niet bereid om de fluctuerende distributieprijzen als dekmantel te gebruiken om de openbaredienstverplichtingen die het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering hebben opgelegd, af te bouwen. Als we die openbaredienstverplichtingen willen terugschroeven, dan moeten we ons in eerste instantie afvragen waarom ze zijn ingevoerd. Wanneer dat is gebeurd op basis van ecologische of sociale parameters, dan kunnen de verplichtingen enkel worden teruggeschroefd als blijkt dat de maatregel inefficiënt is voor het ecologische of sociale doel dat deze voor ogen had."

Share/Bookmark

dinsdag 9 oktober 2007

Bijkomende isolatie en ruimtelijke ordening

Het (Vlaamse) parlementaire jaar is weer op gang geschoten. Het aantal schriftelijke vragen neemt weer toe.

Vlaamse volksvertegenwoordiger Annick Deridder stelde aan minister Van Mechelen de vraag hoe de wens van vele burgers om hun huizen bijkomend te isoleren te rijmen viel met de stedenbouwkundige regelgeving. Zo zouden er bij bouwaanvragen knelpunten gesignaleerd zijn met betrekking tot de bepleistering van gevels met een extra laag isolatie en het isoleren van buitengevels met isolatie en bekleden van de gevel met diverse gevelmaterialen (beperkingen naar pleisterwerk volgens BPA-richtlijnen (niet overal is bepleisteren van gevels toegelaten) en overschrijding van rooilijnen (zowel openbaar domein als privédomein)) of het isoleren van het dak (beperkingen naar nokhoogte en het feit dat het dak vaak niet meer even hoog is als het dak van de buur).

Zij vroeg de minister naar een algemene richtlijn.

Minister Van Mechelen antwoordde:

De energie prestatieregeling zorgt er inderdaad toe dat eigenaars hun woning wensen te isoleren. Voor bestaande woningen leidt dat vaak tot discussie, en zeker wanneer door het aanbrengen van isolatie de rooilijn of bouwzone wordt overschreden.

Zoals ik reeds heb gesteld in de commissievergadering van 14 juni 2007, waarbij deze problematiek werd besproken, is het niet eenvoudig om zomaar bijkomende vanuit Vlaams niveau bijkomende regelgeving op te stellen. U kan dit nalezen in het commissieverslag nr. 896 (2006-2007).

De stedenbouwkundige situaties verschillen van plaats tot plaats dat het quasi onmogelijk is om hieromtrent een relevante richtlijn op te stellen. Een aanpak op gemeentelijk niveau lijk hier meer aangewezen. Bijkomend maakt de rooilijnproblematiek het soms onmogelijk om te kunnen voldoen aan de isolatie reglementering, echter behoort deze materie niet tot mijn bevoegdheid.

Share/Bookmark

vrijdag 5 oktober 2007

Ontoereikende productiecapaciteit in België

De CREG zette gisteren haar ontluisterende studie van 27 september 2007 over de "Ontoereikende productiecapaciteit in België" online.

Het besluit spreekt voor zich:

"Door een gebrek aan investeringen in de productie tijdens de voorbije jaren, dreigen zich op korte termijn problemen voor te doen tijdens de komende jaren. Het is te laat opdat nieuwe beslissingen tot investeren zouden toelaten deze problemen op korte termijn op te lossen. Slechts enkele maatregelen zouden deze problemen nog te gelegener tijd kunnen verzachten. Daartoe mag men zeker het in dienst houden van de oude thermische centrales rekenen zolang er geen nieuwe productiecapaciteit beschikbaar is om ze te vervangen. Andere maatregelen dienen zeker overwogen te worden op het vlak van de netexploitatie, om de grootst mogelijke beschikbare netto invoercapaciteit te waarborgen. In dat verband zou de manier waarop ELIA de dwarsregeltransformatoren die begin 2008 geïnstalleerd worden zal beheren van doorslaggevend belang kunnen zijn.

Op langere termijn laat de in de studie voorgestelde kalender voor investeringen in het centrale park toe het risico vanaf 2012 op een aanvaardbaar peil te houden. Het in aanmerking genomen type van investeringen mag echter niet beschouwd worden als de enige mogelijke oplossing, maar veeleer als een richtsnoer dat orden van grootte van te investeren capaciteit aangeeft. Het valt immers buiten het kader van deze studie om te bepalen hoe men de noodzakelijke diversificatie van de middelen (kernenergie, gas, steenkool, hernieuwbaar, beheersing van de vraag en energie-efficiëntie) in het werk kan stellen ten einde tot het best mogelijke compromis te komen tussen de economische doelstellingen, de waarborg van een geopolitiek aanvaardbare bevoorrading in primaire energie, de doelstellingen op sociaal vlak en het nakomen van de internationale verbintenissen van België inzake leefmilieu.

De concrete verwezenlijking van de projecten voor investeringen in productiecapaciteit die op dit ogenblik in de steigers staan en het opduiken van nieuwe projecten vereist echter een stabiel klimaat op het vlak van energie- en milieubeleid. Zo wacht de markt vast en zeker op een “definitieve” beslissing over het al dan niet vasthouden aan de uitstap uit kernenergie, tenminste voor de centrales waarvan het scharnierpunt in 2015 ligt. Het wettelijk buiten dienst stellen van deze kerncentrales vereist bijkomende investeringen in productiecapaciteit om hun wegvallen te compenseren. Van de andere kant vereist het eventueel in dienst houden ervan (artikel 9) dat de exploitant van deze centrales op zeer korte termijn de nodige brandstof moet reserveren om ze in werking te houden (termijn tussen aankoop van ruwe splijtstoffen en hun plaatsing in de reactor).

Verder is het noodzakelijk een beleid op te stellen ter bevordering van de investeringen in bijkomende productiecapaciteit, indien mogelijk door andere marktspelers dan de dominante producent. Op dit gebied doet men er zeker beter aan te vermijden de marktprijzen op kunstmatige wijze te beïnvloeden. Daarentegen is het wel wenselijk om voorrang te geven aan maatregelen die de aantrekkingskracht van de Belgische markt voor mogelijke nieuwkomers vergroten. In dat verband zou het opstellen van een transparant, niet discriminerend en aantrekkelijk beleid met betrekking tot het tarief voor de aansluiting van nieuwe productie-eenheden, alsook een efficiënte toepassing van artikel 4, §4, van de elektriciteitswet, zeker het overwegen waard zijn.

Tot slot is het eveneens wenselijk om in het licht van de Belgische behoeften aan productiecapaciteit de wisselwerking na te gaan tussen de milieubeschermingsmaatregelen, waaronder de allocatieplannen voor de CO2-emissierechten, en de aantrekkingskracht van België voor potentiële investeerders in nieuwe productiecapaciteit voor elektriciteit, onder meer voor diegenen die willen investeren in eenheden die steenkool verbranden."


Share/Bookmark