dinsdag 4 november 2008

Transit, ENI en Magnette

Vanmiddag debatteerde de Kamercommissie Bedrijfsleven voor de tweede keer over het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Bijna alle Vlaamse partijen (meerderheid en oppositie) hebben intussen (goede) amendementen ingediend.

Uiteindelijk besliste de commissie om de bespreking van het wetsvoorstel te verdagen tot na de uitspraak van het Hof van Beroep van Brussel in de kort gedingprocedures die Fluxys en Distrigas ingespannen hebben tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing van de CREG van 6 juni 2008. Het arrest van het Hof van Beroep wordt verwacht op maandag 10 november 2008.

[Eigenaardig is trouwens dat Fluxys de uitspraak van het Hof om de beslissing van de CREG te schorsen niet afwacht. Op haar website meldt ze: "In afwachting van een gerechtelijke beslissing zijn de facturen voor transitdiensten van Fluxys voorlopige facturen gebaseerd op de tarieven zoals die werden gehanteerd vóór de CREG-beslissingen en overanderd toegepast blijven voor de transitcontracten."]

In de loop van deze namiddag verspreidde de CBFA een kennisgeving op grond van het koninklijk besluit van 27 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, waarin de CBFA onder andere schrijft:

"In juli 2008 heeft Distrigas haar participatie in Distrigas & Co verkocht aan Fluxys SA (...). Als onderdeel van deze verkoop, [is] Fluxys SA (...) overeengekomen dat ze, in bepaalde omstandigheden, een bedrag zullen betalen als aanvullende vergoeding aan Distrigas ("Distrigas & Co Prijsverhoging"). Als onderdeel van de verkoop van de aandelen in Distrigas door Suez, heeft Eni Belgium ingestemd met het feit dat in het geval dat Distrigas een Distrigas & Co Prijsverhoging ontvangt binnen de 5 jaar na de voltooiing van de verkoop van Distrigas & Co (i.e. tegen 1 juli 2013), Eni Belgium een bedrag aan Suez zal betalen dat pro rata gelijk is aan dergelijke verhoging van de prijs."

Eni biedt daarom voor de overblijvende Distrigas-aandelen "6.809,64 Euro en één certificaat, dat een bedrag vertegenwoordigt per Distrigas aandeel dat overeenstemt met de mogelijke verhoging die Eni Belgium aan Suez moet betalen in geval dat Distrigas een Distrigas & Co Prijsverhoging ontvangt tegen 1 juli 2013".


Share/Bookmark

woensdag 15 oktober 2008

Ceci n'est pas la Belgique

Het persbericht dat de "Groep GDF Suez" op briefpapier van Electrabel vandaag zo vrij was uit te brengen luidt:

"De Groep GDF SUEZ heeft de Regering op de hoogte gebracht dat zij met nadruk voorbehoud aantekent tegen het voorontwerp van wet waarbij een bijdrage van € 250 miljoen zou worden opgelegd aan de nucleaire exploitanten voor het begrotingsjaar 2008 en dat zij, indien het ontwerp wordt goedgekeurd door het parlement, een vordering tot vernietiging zal indienen bij het Grondwettelijk Hof.

De Groep acht immers dat het principe zelf van dergelijke bijdrage betwistbaar is “meer bepaald omdat dit discriminerend zou zijn daar deze maatregel enkel de twee Belgische producenten van kernenergie zou treffen en dit zonder dat het verschil in behandeling gerechtvaardigd is door enig objectief verband tussen de maatregel en overwegingen van algemeen belang inzake de productie van kernenergie.”

Daarenboven, en nog los van het feit dat het bedrag buiten proportie is, botst deze maatregel met het algemeen beginsel van rechtmatige verwachtingen, daar hij haaks staat op het algemeen kader dat werd vastgelegd door de Staat en de Groep in de engagementen genomen in het najaar van 2006 (Pax Electrica II).

Voor wat betreft de initiatieven die worden aangerekend aan de regering in het kader van de budgettaire besprekingen voor 2009 die deze nacht werden afgerond, heeft de Groep een onderhoud gevraagd met de Eerste Minister en wacht de Groep verder de resultaten van dit onderhoud af alvorens haar houding te bepalen en haar positie te bepalen zowel op juridisch vlak als inzake industriële strategie."

De Regentlaan is duidelijk boos. Zo boos dat ze een paar zaken lijken te vergeten:
- De Pax Electrica II is, voor zover we Verhofstadt, Reynders en Verwilghen mogen geloven, een reeks eenzijdige engagementen van Electrabel;
- Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 2008/72 (Electrabel/Belgische Staat) over gelijkaardige "schandalige heffingen" duidelijk de eigenheid van de energiesector, en de dominante positie van Electrabel daarin, mee in overweging genomen;
- De artikelen 10 en 11 van de Grondwet verzetten zich niet tegen een gelijke behandeling van gelijke situaties (dus ten aanzien van alle (twee) nucleaire producenten).
- "Overwegingen van algemeen belang inzake de productie van kernenergie"... Que?
Share/Bookmark

Bespreking van de beleidsverklaring

De Kamer van Volksvertegenwoordigers startte vanochtend de bespreking over de beleidsverklaring van premier Leterme. Jean-Marc Nollet (Ecolo) haalde de uitspraken van Magnette over de maximumprijzen op de wholesalemarkt door de mangel:

05.68 Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen!): (…) J'ai pu lire dans la presse que les prix de l'électricité seraient plafonnés. Monsieur le ministre, je voudrais vous poser une question: qu'est-il advenu des promesses que vous avez faites en matière de plafonnement des prix ?
Mme Laruelle disait, hier matin, à la radio que vous n'aviez même pas abordé cette question lors de la réunion du Conseil des ministres. C'est bien ce que vous avez dit, madame Laruelle?
05.69 Sabine Laruelle, ministre: (…)
05.70 Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen!): Si d'un côté vous nous dites ici que les prix seront plafonnés et que Mme Laruelle, qui est au gouvernement, nous dit que vous n'en avez même pas parlé alors je peux comprendre qu'il y aura un problème. Encore une fois, l'excuse est connue: ce sera comme pour le Printemps de l'environnement, ce sera la faute de la presse.

Share/Bookmark

dinsdag 14 oktober 2008

Energie in de beleidsverklaring (14 oktober 2008)

In zijn beleidsverklaring stelde premier Leterme vandaag voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

Energie wordt duurder. Dat weegt op het gezinsbudget en op de concurrentiekracht van de bedrijven. Nationale overheden hebben weinig greep op het mondiale proces van vraag en aanbod van primaire energiebronnen. Aangezien wij invoerder zijn van aardgas en aardolie en inmiddels ook van elektriciteit, dreigen wij, ondanks de totstandkoming van een Europese energiemarkt,onze bevoorrading niet in de hand te hebben.

Wij zullen in de loop van 2009 de energiemix voor de toekomst vastleggen op basis van rationele en doordachte argumenten, in functie van bevoorradingszekerheid, van zo laag mogelijke CO2-uitstoot maar ook van kostprijs.

Onze levenswijze leidt tot een verhoogde uitstoot van broeikasgassen en fijn stof, met nefaste gevolgen voor klimaat en gezondheid. Gezinnen, bedrijven, overheden en andere sectoren moeten hun uitstoot ingrijpend terugschroeven.

Wij delen de ambitie van de Europese Commissie voor het Europese klimaat- en energiepakket. Energiezuinige gebouwen en CO2-arm vervoer moeten worden bevorderd.

De regering zal, in samenspraak met de gewesten, een gunstiger investeringsklimaat
scheppen, zodat investeringen in bijkomende productiecapaciteit tijdig kunnen gebeuren. Zij zal zorgen voor meer concurrentie tussen de diverse spelers op de markt. Dat betekent dat onze inspanningen voor een onafhankelijk beheer van het gastransportnet worden voortgezet en dat onafhankelijke vervoersnetten zullen zorgen voor verantwoorde prijzen voor gezinnen en burgers. Bovendien moet de CREG kunnen optreden wanneer excessieve winstmarges worden vastgesteld.

De regering wil resoluut werk maken van concurrentie in de productie en dus lagere prijzen, waarbij monopoliewinsten worden uitgezuiverd. Ze heeft daarom de CREG aanzienlijk versterkt. Ook is gevraagd te onderzoeken hoe de daling van de prijzen van de energiedragers haar weerslag moet vinden in lagere binnenlandse prijzen. De regering zal een plan van aanpak opstellen dat nog dit jaar tot concrete maatregelen zal leiden.

Hogere energiekosten mogen geen rem zetten op de mobiliteit van de werknemers. Het mag niet dat iemand een job weigert wegens te hoge kosten voor het woonwerkverkeer. De regering is bereid om invulling te geven aan de vraag van de sociale partners om meer rekening te houden met de kosten van het woonwerkverkeer.

Share/Bookmark

donderdag 9 oktober 2008

Openbaarheid van bestuur en de elektriciteitswet

Greenpeace Belgium vroeg aan de CREG toegang tot de documenten "globale ontvangstenbesteding voor de activiteiten productie en koppelingoverbrenging van elektricitiet” en “globale ontvangstenbesteding voor de activieit distributie van elektriciteit” van het Controlecomité voor de periode 1971-2006. Nadat de CREG een eerste keer de toegang tot deze documenten geweigerd had, vroeg Greenpeace de heroverweging van deze weigering.

In zijn beslissing van 30 juli 2008 bevestigde de CREG de weigering, waarbij hij zich voornamelijk steunde op het feit dat volgens hem artikel 26, § 2, van de Elektriciteitswet ("De leden van de [CREG] (...) mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie (...) aan niemand bekendmaken (...)") een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting in de zin van artikel 6, § 2, 2°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is ("Een federale administratieve overheid wijst de vraag om inzage (...) van een bestuursdocument (...) af wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet (...) aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting"). Daarenboven baseert de CREG zich ook op artikel 6, § 1, 7°, van dezelfde wet van 11 april 1994 ("Een federale (...) administratieve overheid wijst de vraag om inzage(...) af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van (...) het uit de aard van de zaak vertrouwelijk karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld.").
Share/Bookmark

Toegang en aansluiting in de Europese richtlijnen

In een arrest van vandaag maakt het Hof van Justitie duidelijk dat de Europese richtlijnen enkel de de vrije toegang tot de netten garanderen. Op welk net men aangesloten kan worden, bepalen de richtlijnen niet. Het staat de lidstaten dus vrij om op basis van objectieve criteria bepaalde afnemers te verplichten aan te sluiten op een distributie- of een transmissienet.
Share/Bookmark

Standaardaanmeldingsformulier voor kleine elektriciteitsproductie-installaties

Artikel 4 van de Elektriciteitswet bepaalt dat voor elke nieuwe productie-installatie voor elektriciteit in principe een vergunning van de minister van energie moet verkregen worden. Bij koninklijk besluit kan de regering bepaalde categorieën van productie-installaties van deze verplichting vrijstellen. Dit gebeurde bij het koninklijk besluit van 11 oktober 2000: artikel 2, § 2, bepaalt dat “de bouw van nieuwe installaties is vrijgesteld van de voorafgaande individuele vergunning bedoeld bij artikel 4, § 1 van de wet, wanneer het netto ontwikkelbaar vermogen van de installatie lager is dan of gelijk is aan 25 MW”. Voor deze installaties moet het netto ontwikkelbaar vermogen en de lokalisatie van de installatie voorafgaandelijk gemeld worden aan de CREG en aan de FOD Economie.

De CREG heeft nu een standaardaanmeldingsformulier geplaatst op haar website.
Share/Bookmark

woensdag 1 oktober 2008

Gouden aandeel en overleg

De regering blijft nog steeds geloven in het bekomen van een gouden aandeel in de fusiegroep GdF Suez. Volgens minister Magnette is het hiervoor noodzakelijk dat er "wetgevende en uitvoerende Franse rechtsbeschikkingen komen". De regering blijft hiervoor druk uitoefenen op de Franse regering. Daarnaast werkt de regering ook aan een "mechanisme van overleg met de drie partijen" (GdF Suez, de Franse en de Belgische regering) waardoor "aan de Belgische regering specifieke rechten [worden toegekend] die haar in staat stellen voorafgaand aan de vergaderingen van de raad van bestuur van de energiegroep Suez-GDF ingelicht te worden en een overleg op te starten met betrekking tot de punten die de bevoorradingszekerheid van België in het gedrang dreigen te brengen". Dit overlegmechanisme zou alleen maar dienen "te worden gezien als een overgangsfase tot de inspanningen met het oog op het verkrijgen van een werkelijk gouden aandeel vruchten zullen afwerpen".
Share/Bookmark

Publigas, Fluxys en Fluxys International

In antwoord op een vraag in de kamercommissie bedrijfsleven van 24 september 2008 stelde minister Magnette met betrekking tot Fluxys en Fluxys International het volgende:

"Ik zal een wetsontwerp indienen met het voorstel om een golden share voor de Belgische overheid te installeren in Fluxys International, zodra die vennootschap wordt gecreëerd. Een wetsontwerp, waarbij aardgasondernemingen ten hoogste 24,9% van de aandelen van de netbeheerder mogen bezitten en dit ten laatste vóór 31 december 2009, ligt voor advies bij de Raad van State en zal zo snel mogelijk in de Kamer worden ingediend."

Share/Bookmark

Automatische toekenning sociale tarieven

In de beleidsbrief van de minister van klimaat en energie (zie mijn bericht van 18 april 2008) gaat de minister verder in op de automatische toekenning van de sociale tarieven, zoals voorzien door de Programmawet van 27 april 2007.

Krachtens de artikelen 3 tot 12 is de FOD Economie belast met de automatische toepassing van de maximum prijzen voor de levering van elektriciteit en gas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of met financiële moeilijkheden. Hiertoe is er een uitwisseling van gegevens tussen de Kruispuntbank van de Sociale
Zekerheid, de leveranciers, de beheerders van het distributienet en de eventuele andere authentieke informatiebronnen nodig.

De FOD Economie moet deze gegevensuitwisseling coördineren en organiseren. Het implementeren van het geïnformatiseerde systeem dat hiervoor nodig is zou na een procedure van openbare aanbesteding worden toevertrouwd aan een extern bedrijf.

In antwoord op een vraag van volksvertegenwoordiger Katrien Partyka (CD&V) tijdens de vergadering van de kamercommissie bedrijfsleven van 24 september 2008, antwoordde minister Magnette dat de ontwikkeling van het informaticasysteem gegund werd aan IBM. Momenteel wordt het systeem uitgewerkt, met inachtneming van de privacy van de begunstigden, en wordt met de betrokken partijen bekeken hoe de gegevens kunnen worden uitgewisseld. Volgens de minister zal het systeem ten laatste op 1 juli 2009 kunnen opstarten. Hiervoor zal hij, samen met minister Van Quickenborne binnenkort een ontwerp-KB voorleggen aan de Ministerraad.
Share/Bookmark

Korting op de energiefactuur

De discussie rond de korting op de energiefactuur voerde ook de Kamercommissie Bedrijfsleven tijdens haar vergadering van 24 september 2008. Katrien Partyka (CD&V), Tinne Van der Straeten (Groen!) en Philippe Henry (Ecolo) ondervroegen minister Magnette over het koninklijk besluit van 1 september 2008, dat procedureel volledig afwijkt van de voorschriften van de Programmawet van 8 juni 2008 (zie vorige post).

Magnette stelde: "L'arrêté royal sera donc maintenu, étant donné que le gouvernement et la Commission de la protection de la vie privée ont donné leur accord, mais aussi parce qu'il est déjà entré en application. Toutefois, comme convenu au sein du gouvernement, et à la demande de la Commission de la protection de la vie privée, j'introduirai au cours du Conseil des ministres de ce vendredi un projet de loi renforçant plus encore la base légale actuelle, de sorte que les fournisseurs seront remplacés par le SPF Économie en qualité de gestionnaire de ces réductions."

Dit lokte bij Tinne Van der Straeten de volgende reactie uit:

"U handhaaft het KB. Volgens mij is het kaduuk. Volgens mij volstaat het niet om te zeggen dat het KB voldoet aan de politieke beslissing. Een KB moet voldoen aan de wet. De wet is de uitdrukking van politieke beslissingen. De wet overslaan, lijkt mij een beetje bij de haren getrokken.

Ik meen dat door – ik zal het geen amateurisme noemen, want daarvoor bent u te competent – de slechte behandeling van het dossier vooral de mensen zelf daarvan het slachtoffer zullen worden. Er is rechtsonzekerheid. Het is onzeker voor de mensen of zij hun geld zullen krijgen, wanneer zij hun geld zullen krijgen en op welke manier."

Share/Bookmark

maandag 22 september 2008

Korting op de energiefactuur

De Tijd kopte zaterdag "Magnette verknoeit energiekorting".

Wat is er nu juridisch aan de hand?

De Programmawet van 8 juni 2008 bepaalt in artikel 9: "Forfaitaire verminderingen van respectievelijk vijfenzeventig EUR voor de aardgaslevering voor verwarming en tot vijftig EUR voor de elektriciteitslevering voor verwarming worden toegekend aan de eindafnemers zoals gedefinieerd in artikel 10. Deze forfaitaire verminderingen worden door de leveranciers bij wijze van een prijsvermindering aangerekend op de eindafrekeningen, opgesteld door de aardgas- en elektriciteitsleveranciers vanaf 1 juli 2008."

In deze zin werkte de CREG een voorstel (C)080515-CDC-767 van ‘koninklijk besluit met betrekking tot de forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit’ uit.

Het koninklijk besluit van 1 september 2008 met betrekking tot de forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit dat op 11 september 2008 in het Belgisch Staatsblad verscheen, voorziet echter een totaal andere regeling. Artikel 4, § 2, van dat koninklijk besluit bepaalt dat de FOD Economie de toekenning van de korting doet door storting op het rekeningnummer dat door de aanvrager is mede gedeeld op het aanvraagformulier dat deze eerder bij zijn leverancier diende in te dienen.

Met andere woorden: het koninklijk besluit verwoordt een volledig ander mechanisme dat datgene dat de wetgever goedgekeurd heeft.

Artikel 105 van de Grondwet bepaalt dat de Koning geen andere macht heeft dan die welke de Grondwet en de bijzondere wetten krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd hem uitdrukkelijk toekennen. Mast schrijft hierover: "Het wezenlijk onderscheid tussen een wet en een koninklijk besluit is dat de wet haar gezag put uit de oorspronkelijke wilsuiting van de organen die haar hebben gemaakt, terwijl het koninklijk besluit om rechtsgeldig te zijn, het voorafgaand bestaan vereist van een wet ter uitvoering waarvan het genomen is."

Volgens de woordvoerder van Magnette zijn regels er om de mensen te dienen en niet omgekeerd: "Juridische fouten mogen het grote principe niet ondergraven".

Op Wikipedia wordt Magnette omschreven als een "spécialiste de la constitutionalisation de l'Union européenne et des théories de la démocratie (il est, par exemple, un passionné de Tocqueville)". Waarvan akte.
Share/Bookmark

donderdag 17 juli 2008

De Belgische regering "verzilvert" het gouden aandeel niet

Verschillende kranten meldden dat door de politieke impasse van de laatste maanden de Belgische regering het dossier van het "gouden aandeel" in de fusiegroep GDF Suez heeft verwaarloosd. Ook wordt geïnsinueerd dat Suez van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om "en stoemelings" de gemaakte beloftes niet na te komen.

Minstens de laatste hypothese lijkt mij onterecht. Suez heeft immers nooit een gouden aandeel beloofd. Voor zover hierover informatie beschikbaar is, zou Suez enkel de wens van de Belgische overheid om een gouden aandeel te krijgen geacteerd hebben. Dat hierover een akkoord zou bestaan tussen het Elysée en de 16 kan Suez niet ten goede of ten kwade geduid worden.

In de Belgische pers wordt de volgende passage uit de prospectus van GDF Suez betwist:

"De pers had het over de creatie, ten voordele van de Belgische staat, van een specifiek aandeel (“Golden Share”) in het kapitaal van GDF SUEZ. De creatie van een specifiek aandeel in GDF SUEZ, een naamloze vennootschap naar Frans recht, ten voordele van een andere staat dan de Franse staat is juridisch echter niet mogelijk. De Belgische staat zal na de fusie echter de specifieke aandelen behouden waarover hij al beschikt in het kapitaal van bepaalde Belgische dochterondernemingen van Suez (Fluxys, Synatom) en van Distrigaz."

Als Belgische jurist kan ik niet oordelen over de juistheid van de analyse naar Frans recht. Als jurist ben ik wel van oordeel dat de Belgische staat al onrechtstreeks hetzelfde gouden aandeel heeft in de groep GDF Suez als het aandeel dat de Franse Staat zich toekende door het decreet nr. 2007-1790 van 20 december 2007. Overeenkomstig dat decreet verleent de golden share de Franse staat het recht om zich te verzetten tegen beslissingen van GDF Suez die tot doel hebben direct of indirect bepaalde aardgasactiva (transportleidingen, distributieleidingen, opslaginstallaties en LNG-installaties in Frankrijk) op welke wijze dan ook te verkopen, de exploitatie ervan over te dragen, als zekerheid of waarborg toe te wijzen of de bestemming ervan te wijzigen, als de Franse staat meent dat een dergelijke beslissing in tegenspraak is met de essentiële belangen van Frankrijk in de energiesector op het vlak van de continuïteit en de veiligheid van de energiebevoorrading.

Deze omschrijving van het gouden aandeel vertoont veel parallellen met het gouden aandeel van de Belgische staat in Fluxys en Distrigas.

Overeeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juni 1994 verleent het bijzonder aandeel aan de Minister van Energie het recht om zich te verzetten tegen elke overdracht, zekerheidsstelling of verandering van bestemming van de strategische activa van Distrigas en Fluxys, indien de Minister van oordeel is dat deze verrichting de nationale belangen op energiegebied schaadt. Onder "strategische" activa dient verstaan te worden: de LNG-terminal in Zeebrugge, de deelneming in de Zeepipe-terminal, de meerderheidsdeelneming in Segeo en “het gasnetwerk voor binnenlands transport, met inbegrip van de aanlandings- en grensoverschrijdingspunten, de centrale commando-eenheid, de compressiestations en de opslaginstallaties”.

Het koninklijk besluit van 5 december 2000 zet de krijtlijnen uiteen voor de uitoefening van de rechten zoals opgenomen in voormeld koninklijk besluit van 16 juni 1994.

Overigens kan de Belgische staat nog steeds een regeringsvertegenwoordiger aanduiden bij een aantal ondernemingen van de groep GDF Suez / Electrabel. Artikel 173, §2, van de wet van 8 augustus 1980 houdende budgettaire voorstellen 1979-1980 bepaalt namelijk het volgende:

“De Staat wordt vertegenwoordigd door een afgevaardigde in de raad van beheer of elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen, van de N.V. Ebes, van de N.V. Intercom, van de N.V. Unerg, van de samenwerkende vennootschap Gecoli, van de N.V. voor Coordinatie van Produktie en Transport van Elektrische Energie (C.P.T.E.) en van de "Calorieënpool".

Deze afgevaardigde beschikt over het recht om de beslissingen van de raad van beheer, van het bestuurscomité of van elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen te schorsen, welke hij in strijd acht met het algemeen belang en in het bijzonder met het energiebeleid van de Regering. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten voor de uitoefening van dit schorsingsrecht waarvan de gevolgen tot één maand beperkt zijn.”

Een koninklijk besluit dat dit artikel uitvoert is nooit uitgevaardigd…
Share/Bookmark

vrijdag 11 juli 2008

In tegenstelling tot de CREG ziet de Raad voor de Mededinging geen graten in de prijsverhoging van Electrabel

Op 1 augustus 2007 publiceerde de CREG een persbericht over haar onderzoek over de in juni 2007 door Electrabel aangekondigde prijsstijgingen. Volgens de CREG waren de vermeende redenen van Electrabel om de aardgasprijs te verhogen "dikwijls maar niet altijd even pertinent":
- Electrabel rekende de hogere aardgasprijzen op de internationale markten reeds door aan haar aardgasklanten;
- Het nieuwe aardgascontract tussen Electrabel en Distrigas trad in al voege op 1 januari 2007, zodat een mogelijk negatief effect dan al zou te merken zijn (en niet op 1 september 2007);
- Enkel dat deel van de prijsverhoging dat betrekking heeft op de vaste term in het nieuwe aardgascontract was nog niet doorgerekend.

De prijsverhoging leek volgens de CREG "vooral te zijn ingegeven door de bezorgdheid van de onderneming om zijn winstmarges veilig te stellen".

De CREG stelde ook:

"De CREG heeft in het dossier elementen vastgesteld die erop wijzen dat Electrabel Customer Solutions (ECS), bij de totale vrijmaking van de markt in Brussel en Wallonië op 1 januari 2007, haar aardgasprijzen vrij laag heeft gezet, met de mogelijke intentie om concurrenten uit de markt te drijven of om een toetredingsdrempel te creëren. Dit kan eventueel wijzen op een predatory pricing praktijk, hetgeen een restrictieve mededingingspraktijk is. Het feit dat de aanwijzingen daartoe niet konden worden bevestigd door de CREG is in hoofdzaak te wijten aan de reeds aangehaalde weigering van Distrigas om bepaalde gegevens aan de CREG te bezorgen. Hoe dan ook is dit een onderwerp dat mededingingsrechtelijke vragen oproept dat allicht verdere analyse behoeft vanwege de bevoegde Belgische mededingingsautoriteit (Raad voor de Mededinging). De houding van Distrigas heeft de CREG ook verhinderd om na te gaan of er desgevallend sprake was van een price squeeze of van discriminatie tussen verschillende leveranciers."

Deze week kondigde Belga aan dat de auditeur bij de Raad voor de Mededinging beslist had dat er van een misbruik van machtspositie of van price squeeze geen sprake was:

"Op grond van de beschikbare gegevens zijn er onvoldoende aanwijzingen om de tariefzetting op 1 januari 2007 van ECS als een vorm van roofprijsgedrag te beschouwen. Niet de differentiatie in afwijking, noch de duur, noch het effect op de marktstructuur bieden voldoende aanwijzingen voor het ondersteunen van een dergelijk roofprijsgedrag in hoofde van ECS".


Overeenkomstig artikel 45 WBEM kan enkel diegene die de Raad om een onderzoek gevraagd heeft (minister Verwilghen) het dossier op de griffie raadplegen of er een kopie van krijgen. Enkel hij (nu minister Van Quickenborne) kan binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing tegen de beslissing van de auditeur een beroep kan instellen bij de Raad voor de Mededinging.

Enigszins betreurenswaardig is dat tegen een eventuele beslissing van de Raad op beroep geen rechtsmiddelen meer kunnen aangewend worden voor het Hof van Beroep in Brussel.
Share/Bookmark

dinsdag 8 juli 2008

Over het belang van Suez in de LNG-Terminal

Minister M antwoordde vandaag als volgt op de terechte vraag om verduidelijking die Bruno Tobback ("De vraag is heel simpel. Geldt die 25% voor het gehele aardgasnetwerk, met inbegrip van de terminal? Of bent u niet van plan om dat toe te passen op de terminal? In dat geval kan men de controle en het aandeelhouderschap over die terminal in handen van anderen geven. Hierop kunt u simpel met ja of neen antwoorden, mijnheer de minister. Vaagheid betekent dat u het ofwel niet weet, en dat zou heel erg zijn, ofwel dat u het niet wilt zeggen en in dat geval is het nog veel erger.") stelde:

"En ce qui concerne Fluxys et le terminal, j’ai toujours dit ce qui est dans l’accord de gouvernement. Lorsque je vous fais part de mon avis personnel, vous me dites qu’il ne vous intéresse pas, ce que je comprends bien, puisque seule la position du gouvernement vous intéresse! Je l’ai toujours dit et répété, la position du gouvernement est la suivante: pour ce qui concerne Fluxys, Suez ne pouvait pas détenir plus de 24,99% et le contrôle de l’ensemble des éléments du "netbeheerder" devait être assuré."

Share/Bookmark

Europa lijkt sceptisch over de interpretatieve transitoplossing

In de kamercommissie bedrijfsleven ondervroeg Tinne Van der Straeten (Groen!) Magnette over de mening van de Europese Commissie met betrekking tot de interpretatieve transitwet. Ze stelde drie (eenvoudige) vragen:
1. Hebt u (Magnette) ondertussen inderdaad een officiële reactie van de Europese Commissie gekregen?
2. Wat is de mening van de Europese Commissie (...) die in de brief staat?
3. Kan u de brief ter beschikking van de parlementsleden stellen?

Magnette antwoordde dat DG TREN op 24 juni 2008 de resultaten van haar onderzoek van het voorontwerp van "wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten door leidingen inzake de tarificatie van de transit van aardgas" meegedeeld had:

"Het onderzoek van de Europese Commissie slaat voornamelijk op de compatibiliteit van het voorontwerp van wet, inzonderheid op de interpretatie die het onderzoek aan artikel 15/19 van de gaswet geeft, met de richtlijn betreffende de gemeenschappelijke regels voor de binnenlandse aardgasmarkt.

De Europese Commissie heeft geen principiële bezwaren bij de tarifaire modaliteiten die in het voorontwerp van wet worden vastgelegd. Zij formuleert slechts enige bezorgdheid over de bewoording van enkele bepalingen in het ontwerp. Aldus dringt zij inzonderheid aan op het feit dat de kwalificatie van het transitcontract slechts kan worden toegekend aan de contracten die de voorwaarden van de richtlijn betreffende de transit van aardgas vervullen."

Alsof hij toegeeft dat de Europese Commissie het niet eens kan zijn met het voorontwerp van wet, voegt Magnette er nog aan toe dat "de brief van de Europese Commissie wil geen dwingende interpretatie aan bepalingen van communautair recht geven" en dat "voornoemde taak voorbehouden [is] aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap". Wel zal hij met "de bezorgdheden die in de brief worden geformuleerd, bij de finalisering van het voorontwerp van wet in overweging (sic!) nemen".

Daarna ontspon er zich een leuk duel tussen Van der Straeten en Magnette, met Laeremans als niet geheel onpartijdige voorzitter:


Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, volgens de woorden van de minister gaat het slechts om enkele bezorgdheden van de Europese Commissie waarmee niettemin rekening zal worden gehouden. De minister zal er dan ook wel geen enkel probleem mee hebben om de brief ter beschikking van de parlementsleden te stellen.

Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, cela ne me paraît pas indispensable. (...) [L]aissez-nous terminer le travail et nous vous remettrons tous les documents ensuite!

Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Het wetsontwerp is nog niet afgerond. Zodra dit wel het geval is (...) zullen wij die brief erbij krijgen?

Minister Paul Magnette: Dat is niet de traditie.
(...)
De voorzitter: In het licht van de transparantie is het, mijns inziens, nuttig dat de commissie daarvan in kennis wordt gesteld op een officiële manier.

Paul Magnette, ministre: (...) Cette lettre est adressée au gouvernement fédéral belge; je ne puis donc la distribuer plus largement sans l'autorisation du mandataire.

Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik ben er zeer gerust in dat, als de vraag zal worden gesteld aan de Commissie, deze positief zal reageren. Er is langs die kant altijd een zeer grote bereidheid om dergelijke documenten ter beschikking te stellen.
(...)
De voorzitter: De minister heeft gezegd dat hij het advies gaat vragen aan de commissie om te weten of het al dan niet vertrouwelijk is.
(...)
Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Komen wij daarop dan terug of moeten wij dat opnieuw vragen?

De voorzitter: Tijdens de bespreking zal dat spontaan terug ten berde worden gebracht. De minister is daarvan nu wel doordrongen.

Share/Bookmark

vrijdag 4 juli 2008

Suez moet haar belang in de LNG-terminal verlagen tot onder de 25%

In antwoord op een vraag van Tinne Van der Straeten over de participatie van Suez in de LNG-terminal in Zeebrugge stelde premier Leterme gisteren in de Kamer:

Wat uw tweede vraag betreft, kan ik naar het regeerakkoord verwijzen, mevrouw Van der Straeten. Collega Magnette is op dit moment voorbereidingen aan het treffen voor een wetgeving die het aandeel van Suez tot onder de grens van 25% zal terugbrengen. De horizon daarvoor is 2009.

Share/Bookmark

woensdag 25 juni 2008

Is kernenergie betaalbaar?

Duizelingwekkende cijfers gaf Magnette gisteren in de Kamercommissie Bedrijfsleven in antwoord op een vraag van Tinne Van der Straeten over de stand van zaken, ontmantelinskosten en evolutie van de ontmanteling van BP1 (Eurochimic) en BP2 (ex-waste-installaties van SCK).

Kostprijs sanering 1989-2007:
- BP1: 310 miljoen euro;
- BP2: 215 miljoen euro.

De Belgische staat betaalde voor BP1 153 miljoen euro (6,17 miljard BEF); de elektriciteitssector voor BP2 144 miljoen euro (5,8 miljard BEF).

"Tevens werd gebruikt gemaakt van inkomsten uit de intrestopbrengsten van de middelen, beschikbaar in de passieffondsen, van het saldo van de bedragen destijds ter beschikking gesteld door Eurochimique en van beperkte inkomsten uit de tarificatie van standaardafval die ontmantelingsprovisies voor enkele installaties van het passief BP2 insluit en waartoe alle afvalproducenten bijdragen.

Vanaf 2003 wordt de financiering van de passiva BP1 en BP2 verzekerd via een deel van de federale bijdrage die geheven wordt op het verbruikte kilowattuur. Voor de periode 2003-2007 werd een totaalbedrag betaald aan Niras, gelijk aan 258 miljoen euro. Volgens de recentste schatting vertegenwoordigt de nog uit te voeren saneringsactiviteit een bedrag van 884 miljoen euro inzake ontmanteling."

De sanering van BP1 en BP2 zullen "nog ten minste tot 2020 worden voortgezet".
Share/Bookmark

Rol van de gemeenten in de energiesector

In de Kamercommissie Bedrijfsleven van 24 juni jl. schaarde minister Van Quickenborne zich impliciet achter eerdere uitspraken van zijn partijgenoot Schiltz over de noodzaak om de rol van de gemeenten in de energiesector te herbekijken. Minister Q stelde:

02.06 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, collega's, dit is een heel moeilijk debat. Het gaat uiteindelijk om een verdoken belasting.

Zoals collega Jambon terecht zegt, gaat het ook deels over de inkomsten van de gemeenten. Op het moment dat dit wegvalt, spreken de gemeenten over andere vormen van financiering.

Dit is een heel moeilijk debat aangezien de gemeenten aandeelhouder zijn in een structuur waarbij zij belang hebben en waarbij wij tegelijkertijd moeten waken over de belangen van de consument. U voelt onmiddellijk waar het evenwicht zit.

Ik denk dat een systeem van financiering van gemeenten met verdoken belastingen niet de juiste methode is. Transparantie, meer verantwoordelijkheid voor de gemeenten en meer gemeentelijke autonomie zijn volgens mij op hun plaats.

Mijnheer Jambon, u vraagt mij naar een oplossing. Wat kunnen de gemeenten doen? Men kan er op de een of andere manier voor zorgen dat men met minder inkomsten de incentive krijgt om minder uitgaven te doen. Ook de gemeenten kunnen de komende jaren, wanneer veel mensen met pensioen gaan, ook daar een inspanning leveren. Ik denk dat het van twee kanten moet komen.

Wat het debat over energie en de intercommunales betreft, zijn we er volgens mij nog niet. Ik denk dat we op termijn moeten gaan naar een andere structuur waar we de belangen van de gemeenten proberen losmaken van de belangen van de energiesector. Anders blijft men toch altijd met een heel troebele situatie zitten.

Share/Bookmark

dinsdag 24 juni 2008

Geen indicaties van kartel bij windfall profits emissierechten

In de kamercommissie bedrijfsleven verklaarde minister Van Quickenborne vandaag dat er geen indicaties zijn van een kartelvorming tussen Electrabel en SPE rond het doorrekenen van de kosten voor de aankoop van gratis toegekende CO2-emissierechten.
Share/Bookmark

maandag 2 juni 2008

FC De Kampioenen tegen Manchester United

Fantastische vrije tribune in De Standaard van vandaag!
Share/Bookmark

vrijdag 30 mei 2008

Radio 1 over de overname van Distrigas door ENI

Gisteren gaf ik op Radio 1 - Vandaag commentaar op de overname van Distrigas door Eni. Het geluidsfragment is hier te beluisteren.
Share/Bookmark

maandag 26 mei 2008

Transit: RIP

Tout est en tout:
- De regering schorst de beslissing van de CREG inzake de transittarieven onder het mom van "de strijdigheid van de beslissing van de CREG met het energiebeleid van België en de strategische belangen van België" en "de ongunstige invloed die de beslissing kan hebben op investeringsprojecten in de gasdoorvoer".
- Suez betaalt 240 MEUR voor de begroting 2008.
Share/Bookmark

donderdag 22 mei 2008

Doorvoer: ook Wathelet kan of wil het niet meer weten

Tijdens het debat over de begroting 2008 in de Kamer ontstond er een korte woordenwisseling tussen de groene fractie en Melchior Wathelet, in een vorig leven energiespecialist van de cdH. Ik kopieer ze graag hier:

02.123 Eerste minister Yves Leterme: De begroting is een instrument die de regering machtigt om een aantal maatregelen te nemen. Gaan wij samen een weddenschap aan over de 250 miljoen euro van de energiesector? Ik zeg u dat de 250 miljoen euro in de begroting zullen binnenkomen. Gaat u akkoord of niet? Gelooft u mij of niet?

02.124 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Mijnheer de eerste minister, ik geloof u op een voorwaarde. U loopt voor op wat ik ga zeggen. Ik stel voor dat u luistert naar het vervolg van mijn betoog.

02.125 Eerste minister Yves Leterme: Ik vraag u of u de weddenschap met mij aangaat. Zullen wij die 250 miljoen euro binnenhalen, ja of nee?

02.126 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Ik stel voor dat u die weddenschap aangaat met het Rekenhof en de Europese Commissie. Zij zijn uw grootste criticasters op dat vlak.

Ten tweede, u loopt voor op wat ik straks ga zeggen rond heel de saga van de CREG, want dit is simpelweg vestzak-broekzak. (...) Uw ongeduld bewijst natuurlijk ook dat wij daar een heel gevoelige snaar raken. (...)

Ondertussen blijven wij wachten op nieuws van de regering over de bijdrage van de energiesector. (...) Via de pers vernamen wij al dat er een wetswijziging op til is om de waarde van Distrigas en Co op te drijven van 150 miljoen euro, zoals berekend door de CREG, tot 500 tot 700 miljoen euro. Wie zijn de winnaars? Suez, de Belgische gemeenten en de federale begroting. Wie betaalt, geachte staatssecretaris, collega's? De burger, die nu al kreunt onder de stijging van de prijzen. Dat is een mooie, sociale verwezenlijking.

Nu kom ik tot mijn punt. Wellicht zal Suez na dit cadeau overwegen om 250 miljoen euro in de federale kas te storten. Mijnheer de eerste minister, ik zou die weddenschap graag met u aangaan onder deze voorwaarde. Dat wil ik wel eens zien.

02.127 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Madame Almaci, il faut faire une différence entre les dossiers Distrigaz & Co, qui sont des dossiers de transit, qui sont des contrats payés essentiellement par des shippers, et des contrats de type Fluxys-transport où la CREG doit faire son travail de contrôle de prix cost-plus, comme il est fait par les régulateurs pour la distribution, pour faire en sorte que le prix client soit le plus conforme possible à la réalité, et surtout qu'il corresponde au cost-plus contrôlé par la CREG.

A ce sujet-là, je ne suis pas suspect, étant donné qu'au départ le montant prévu pour la valorisation des contrats Distrigaz & Co était de 900 millions d'euros. Le premier à avoir posé cette question, c'était moi-même, ici au Parlement, pour qu'on ait l'analyse de la légalité de ces contrats, de leur durée et de leur valorisation.

Je vous rappelle que le transfert des contrats de Distrigaz & Co au sein de Fluxys est conforme à ce qui aurait toujours dû être fait car quand Distrigaz est devenu Fluxys, on aurait dû transférer l'ensemble de l'ancienne activité de l'ancienne Distrigaz dans Fluxys, ce qui n'a pas été fait dans les contrats Distrigaz & Co. C'est donc une mise en conformité avec la législation européenne que ce transfert des contrats de Distrigaz & Co vers l'opérateur-régulateur Fluxys. Il ne faut pas tout confondre et dire que les contrats Distrigaz & Co, tels qu'ils seront régulés par la CREG au sein de Fluxys, auront un impact sur les shippers car ce sont eux qui vont payer ces contrats de transit, et pas le citoyen.

02.128 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): (...) De conclusie van het verhaal is dat u, op het moment dat u de CREG kon versterken, het niet hebt gedaan. Nu zit u met een lawine aan dossiers. In de pers pleiten twee regeringspartijen voor een versterking van de CREG, maar in de praktijk heeft deze meerderheid nog steeds niets gedaan. Wie wordt daar het slachtoffer van? De burger. Wanneer ik zie dat u in een dergelijk klimaat moet onderhandelen over de bijdrage van Suez en wanneer ik zie dat u met een hele hoop van dergelijke dossiers zit, kan ik alleen constateren dat er een potje heel hard aan het stinken is.

02.129 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président, je ne peux pas laisser tout dire. Dire que nous n'avons pas renforcé les pouvoirs de la CREG est faux: la nouvelle compétence de la CREG en matière de monitoring de prix, c'est neuf; la possibilité pour la CREG d'exiger l'envoi d'informations en vue d'établir ce monitoring de prix, c'est neuf; le pouvoir de la CREG de choisir ses informateurs au sujet du flux d'informations, c'est neuf. Enfin, la CREG se voit confier une nouvelle compétence: transmettre les dossiers au Conseil de la concurrence et lui proposer une décision.

Si ce ne sont pas des compétences nouvelles confiées à la CREG pour que les régulateurs soient plus influents dans le monitoring et le contrôle des prix du gaz et de l'électricité, j'ignore alors ce qu'il faut faire!

02.130 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Er is dus geen wetswijziging op komst.

Mijnheer de staatssecretaris, u zegt dus dat wat in de pers stond, namelijk dat de meerderheid werkt aan een wetswijziging om de hele deal met Suez toch te kunnen laten doorgaan, niet zal gebeuren. Ik neem er akte van.

02.131 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: (…)

02.132 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Neen, ik vraag het u.

02.133 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Monsieur le président, je peux répéter en quoi le gouvernement avait augmenté les pouvoirs de la CREG: monitoring des prix, exigence d'informations, transfert des dossiers au Conseil de la concurrence avec propositions de décision. C'est un mécanisme et des compétences nouvelles pour la CREG, car le précédent gouvernement les lui avait retirées.

Le deuxième élément est tout autre chose: il convient de savoir quelle est la valorisation des contrats que Distrigaz & Co transfère dans Fluxys. C'est une autre question. Je vous ai donné mon point de vue et mon analyse; je n'accepte pas que les contrats de Distrigaz & Co, contrats de transit, soient considérés comme des contrats de transport. C'est fondamentalement différent: la meilleure preuve en est que ce sont d'autres personnes qui les paient et les contractent. Distrigaz & Co est une relation de shipper à shipper, tandis que le transport est une relation autorité/entreprise vers le client consommateur belge, en fait le payeur final de ces contrats.

Je traduis, madame: quand il s'agit de faire payer le consommateur belge ou quand il s'agit de faire payer Gazprom, vous me permettrez de ne pas avoir nécessairement la même analyse!

02.134 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): U hebt helemaal niet op mijn vraag geantwoord. Ik kan verder gaan, of…(...)

02.136 Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik heb een repliek op wat de staatssecretaris heeft gezegd gelet op wat er deze week in de commissie is gebeurd. Ik denk dat minister Magnette over de transit- en transportcontracten en de beslissing van de CREG een lichtjes ander standpunt heeft ingenomen in de commissie. Mijnheer de staatssecretaris, steunt u de beslissing van de CREG of bent u het eens met minister Magnette dat die beslissing van de CREG moet herbekeken worden?

02.137 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Zult u een wetswijziging doorvoeren? Dat is de vraag die ik heb gesteld.

02.138 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Je ne suis pas habilité à répondre à la place du ministre Magnette.

Je viens de vous exposer mon point de vue à propos des contrats de transit. Le vrai problème que pose la décision de la CREG est que les contrats de transit ne peuvent pas être considérés de la même manière que les contrats de transport. Je viens de vous le dire, madame Van der Straeten.

Il n'empêche que le gouvernement a renforcé les pouvoirs de la CREG, notamment pour les dossiers de transport. Néanmoins, quand celle-ci prend position sur les contrats de transit, je considère que l'approche ne peut être la même pour les contrats de transport, étant donné que la personne qui conclut un tel contrat diffère de celle qui conclut un contrat de transport.

Madame, si vous me demandez à combien j'estime la valeur des contrats de Distrigaz, je ne suis ni outillé ni compétent pour vous répondre. La CREG a imposé un mécanisme de fixation.

02.139 Meyrem Almaci (Ecolo-Groen!): Het is een mechanisme dat zwaar werd overschat.

02.140 Melchior Wathelet, secrétaire d'État: Il est important …

De voorzitter: Wij zullen hier toch niet tot een akkoord komen. Iedereen heeft zijn opinie kunnen geven. Mevrouw Van der Straeten, u vraagt het in de commissie aan de heer Magnette.
(...)

02.141 Staatssecretaris Melchior Wathelet: U zei dat transit niet transport is.

Voor de goede orde, nogmaals, integraal, artikel 32.1 van de Tweede Gasrichtlijn:

Richtlijn 91/296/EEG wordt hierbij met ingang van 1 juli 2004 ingetrokken, onverminderd contracten die zijn gesloten overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 91/296/EEG, en die blijven gelden en geïmplementeerd blijven overeenkomstig die richtlijn.

Of, met andere woorden, transit is gelijk aan transport, behalve voor die overeenkomsten die afgesloten zijn overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 91/296/EEG, dat bepaalt:

Over de overeenkomsten voor de doorvoer van aardgas via hoofdnetten wordt onderhandeld tussen de voor deze netten en de kwaliteit van hun dienstverrichting verantwoordelijke lichamen en in voorkomend geval met de lichamen die in de Lid-Staten verantwoordelijk zijn voor de in - en uitvoer van aardgas.

Share/Bookmark

De grote variatie inzake tarieven van transit voor aardgas tussen de verschillende lidstaten

Het was mij ontgaan, maar Bart Staes stelde in december 2007 de volgende parlementaire vraag aan EU-Commissaris Piebalgs:

Ten gevolge van Richtlijn 2003/55/EG van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van richtlijn 98/30/EG en Verordening (EG) nr. 1775/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 betreffende de voorwaarden voor toegang tot de aardgastransmissienetten, zijn alle installaties, met uitzondering van die voor opslag en terminals, onderworpen aan gereguleerde tarieven. Onder deze installaties vallen dus ook de transitleidingen.

Er zouden heel grote verschillen zijn tussen de transittarieven van de verschillende lidstaten. Bovendien is er niet meteen een economische logica vast te stellen in deze verschillen.

  • Kan de Commissie een overzicht geven van de vandaag in de verschillende lidstaten toegepaste tarieven voor de transit van aardgas?
  • Hoe verklaart de Commissie de verschillen tussen de tarieven?
  • Heeft de Commissie zicht op de impact van dit gedifferentieerd tarievenbeleid op de koopkracht van de gezinnen en de concurrentiekracht van de ondernemingen?

Piebalgs gaf het volgende antwoord:


De voorwaarden voor de toegang van derde partijen tot de transmissienetten, waaronder de transittarieven, zijn gereguleerd. Transmissiesysteembeheerders dienen derde partijen toegang te verlenen als bedoeld in artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2003/55/EG. In Verordening (EG) nr. 1775/2005 is nader omschreven hoe de nettoegang moet worden geregeld. De nationale regelgevende instanties zijn overeenkomstig artikel 25, lid 2, onder a), van de genoemde richtlijn verantwoordelijk voor de vaststelling of goedkeuring (ten minste van de berekeningsmethoden) van de transmissietarieven. Deze regels zijn van toepassing op alle gaspijpleidingen, niet op opslagfaciliteiten of installaties voor vloeibaar aardgas (LNG) en er wordt geen onderscheid gemaakt tussen binnenlands transport en transit.

De Europese groep van regelgevende instanties voor elektriciteit en gas heeft onlangs een overzicht van de transmissietarieven gepubliceerd. De totale transportkosten vertegenwoordigen gemiddeld een derde van de totale energiefactuur. De kosten voor transport via het hogedrukgasleidingnet, dat onder de verantwoordelijkheid van de systeembeheerder valt, bedragen minder dan 10 % van de totale energieprijs. De transmissietarieven of de berekeningsmethode daarvan worden bovendien door de lidstaten bepaald en zijn afhankelijk van specifieke nationale omstandigheden zoals de opbouw en de ouderdom van het net. De tarieven zijn bijgevolg, net als het nationale belastingsysteem of de nabijheid van grondstoffen, een element van de nationale concurrentiepositie. De tarieven moeten met name een afspiegeling zijn van de kosten voor een efficiënt beheer van het netwerk. Mits aan die voorwaarde is voldoen, is er geen bezwaar tegen verschillende gastransmissietarieven in de verschillende lidstaten. Er mag daarentegen geen onderscheid worden gemaakt tussen gebruikers die gas transporteren naar een binnenlandse bestemming en transitgebruikers.

Er bestaat geen wettelijk onderscheid tussen transit en andere vormen van transport en de Commissie is ervan overtuigd dat regelingen waarbij voor transit andere toegangsvoorwaarden en tarieven gelden strijdig zijn met artikel 3 van de verordening. Bij een afzonderlijke heffingsregeling voor transit ontstaat een ernstig risico op discriminatie tussen binnen- en buitenlandse netwerkgebruikers aangezien het tarief wordt bepaald door de bestemming van het gas (transit of binnenland).

Bovendien betekent een specifieke transitregeling dat gas alleen aan de grens kan worden opgeslagen, een beperking die niet bijdraagt tot de ontwikkeling van de gashandel.

De Commissie zal aanvullende informatie vragen aan de nationale regelgevende instanties van lidstaten waar sprake zou kunnen zijn van specifieke transitregelingen. Op die manier kan zij onderzoeken of de gehanteerde tariefsystemen voldoen aan de EU-regelgeving.

Share/Bookmark

Liberalisering: Is een nieuwe generatie politici opgestaan?

Tijdens de besprekingen van het energieluik in de begroting 2008 roerden langs Vlaamse kant twee jonge wolven zich. Hoewel ze het fundamenteel oneens zijn over kernenergie, lijken Tinne Van der Straeten (Groen!) en Willem-Frederik Schiltz (Open VLD) toch raakvlakken te hebben als het gaat over de rol van de CREG. Schiltz deed er nog een schepje bovenop over de rol van de gemeenten in het Belgische energielandschap.

Van der Straeten stelde:

Er is dus een sterke regulator nodig. Dat vinden ook alle politieke partijen. Alle politieke partijen vinden dat een sterke regulator nodig is, met veel bevoegdheden. Tot de CREG een beslissing neemt die niet zo aangenaam is. Ik verwijs naar de beslissing die werd genomen inzake de transittarieven van gas, waarna de minister in de commissie zei dat het een stomme gedachte was van de CREG, dat daarover toch eens moest worden nagedacht en hij vroeg zich af of die discussie niet moest worden geschorst.

Voor mij niet gelaten, mijnheer de minister. Maar ik stel wel vast dat de CREG heeft gedaan wat zij moest doen. Ik stel wel vast dat het zeer vervelend is voor de gemeenten. U hebt altijd uw visie op de regulering verdedigd als zijnde de politieke autoriteit die erboven staat. Welnu, de regulator moet onafhankelijk zijn, maar de minister moet ook onafhankelijk zijn. In die zin, meen ik dat het geen kwaad kan de CREG nog wat verder te versterken, en dat wij de CREG niet te veel moeten wantrouwen.

Schiltz ging daarop in en boorde daarna de rol van de gemeenten de grond in:


Het tweede punt dat op mijn lever ligt, mijnheer de minister, is de 250 miljoen euro die u bij Electrabel zult halen. Een geschenk van 250 miljoen euro door Electrabel? Ik denk dan spontaan aan mijn klassieke opleiding, waar mij werd ingepompt dat men de Grieken en de geschenken die zij brengen, moet vrezen. Timeo Danaos et dona ferentes.

Men zegt mij nu wel dat de markt vrijgemaakt is en dat het geen kosten-plusprincipe is, waar ik zo fel tegen ben. Men zegt dat het gaat over een marktprijs die zichzelf heeft bepaald in de vrije markt, op de beurs, enzovoort. Dat is larie, mijnheer de minister. De markt is nog niet vrijgemaakt. Ook om die reden hebben collega Tommelein en ikzelf een wetsvoorstel ingediend om de CREG nog te versterken, teneinde – versta mij goed – de markt open te breken, waarna die rol vanzelfsprekend beperkter zal zijn. Zolang de markt niet open is, zullen wij met een sterke CREG scheep moeten gaan.(...)

Een kleine paragraaf in de marge wil ik openen, ook omdat mevrouw Van der Straeten het gesprek erop heeft gebracht, inzake Distrigas. Dat is ook een heikel verhaal. Ik neem aan dat het als minister bijzonder onprettig is om zoiets in uw maag gesplitst te krijgen. Ik moet vaststellen, in mijn beperkte carrière als Parlementslid, en na een brede consultatie met de marktspelers en de andere spelers in de energiesector, dat ik mij niet van de indruk kan ontdoen dat de warrigheid, de onklaarheid en de vermenging van belangen die in die sector heerst, ongelooflijk is. Hoewel mijn partij het misschien iets meer gewend is om Martiaans taalgebruik te hanteren en ik dat van mevrouw Van der Straeten niet helemaal gewoon ben, kan ik het wel met haar eens zijn dat het tijd is om de boel uit te mesten. Het kan niet dat de gemeenten de energieproblematiek domineren omdat zij daar 10% van hun gemeentelijke inkomsten uit halen. Dat kan niet. Het is tijd om een visie te ontwikkelen, om de distributienetbeheerders aan te pakken, om ze af te schaffen en naar één distributienetbeheerder te gaan – dát zou pas de prijzen drukken. In het verhaal van Distrigas en ook Fluxys moet ingegrepen worden, in het belang van de prijzen, door de CREG – mevrouw Van der Straeten heeft het aangehaald. Dat probleem moet opgelost worden, zodat we met een capabele, competente en diligente energiemarkt het Europa van morgen kunnen ingaan en onszelf wederom, nogmaals, opnieuw en opnieuw, kunnen
positioneren als een land waar het niet alleen goed om toeven is, maar ook goed om werken is.

Share/Bookmark

Doorvoer: hard tegen onzacht

De CREG reageert vandaag op de uitspraken van Magnette, Termont, Thomaes en Distrigas over zijn beslissing om voorlopige transittarieven op te leggen. In zijn persbericht komt de CREG tot de volgende conclusie:

De diverse beslissingen van de CREG inzake de tarieven voor transport en doorvoer van aardgas
werden genomen in het algemeen belang:

  1. de aardgasverbruikers worden beschermd tegen een mogelijk te hoge overnameprijs van de transitcontracten van Distrigas&C° naar Fluxys;
  2. een rendement van 9% op het geïnvesteerd kapitaal voor een monopolieactiviteit biedt een stimulans om in het aardgasvervoersnet te blijven investeren; op deze wijze krijgt de NV Fluxys het perspectief op een hoge winstmarge op haar geplande investeringsprojecten (VTNbis en Noord-Zuid);
  3. de lage transittarieven zullen buitenlandse ondernemingen aantrekken met een reële kans op synergiëen op de Belgische markt;
  4. België wint aan aantrekkelijkheid als doorvoerland voor aardgas, hetgeen de bevoorradingszekerheid en de Belgische economie ten goede komt;
  5. een evenwichtigere verdeling van de kosten van transport en transit zal tot een belangrijke daling van de binnenlandse transporttarieven leiden ten gunste van alle Belgische gasverbruikers;
  6. de niet-gereguleerde monopoliewinsten van Distrigas&C°, die nooit geherinvesteerd werden in het aardgasnetwerk, dalen;
  7. de winsten van de doorvoeractiviteit kunnen eindelijk terecht komen bij Fluxys, die ermee van investeren zijn aardgasvervoersnet.

Share/Bookmark

Ook bedrijfsnetten vallen onder het toepassingsgebied van de Elektriciteitsrichtlijn

In zijn arrest van vandaag (citiworks / Flughafen Leipzig-Halle) oordeelt het Hof van Justitie dat artikel 20, lid 1, van richtlijn 2003/54 een bepaling verbiedt "die bepaalde beheerders van energievoorzieningssystemen vrijstelt van de verplichting om derden vrije toegang tot deze systemen te verlenen, op grond dat zij zich bevinden in een bedrijvenpark dat een functioneel geheel vormt, en overwegend voor het transport van energie binnen de eigen onderneming of naar verbonden ondernemingen dienen".

Het Hof baseert zijn oordeel op de volgende overwegingen:

  • In punt 4 van de considerans van richtlijn 2003/54 wordt verklaard dat in een volledig opengestelde markt de consumenten hun leveranciers vrijelijk moeten kunnen kiezen en de aanbieders vrijelijk aan hun klanten moeten kunnen leveren. [D]eze twee rechten [zijn]noodzakelijkerwijs gekoppeld. Willen de afnemers immers vrij hun leverancier kunnen kiezen, dan dienen de leveranciers het recht te hebben op toegang tot de verschillende transmissie- en distributiesystemen die de afnemers van elektriciteit voorzien.
  • Uit deze overwegingen volgt dat de vrije toegang van derden tot de transmissie- en distributiesystemen één van de essentiële maatregelen is die door de lidstaten moeten worden toegepast voor de voltooiing van de interne markt voor elektriciteit.
  • Het onderscheid tussen transmissie en distributie louter bestaat in de elektriciteitsspanning.
  • De gemeenschapswetgever heeft niet de bedoeling gehad om bepaalde transmissie- of distributiesystemen wegens hun grootte of hun verbruik uit te sluiten van de werkingssfeer van richtlijn 2003/54.
  • Artikel 13 van richtlijn 2003/54 legt de eigenaars of degenen die verantwoordelijk zijn voor de distributiesystemen de verplichting op om beheerders voor deze systemen aan te wijzen. Er blijkt dus noch uit deze bepaling, noch uit enige andere bepaling van deze richtlijn dat alleen de ondernemingen die als hoofdactiviteit het beheer van distributiesystemen hebben, verplicht zijn om vrije toegang tot de systemen te verlenen.
  • Rekening houdend met het belang van het beginsel van vrije toegang tot de transmissie- en distributiesystemen, kan dit beginsel enkel opzijgezet worden in de gevallen als die waarvoor richtlijn 2003/54 in uitzonderingen of ontheffingen voorziet.

Share/Bookmark

Decentrale elektriciteitsproductie en aansluiting op de distributienetten

Het Vlaams Parlement keurde gisteren een motie goed "over de netwerkproblemen bij energieleverancier Eandis en de gevolgen ervan voor de groenestroomlevering, over de noodzaak om stroomnetten aan te passen voor decentrale productie en over de toenemende onaangepastheid van het distributienetwerk voor elektriciteit aan de groeiende productie van groene stroom".

De motie strekt ertoe :

1. Dat de Vlaamse regering het overleg met Elia en de distributienetbeheerders zou intensifiëren om: a) op korte termijn een oplossing uit te werken rond de bestaande specifieke knelpunten; b) de technische reglementen van de beheerder van het hoogspanningsnet (Elia) en die voor de beheerders van de distributienetten zo aan te passen dat de netintegratie van extra decentrale productiecapaciteit sneller en steeds op de meest kostenefficiënte wijze zal plaatsvinden;
2° in overleg met de DNBs te onderzoeken op welke manier op zeer korte termijn extra netintegratie mogelijk is voor de wachtende initiatiefnemers, eventueel met
duidelijke afspraken rond het afsluiten van de injectie bij netwerkproblemen;
3° met de federale regering een samenwerkingsakkoord te sluiten om te verzekeren dat de meest kostenefficiënte oplossing een correcte en snelle uitvoering krijgt;
4° de netbeheerders op te leggen om in hun investeringsplannen toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie op te nemen, onder de controle van de regulator;
5° een economische en maatschappelijke analyse te maken over de impact voor het Vlaamse Gewest (bijvoorbeeld wat werkgelegenheid, innovatie en kennispotentieel, luchtkwaliteit, en dergelijke betreft) om de vooropgestelde doelstelling van 13 percent hernieuwbare energie tegen 2020 te behalen, rekening houdende met de drie sectoren elektriciteit, verwarming en koeling, en vervoer. Daarnaast moeten de mogelijkheden en risico’s worden onderzocht die betrekking hebben op de mate waarin het Vlaamse Gewest zijn doelstellingen kan behalen door de ontwikkeling van hernieuwbare energie in andere lidstaten en in derde landen te bevorderen;
6° de financiële impact te berekenen op de distributienettarieven (op het niveau van individuele netbeheerders en in verhouding tot elkaar) van de verplichtingen inzake opkoop van groenestroomcertificaten en van de netintegratie van decentrale productie in scenario’s met en zonder een solidariseringssysteem, rekening houdend met de aangekondigde initiatieven. Daarbij moet worden nagegaan op welke wijze de solidarisering van de kosten van de opkoop van groenestroomcertificaten en van de netintegratie kan worden opgezet indien de impact voor de distributienettarieven beperkt blijft. Vervolgens moet het meest kostenefficiënte solidariseringssysteem worden uitgewerkt, waarbij de kosten voor de elektriciteitsverbruikers (gezinnen en bedrijven) beperkt zullen blijven;
7° bij het maken van ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) die aanleiding kunnen geven tot aanzienlijke extra decentrale energieproductie, de netbeheerders te betrekken bij de adviesprocedure om zo maximaal rekening te kunnen houden met de lokale behoeften en historisch gegroeide vragen, meer proactief te kunnen inspelen op mogelijk nieuwe vormen van decentrale productie en rekening te houden met de mogelijkheden en eventueel de beperkingen.

Share/Bookmark

woensdag 21 mei 2008

BTW en groenestroomcertificaten

In de kamercommissie financiën van 20 mei 2008 stelde Maxime Prévot een aantal vragen aan de minister van financiën over de fiscale gevolgen van de toekenning aan particulieren en verkoop door particulieren van groenestroomcertificaten en van de verkoop van elektriciteit door particulieren.

Uit het antwoord van de minister blijkt het volgende:
- Particulieren die groenestroomcertificaten ontvangen voor de elektriciteit die zij zelf verbruiken zijn niet onderworpen aan de BTW wanneer zij die groenestroomcertificaten verkopen aan de netbeheerders;
- Particulieren die op geregelde basis basis meer elektriciteit produceren dan zij zelf verbruiken zijn wel onderworpen aan de BTW wanneer zij hun groenestroomcertificaten verkopen aan de netbeheerders zowel voor de verkoop van de elektriciteit als voor de verkoop van de groenestroomcertificaten. Dit geldt echter niet wanneer hun jaarlijkse inkomsten lager zijn dan 5.580 EUR (vrijstellingsregeling voorzien in artikel 56, § 2, BTW-Wetboek).

De opbrengst van de verkoop van groenestroomcertificaten zijn geen belastbare inkomsten in de personenbelasting "pour autant que cette énergie soit produite au moyen d'installations utilisées exclusivement dans la sphère privée".
Share/Bookmark

Reacties op de reacties op de beslissing van de CREG over de tarieven voor transit

In de marge van het debat rond de CO2 windfall profits van Electrabel maakte minister Magnette gisteren ook zijn ongenoegen kond over de beslissing van het directiecomité van de CREG om voorlopige transittarieven op te leggen aan Fluxys. Magnette stelde:

"Cette semaine, la CREG a fixé les tarifs de transit. Le porte-parole de la CREG s’est réjoui de voir que ces tarifs de transit étaient réduits de 70 à 75%. Cependant, en tant qu’autorité politique responsable devant les représentants de la Nation, je voudrais poser à la CREG la question de savoir qui paie les tarifs de transit. Ce sont les affréteurs internationaux. À qui sont payés ces tarifs de transit? Au gestionnaire de réseau. Que fait-il de cet argent? Il investit dans ce réseau pour le moderniser et le développer. Il peut aussi permettre de fixer des tarifs de transport bénéfiques pour les consommateurs.
Aujourd’hui, grâce aux tarifs fixés par la CREG, faire traverser son gaz à travers tout le pays revient moins cher à Gazprom que de faire passer du gaz en transport d’un point de la Belgique vers un autre point de la Belgique. Je ne trouve pas cette décision logique. Je ne trouve pas qu’elle aille dans le sens de l’intérêt général. Je confirme donc que je ne suis pas convaincu que les régulateurs impartiaux travaillent toujours dans le sens de l’intérêt général. Parfois, ils travaillent en fonction de doctrines ou d’objectifs chiffrés précis et il est bien heureux que l’autorité politique conserve une certaine marge, à certains moments, pour pouvoir relancer le débat, comme je le ferai à propos des tarifs de transit endéans les prochains jours."

Ook Rudy Thomaes, topman van het VBO die dit WE overigens stomdoof bleef na de berichten over de windfall profits die zijn bedrijven de vorige jaren moesten ophoesten, trok van leer tegen de CREG. Volgens Belga meent hij dat de tariefdaling de Belgische economie schaadt:

"Waarom vindt de Creg het nodig om de waardering van een Belgisch bedrijf als Distrigas eenzijdig te verlagen? Welk profijt haalt de Belgische overheid er eigenlijk uit wanneer er lagere doorvoertarieven moeten komen voor buitenlandse klanten van Distrigas? Zoiets duwt de omzet van Distrigas naar omlaag en dus ook de belastingen die het bedrijf daarop aan de staat betaalt. Bovendien ontstaat er een enorm verschil in wat Belgische bedrijven in pakweg Gent voor hun gaslevering moeten betalen en wat een bedrijf uit het Duitse Aken, vlak over de grens, of in het Nederlandse Sluis, zal betalen. Datzelfde gas kost de Belgische bedrijven straks het dubbele. Hiermee zijn wij op het VBO echt not amused."

Tenslotte reageerde ook Daniël Termont, burgemeester van Gent en topman van Publigas. Op Kanaal Z orakelde hij dat de beslissing van de CREG getuigt van "onwetendheid of dommigheid". Volgens hem zouden buitenlandse bedrijven door deze beslissing niet meer investeren in België. Ook vroeg hij zich af waarom de overheid nog zou investeren in pijpleidingen als er geen rendement zou zijn.

De CREG heeft, zoals gisteren al bericht, blijkbaar enkel artikel 15/19 van de Gaswet en artikel 32.1 van de Tweede Gasrichtlijn toegepast. Volgens die twee artikels vallen enkel die doorvoercontracten buiten het toepassingsgebied van het gereguleerde kader die afgesloten zijn overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn 91/296/EEG. De CREG komt tot de vaststelling dat er slechts vier contracten van deze uitzondering genieten. Alle overige doorvoercontracten vallen onder het algemene toepassingsgebied van de Gaswet en de Tweede Gasrichtlijn. De (buitenlandse en binnenlandse, zoals Distrigas) shippers die gebruik maken van de transitleidingen kunnen dit doen "op basis van de tarieven vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15/5bis en goedgekeurd door de Commissie" (artikel 15/5 van de Gaswet). Bij het vaststellen van de tarieven houdt men rekening met het totale inkomen dat Fluxys moet toelaten om alle kosten verbonden aan de uitoefening van zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen te bepalen en te dekken (artikel 15/5bis, § 1, Gaswet). Het totale inkomen dekt in ieder geval de reële kosten die nodig zijn voor het uitoefenen van de wettelijke verplichtingen en een ‘billijke marge’ (lees: ’billijke winstmarge’) en afschrijvingen (artikel 15/5bis, § 2, Gaswet). Blijkens het jaarverslag 2007 van Fluxys bedroeg de nettowinst van Fluxys ongeveer 77 M€. Daarvan keerde Fluxys voor ongeveer 73 M€ dividenden uit.

De "doctrine" waarop de CREG zich baseert, is dus vastgelegd in de Gaswet (en zijn uitvoeringsbesluiten) en in de Tweede Gasrichtlijn. De Gaswet is aangenomen door de "représentants de la Nation". De "autorité politique responsable devant les représentants de la Nation" heeft de uitvoeringsbesluiten van de Gaswet uitgevaardigd.

Het zijn inderdaad de transitshippers die de door de CREG opgelegde voorlopige transittarieven zullen betalen. Indien er, zoals de minister beweert, geen kruissubsidiëring zal zijn tussen de transittarieven en de transporttarieven, valt op het eerste zicht ook niet goed in te zien hoe de opbrengst van de transittarieven kan zorgen voor een kruissubsidiëring van het vervoersnet.

De stelling van de minister en van Termont dat door lagere transittarieven er niet langer of minder geïnvesteerd zou worden in het vervoersnet is populistisch. De tarieven moeten immers beantwoorden aan enkele richtsnoeren, zoals het mogelijk maken van "de evenwichtige ontwikkeling van het net en de installaties". De tarieven moeten ook "een optimaal gebruik van de capaciteit" beogen. De tariefstructuren houden rekening met de gereserveerde capaciteit die nodig is om het aardgasvervoer en de werking van de opslag- en de LNG-installaties te waarborgen. Volgens het persbericht van Fluxys behoren haar tarieven tot de laagste van Europa.

De boude bewering van Thomaes dat een afnemer in Aken of in Sluis minder zou betalen dan een afnemer in Gent is platte demagogie. Geen van de drie afnemers heeft immers toegang tot het transitnet. Afgaande op het voormelde persbericht van Fluxys zouden de afnemers in Aken of Sluis trouwens meer betalen dan die in Gent voor het vervoer van hun aardgas. Daarenboven zal ook Distrigas, als transitshipper, en bij uitbreiding de afnemers van Distrigas, zoals het bedrijf in Gent, zeer wel varen bij de beslissing van de CREG. Distrigas zal immers 75% minder transittarieven moeten betalen.

Lagere transittarieven zullen ook de uitbouw van Zeebrugge bevorderen. Magnette herhaalde gisteren trouwens in dezelfde commissie dat "la garantie du maintien voire du développement du rôle central du hub terminal de Zeebruges" een van de elementen is die voor de federale regering belangrijk zijn in het overnamedossier van Distrigas.

Het komt aan de wetgever toe om een wetgevend kader te scheppen. Het behoort tot de plicht van de uitvoerende macht en van de organen op basis van de wet opgericht zijn (zoals de CREG) om de wetten na te leven. Dat dit zou kunnen leiden tot een lagere waardering van een bedrijf is betreurenswaardig voor de aandeelhouders van dat bedrijf. Het past echter niet om een nieuw wetgevend kader te creëren dat de bepalingen van hogere regelgeving, zoals de Europese richtlijnen, miskent. Zulke miskenning heeft zeer weinig uitstaans met "l'intérêt général"...


Share/Bookmark

dinsdag 20 mei 2008

Transit: "CREG torpedeert Distrigas"

Volgens de voorpagina van de Tijd van vandaag "torpedeert" de CREG Distrigas met zijn tariefbeslissing van 15 mei 2008. Uit deze tariefbeslissing blijkt dat de CREG van mening is dat slechts vier transitcontracten vallen onder het toepassingsgebied van artikel 32.1 van de Tweede Gasrichtlijn (Richtlijn 2003/55/EG, hernomen in artikel 15/19 van de Gaswet), dat stelt dat contracten die afgesloten zijn overeenkomstig artikel 3 van de Richtlijn 91/296/EEG geldig en toegepast blijven overeenkomstig de bepalingen van deze Richtlijn:

- Contract tussen Distrigaz NV en Wingas, van 27 november 1996, betreffende doorvoer van Zeebrugge naar Eynatten ;
- Contract tussen Distrigaz NV en Ruhrgas, van 13 december 1996, betreffende doorvoer van Zeebrugge naar Eynatten ;
- Contract tussen Distrigaz NV en Gaz de France, van 30 juni 1998, betreffende doorvoer van Zeebrugge naar Blaregnies ;
- Contract tussen Distrigaz NV en Gaz de France, van 27 april 1967, betreffende doorvoer van Poppel naar Blaregnies.

Uit het artikel in De Tijd blijkt er bij de betrokkenen geen groot enthousiasme over deze beslissing.
Share/Bookmark

vrijdag 16 mei 2008

Magnette en doorvoer: onduidelijkheid troef

Gisteren antwoordde minister Magnette op een vraag van Muriel Gerkens over transit en de Deus ex Machina die de regering wenst in te roepen:

"À Mme Gerkens, je peux répondre que cette question est étudiée parce qu'il y a un problème d'insécurité juridique pour les contrats de la période transitoire d'avant 2004. Il y a une querelle d'interprétation juridique entre la CREG, les entreprises concernées et un certain nombre de juristes consultés par le gouvernement.

Nous étudions une option qui consisterait à trouver une base juridique qui permette de consolider les contrats d'avant 2004, c'est-à-dire avant l'entrée en vigueur de la troisième directive."

Waarom vraagt de regering niet eenvoudigweg het advies van de Europese Commissie over de draagwijdte van artikel 32.1 van de Tweede Gasrichtlijn? Dat artikel bepaalt: "Richtlijn 91/296/EEG wordt hierbij met ingang van 1 juli 2004 ingetrokken, onverminderd contracten die zijn gesloten overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 91/296/EEG, en die blijven gelden en geïmplementeerd blijven overeenkomstig die richtlijn". De Belgische Gaswet bevat in artikel 15/19 een gelijkaardige bepaling: "De contracten die voor 1 juli 2004 zijn gesloten overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de Richtlijn 91/296/EEG van de Raad van 31 mei 1991 betreffende de doorvoer van aardgas via de hoofdnetten blijven gelden en worden verder ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van die Richtlijn."

Waar is de insécurité juridique?

Magnette stelde verder nog:


"Il ne s'agit évidemment pas d'essayer de favoriser les intérêts de Suez. Bien entendu, je ne vais pas jouer un jeu qui pourrait favoriser les intérêts de Suez au détriment des intérêts des consommateurs. C'est une proposition qui devra s'intégrer dans une proposition plus générale qui doit faire en sorte que les tarifs de transport soient bas et que l'avantage en revienne au consommateur et uniquement au consommateur."

Blijkbaar gelooft Magnette, hoewel hij het tegendeel beweert, nog in Sinterklaas...


Share/Bookmark

dinsdag 6 mei 2008

KLIP-Decreet gepubliceerd

Het KLIP-Decreet, niet geheel onbesproken wat de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest betreft (zie hierover mijn eerdere post) is vandaag gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Share/Bookmark

maandag 5 mei 2008

Doorvoer doorgevoerd?

Tot mijn grote onstentenis las ik afgelopen vrijdag de volgende passage in het artikel "Eindspel ingezet bij verkoop Distrigas" (De Tijd, 2 mei 2008):

"Leterme zal het in Parijs allicht ook hebben over de waardering van de transitcontracten die bij Distrigas & co zitten, en die naar Fluxys moeten worden overgeheveld. Het oude dispuut moet worden uitgeklaard om over te kunnen gaan tot de verkoop van Distrigas.

Volgens Suez zijn die contracten 1,2 miljard euro waard, maar volgens de Belgische energieregulator, de Creg, zijn ze niet rechtsgeldig en niets waard. Op tafel ligt nu het voorstel om de contracten te regulariseren door een zogenaamd "interpretatieve wet" goed te keuren.

De vraag is welke waarde op die contracten wordt geplakt. Maandag [vandaag, TV] is er daarover een discreet politiek overleg gepland. Achter de schermen is al wel overeenstemming bereikt dat de contracten 600 tot 700 miljoen euro waard zijn. Netto zou het gaan om zo'n 500 miljoen euro, want 200 miljoen euro moet dienen om de netwerktarieven te verlagen.

Zodra over de transitcontracten een akkoord wordt bereikt, kan Suez overgaan tot de verkoop van Distrigas. Tegen eind mei moet die verkoop plaatsvinden, waarna in juni dan ook de fusie tussen Suez en GDF kan worden gefinaliseerd."

Als dit bericht zou kloppen, betekent dit dat, zoals Trends in 2006 al schreef, de politici, Suez en de gemeenten "de aardgasverbruiker pluimen" (Trends, 21 december 2006). Fluxys zal de kosten van de overname van de transitactiviteiten immers verwerken in haar tarieven. En die tarieven betalen uiteindelijk de eindverbruikers.


Share/Bookmark

De Raad der Wijzen lost het bevoegheidsprobleem inzake elektronische communicatie, media en telecommunicatie niet op

In zijn advies over het voorstel van bijzondere wet "houdende institutionele maatregelen" (het akkoord van de Groep der Wijzen over de eerste fase in de volgende staatshervorming; via de website van De Standaard) is de Raad van State negatief over de voorgestelde bevoegdheidsverdeling inzake elektronische communicatie (zie mijn vorige post). De Raad stelt onomwonden:

"Het voorstel reikt geen oplossing aan voor het probleem waarvan het Grondwettelijk Hof in zijn arresten herhaaldelijk melding heeft gemaakt, te weten dat "de bevoegdheden van de federale Staat en de gemeenschappen inzake de elektronische communicatie-infrastructuur, ten gevolge van de technologische evolutie, dermate verweven (zijn) geworden dat ze niet meer dan in onderlinge samenwerking kunnen worden uitgeoefend". (...)

De indieners van het voorstel zullen moeten uitmaken of de verdeling op dat punt van de bevoegdheden op het gebied van omroep en telecommunicatie niet dient te worden geregeld om de vooropgestelde doelstellingen inzake coherentie en doeltreffendheid met meer zekerheid te bereiken."

Share/Bookmark

Weekendtarief uitgebreid tot wettelijke feestdagen

In de Commissie Bedrijfsleven van 30 april 2008 stelde minister Magnette dat hij in het koninklijk besluit dat de regeling inzake het weekendtarief voor de volgende tariefperiode 2009-2012 moet inhouden, ook een bepaling wil opnemen die het weekendtarief uitbreidt tot de wettelijke feestdagen:

Un nouvel arrêté royal devra donc être adopté très prochainement, sur la base de la loi de 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, afin de créer le cadre régulatoire nécessaire à l'établissement des tarifs pluriannuels pour les années d'exploitation 2009 à 2012. En conséquence, je veillerai à ce que ce prochain arrêté tarifaire puisse inclure l'extension du tarif de nuit aux jours fériés légaux, de manière à réduire les consommations d'électricité durant les heures de pointe et à favoriser leur déplacement vers les périodes plus calmes.

Share/Bookmark

donderdag 24 april 2008

Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen de belasting op onbenutte centrales

Het Grondwettelijk Hof heeft vandaag met zijn arrest nr. 2008/072 het beroep dat Electrabel ingesteld heeft tot vernietiging van de artikelen 2 tot 5 en 8 tot 10 van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent verworpen.

Electrabel had vier middelen opgeworpen.

In een eerste middel stelde Electrabel dat in de wet noch het belastbaar feit (de uitoefening, door een elektriciteitsproducent, van een zakelijk recht op een niet-benutte of onderbenutte productiesite, waarbij de niet-benutting of de onderbenutting wordt gedefinieerd in verhouding tot de mogelijkheid om een productie-installatie te bouwen), noch de belastbare basis (de potentiële productiecapaciteit), duidelijk wordt gedefinieerd. Dit zou een schending uitmaken van de artikelen 10, 11, 170 en 172 van de Grondwet en van het wettigheidsbeginsel inzake belastingen en het rechtszekerheidsbeginsel. Ook het feit dat de bouwcapaciteit van een productie-installatie in abstracto wordt beoogd, zonder rekening te houden met de concrete beperkingen die een nochtans theoretisch mogelijke bouw onrealiseerbaar kunnen maken is problematisch voor Electrabel (tweede middel, schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet).

Volgens het Grondwettelijk Hof vormt "de heffing geenszins de tegenprestatie voor een dienst die aan de individueel beschouwde heffingplichtige wordt verleend; het gaat bijgevolg om een belasting in de zin van artikel 170, § 1, van de Grondwet". Het Hof herhaalt dat "tot de essentiële elementen van een belasting behoren de identiteit van de belastingplichtigen, de belastbare materie, de belastinggrondslag, het belastingtarief en de eventuele belastingvrijstellingen en –verminderingen" (overw. B.6).

Het Hof kader de heffing in "een bijzondere werkingssfeer, enerzijds, in zoverre zij (...) de dominante operator op de markt van de elektriciteitsproductie in België beoogt en, anderzijds, in zoverre zij van toepassing is op het voornamelijk technische domein van elektriciteitsproductie".
"Het fiscale wettigheidsbeginsel moet dus vanuit die bijzondere context worden bekeken", stelt het Hof (overw. B.7.3).

Verder stelt het Hof:

"B.7.5. Met de verwijzing naar de potentiële productiecapaciteit van een elektriciteitsproductie-installatie zijn het belastbaar feit en de hoedanigheid van schuldenaar dus voldoende bepaald, aangezien zij verwijzen naar een criterium dat de operatoren van de elektriciteitsmarkt hanteren en kennen (zie bijvoorbeeld : Studie (F)050512-CDC-420 van 12 mei 2005 van de CREG over de "evaluatie op 28 februari 2005 van de toepassing van virtuele productiecapaciteiten van elektriciteit"; Studie (F)060515-CDC-479 van 15 mei 2006 van de CREG over "het rapport 'Structure and Functioning of the Electricity Market in Belgium in a European Perspective' van oktober 2004 opgesteld door London Economics").

B.7.7. Uit wat voorafgaat, volgt dat de voorwaarden van de heffing worden bepaald door een courant technisch gegeven inzake elektriciteitsproductie, dat gekend moet zijn zowel door de elektriciteitsproducenten die een zakelijk recht uitoefenen op een site voor de productie van elektriciteit - waarvan zij geacht kunnen worden de maximale productiecapaciteit te kennen, en bijgevolg de potentiële productiecapaciteit - als door de ambtenaar die ermee belast is over de toepassing van de bestreden wet te waken."

In zijn derde middel argumenteert Electrabel dat "in zoverre de combinatie van de bepalingen waarbij de heffing wordt ingevoerd en van die welke voorzien in een vrijstelling of een schorsing ertoe leidt dat een quasi gedwongen verkoop wordt ingevoerd die neerkomt op een feitelijke onteigening". De artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, zouden aldus zijn geschonden.

In het vierde middel stelt Electrabel dat de wet ten onrechte de producent die houder is van een zakelijk recht op een niet-benutte of onderbenutte productiesite, die beslist de site niet af te staan alhoewel hij zulks zou kunnen doen, en een producent die houder is van een zakelijk recht op een niet-benutte of onderbenutte productiesite die, om redenen onafhankelijk van zijn wil, de site niet heeft kunnen afstaan tegen voorwaarden waaronder hij de verschuldigdheid van de heffing had kunnen vermijden, aan dezelfde heffing onderwerpen, hoewel die personen zich in fundamenteel verschillende situaties bevinden. Dit zou een schending uitmaken van het gelijkheidsbeginsel (artikelen 10 en 11 van de Grondwet).

Het Grondwettelijk Hof oordeelt:

B.10.1. Anders dan de verzoekende partij beweert, kan de bestreden heffing niet worden gekwalificeerd als een onteigening in de zin van artikel 16 van de Grondwet. Hoewel die heffing de heffingplichtige ertoe aanzet een zakelijk recht op niet-benutte of onderbenutte sites voor de productie van elektriciteit geheel of gedeeltelijk over te dragen aan derden (...) met het oog op de oprichting (...) van (...) installaties voor de productie van elektriciteit, ontzet de heffing als zodanig de heffingplichtige niet uit zijn eigendomsrechten en verplicht zij hem evenmin ertoe tot een eigendomsoverdracht over te gaan. De bestreden heffing, hoewel zij van invloed kan zijn op de marktwaarde van de betrokken sites, staat evenmin eraan in de weg dat de heffingplichtige met de derden aan wie de zakelijke rechten op de betrokken sites of deelsites zouden worden overgedragen, een billijke prijs zou overeenkomen. Niets belet de heffingplichtige immers de sites aan te bieden op de internationale markt en te contracteren met de meestbiedende.

Om dezelfde redenen kan de bestreden heffing niet worden beschouwd als een eigendomsberoving in de zin van artikel 1, eerste alinea, van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens."

Tenslotte onderzoek het Grondwettelijk Hof of de heffing kan worden beschouwd als een regeling van "het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang" (artikel 1, lid 2, Eerste Aanvullend Protocol).

Het Hof herhaalt de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat "een belasting toch onevenredig worden geacht en op onverantwoorde wijze afbreuk doen aan het ongestoord genot van iemands eigendom indien zij het billijke evenwicht verbreekt tussen de vereisten van het algemeen belang en de bescherming van het recht op het ongestoord genot van eigendom" (EHRM, Gasus Dosier- und Fördertechnik GmbH t. Nederland, 23 februari 1995; SA Dangeville t. Frankrijk, 16 april 2002, en SA Cabinet Diot en SA Gras Savoye t. Frankrijk, 16 april 2002; Buffalo SRL in vereffening t. Italië, 3 juli 2003; M.A. en E. Imbert de Tremiolles t. Frankrijk, 4 januari 2008).

Het Grondwettelijk Hof oordeelt echter:

B.10.3. De bestreden heffing streeft een doelstelling van algemeen belang na namelijk [i] bijdragen tot de afbouw van de dominante positie die één onderneming in de loop der jaren heeft verworven op de Belgische markt van de elektriciteitsproductie, en [ii] door niet-benutte of onderbenutte sites voor de productie van elektriciteit beschikbaar te stellen voor concurrerende elektriciteitsproducenten, de productiecapaciteit in België, die niet meer beantwoordt aan de vraag, op korte termijn verhogen en moderniseren. De omstandigheid dat het aantal geschikte sites voor de productie van elektriciteit in België beperkt is en in grote mate in handen is van de vermelde onderneming, verantwoordt des te meer de bestreden maatregel.

Hij kan evenmin worden geacht onevenredig te zijn met de beoogde doelstelling. Niet alleen wordt de totale heffing (...) beperkt tot 3 pct. van het gedeelte van het omzetcijfer dat betrekking heeft op de elektriciteitsproductie en dat de heffingplichtige heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatst afgesloten boekjaar, de heffingplichtige kan ook aan de heffing ontsnappen door spoedig over te gaan tot de door de wetgever beoogde overdracht van zakelijke rechten. Overigens draagt de verzoekende partij geen enkel concreet gegeven aan waaruit zou blijken dat de heffing van dien aard is dat zij haar winstmarge op ernstige wijze kan aantasten.

Tot slot herhaalt het Hof dat in geval van overmacht de "strengheid van de wet in wordt gemilderd" en dat Electrabel die zich in een zodanige situatie zou bevinden, aanspraak zou kunnen maken op een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de heffing.
Share/Bookmark

"Nieuwe" werken van algemeen belang

Artikel 103 van het Vlaamse Decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening ("DORO") bepaalt dat de Vlaamse regering de werken, handelingen en wijzigingen van algemeen belang kan vaststellen. Voor deze werken en wijzigingen moet de aanvrager zijn stedenbouwkundige vergunningsaanvraag (indien van toepassing), overeenkomstig artikel 127 van het DORO, indienen bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.

De lijst van de werken van algemeen belang is opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse bouwmeester, zoals laatst gewijzigd door het besluit van de Vlaamse regering van 22 februari 2008. Met deze laatste wijziging neemt de Vlaamse regering ook "de openbare leidingen voor het vervoer water en afvalwater met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals waterzuiveringsstations, controlepunten, pomp- en overslagstations, dienstgebouwen en andere" op in de lijst.
Share/Bookmark

vrijdag 18 april 2008

Nieuwe berichten op Klimaatrecht

Op mijn weblog over klimaatrecht publiceerde ik de afgelopen dagen de volgende berichten:
- Photovoltaïsche installaties (zonnepanelen) en ruimtelijke ordening
- Geen zes, maar slechts vier workshops op de Lente van het Leefmilieu
- MYRRHA in Mol?
- Grenelle van den milieu in den Belgien
- Energieprestatie in publieke gebouwen
Share/Bookmark

Gratis elektriciteit voor huishoudelijke afnemers

Met het besluit van de Vlaamse regering van 11 april 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 november 2003 tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning en de verrekening van de gratis elektriciteit voor huishoudelijke afnemers wordt de eenheidsprijs per kWh nu als volgt gedefinieerd: "de gewogen gemiddelde kWh-marktprijs voor huishoudelijke afnemers in het Vlaamse Gewest op 1 januari van het jaar waarvoor de gratis hoeveelheid elektriciteit, vermeld in het Elektriciteitsdecreet, wordt toegekend." Hierdoor is er opnieuw een eenduidige vaststelling van de referentieprijs.
Share/Bookmark

Piebalgs over kernenergie

Europees Commissaris voor Energie Piebalgs heeft in een rede voor de European Nuclear Assembly conference in Brussel de rol van nucleaire energie in de overgang naar een "low carbon economy" benadrukt. Meer hierover in het persbericht van de Europese Commissie.

Moet er ook hier nog een studie zijn?
Share/Bookmark