woensdag 7 december 2011

Stimulerend prikje voor de wet op de onbenutte sites

In de begroting 2011 werd nul euro ontvangsten ingeschreven voor de heffing op de onbenutte sites (op basis van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent). Toch lijkt ook de vorige minister van energie nog te geloven in inkomsten uit die wet. In het Belgisch Staatsblad van vandaag verscheen het "ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 18 december 2006 tot aanduiding van de ambtenaar die belast is met de uitvoering van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent". Worden, op basis van dit ministerieel besluit, aangeduid als ambtenaar van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, belast met de uitvoering van de wet van 8 december 2006: de heer Claude Adams, adviseur, en de dames Marie Novak, attaché, en Nancy Mahieu, attaché.



Share/Bookmark

dinsdag 6 december 2011

Bezwaar bij de CREG tegen tarifaire beslissingen

Eind november 2011 publiceerde de CREG haar besluiten tot vaststelling van voorlopige methoden voor het berekenen en vastleggen van de tarifaire voorwaarden inzake de aansluiting op en toegang tot het transmissienet, enerzijds, en het aardgasvervoersnet, de opslaginstallaties en de LNG-installatie, anderzijds.

De CREG nam deze besluiten omdat de federale wetgever het Derde Energiepakket nog steeds niet omgezet heeft (al zou dat niet lang meer op zich laten wachten). In dit Derde Energiepakket vindt de CREG ook voldoende rechtsgrond om zelf zulk besluit te kunnen nemen, zonder federaal wettelijk kader.

In de besluiten werkt de CREG ook een eigen bezwaarregeling uit. Benadeelde partijen “die gerechtigd zijn om bezwaar te maken tegen de door de commissie goedgekeurde tarieven” kunnen bezwaar indienen bij de CREG. Zulk bezwaar heeft geen schorsende werking. Het moet “op straffe van verval” per aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs of door indiening op de zetel van de CREG ingesteld zijn binnen maximaal twee maanden na de publicatie op de website van de CREG van de beslissing. Binnen de twee maanden na ontvangst van het bezwaar, neemt de CREG hierover een beslissing.

Deze regeling is een letterlijke overname van de bepalingen uit de Derde Elektriciteits- en Gasrichtlijnen. Dit was ook het antwoord dat de CREG gaf op de opmerkingen van Elia en Gabe. De CREG stipte aan dat “het diezelfde Richtlijn [is] die de regulator (in casu de CREG) aanduidt als geschillen-beslechtingsinstantie.”

De bezwaarprocedure die de CREG uitwerkte lijkt een georganiseerd willig beroep te zijn. De procedure is 'willig'. De benadeelde partij moet immers de bezwaarprocedure niet volgen; hij mag en kan ze instellen. Het bezwaar wordt ook gericht tot hetzelfde orgaan, het directiecomité van de CREG, dat de initiële beslissing genomen heeft. Volgens Mast e.a. kan “de mogelijkheid om het bestuursorgaan dat een beslissing heeft genomen om een herziening van de initiële beslissing te verzoeken, met een algemeen rechtsbeginsel worden gelijkgesteld”. Zoals andere algemene rechtsbeginselen, geldt ook dit beginsel “zonder dat enige normatieve tekst daarin voorziet”. Hier voorziet een normatieve tekst wel in de bezwaarprocedure en zet die tekst ook de voorwaarden uiteen. In die zin is de procedure ook 'georganiseerd'.

De bezwaarprocedure is niet schorsend en niet verplicht. De beroepsprocedure die de Elektriciteits- en Gaswetten voorschrijven tegen beslissingen van de CREG zijn evenmin schorsend, maar wel verplicht. Elke belanghebbende kan een procedure zoals in kort geding inleiden bij het Hof van Beroep van Brussel binnen de dertig dagen nadat de beslissing hem betekend is, gepubliceerd is of hem ter kennis is gebracht.

Het starten van de bezwaarprocedure, waarvoor men twee maanden de tijd heeft, wijzigt niets aan de wettelijk voorgeschreven beroepsprocedure. Een voorzichtige belanghebbende zal dus eerst een beroep moeten instellen. Of het zinvol is om tegelijkertijd of nadien nog een bezwaarprocedure te starten is twijfelachtig. Het zou trouwens van weinig kiesheid getuigen om als exceptie van onontvankelijkheid op te werpen dat de verzoekende partij voor het hof van beroep niet eerst de bezwaarprocedure heeft ingesteld. Die bezwaarprocedure lijkt dan ook weinig zin te hebben. Mast e.a. werpen fijntjes op dat “het willig beroepsorgaan immers niet vlug geneigd zal zijn om op een eerder genomen beslissing terug te komen, tenzij belangrijke nieuwe gegevens worden aangedragen of manifeste fouten worden aangetoond”. Regelgeving behoort enige (economische en procedurele) zin te hebben.

Overigens blijkt uit de Richtlijnen dat niet de CREG aangeduid wordt als 'geschillen-beslechtingsinstantie', maar wel “een instantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen en van regeringen” (artikel 37.17 Elektriciteitsrichtlijn en artikel 41.17 Gasrichtlijn).



Share/Bookmark

maandag 5 december 2011

Dakisolatie en groenestroomcertificaten

De groenestroomcertificaten voor de elektriciteit geproduceerd door PV-installaties die geplaatst zijn op woongebouwen die onvoldoende geïsoleerd zijn, komen niet in aanmerking voor de decretale minimumprijs die de distributienetbeheerder moet betalen voor zulke certificaten (zie hierover ons vorig bericht).

Vlaams volksvertegenwoordiger Marc Hendrickx stelde aan minister Van den Bossche een schriftelijke vraag over de manier waarop controleurs van de VREG of van de distributienetbeheerder kunnen nagaan of een woning voldoende geïsoleerd is. Meer in het bijzonder wou hij vernemen of de controleurs moesten of mochten overgaan tot een 'destructief onderzoek' in woningen waarvan de dakisolatie volledig verstopt was achter plafondbedekking.

Minister Van den Bossche antwoordde dat de energiedeskundige ter plaatse een visuele inspectie moet uitvoeren, maar geenszins verplicht is om een destructief onderzoek te doen. Als de energiedeskundige niet visueel kan vaststellen of er isolatie aanwezig is, dan zijn er drie mogelijkheden:
- Hij of zij beschikt over informatie met betrekking tot de geplaatste isolatie via bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld facturen;
- Hij of zij beschikt niet over bewijsstukken, maar kan aan de hand van het (ver)bouwjaar van de woning inschatten of een woning zou geïsoleerd kunnen zijn en in welke mate;
- Hij of zij krijgt van de eigenaar uitdrukkelijk toestemming om destructief onderzoek uit te voeren.



Share/Bookmark

vrijdag 2 december 2011

Energiehoofdstuk uit regeerakkoord-Di Rupo I

6. Transitie van onze economie naar een duurzaam groeimodel
De regering wil dat België zich bij de groep van de Europese pioniers aansluit bij de transitie naar nieuwe vormen van duurzame economische productie en consumptie.
Drastische vermindering van het verbruik van natuurlijke hulpbronnen en energie (vooral van fossiele brandstoffen) is niet alleen essentieel voor het behoud van het milieu, maar moet ook de concurrentiepositie van onze bedrijven versterken en banen creëren.
Onverminderd de bevoegdheden van de deelstaten zal België tijdens de internationale onderhandelingen een ambitieus standpunt innemen om een bindend wereldwijd klimaatakkoord te bereiken dat de stijging van de mondiale temperatuur tot een maximum van 2°C beperkt.
De federale regering zal met de gewesten onderhandelen om het standpunt van België tegenover de Europese en internationale instellingen te bepalen. De regering zal met kracht pleiten, zowel bij de gewesten als op internationaal vlak, voor een reductiedoelstelling op EU-niveau van 30% van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 en van 80 tot 95% in 2050 ten opzichte van 1990.
Een snelle en objectieve verdeling van de te leveren inspanningen en van de inkomsten uit de veiling van de C02-quota wordt voorbereid in de schoot van de Nationale Klimaatcommissie.
Onverminderd de bevoegdheden van de Gewesten met betrekking tot de tweede verbintenissenperiode van Kyoto, zal België op Europees niveau pleiten voor een verbetering van het ETS systeem (European Union Emissions Trading System) om de windfall profits te vermijden.
De regering zal werkzaamheden ondersteunen om relevante indicatoren te ontwikkelen in aanvulling op het BBP. Deze nieuwe indicatoren zouden menselijke ontwikkeling in al haar aspecten beter moeten kunnen meten.
In het licht van de Conferentie Rio+20 zal de federale regering de Gewesten uitnodigen om samen een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling uit te werken. Deze zal een langetermijnvisie omvatten, zoals de wet van 5 mei 1997 vooropstelt.
Energiebesparende investeringen zullen niet kunnen leiden tot een verhoging van het kadastraal inkomen.

6.1. De overheid als motor voor een duurzame transitie
De federale overheid zal de investeringen in energiebesparingen in federale overheidsgebouwen maximaliseren en rationaliseren en de mobiliteitsplannen voor ambtenaren optimaliseren.
Het gebruik van sociale en ecologische clausules zal verder versterkt worden bij alle overheidsopdrachten overheidsmiddelen en bij het beheer van
Voor producten die op de markt worden gebracht en waarvoor nog geen Europese normen bestaan zullen ambitieuze normen worden opgesteld in nauwe samenwerking met de betrokken sectoren en de wetenschappelijke wereld. Die producten zullen aan hoge standaarden inzake milieu-, sociale en gezondheidszorg moeten voldoen, terWijl ze voor iedereen betaalbaar blijven.
De regering zal er bij de EU voor pleiten om de etikettering van producten te uniformiseren zodat ze gestandaardiseerde informatie bevatten over hun levenscyclus, hun herstelbaarheid, hun levensduur en de sociale omstandigheden waarin ze geproduceerd werden.

6.2. Een veilige, duurzame en voor iedereen toegankelijke energie waarborgen
Het is het doel van de regering om de energieprijzen voor zowel particulieren als bedrijven niet hoger te laten liggen dan de gemiddelde prijs in de ons omringende landen om de competitiviteit van de bedrijven en de koopkracht van de burgers te vrijwaren. De federale staat zal daartoe met de Gewesten en de vier regulatoren een gecoördineerd initiatief nemen om alle componenten van de energiekosten (basisprijs, transport- en distributietarieven, diverse taksen en heffingen) te analyseren en zij zal maatregelen nemen om die in toom te houden.
Anderzijds zal de federale regering, binnen haar bevoegdheden, alles in het werk stellen om de globale energiefactuur te beperken.
Ten eerste zal de regering vragen dat de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) onderzoekt of objectieve factoren het prijsverschil tussen België en de buurlanden rechtvaardigen. Indien het onderzoek van de CREG besluit dat het verschil niet gerechtvaardigd is, zal zij de regering een tijdelijke maximumprijs voorstellen, die de Belgische prijzen tot het gemiddelde van de prijzen in de buurlanden zal terugbrengen, en waarbij de concurrentie moet blijven spelen.
Ten tweede zal de CREG via de omzetting van het Derde Energiepakket van de EU, in haar onafhankelijkheid en rol met betrekking tot het waarborgen van de marktwerking in overeenstemming met EU-richtlijnen worden versterkt. Het parlement zal de regulator controleren. De in het wetsontwerp tot. omzetting van het Derde Energiepakket bedoelde vangnetmethode zal effectief worden Uitgevoerd. De tariefformules van de variabele contracten zullen aan de CREG medegedeeld worden, en de CREG zal elke wijziging daarvan eerst moeten goedkeuren.
Ten derde zal de regering de nucleaire rente afromen om de concurrentie en de investeringen in de opwekking van elektriciteit te stimuleren en de energieprijzen ten gunste van de gezinnen en de bedrijven onder controle te houden. De regering zal daartoe de repartitiebijdrage verlengen; het bedrag daarvan zal sterk worden verhoogd, op basis van een formule die rekening zal houden met de door de CREG vastgelegde productiekosten en de verkoopprijzen. De geïnde inkomsten zullen onder meer dienen ter ondersteuning van investeringen voor hernieuwbare energie op de Noordzee en voor de energie-efficiëntie van de federale openbare gebouwen.
De regering zal alle maatregelen tot verhoging van de concurrentie op de elektriciteitsmarkt nemen om de koopkracht van de burgers en de competitiviteit van de bedrijven te verbeteren. Daartoe, in samenhang met deze repartitiebijdrage, zal de Regering, conform de Europese regels, rechtsmiddelen onderzoeken, om een deel van de productie van de afgeschreven kerncentrales ter beschikking van de markt te stellen. Deze maatregelen zullen voorlopig zijn en verdwijnen zodra de markt concurrentieel zal geworden zijn.
Ten vierde zal de federale bijdrage herzien moeten worden om haar impact op de eind prijzen te beperken.
Ten Vijfde zal de verandering van leverancier vergemakkelijkt worden. De dienstverlening aan de consumenten, en de leesbaarheid van de gestandardiseerde energiefacturen zullen verbeterd worden.
De bevoorradingszekerheid zal worden gegarandeerd door maximale diversificatie van de bevoorradingsbronnen en door prioriteit te geven aan hernieuwbare energie (wind, waterkracht, zonnepanelen ... ) waarbij discriminerende effecten zullen vermeden worden.
De federale regering engageert zich om hernieuwbare energie te stimuleren op een kostenefficiënte wijze. Op basis van een duurzameontwikkelingseffectbeoordeling en een aanpassing van het bestaande subsidiemodel voor hernieuwbare energie in de Noordzee zal de regering een beslissing nemen over de afbakening van een nieuw gebied voor windenergie in de Noordzee. Verder zal ze verbindingen met de omliggende parken aanmoedigen.
Aan Elia zal ook gevraagd worden een stopcontact voor de windmolenparken op zee te installeren en de tussen interconnectiecapaciteit België en haar buurlanden uit te breiden op een kostenefficiënte wijze.
De regering bevestigt haar wil om de kerncentrales te sluiten, in overeenstemming met de wet van 2003.
De regering zal, onmiddellijk en ten laatste binnen de zes maanden na haar vorming, een uitrustingsplan voor nieuwe productiecapaciteit uit gediversifieerde energiebronnen uitwerken om op een geloofwaardige manier de bevoorradingzekerheid van elektriciteit van het land op korte, middellange en lange termijn te verzekeren.
In dit opzicht, in alle transparantie en met inachtneming van de concurrentieregels, zal de Regering zich verzekeren bij potentiële actoren en investeerders van een daadwerkelijke aansluiting op het net van deze nieuwe productiecapaciteit en dit binnen termijnen die verenigbaar zijn met zowel de sluiting van de kerncentrales als de te verwachten groei van het energieverbruik.
In functie van het tijdspad van aansluiting op het net van deze nieuwe capaciteit zullen de definitieve sluitingsdata van de kerncentrales door de regering worden gepreciseerd.
Dit zogenaamde uitrustingsplan zal worden gemonitord en de regering zal in voorkomend gevalofferteaanvragen uitschrijven. Om de procedures te versnellen, zullen locaties voor nieuwe eenheden in samenwerking met de Gewesten worden geselecteerd, onder andere door de beschikbaarheid van onbenutte sites te onderzoeken.
Beveiliging en veiligheid van kerninstallaties is een absolute prioriteit. Een hoog niveau van bescherming van de werknemers en de veiligheid van alle energie-infrastructuren, in het bijzonder de nucleaire, zal ook verder worden gewaarborgd.
De wetgeving inzake aansprakelijkheid voor nucleaire ongevallen zal worden herzien om de vergoedingsplafonds betaald door de exploitanten van kerninstallaties aan te passen. De staatscontrole bij het beheer van financiële reserves (Synatomfonds) - voor de ontmanteling van de kerncentrales en het beheer van gebruikt splijtstof - zal worden versterkt om de toereikendheid, de beschikbaarheid, de transparantie en een betere spreiding van de leningen te verzekeren. Dit mag geenszins tot gevolg hebben dat deze reserves in begrotingstermen onder de perimeter van de staat worden gebracht.
In het licht van de omzetting van richtlijn 2011/70/ EURATOM zal de regering een normatief kader opstellen om een veilig beheer op lange termijn van de verbruikte brandstof en het radioactief afval mogelijk te maken, en zal ze over dat laatste een principebeslissing nemen.
0&0 over kernfysische methoden in het domein van de medische toepassingen en de radioprotectie zal verder ondersteund blijven in het kader van de volksgezondheid.

Share/Bookmark