Onderstaande opinie verscheen in De Tijd van 5 juli 2012.
Kernuitstap: een nieuwe relance of meer van hetzelfde op de energiemarkt?
Het Kernkabinet heeft besloten om de kerncentrales van Doel 1 & 2 te sluiten, en Tihange 1 met 10 jaar te verlengen. De capaciteit van Tihange 1 zal ‘ter beschikking gesteld’ worden van de markt. Voortaan zullen elektriciteitscentrales niet zomaar kunnen sluiten en zal er een offerte-aanvraag uitgeschreven worden voor de bouw van een nieuwe gascentrale. De regering toont zich hiermee slagvaardig op het vlak van productiecapaciteit en bevoorradingszekerheid. Alleen, zoals altijd: the proof of the pudding is in the eating. De praktijk zal moeten uitwijzen of er echt meer spelers interesse hebben om in België te komen investeren.
Flexibiliteit
De onderliggende analyses van het Uitrustingsplan geven aan dat België het hoofd moet bieden aan een dubbele uitdaging: een capaciteitstekort in geval van piekvraag en een capaciteitsoverschot in geval van een lage vraag. In het eerste geval zijn er te weinige flexibele installaties die kunnen aangezet of opgeregeld worden om aan de piekvraag te voldoen, in het tweede geval zijn er te weinig flexibele installaties die kunnen uitgezet of afgeregeld worden. Het is de toename van hernieuwbare energie die zorgt voor een grotere noodzaak aan flexibele capaciteit: centrales die kunnen pieken op korte termijn, maar die ook gedurende een langere periode basislast kunnen produceren.
De uitstap uit kernenergie drong zich dan ook op. Een kerncentrale is quasi niet regelbaar en heeft minder en minder een plaats in een energiemix met alsmaar meer hernieuwbare energie. In dat opzicht is de beslissing kerncentrales te sluiten logisch. Het zou evenwel logischer geweest zijn om de kernuitstap onverkort uit te voeren. De verlenging van Tihange 1 is de politiek gewenste oplossing om het capaciteitstekort op korte termijn op te vangen. Maar vanuit een marktperspectief is ze minder wenselijk, zelfs al wordt de capaciteit ter beschikking gesteld. Het nucleaire aandeel wordt daardoor te beperkt afgebouwd, in verhouding met de aangroei van hernieuwbare energie. Bovendien kan ook een terbeschikkingstelling van de andere nucleaire centrales overwogen worden.
Offerte-aanvraag nieuwe gascentrale
Op dit ogenblik zitten er 6 projecten voor nieuwe gascentrales in de koelkast, omdat ze niet rendabel zijn. De redenen zijn de hogere marge op steenkoolcentrales, (door de lage elektriciteits- en hoge gasprijs en de lage CO2-prijs) en het beperkt aantal draaiuren (door het succes van hernieuwbare energie).
Om toch minstens 1 iemand te overtuigen te komen bouwen zal de regering een tender uitschrijven, wie die wint zal beroep kunnen doen op een ondersteuningsmechanisme zodat de investering rendabel wordt.
De focus op een gascentrale bij de regering is ook hier logisch: gascentrales zijn schoon, efficiënt én flexibel. Dat de regering haar nek uitsteekt om ze rendabel te maken is meer dan lovenswaardig. Alleen moet ze haar geld goed besteden. Als de regering dan toch kiest voor een offerte-aanvraag moet het haar meer opleveren dan zomaar een extra gascentrale. Ze moet ook nadenken hoe zo’n offerte-aanvraag de mededinging kan versterken, of hoe die centrale kan bijdragen aan het realiseren van de Europese klimaat- en energiedoelstellingen. De criteria in het lastenboek zijn belangrijk: zo zou het marktaandeel van de inschrijvers kunnen meetellen, of zou men kunnen kijken op welke manier zo’n centrale hernieuwbare energie mee ondersteunt.
Niet langer zomaar een centrale sluiten
Om de bevoorradingszekerheid te garanderen wil de regering niet langer dat elektriciteitsproducenten zomaar hun centrales kunnen sluiten.
In een vrijgemaakte markt is dit helemaal geen logische beslissing. Bovendien moet de impact nagegaan worden op de prijs en milieudoelstellingen. Is het wenselijk om steenkoolcentrales in bedrijf te houden? Is het wenselijk om verlieslatende centrales in bedrijf te houden en hiervoor de belastingbetaler te laten opdraaien? Elia heeft als bekommernis om meer middelen ter beschikking te hebben voor de balancering van het net. Maar waarom Elia opzadelen met oude, inefficiënte en verlieslatende centrales? Waarom er niet voor zorgen dat Elia zou kunnen beschikken bijvoorbeeld over trekkingsrechten in de pompcentrale van Coo?
Regulering
Een vrijgemaakte markt staat niet gelijk aan een gedereguleerde markt. Daarom ook dat Europa belang hecht aan sterke en onafhankelijke regulatoren. In België hebben we er maar liefst 4. De gewesten en de regionale overheden hebben hen in meerdere of mindere mate de instrumenten gegeven om de waakhond te zijn van de energiemarkt. De overheden zelf zijn ook op hun actiefst: de leveranciersprijzen werden bevroren, de tariefvrijheid van de leveranciers wordt aan banden gelegd, elektriciteitscentrales zullen niet meer zo maar toe kunnen gaan. Stilaan zou men zich gaan afvragen of en welke rol er nog weggelegd is voor de producenten en leveranciers. Als men graag meer en diverse spelers op onze markt aantrekt (of het nu gaat over levering of productie) zal de overheid ook de hand in eigen boezem moeten steken en zorgen voor een robuust en zeker regelgevend kader, zonder te vervallen in regeldrift.
Want ook al lijken de genomen beslissingen logisch, iemand komt pas zijn centen uitgeven als hij er zeker van kan zijn dat het hem ook iets oplevert. Vooral, investeerders moeten ook de zekerheid hebben dat over een paar jaar het regelgevend kader niet opnieuw gewijzigd wordt. Uit cijfers van de Europese Commissie blijkt dat de investeringen in de energiesector de komende decennia gigantisch zijn. Om investeringen in België aan te trekken is er meer nodig dan een principiële beslissing over kerncentrales. Het is daarom nog iets te vroeg om op de borst te kloppen als het gaat over de Belgische energiemarkt.
donderdag 5 juli 2012
Kernuitstap: nieuw relance of meer van hetzelfde op de energiemarkt
donderdag 17 november 2011
Nucleair akkoord bis: meer dan alleen geld?
Volgende vrije tribune van Tinne Van der Straeten verscheen op 16 november in de Tijd.
X
Nucleair akkoord bis: meer dan alleen geld?
Het afromen van de nucleaire rente kan onze elektriciteitsfactuur behoeden voor een extra toeslag voor hernieuwbare energie, maar dat valt af te wachten. Ook een betere marktwerking en een prijsplafond zijn evenmin vanzelfsprekend.
Een nucleaire heffing van 550 miljoen, Electrabel die een deel van zijn nucleaire capaciteit op de markt moet brengen om de concurrentie te stimuleren, de federale regulator CREG die een prijsplafond kan opleggen als de elektriciteitsprijzen hoger zijn dan in de buurlanden. Daarover werden de onderhandelaars het principieel eens.
Een nucleaire heffing van 550 miljoen zou worden ingeschreven in de begroting van 2011. Er bestaat een brede consensus dat een groot deel van dat geld zou worden gebruikt om de ondersteuning van offshore wind te financieren. Op die manier wordt de energiefactuur van mensen en gezinnen niet belast met extra toeslagen voor hernieuwbare energie. Uit de begrotingsteksten moet blijken of de onderhandelaars daarvoor inderdaad een speciaal begrotingsfonds willen instellen, dan wel of het grootste deel van de heffing naar de algemene begroting vloeit. Maar omdat de heffing jaarlijks betaald moet worden, lijkt ze terecht losgekoppeld te zijn van het debat over de levensduurverlenging van de kerncentrales.
Toch lost het afromen van de nucleaire rente het probleem van het gebrek aan marktwerking niet op. Daarom is het een goede zaak dat ook flankerende maatregelen aangekondigd worden, waardoor meerdere spelers toegang kunnen krijgen tot de nucleaire capaciteit.
PAX ELECTRICA
In de Pax Electrica I en II werden al schuchtere pogingen ondernomen om de nucleaire productiecapaciteit van Electrabel te verdelen over meerdere spelers. Zo heeft SPE Luminus een beperkt aandeel in de centrales van Doel en Tihange. Daarnaast heeft het normaliter ook een leveringsoverenkomst van lange termijn afgesproken met Electrabel, en kan het die na 10 jaar omzetten in eigendomsrechten in dezelfde centrales. EDF Belgium houdt 50 procent van Tihange 1. En E.ON heeft sinds 2009 770 megawatt aan nucleaire trekkingsrechten.
Als er gekeken wordt naar het (nucleaire) productiepark blijkt dat Electrabel het leeuwendeel van de productiecapaciteit nog steeds in handen heeft en dat er daarnaast slechts een selecte club toegang heeft tot de resterende nucleaire capaciteit. Dat de onderhandelaars beslissen dat de productiecapaciteit veel meer moet opgedeeld worden is dus nobel. Al blijft het gissen wat ze precies voor ogen hebben, en vooral hoe ze die beslissing zullen uitvoeren.
Zo is het onduidelijk hoeveel capaciteit beschikbaar zal zijn. Ten tijde van de Pax Electrica ging men uit van het idee dat andere spelers een significant marktaandeel van minstens 15% moesten kunnen verwerven. Blijft dat het uitgangspunt? Of weet men nu al hoeveel nucleaire capaciteit Electrabel “mag” houden en op hoeveel iedereen voorts een bod mag doen? Of denkt men helemaal anders, en wil men alle nucleaire elektriciteit opkopen aan een bepaalde prijs en doorverkopen met een kleine marge?
ELIA
Een andere onduidelijkheid betreft de centrales zelf. Hebben de onderhandelaars enkel de nucleaire capaciteit voor ogen, of zou de pompcentrale van Coo (eindelijk) ook in het vizier komen? Coo wordt ingezet als piekcentrale en levert op piekmomenten goedkope energie die anders geleverd zou moeten worden door duurdere centrales. Maar Coo is nog steeds 100 procent eigendom van Electrabel. Haar functie overstijgt die van een loutere productiecentrale: ze is belangrijk voor het evenwicht op het elektriciteitsnet.
Netbeheerder Elia pleitte een paar weken geleden voor de bouw van een eigen elektriciteitscentrale. Misschien is het zinvoller dat de regering ervoor zou ijveren dat Elia onder de vorm van trekkingsrechten toegang zou hebben tot de pompcentrale van Coo.
Tot slot willen de onderhandelaars dat de elektriciteitsprijzen in België niet hoger zijn dan die in de ons omringende landen. Dit vond men ook terug in het nucleair protocol van 2009 dat ondertussen in de prullenbak beland is. Die alinea, in het protocolakkoord zo verwoord dat de Belgische prijzen lager moesten zijn dan het gemiddelde van de buurlanden, kon rekenen op kritische vragen van Europa. Waarom moeten de prijzen in België zo nodig lager zijn? Terwijl het om verschillende markten gaat met verschillende productiekosten en een verschillende vraag? En ook: wat zou de impact zijn op investeringen in nieuwe elektriciteitscentrales in België ten opzichte van de buurlanden?
NETTARIEVEN
Het begrenzen van prijzen klinkt goed, maar botst evenzee, maar het botst evenzeer. Het voordeel lijkt een lagere factuur. De nadelen zijn navenant: een negatieve impact op noodzakelijke investeringen in nieuwe productiecapaciteit, een barrière voor broodnodige nieuwkomers, het risico op een hernieuwd bevoordelen van de historische speler.
Aan een goed functionerende markt is een gereguleerde eindprijs vreemd. De politieke overheden zouden beter eerst en vooral werk maken van die goed functionerende markt, en die niet hypothekeren door kortetermijnoplossingen zoals prijsregulering.
Het mag hen ook niet verhinderen te kijken naar dat andere deel van de factuur: de nettarieven, die 40 tot 50% van de eindfactuur uitmaken en waar volgens de federale regulator nog heel wat vet opzit. En natuurlijk de vele belastingen, heffingen en toeslagen waar de overheid evenzeer, of bij uitstek, vat op heeft.
Tinne Van der Straeten is advocaat bij Blixt, een kantoor gespecialiseerd in energierecht.
X
![]()
Nucleair akkoord bis: meer dan alleen geld?
woensdag 2 november 2011
Het akkoord om nog niet akkoord te gaan over de kernuitstaap
Naar aanleiding van het deelakkoord dat de federale onderhandelaars bereikten om de uitstap uit de kernenergie, zoals vastgelegd in de wet van 2003, te behouden maar tegelijk ook uit te stellen tot de resultaten van het nieuwe uitrustingsplan bekend zijn, mochten we hierover iets zeggen op radio (Tinne in De Ochtend) en TV (Tim op Kanaal Z).
![]()
Het akkoord om nog niet akkoord te gaan over de kernuitstaap
dinsdag 20 september 2011
Heeft de beslissing over de Duitse Brennelementesteuer een impact op de Belgische nucleaire repartitiebijdrage?
Gisteren besliste de 4de Senat van het Finanzgericht Hamburg om in te gaan op de vraag van E.ON om de verplichting tot indienen van de belastingsformaliteiten onder de Duitse Brennelementesteuer uit te stellen. Het Finanzgericht vond dat er voldoende juridische twijfels waren bij de (grond)wettelijkheid van die belasting.
De Duitse Kernbrennstoffsteuerwet van 8 december 2010 belast, als een verbruiksbelasting, kernbrandstof (Plutonium 239 en Plutonium 241, Uranium 233 en Uranium 235) die voor de commerciële elektriciteitsproductie gebruikt wordt. De heffing per gram kernbrandstof bedraagt 145 EUR. De heffing zou op jaarbasis 2,3 miljard EUR opbrengen.
De heffing is verschuldigd zodra een brandstofelement of een afzonderlijke reactorstaaf voor het eerst in een kernreactor ingebracht wordt en een zichzelf in stand houdende kettingreactie opgestart wordt. De belasting geldt van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2016.
Veel gelijkenissen met deze Brennelementesteuer vertoont het wetsvoorstel dat CD&V en cdH indienden in het Parlement. Het wetsvoorstel tot vaststelling van een heffing op kernbrandstof wil door middel van een heffing ervoor zorgen dat een deel van de nucleaire rente terugvloeit naar de samenleving en dat een ‘level playing field’ wordt gecreëerd door een verhoging van de productiekosten van de kernproducenten. Volgens artikel 3 van het voorstel is kernbrandstof (Plutonium 239, Plutonium 241, Uranium 233, Uranium 235, Uranium 238 en Thorium) die voor industriële elektriciteitsproductie gebruikt wordt in kernreactoren op het Belgisch grondgebied onderhevig aan een heffing bij het laden en afsluiten van een reactorvat. Het voorstel noemt die http://www.blogger.com/img/blank.gifkernbrandstofbelasting een ‘accijns’. De heffing bedraagt per gram kernbrandstof 120 EUR en zou volgens de indieners overeenkomen met een jaarlijkse opbrengst van 750 miljoen EUR. De heffing is verschuldigd zodra een brandstofelement of een afzonderlijke brandstofnaald voor het eerst in een kernreactor ingebracht wordt en een zichzelf in stand houdende kettingreactie opgestart wordt.
Dit voorstel besprak de CREG vorige week nog in haar Studie (F)110908-CDC-1079
over “de wetsvoorstellen betreffende de nucleaire heffing”.
De reden waarom het Finanzgericht (zeer) kritisch staat tegenover de Duitse regeling heeft echter niets te maken met de aard, de bepaling of de modaliteiten van de belasting, maar wel met het Duitse grondrecht: “Das FG Hamburg äußert ernstliche Zweifel an der formellen Verfassungsmäßigkeit des Kernbrennstoffsteuergesetzes.”
De Duitse Grondwet bevat vrij strikte bepalingen over wie bevoegd is om welke belastingen te heffen. Volgens het Finanzgericht is de Kernbrennstoffsteuer geen belasting die binnen de wetgevende bevoegdheid van de bond (de federale overheid) valt. De Kernbrennstoffsteuer is volgens het Finanzgericht immers geen 'verbruiksbelasting' (Verbrauchsteuer) omdat kernbrandstof geen verbruiksgoed (laat staan een consumentengoed) is dat in het algemene marktverkeer wordt gebracht door producenten voor onmiddellijk of aanstaand verbruik door verbruikers. Ten slotte betwijfelt het Finanzgericht of de Bond een 'nieuwe' belasting mag uitvinden, die niet voorzien is in de Duitse Grondwet.
In België zijn de grondwettelijke belastingsregels veel summierder uitgewerkt. Ze bevatten in ieder geval niet de verschillende beperkingen van de Duitse grondregels. Integendeel zelfs, de federale overheid heeft de 'residuaire' bevoegdheid inzake belastingen. Op zich lijken de bezwaren van het Finanzgericht dus niet direct bruikbaar door de tegenstanders van een uraniumaccijns in ons land.
![]()
Heeft de beslissing over de Duitse Brennelementesteuer een impact op de Belgische nucleaire repartitiebijdrage?
vrijdag 6 mei 2011
Presentatie OVED-studienamiddag over energiewetgeving in 2010-2011
Volgende presentatie gaf ik op de OVED-studienamiddag van 5 mei 2011.
Presentatie OVED-studienamiddag over energiewetgeving in 2010-2011
woensdag 27 april 2011
Juridische 'bezwaren' tegen uraniumtaks
In de door de CREG verguisde samenvatting en analyse van de Nationale Bank 'De Belgische nucleaire schaarsterente' wijdt de bank ook een hoofdstukje aan de 'mogelijke juridische bezwaren bij een accijns [op uranium]" (p. 51/54).
Die juridische bezwaren vindt zij terug in een persbericht uit 2010 van 'het internationale advocatenbureau Clifford Chance' dat zou stellen "dat de uraniumaccijns in strijd is met de Europese Richtlijn 2003/96/EG" omdat "elektriciteit afkomstig uit kernenergie door de heffing van een accijns benadeeld (of gediscrimineerd) wordt ten opzichte van de elektriciteit afkomstig van andere energiebronnen". Daarnaast zouden de lidstaten "door Europa verplicht zijn om uniforme belastingtarieven toe te passen voor energieproducten". Bovendien "zou de richtlijn de lidstaten verbieden om energieproducten die worden ingezet voor de productie van elektriciteit, te belasten".
Begin juli 2010 berichtte Der Spiegel over het advies dat Clifford Chance over de Duitse Brennelementesteuer geschreven had. In haar persbericht van 5 juli 2010 schrijft het internationale advocatenkantoor "that the German federal government's proposed tax on nuclear fuel elements, a tax which it plans to levy on nuclear fuel rod consumption or power generated therefrom, is incompatible with EU tax law". Om haar objectiviteit in het dossier te staven, stelden onze Duitse confraters "that the legal opinion had not been prepared in accordance with client instructions: "As a leading energy law firm, we are often at the vanguard of promoting discussions on energy law and energy policy and providing our legal opinion thereon.""
Ondanks het feit dat Clifford Chance zichzelf ziet als een 'pionier' om discussies over energierecht en energiebeleid te ondersteunen, is de studie zelf niet (gemakkelijk) terug te vinden op het internet. Ook de Nationale Bank verwijst enkel naar het persbericht van het kantoor. Men zou toch wel kunnen verwachten dat zelfverklaarde opinion makers hun argumenten languit vrijgeven opdat nationale instanties hiervan kennis kunnen nemen. Men zou ook van nationale instanties kunnen verwachten dat zij de zelfverklaarde pioniersrol van advocatenkantoren in persberichten iets objectiever zouden benaderen.
De stelling van Clifford Chance werd overigens onmiddellijk betwist in de Duitse pers. Zo verwees taz.de naar een soortgelijk systeem in Zweden dat al bestaat sinds 2000: "Die von der Bundesregierung geplante Atomsteuer sei juristisch nicht zu machen, heißt es. Stimmt nicht: Schweden kassiert das Geld längst." Opvallend is ook dat de stelling van Clifford Chance niet onmiddellijk lijkt gevolgd te zijn in de Duitse rechtsleer.
Op basis van de richtlijn 2003/96/EG tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit lijkt er niets zich tegen te verzetten dat er een uraniumtaks zou komen.
Artikel 14.1 van die richtlijn verplicht de lidstaten om vrijstelling van belasting te verlenen voor "energieproducten en elektriciteit die worden gebruikt voor de productie van elektriciteit en elektriciteit die wordt gebruikt tot instandhouding van het vermogen elektriciteit te produceren". In principe zou men kunnen argumenteren dat brandstoffen voor de productie van elektriciteit moeten vrijgesteld zijn van een belasting. Anders zou de elektriciteit twee keer belast worden (input en output).
De lidstaten kunnen de brandstoffen echter "uit milieubeleidsoverwegingen aan belasting onderwerpen zonder inachtneming van de in deze richtlijn vastgestelde minimumbelastingniveaus". Voorwaarde lijkt wel te zijn die brandstoffen als categorie belast worden. Men mag geen onderscheid maken door een brandstof die gebruikt wordt voor de productie van elektriciteit wel te belasten en dat niet te doen als die gebruikt wordt voor andere toepassingen. Uranium of andere splijtstoffen zullen dus in hun geheel kunnen belast worden, los van de vraag of ze al dan niet gebruikt worden voor de elektriciteitsproductie. Weliswaar moet zulke taks dan geheven worden vanuit 'milieubeleidsoverwegingen'. Dat die overwegingen gevonden kunnen worden, lijkt aannemelijk.
De Bank verwijst verder naar argumenten van Electrabel dat de heffing van een uraniumaccijns ook in strijd zou zijn met de Belgische wetgeving "omdat er reeds communautaire accijnzen worden geheven op het 'eindproduct' energie (elektriciteit, aardgas en minerale oliën)". Daarom zou "een bijkomende accijns op het 'beginproduct' uranium niet wettelijk zijn omdat een dubbele heffing niet zou toegelaten zijn".
Men kan zich afvragen of die stelling volledig juist is. Voornoemd artikel 14.1 van de richtlijn 2003/96/EG bepaalt in de laatste zin dat wanneer brandstoffen belast worden vanuit milieubeleidsoverwegingen, die belastingen "niet in aanmerking genomen
voor de inachtneming van het minimumbelastingniveau voor elektriciteit zoals vastgesteld in artikel 10". Hieruit volgt op het eerste zicht dat de richtlijn een belasting op de input, vanuit milieubeleidsoverwegingen, en een belasting op de output van elektriciteit niet voor onmogelijk houdt.
De Nationale Bank besluit dat "de voormelde mogelijkheden tot juridische problemen dienen wel nog te worden geverifieerd door fiscale en juridische specialisten. Dit was echter niet mogelijk binnen het korte tijdsbestek waarin deze nota diende te worden opgemaakt."
Het valt te betreuren dat de Bank enkel de negatieve elementen opneemt en geen moeite gedaan heeft om verder onderzoek te doen (al was het maar oppervlakkig) om enkele tegenargumenten tegen de negatieve elementen op te nemen. Dat zij daarna nog de finale beoordeling aan specialisten zou overlaten, zou het verslag vollediger gemaakt hebben.
![]()
Juridische 'bezwaren' tegen uraniumtaks
dinsdag 8 februari 2011
Europese Energietop 2011 - Haast je langzaam?
De Europese staats- en regeringsleiders kwamen eind vorige week bijeen voor een lang aangekondigde top die hoodzakelijk rond energie zou handelen. De historische ontwikkelingen in het midden-Oosten maakte dat de staats- en regeringleiders minder aandacht konden besteden aan de debatten over energie. Dit lijkt echter niet de enige oorzaak voor de weinig bezielende resultaten rond energie.
Het gebrek aan ambitie blijkt uit de eerste paragraaf van de conclusies. De top legde enkel 'een aantal praktische aspecten' vast die de Europese ambitie onderstreept "om te komen tot veilige, betrouwbare, duurzame en betaalbare energie die bijdraagt tot Europa's concurrentievermogen".
Er komt een verordening betreffende de integriteit en transparantie van de energiemarkt om de doelstelling van "een goed functionerende, geïnterconnecteerde en geïntegreerde interne energiemarkt" te bereiken. In het licht hiervan moeten de lidstaten "de wetgeving betreffende de interne energiemarkt snel en volledig en strikt binnen de afgesproken termijnen uitvoeren".
Tegen 2014 moet de interne markt voltooid zijn "zodat gas en elektriciteit vrij kunnen stromen". Daarom moet men "meer vaart zetten achter de marktkoppeling
en het opstellen van richtsnoeren en netcodes die voor alle Europese netwerken gelden". Technische normen voor oplaadsystemen voor elektrische voertuigen en voor slimme netten en meters technische normen kunnen worden vastgesteld.
Uit de conclusies blijkt dat de staats- en regeringsleiders veel belang hechten aan de modernisering van de Europese energie-infrastructuur en de uitbreiding van grensoverschrijdende netten. Die inspanningen zijn “essentieel om de solidariteit tussen de lidstaten gestalte te geven, om alternatieve aan- en doorvoerkanalen en energiebronnen tot stand te brengen, en om hernieuwbare energiebronnen te ontwikkelen en te laten concurreren met traditionele energiebronnen”. In dit kader zijn de lidstaten het eens met verbeterde en gestroomlijnde vergunningsprocedures voor de aanleg van nieuwe infrastructuur. De Europese Commissie moet hiervoor een voorstel uitwerken.
Financiering van investeringen in infrastructuur moeten grotendeels “door de markt moeten worden opgebracht, maar kunnen door tarifering worden terugverdiend”. Publieke middelen kunnen enkel maar ingezet worden “voor sommige projecten, die vanuit het oogpunt van voorzieningszekerheid of solidariteit wellicht gerechtvaardigd zijn maar waarvoor op de markt onvoldoende financiering te vinden is”. Het aandeel van de publieke middelen moet beperkt blijven en moet dienen “als hefboom voor private financiering”.
Europa aanvaardt, om redenen van voorzieningszekerheid, dat het potentieel inzake duurzame winning en exploitatie van conventionele en niet-conventionele ('schaliegas' en 'olieschalie') fossiele brandstoffen in kaart worden gebracht. De top koppelt hieraan geen voorwaarden. Nochtans lijkt deze onconventionele manier om gas te winnen niet zonder risico te zijn (zie bijvoorbeeld het artikel uit Der Spiegel, “EU-Staaten forcieren riskante Gasbohrungen”). Het weze opgemerkt dat de passage over shale-gas voor de stukken over energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen in de conclusie is opgenomen.
De energie-efficiëntiedoelstelling worden niet gehaald, stellen de staats- en regeringsleiders vast. Daarom moeten alle lidstaten vanaf 1 januari 2012 energie-efficiëntienormen opnemen in de overheidsopdrachten voor belangrijke openbare gebouwen en diensten. De Raad van energieministers moet ook het aangekondigde Commissievoorstel voor een nieuw energie-efficiëntieplan meteen in behandeling nemen.
Naast hernieuwbare energiebronnen zal de Europese Unie investeringen in ‘veilige en duurzame koolstofarme technologie’ (lees: kernenergie en CCS) stimuleren. De Europese Commissie moet nieuwe initiatieven nemen over slimme netten, “bij voorbeeld in verband metde ontwikkeling van schone voertuigen, energieopslag, duurzame biobrandstoffen en energiebesparende oplossingen voor steden”.
De activiteiten van de EU en de lidstaten moeten beter op elkaar worden afgestemd om meer samenhang te brengen in de externe betrekkingen van de EU met de belangrijkste landen van productie, doorvoer en verbruik. Lidstaten moeten hun nieuwe en bestaande bilaterale energieovereenkomsten melden aan de Commissie. De hoge vertegenwoordiger wordt verzocht bij haar werk het aspect energiezekerheid alle aandacht te geven die het verdient.
De EU moet ‘met cruciale actoren en rond strategische corridors’ wederzijds “nuttige energiepartnerschappen ontwikkelen voor uiteenlopende vraagstukken en reguleringsmethoden, op alle gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals energiezekerheid, veilige en duurzame koolstofarme technologieën, energie-efficiëntie, investeringsklimaat, waarbij de hoogste normen voor nucleaire veiligheid gehandhaafd en bevorderd worden”. Buurlanden zouden best de Europese voorschriften voor de interne energiemarkt overnemen, door “het Energiegemeenschapsverdrag uit te breiden en te verdiepen en regionale samenwerkingsinitiatieven te bevorderen”. Europa moet zijn aanvoerroutes en voorzieningsbronnen diversifiëren. Daarom moeten er blijvend inspanningen geleverd worden voor de ontwikkeling van strategische corridors voor het transport van grote hoeveelheden gas, zoals de zuidelijke corridor. Met Rusland wil de Europese Unie een solide, transparant en op regels gebaseerd energiepartnerschap met Rusland overeenkomen. Ten slotte zal de EU met derde landen samenwerken om de volatiliteit van de energieprijzen tegen te gaan en zal zich hiervoor in de G20 beijveren.
![]()
Europese Energietop 2011 - Haast je langzaam?
zaterdag 13 november 2010
250 miljoen, versie 2010
Ondanks het feit dat het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 30 maart 2010 de door de programmawet van 28 december 2008 ingevoerde repartitiebijdrage van 250 miljoen euro ten laste van de nucleaire producenten overeind hield, gaf minister van energie Magnette in de Kamercommissie Bedrijfsleven deze week toe dat over de hoogte van de bijdrage voor het begrotingsjaar 2010 nog druk overleg gepleegd wordt tussen de partijen van de meerderheid in lopende zaken. Wel gaf hij al mee dat de taks ook dit jaar via een wet houdende diverse bepalingen zal worden geheven en op dezelfde basis als voor 2008 en 2009 worden geïnd.
Tijdens dezelfde discussie liet de minister uitschijnen dat hij, na “passé des centaines d'heures à évaluer cette rente, avec tous les opérateurs imaginables, des économistes, la CREG, la Banque nationale, les fédérations diverses comme la Febeliec et la Febeg”, echt niet veel hoger kon gaan dan de 250 miljoen. De regering verwachtte zich immers aan procedures voor het Grondwettelijk Hof. Dat Hof zou, volgens de minister, twee redenen kunnen hebben om de repartitiebijdrage te vernietigen: “D'abord, elle aurait invoqué la discrimination. Nous avons donc veillé à motiver au maximum les raisons pour lesquelles nous ne taxerions que le nucléaire. La Cour nous a donné raison. Le second motif était la proportionnalité. La Cour aurait pu dire que la taxe était trop élevée”.
De minister doet zo alsof het Grondwettelijk Hof uitvoerig de argumenten van de nucleaire producenten enerzijds en van de regering anderzijds zou onderzocht hebben om uiteindelijk tot het omstandige besluit te komen dat aan alle grondwettelijke voorwaarden om zulke repartitiebijdrage te heffen zou voldaan zijn. De minister grijpt het arrest van het Hof aan om zich politiek in te dekken, zonder echter de lijn door te willen trekken en dit jaar via wettelijke weg opnieuw 250 miljoen euro te durven vragen.
Zoals wij eerder al schreven (zie http://belgischenergierecht.blogspot.com/2010/03/hoe-marginaal-kan-een-toetsing-zijn.html), heeft het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 30 maart 2010 de repartitiebijdrage uiterst marginaal getoetst. In een bespreking van dit arrest in de Juristenkrant van deze week komt confrater Peter De Smedt tot dezelfde negatieve beoordeling van het arrest (“een ongewoon strenge invulling aan [zijn] marginaal toetsingsrecht”). Hij besluit: “De repartitiebijdragen blijken echter te dienen om het begrotingstekort mee aan te zuiveren in plaats van bij te dragen tot de realisatie van het doel dat de wetgever heeft vooropgesteld. Die doelafwending tast het gezag van het besproken arrest van het Grondwettelijk Hof aan, dat bij zijn oordeel over de grondwettigheid van de maatregel immers veelvuldig teruggrijpt naar dit wettelijk doelstellingenkader”. Ook tot dat besluit waren wij al gekomen (zie http://belgischenergierecht.blogspot.com/2010/04/waarvoor-dienden-de-250-miljoen.html).
Het debat in de Kamercommissie kan de indruk wekken dat de regering de juridische marges zo ver mogelijk afgetast heeft voordat zij besloot om in 2008 en 2009 een repartitiebijdrage te vragen van 250 miljoen en dat zij gelukkig mocht zijn dat het Grondwettelijk Hof haar daarin gevolgd is. Het arrest laat echter niet toe om tot die juridische rugdekking te besluiten. Het arrest laat ook niet toe om te stellen dat er ‘maar’ 250 miljoen euro zou kunnen gevraagd worden, laat staan dat dit bedrag in 2010 minder zou moeten zijn. Bovendien beoordeelt de wetgever de repartitiebijdrage van 250 miljoen zelf als 'gering' in de toelichting bij de programmawet van 23 december 2009. Om tot die beoordeling te komen wordt dan weer uitvoering geciteerd uit een studie van de Belgische Nationale Bank die de rente schat op 700 miljoen euro en de studie van de CREG die de stranded benefits schat op 3,921 miljard euro.
De wetgever dient dus voor 2010 een nieuwe afweging te maken op grond van de meest actuele gegevens waarover zij kan beschikken terwijl zij de grondwettelijke principes inzake fiscaliteit respecteert.
![]()
250 miljoen, versie 2010
dinsdag 7 september 2010
“Der Wettbewerb hat keine Lobby”
De Duitse Bondsregering en de vier grote Duitse elektriciteitsproducenten (E.ON, RWE, EnBW en Vattenfall) bereikten uiteindelijk toch een akkoord over de verlenging van de levensduur van de kerncentrales, afhankelijk van de leeftijd van de centrales met acht tot veertien jaar. In ruil betalen de kernproducenten een atoombelasting (‘Atomsteuer’) van 2,3 miljard euro tot en met 2016 en storten ze een vrijwillige bijdrage in een fonds ter bevordering van hernieuwbare energie.
In verschillende Vlaamse kranten wordt vandaag een vergelijking gemaakt met de deal die GDF Suez en de regering-Van Rompuy I afsloot in oktober vorig jaar. Hierbij focust men voornamelijk op het bedrag van de bijdrage in budgettair moeilijke tijden.
Naar aanleiding van het Duitse kerncompromis, liet de Andreas Mundt, voorzitter van het Bundeskartellamt, de Duitse mededingingsautoriteit, zich ontgoocheld uit. Volgens hem heeft de Bondsregering de kans laten liggen om de marktstructuur te verbeteren door bv. het marktaandeel van de vier operatoren in andere productie-eenheden gedwongen te doen verlagen. Mundt voegde volgens het Handelsblatt hieraan toe: “Der Wettbewerb hat keine lobby.” (“De concurrentie heeft geen lobby.”)
Ook in ons land was het protocolakkoord voorwerp van mededingingsrechtelijke vragen. Die werden reeds opgeworpen in het advies van Stibbe (zomer 2007) en in extenso herhaald in de vragenlijst van de Europese Commissie. Nadien hebben een aantal marktspelers van de Europese Commissie gedaan gekregen dat die verder zou gaan in haar onderzoek over de overeenstemming van het akkoord met het gemeenschapsrecht.
Nu de nieuwe regering het probleem van de kernuitstap opnieuw zal moeten bekijken, dringt zich een degelijke mededingingsrechtelijk pakket op. Hierbij mag het belang van de staatskas, hoe prangend ook, geen schaamlap zijn om de marktwerking, die in België al niet optimaal is, niet verder te verbeteren. Dit zal elke investering in (hernieuwbare) energie enkel ten goede komen.
![]()
“Der Wettbewerb hat keine Lobby”
dinsdag 8 juni 2010
Duitsland gaat voor verlening van de levensduur van de kerncentrales met een belangrijke bijdrage door de sector
De Duitse bondsregering heeft gisteren haar budgettaire plannen publiek gemaakt. Eén van de beleidskeuzes die daarbij gemaakt zijn heeft betrekking op de verlening van de levensduur van de Duitse kerncentrales. Vrij vertaald stelt de tekst van de bondsregering hierover:
"We willen het tijdperk van de hernieuwbare energie zo snel mogelijk bereiken. Niettemin is het vanuit het oogpunt van de ideale energiemix noodzakelijk om de levensduur van de kerncentrales te verlengen. De kernenergie is in vergelijking met andere manier van energieproductie niet getroffen door de emissiehandel. Tegelijkertijd is door de doorrekening van de CO2-certificaten de elektriciteitsprijs gestegen, de productiekosten daarentegen niet. Hierdoor ontstaan er bij de producenten belangrijke bijkomende winsten. Dit rechtvaardigt een belasting van kernenergie omwille van ecologische en economische gronden. Alleen al door het stilleggen en de afbouw van de kerncentrales - met inbegrip van de voorziene kosten voor de verwerking van het atoomafval - wordt de bond zwaar belast. (...) Door de invoering van een belasting van de kernproducenten aan die kosten als van de bijkomende winsten kunnen jaarlijkse 2,3 miljard euro aan bijkomende inkomsten voor de bondsbegroting gegenereerd worden."Omgerekend naar de Belgische situatie zou de bijdrage voor de 7 kerncentrales jaarlijks 950 miljoen EUR opbrengen ((2,3 miljard/17) * 7).
Duitsland gaat voor verlening van de levensduur van de kerncentrales met een belangrijke bijdrage door de sector
zondag 30 mei 2010
Kernenergie in de partijprogramma's (verkiezingen 2010)
Groen! en Ecolo blijven resoluut tegen kernenergie. Voor de groenen moet de wet op de kernuitstap van 2003 'onverkort uitgevoerd' worden. Dit betekent dat de oudste drie kerncentrales dicht moeten tegen 2015. Ook sp.a verwijst naar de wet op de kernuitstap. Die moet als basis dienen voor een kalender van gefaseerde sluiting waardoor er duidelijkheid voor investeerders kan ontstaan.
CD&V wil “onder strenge veiligheidsvoorwaarden de vervroegde sluiting van de kenncentrales ongedaan maken” en de bouw van nieuwe kerncentrales wettelijk mogelijk maken. Ook de N-VA wil de wet op de kernuitstap 'objectiveren en terugdraaien'. Voor Open VLD hebben in een ideale energiemix zowel groene energie als kernenergie hun plaats.
De Franstalige partijen, op Ecolo na, lijken zich neer te leggen bij een uitstel op de uitstap uit de kernenergie.
Voor CD&V moet de heffing van 250 miljoen euro die de nucleaire producenten in 2008 en 2009 moesten betalen, gehandhaafd blijven. De partij stapt hiermee dus impliciet af van de bijdrage die voorzien was in het protocolakkoord tussen GDF Suez en de regering-Van Rompuy. De Vlaamse christen-democraten wensen “andere mogelijkheden tot recuperatie van de nucleaire rente te onderzoeken”. Ook de PS houdt vast aan de bijdrage van de nucleaire sector aan de begroting. De MR wenst de uitwerking van het protocolakkoord van 2009. Dit garandeert “le captage de la rente nucleaire”.
Voor sp.a moet een aankoopcentrale de monsterwinsten afromen. De opbrengst van de aankoopcentrale gaat integraal naar investeringen in offshore wind en naar de Belgische consument. Ook Groen! en Ecolo willen de woekerwinsten “van 1,5 tot 2 miljard” afromen voor de bestrijding van de energiearmoede, de verhoging van de energie-efficiëntie en de financiering van de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen. Op dezelfde lijn zit de cdH: ofwel schrijven de nucleaire producenten zich in een jaarlijkse taks in, ofwel komt er een aankoopcentrale. De opbrengsten van de taks of van de aankoopcentrale moet dienen voor de ondersteuning van hernieuwbare energiebronnen, van sociale maatregelen en van nieuwe nieuwe capaciteit.
N-VA wil opnieuw onderhandelen met Electrabel over strengere voorwaarden voor de verlening van de levensduur van de kerncentrales. De nucleaire producenten moeten structureel investeren in hernieuwbare energiebronnen. Hierdoor zou volgens de partij een concurrentiële markt onstaan en een lagere prijs voor de eindconsument.
Open VLD schrijft niets over de nucleaire rente.
![]()
Kernenergie in de partijprogramma's (verkiezingen 2010)
Wanneer maakte CREG studie over nucleaire woekerwinsten?
In verschillende weekendkranten herhaalde CREG-voorzitter François Possemiers dat de CREG geen enkele politieke bedoelingen had met het uitbrengen van het gemengd persbericht over de nucleaire rente en de windfall profits in de sector van de hernieuwbare energie. Het persbericht kwam er omdat de studie pas in mei beëindigd zou zijn.
Het verkiezingsprogramma van Groen!, voorgesteld op 21 mei, bevat de volgende passage:
"We romen de nucleaire woekerwinsten af via een wettelijke regeling. De winsten bedragen 1,5 à 2 miljard euro per jaar. Groen! heeft een wetsvoorstel klaar waarbij de nucleaire sector 1 miljard euro per jaar betaalt. Dit wetsvoorstel dateert van vóór de gedetailleerde berekening van de onrechtmatige winsten; het bedrag willen we optrekken tot 1,5 à 2 miljard. Deze middelen worden ingezet voor investeringen in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en een structurele aanpak van energiearmoede. Deze heffing mag uiteraard niet doorgerekend worden aan de consument." Het wetsvoorstel tot invoering van een heffing op de winsten van de afgeschreven centrales, teneinde een betere openstelling van de Belgische elektriciteitsmarkt te garanderen, hernieuwbare energie en efficiëntie op energievlak te promoten en de algemene energiekosten te drukken is ingediend op 17 maart 2008, TV.Vreemd...
Zou dit kunnen betekenen dat de CREG de studie al veel eerder maakte, die tot nog toe niet openbaar kon of mocht maken en die nu, zonder 'voogdijminister' toch maar snel voor de verkiezingen bekendmaakte? Betekent dit dat Magnette misschien al voor het ondertekenen van het protocolakkoord over een kopie van die studie beschikte? Of is het toch gewoon allemaal maar een 'silly coincidence'?
Wanneer maakte CREG studie over nucleaire woekerwinsten?
vrijdag 28 mei 2010
De CREG maakt een persbericht over een studie
Het zal niemand intussen ontgaan zijn dat de CREG, de federale regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt, vandaag een persbericht de wereld instuurde over een (of twee) studie(s) die zij zou hebben gemaakt op vraag van minister Magnette (?) en/of op eigen initiatief (?) over (i) de winsten die de nucleaire producenten 'onterecht' zouden geboekt hebben door de elektriciteit opgewekt in kerncentrales veel duurder dan aan kostprijs te verkopen en (ii) over de woekerwinsten die sommige vormen van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen zouden genereren.
Kopie van de studie(s) kregen we vooralsnog niet te zien. Uit het persbericht blijkt ook op geen enkele manier wat de CREG met die studies gedaan heeft en wie ze wel al mocht inkijken. De datum van die studie (volgens de voorzitter van de CREG "eind mei") blijkt evenmin uit het persbericht. Over de methodologie blijft het bericht stom.
Ik trek de poging tot objectiviteit van de studie van de CREG niet in twijfel. In het verleden heeft zij al een aantal goed uitgewerkte studies gemaakt over ander vormen van woekerwinsten (de windfall profits door het Europese emissiehandelssysteem). Wel vind ik het niet echt serieus om met zware cijfers uit te pakken vlak voor de federale verkiezingen zonder de onderliggende studie(s) ook te publiceren. Zonder studie kan immers niemand zinnige antwoorden verzinnen op de problemen die het persbericht aan de kaak stelt.
Volgens François Possemiers, voorzitter, zou "de CREG geen politieke kalender hebben door de resultaten kort voor verkiezingen te brengen". Toch is het raar dat het persbericht de recente discours van twee partijen (dat van sp.a over GDF Suez en de kernenergie en dat van Open VLD over de noodzakelijke hervorming van de steun aan hernieuwbare energiebronnen) in de verf zet. De politieke samenstelling van het directiecomité zal hier zonder twijfel volledig vreemd aan zijn.
![]()
De CREG maakt een persbericht over een studie
woensdag 19 mei 2010
Intern-Belgisch burden sharing agreement (minstens) uitgesteld tot eind 2010
Hoewel artikel 4 van de Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen bepaalt dat de lidstaten uiterlijk op 30 juni 2010 hun nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen moeten aanmelden bij de Commissie, lijkt er niets op dat de federale overheid en de drie gewesten tot nog toe al enige vorderingen hebben gemaakt bij het zoeken van een oplossing voor "het BHV van de klimaatpolitiek".
Naar aanleiding van het debat in het Vlaamse Parlement over het bericht in De Morgen vanochtend over de creatieve uitbalancering tussen ETS en non-ETS emissiesdoelstellingen, stelde minister Schauvliege dat de aanmelding aan de Europese Commissie (op basis van artikel 9bis van de Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten) van al dan niet 'verbeterde' emissiegegevens van nieuwe ETS-installaties, wat in principe moet gebeuren voor 20 juni 2010, uitgesteld wordt:
Dan was er de heel terechte vraag over 30 juni. De federale regering behandelt de lopende zaken. Nu, de Europese Commissie heeft uitstel gegeven tot december. Een regering van lopende zaken kan immers niet beslissen welk aandeel van dat geheel ze voor haar rekening zal nemen. Ook de Klimaatconferentie zal wat meer tijd nodig hebben om een beslissing te nemen. Europa heeft dat ook aanvaard als een van de argumenten waarom we dat niet tegen 30 juni rond kunnen hebben. We moeten immers ook intern uitmaken wie welk aandeel op zich zal nemen.Hiermee geeft de minister ook aan dat de verdeling van de inspanningen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen nog niet voor morgen is. De aanmelding van de 'verbeterde' emissiegegevens hangt immers samen met de invulling van de inspanningen op het non-ETS vlak.
Zullen de partijen ook dit uiteindelijk zwaar communautair beladen punt ook zo snel mogelijk oplossen als BHV en de staatshervorming. Of wordt het ene een pasmunt voor het andere?
Intern-Belgisch burden sharing agreement (minstens) uitgesteld tot eind 2010
vrijdag 14 mei 2010
De Standaard - Magnette ontkent extra bijdrage voor kerncentrales
De Tijd berichte vanochtend dat GDF Suez naast de bijdrage van 215-245 miljoen EUR/jaar tijdens de periode 2010-2014 nog een andere bijdrage zou moeten betalen als tegenprestatie voor het langer openhouden van de kerncentrales. De Standaard ("Magnette ontkent extra bijdrage voor kerncentrales") berichtte deze ochtend dat hier niets van aan is.
Nochtans laat de volgende passage in het antwoord van Magnette aan de Europese Commissie wel aan duidelijkheid te wensen over:
"Ce montant [215-245 miljoen, TV] n'est par ailleurs pas lié à l'extension de la durée d'exploitation des centrales nucléaires. Il vise à corriger la situation avantageuse dans laquelle se trouvent actuellement les producteurs nucléaires à l'égard des autres producteurs et ainsi lever les barrières à l'entrée du marché belge au profit de nouveaux entrants.
Le contribution des producteurs nucléaires suite à l'extension de la durée d'exploitation des centrales nucléaires Doel I, Doel II et Tihange I n'est pas encore estimée.(...)"
De Standaard - Magnette ontkent extra bijdrage voor kerncentrales
'Geklungel' Magnette als leidraad voor antwoorden aan Europese Commissie over Protocolakkoord
De minister van energie, Paul Magnette, die begin oktober vorig jaar hevig onder vuur lag voor zijn amateuristische aanpak om een deal te sluiten met GDF Suez, maakt in zijn antwoord op de vragenlijst van de Europese Commissie (zie mijn vorig bericht) van dat geklungel handig gebruik.
Magnette beweert immers dat de regering op 12 oktober (later in de tekst komt zelfs 13 oktober voor) een 'décision régalienne' nam om de levensduur van de oudste drie kerncentrales te verlengen. Die beslissing, 'antérieuremment' et 'indépendamment' aan het protocolakkoord met GDF Suez van 22 oktober 2009, is gebaseerd op een studie van de CREG van 2007 en het GEMIX-rapport van 2009. De beslissing houdt ook in dat de nucleaire producenten, in navolging van de bijdrage van 250 miljoen in 2008 en 2009, tijdens de jaren 2010-2014 tussen 215 en 245 miljoen zouden bijdragen. Nadien zal een nv van publiek recht, SoMaCO, een 100%-dochter van de Federale Participatiemaatschappij, de hoogte van de bijdrage vastleggen.
Het protocolakkoord van 22 oktober 2009 is "la rencontre entre la politique du Gouvernement décidée le 12 octobre 2009 et des engagements d'un producteur nucléaire s'inscrivant dans cette politique aux fins d'y concourir":
"Les engagements en matière d'emploi et d'investissements constituent dès lors des déclarations de GDF Suez qui a réaffirmé sa volonté de rester en Belgique. Par le Protocole d'accord, le Gouvernement se contente d'en prendre acte et s'en réjouit, compte tenu des retombées positives sur l'économie belge."Nochtans is de SoMaCO (zie volgend bericht) wel bevoegd om die engagementen te controleren en desgevallend aan de administratie financiën voor te stellen om overtredingen te beteugelen met administratieve geldboetes.
Of hoe één en ander uiteindelijk toch blijkt deel uit te maken van één en hetzelfde akkoord...
'Geklungel' Magnette als leidraad voor antwoorden aan Europese Commissie over Protocolakkoord
donderdag 1 april 2010
Waarvoor dienden de 250 miljoen?
Minister Magnette mocht deze week twee keer uitleg geven over het arrest van het Grondwettelijk Hof van 30 maart 2010 (zie hierover mijn vorige post): tijdens de vergadering van de Commissie Bedrijfsleven op 31 maart en tijdens de plenaire vergadering van vandaag, 1 april.
Vandaag speelde Magnette een een-tweetje met zijn partijgenote Karine Lalieux. Buiten een aantal te verwachten lofbetuigingen van de partij aan de fiere minister viel er weinig nieuws te horen.
In antwoord op een vraag van Robert Van de Velde (LDD) somde minister Magnette de bestedingen van de federale regering op die (deels) gefinancierd zijn door de bijdrage van 250 miljoen:
Il se fait que le prélèvement effectué en 2008 a été largement restitué en 2009 au consommateur via une réduction forfaitaire de 30 euros dont ont bénéficié l’ensemble des ménages, via par ailleurs la réduction forfaitaire de 105 euros pour les ménages qui se chauffent à l’électricité et qui ont des revenus jusqu’à 27 000 euros et via notamment les 500 millions de réductions et de crédits d’impôts que le gouvernement accorde tous les ans pour les travaux économiseurs d’énergie chez les particuliers.Het antwoord van Magnette kan geen antwoord zijn op de vaststelling dat de bijdrage van 250 miljoen voor 2008 niet gebruikt is voor enige beleidskeuze die die heffing zou redelijk zou kunnen verantwoorden.
Zoals ik gisteren al schreef, en zoals Magnette nu bevestigt, heeft de federale regering in 2009 een eenmalige korting gegeven van 30 euro. Het annaliteitsbeginsel van de begroting, omschreven in artikel 174 van de Grondwet, houdt volgens confrater Pascal Boucquey het volgende in:
"Bien compris, le principe de l’annualité contient une double règle: celle de l’antériorité, qui veut que le budget de l’Etat soit voté avant le commencement de l’exercice (si le budget est une autorisation préalable du Parlement, il faut bien qu’il soit voté préalablement à la dépense…); celle de la périodicité, en vertu de laquelle l’autorisation de dépenser ne vaut que pour une année — avec ce corollaire que le budget ne peut donc contenir en principe que des recettes et des dépenses qui se rapportent à une année budgétaire déterminée." (P. BOUCQUEY, "L'article 174 de la Constitution. Quelques propos sur le principe de l'annualité budgétaire", RBDC 2006, 274)Hieruit volgt theoretisch dat uitgaven voor 2009 gedekt moeten worden door inkomsten uit 2009 en niet door inkomsten uit 2008.
De forfaitaire vermindering van 105 EUR voor lage inkomens is, zoals kamerlid Tinne Van der Straeten terecht opmerkte, een openbare dienstverplichting die geen budgettaire weerslag heeft vermits die kost door de netbeheerder wordt doorgerekend in de tarieven.
Met wat goede wil kan men de fiscale stimuli voor energiebesparende investeringen aan de repartiebijdrage linken. Maar waren die stimuli ook niet bedoeld voor het economisch relanceplan van de regering?
Waarvoor dienden de 250 miljoen?
woensdag 31 maart 2010
Hoe marginaal kan een toetsing zijn?
Het gelijkheidsbeginsel, beschermd door de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, belet niet dat er bepaalde categorieën van personen verschillend behandeld worden voor zover dat verschil berust op een objectief criterium waarvoor een redelijke verantwoording bestaat uit het oogpunt van het nagestreefde doel. Bij de beoordeling hiervan heeft de (grondwettelijke) rechter slechts aan marginale toetsingsbevoegdheid. Dit betekent dat die rechter moet nagaan of de belangenafweging niet 'kennelijk' onredelijk is.
In zijn arrest nr. 32/2010 (Electrabel - SPE - EDF Belgium - Synatom / Belgische Staat) gaat het Hof wel zeer marginaal om met die marginale toetsing.
Om de redelijke verantwoording van het onderscheid tussen nucleaire producenten en andere marktactoren op de energiemarkt te beoordelen, verwijst het Hof zonder enige eigen (laat staan marginale) toetsing naar de memorie van toelichting van de programmawet van 22 december 2008 die aan de nucleaire producenten een repartitiebijdrage van 250 miljoen euro voor 2008 oplegt. Hij laat na te expliciteren of het onderscheid tussen de verschillende marktactoren berust op een pertinent criterium of dat er een redelijke verhouding bestaat tussen het (amalgaam van) doelen en het onderscheid dat gemaakt wordt.
Dezelfde hypermarginaliteit past het Hof toe wanneer hij aanvaardt dat er tussen de verschillende nucleaire exploitanten geen onderscheiden situatie bestaat. Het loutere feit dat zij "over een aandeel beschikken in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen" volstaat voor het Hof om, samen met de regering, te oordelen dat er geen ongelijke behandeling is. Ook hier ontbreekt enige toetsing van de pertinentie of de redelijke verhouding van het gelijk behandelen.
Alleen in antwoord op de door EDF Belgium ingeroepen ongelijke behandeling tussen de nucleaire producenten en andere ondernemingen die aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn, antwoordt het Hof iets uitvoeriger. Die andere categorieën belastingplichtigen "bevinden zich niet in een vergelijkbare situatie ten aanzien van dergelijke maatregel". Hierbij verwijst het Hof eenvoudigweg naar het doel van de repartitiebijdrage van 250 miljoen.
Ook de hoogte van de repartitiebijdrage (250 miljoen) werd door de verzoekers gehekeld. Dat bedrag zou arbitrair vastgesteld zijn en zou geen enkele band hebben met de verschillende en zeer onderscheiden doelstellingen waarvoor die bijdrage zou moeten dienen.
Het Hof gaat hier niet op in. Het stelt enkel dat "het bedrag van de individuele bijdragen niet op willekeurige wijze [wordt] vastgesteld".
Op zich zou men het resultaat van het arrest moeten kunnen toejuichen. Aan ondernemingen die zeer veel winst maken omdat zij gebruik kunnen maken van nucleaire centrales die, omdat zij dankzij de gulle toegevingen van de wetgever al lang afgeschreven zijn, verhoudingsgewijze zeer goedkope elektriciteit produceren en die goedkope elektriciteit, door de merit order van de verschillende elektriciteitscentrales niet de marktprijs zet voor elektriciteit, wordt duidelijk gemaakt dat die winst kan afgeroomd worden ten voordelen van het algemeen belang. Spijtig is wel dat men nog steeds moet vaststellen (zoals ik in een eerder bericht al deed) dat het ganse bedrag van 250 miljoen op geen enkele manier blijkt aangewend de zijn voor de verschillende doeleinden van de Programmawet, zoals die rimpelloos aanvaard worden door het Grondwettelijk Hof. (De eenmalige korting van 30 euro op de elektriciteitsfactuur in 2009 staat op het konto van de begroting 2009. Hiervoor kan de bijdragen voor 2008 dus niet dienen.)
Daarnaast heeft de regering nu wel de 250 miljoen van 2008 veiliggesteld (en misschien ook die van 2009, hoewel de bijdragplichtigen nog tot eind juni beschikken om ook hiertegen een vernietigingsberoep bij het Grondwettelijk Hof in te stellen), maar heeft zij in het Protocolakkoord dat zij met GDF Suez sloot aanvaard dat er geen nieuwe bijdragen komen (behalve de bijdragen van 215 tot 245 miljoen voor het verlengen van de levensduur van de oudste drie kerncentrales). De regering heeft dus zelf afstand gedaan van wat ze met dit arrest zou kunnen doen, het recurrent belasten van de nucleaire producenten.
Hoe marginaal kan een toetsing zijn?
donderdag 25 maart 2010
Europese Commissie zet grote vraagtekens bij protocol GDF Suez-Belgische staat over verlenging levensduur kerncentrales
GDF Suez en de Belgische regering bereikten in oktober vorig jaar een protocolakkoord over de verlenging van de levensduur van de drie oudste Belgische kerncentrales (Doel I, Doel II en Tihange I).
In antwoord op een actuele vraag van Tinne Van der Straeten bevestigde minister Magnette vandaag dat de Europese Commissie aan de Belgische regering een "lange vragenlijst die over alle aspecten van het protocol gaat" gestuurd heeft. De regering zou hierop tegen 8 april 2010 moeten antwoorden. Daarnaast zal zij ook het wetsontwerp dat vorm moet geven aan het protocolakkoord met de Europese Commissie bespreken.
Een kopie van de vragenlijst vroeg Van der Straeten niet. Blijkens haar vraag en dupliek gaat die lijst "over elk detail, elk punt en elke komma van dat nucleair protocol" en zet ze "het nucleair protocol op losse schroeven". Het enkele feit
dat "de vragenlijst langer is dan het initiële protocol" zou erop kunnen wijzen dat ze geen ongelijk heeft.
![]()
Europese Commissie zet grote vraagtekens bij protocol GDF Suez-Belgische staat over verlenging levensduur kerncentrales
maandag 30 november 2009
Programmawet december 2009 (vervolg)
Het ontwerp van programmawet december 2009 verplicht de kernexploitanten "een fonds op te richten en te financieren". Dit fonds, dat de vorm van een coöperatieve vennootschap moet aannemen, "zal de bevordering en de ondersteuning aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen tot doel hebben".
"Het fonds oefent hiertoe onder meer volgende opdrachten uit:Het ontwerp geeft niet aan wat de verhouding moet zijn van de investeringen. Evenmin wordt aan de Koning enige uitvoeringsbevoegdheid voor die bepalingen gegeven. De aandeelhouders van de coöperatieve vennootschap kunnen dus vrij beschikken over het geïnvesteerde kapitaal.
— de bevordering en ondersteuning van investeringen en uitgaven in de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;
— de bevordering en ondersteuning van onderzoeken en ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen (met name van golfslagenergie, getijdenenergie, waterstof en fotovoltaïsche cellen).
— de bevordering en de ondersteuning van onderzoek op het vlak van energie-efficiëntie."
Voor het jaar 2009 moeten de kernexploitanten 250 miljoen in dat fonds investeren. De individuele bijdragen hangen af van hun aandelen uiteindelijke productie van elektriciteit in de kerncentrales. Zij mogen, uiteraard, de bedragen die in het fonds gestort worden niet doorrekenen aan de eindafnemer.
Een regeringscommissaris zal de vergadering van de raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap kunnen bijwonen. Hij heeft hierin een raadgevende stem. Binnen een termijn van zes werkdagen kan hij in beroep gaan bij de minister van energie "tegen iedere beslissing (...) die hij strijdig acht met de richtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake ’s lands bevoorrading in energie".
De raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap moet "vier onafhankelijke bestuurders zal tellen die door de algemene vergadering van het fonds zullen worden benoemd op voorstel van een dubbele lijst die de regering opstelt". Het ontwerp geeft niet aan of die onafhankelijke bestuurders de meerderheid binnen de raad van bestuur moeten uitmaken. Het is ook verrassend dat de regering 'een dubbele lijst' zal opstellen met namen van onafhankelijke bestuurders. Waarom kan de regering die onafhankelijke bestuurders niet gewoon aanduiden? Waarom kan de wetgever ook niet aanduiden dat er meer onafhankelijke bestuurders dan andere moeten zijn?
Programmawet december 2009 (vervolg)