donderdag 30 september 2010

3de Brusselse Energiemiddag

Vanmiddag gaat de 3de Brusselse Energiemiddag ('Brem') door in de kantoren van Norton Rose.

Confraters Karen Schutyser en Christian Fillipitsch zullen een inleiding geven over "The level playing field clause under the Third Energy Package: how far can Member States go?".

Geïnteresserden voor volgende Brusselse Energiemiddagen kunnen zich altijd melden op tim.vermeir@blixtlaw.eu.
Share/Bookmark

woensdag 29 september 2010

Transit: iedereen wint (een beetje) in de conclusies van advocaat-generaal Trstenjak

Advocaat-generaal bij het Hof van Justitie Verica Trstenjak trakteerde gisteren op prejudiciële vraag van het hof van beroep van Brussel op een nieuw rondje transit van aardgas. Ze schonk in haar conclusies de glazen halfvol.

Volgens Trstenjak is de uitzonderingssituatie van 'historische' transitcontracten (afgesloten voor 1 juli 2004 overeenkomstig de bepalingen van de doorvoerrichtlijn 91/296/EEG) niet 'impliciet maar zeker' opgeheven door de verordening 1775/2005/EG. Over doorvoer wordt niet gesproken in die verordening. Hieruit zou men volgens de advocaat-generaal eerder moeten afleiden dat de verordening de 'historische' contracten niet behandelt dan dat ze omwille van de gelijkstelling tussen transit en transport niet langer beschermd zouden zijn. Trstenjak vindt ook geen aanwijzingen voor de opheffing van de uitzondering in de overwegingen of in de voorbereidende werken bij de verordening. Omdat de economische belangen zo groot zijn, kan zij niet aannemen dat de gemeenschapswetgever de rechtsregels die die belangen beheersen alleen maar impliciet zou gewijzigd hebben.

Hierdoor halen Fluxys en de shippers, de Belgische staat en de Europese Commissie een halve slag thuis. De CREG kan dit arrest aangrijpen om, samen met het arrest van het Grondwettelijk Hof, opnieuw de positie in te nemen van 15 mei 2008 en 6 juni 2008. Toen besliste ze dat slechts vier historische contracten onder de uitzonderingsregel zouden vallen.

De Sloveense advocaat-generaal past ook de gelijke behandeling van vervoer en doorvoer, van kracht sinds de inwerkingtreding van de tweede gasrichtlijn 2003/55/EG, minder rigoureus toe. Hoewel ze duidelijk herhaalt dat er geen onderscheid is tussen de twee activiteiten, geeft ze ook aan dat een verschillende tarifaire behandeling mogelijk kan zijn indien aangetoond wordt dat er in concreto pertinente criteria zijn. Die criteria kunnen betrekking hebben op: de werkelijke kosten, de noodzakelijke investeringen, de investeringsrisico's, de mededinging en de openbare dienstverplichtingen.

De criteria die de Belgische staat en Fluxys aanhaalden om onderscheiden tarieven te verantwoorden, overtuigen de advocaat-generaal echter niet. Niet dat ze volgens haar niet pertinent zijn, maar het feit dat ze zeer algemeen worden toegepast, zonder naar de specifieke situatie te gaan kijken, kan niet door de beugel:

"Toutefois, force est de constater que les dispositions de la loi Gaz 2005 font une distinction générale et systématique entre toutes les activités d’acheminement, d’une part, et toutes les activités de transit, d’autre part. Une telle distinction ne peut être justifiée que si les différences invoquées sont présentes pour l’ensemble des activités de transit. (...) En l’espèce, il me semble cependant loin d’être évident que toutes les activités de transit présentent ces caractéristiques. (...) [I]l me semble assez probable que [la cour d'appel] constatera que toutes les activités de transit ne sont pas soumises aux contraintes invoquées par Fluxys et le gouvernement belge, ou qu’elles n’y sont pas soumises dans la même mesure. Dans cette hypothèse, la distinction systématique et générale entre les activités d’acheminement et celles de transit ne pourrait pas être justifiée dans son ensemble par des différences concernant des critères pertinents, parce qu’elle ne reflèterait pas des différences objectives entre ces deux types d’activité."
Als het Hof van Justitie deze analyse volgt, zou er voor bepaalde transittrajecten een verschillende tarief mogelijk zijn, mits voldoende onderbouwd wordt dat er hierbij pertinente criteria voorhanden zijn. Hetzelfde lijkt dan ook te moeten kunnen voor bepaalde transportactiviteiten.

Maar het te algemene onderscheid tussen doorvoer en vervoer dat de wetgever maakte in 2005, op basis waarvan de CREG haar beslissingen van 2008 nam, en in 2009, intussen vernietigd door het Grondwettelijk Hof, vindt dus geen genade in de ogen van de advocaat-generaal.

Als het Hof van Justitie volgt, lijkt daarmee de weg open te liggen voor een vernietiging door het hof van beroep van de beslissingen van de CREG van mei en juni 2008. Het hypothekeert mogelijks ook het akkoord dat Fluxys en de CREG sloten in 2009. Een aangepast tarifair kader voor aardgas dringt zich, ook na 3 juni 2010, in sommige gevallen wel misschien op.
Share/Bookmark

dinsdag 28 september 2010

Minimale Aardgaslevering

Tijdens haar vergadering van vrijdag 24 september 2010 besliste de Vlaamse regering dat gezinnen die hun aardgasbudgetmeter niet meer kunnen opladen, deze winter kunnen terugvallen op een minimumlevering van aardgas. Hiervoor zullen de OCMW’s automatisch worden verwittigd als gezinnen zonder gas dreigen te vallen. Als na een sociaal onderzoek bij de mensen in kwestie dan blijkt dat er een reële problematiek van energiearmoede is, kan het OCMW afhankelijk van het type woning en de samenstelling van het gezin een minimumhoeveelheid aardgas ter beschikking stellen via de budgetmeterkaart.

De VVSG reageerde door aan te dringen op bijkomende middelen en een uitbreiding van het personeelsbestand: “de OCMW’s moeten de mensen ook structureel kunnen helpen, wat sociaal onderzoek en intensieve begeleiding vraagt”.

Sinds september 2002 hebben de OCMW’s een opdracht toegewezen gekregen inzake de bestrijding van energiearmoede. Die opdracht bestaat uit twee delen. Enerzijds moeten de OCMW’s ondersteuning en sociale en budgettaire begeleiding bieden voor personen met betalingsmoeilijkheden, anderzijds kunnen ze ook financiële steun geven. Die financiële steun wordt beperkt tot 2 zaken: het aanzuiveren van schulden en maatregelen in het kader van een preventief sociaal energiebeleid. Een recente omzendbrief bepaalt wat hieronder kan verstaan worden.

De financiële middelen voor het uitvoeren van deze opdracht komen uit de sociale energiefondsen gas en elektriciteit. Voor het jaar 2009 was een bedrag voorzien van 49.524.420 euro. Jaarlijks moeten de OCMW’s verslag uitbrengen hoeveel van de middelen besteed werden aan personeelsonkosten en hoeveel aan financiële steun. Die gegevens worden gepubliceerd op de website van de POD Maatschappelijke Integratie.

In de meeste OCMW’s gaat er veel meer geld naar loonkosten, dan naar financiële steun, terwijl het onduidelijk is of er wel extra mensen worden aangenomen om deze taken uit te voeren. VVSG stelt (terecht) dat het geven van geld niet voldoende is, maar in praktijk gebeurt net dat. Uit het antwoord op een parlementaire vraag bleek dat de financiële steun hoofdzakelijk gegeven wordt voor het aanzuiveren van facturen, en slechts in zeer beperkte mate ingezet wordt voor een preventief sociaal beleid. In 2007 ging er 57 miljoen naar de aanzuivering van facturen, slechts 2 miljoen naar een preventief sociaal beleid. Deze vaststellingen worden eerder ook gemaakt in een evaluatie van de maatregelen gemaakt door het HIVA. Daarin wordt onder meer gesteld dat er maar een beperkt draagvlak bestaat bij maatschappelijk werkers voor het voeren van een preventief beleid.

De vraag stelt zich dan ook of de eerste vraag bijkomende mensen en middelen moeten zijn voor de OCMW’s. Het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat gezinnen die problemen hebben met de betaling van hun aardgas en een beroep doen op de OCMW’s voor minimumlevering al niet eerder met die OCMW’s gesproken hebben over problemen voor de betaling van hun energiefacturen. De OCMW’s zullen die gezinnen dus al kennen en een bijkomend onderzoek (naar de aardgasbehoeften) zal toch al wel meegenomen zijn in eerdere onderzoeken door de OCMW’s rond minimumlevering voor elektriciteit (bv. in de Lokale Adviescommissies).

De belangrijkste vaststelling is dat de structurele aanpak van energie-armoede in haar kinderschoenen staat. Er bestaan nauwelijks gegevens over de efficiëntie en doelmatigheid van bestaande regelgeving en zoals die uitgevoerd wordt. Federale en gewestelijke maatregelen zijn hierbij nauwelijks op elkaar afgestemd. En zo blijft het beleid helaas teveel beperkt tot het geven van geld.
Share/Bookmark

Energie in de septemberverklaring van minister-president Peeters

Tijdens de septemberverklaring, die hij uitsprak op 27 september 2010, stelde minister-president Peeters het volgende rond het energiebeleid van de Vlaamse regering:

We investeren ook in een groene economie. Dat betekent dat we duurzamer moeten leven, dat we in eerste instantie bewuster moeten nadenken over energie. We zullen binnenkort het Vlaams Energiebedrijf oprichten. Dat energiebedrijf zal in belangrijke mate bijdragen tot een vergroening van de energiemarkt. We doen dat door fors te investeren in energiebesparing en in energie-efficiëntie. Daarnaast investeren we in de productie van duurzame én hernieuwbare energie. We ontwikkelen energie-expertise en bieden nieuwe energiediensten aan. Zo krijgt het bedrijfsleven een extra stimulans, moedigen we de creatie van groene banen aan en verminderen we onze afhankelijkheid qua energiebevoorrading.

Duurzaam energiegebruik is een opdracht voor ons allemaal, voor de bedrijven en voor de gezinnen. De Vlaamse Regering schept de voorwaarden. We zorgen ervoor dat de energienormen voor nieuwbouw leiden tot beduidend meer energiebezuiniging en ‑zuinigheid. We sturen ook aan op energiebesparende ingrepen in bestaande woningen.

We vechten ook tegen de energiearmoede en laten gezinnen niet in de kou staan, ook niet deze winter.

Share/Bookmark

woensdag 15 september 2010

Verjaring van energiefacturen

Naar aanleiding van de bijdrage "L’application de l’article 2277 du Code civil en matière de fourniture d’énergie et de téléphonie" van Cécile Delforge in het laatste nummer van het Tijdschrift voor Vrederechters heb ik zelf ook een aantal bedenkingen over deze problematiek neergeschreven. Die tekst, "Verjaring van energiefacturen", vindt u via deze link.
Share/Bookmark

dinsdag 14 september 2010

Slimme meters en smart grids

Toeval? Nadat ik vanochtend de interessante bijdrage "Smart grids put into practice: technological and regulatory aspects" (Competition and Regulation in Network Industries, 2010, 287) las, kreeg ik vanmiddag een uitnodiging van de VREG voor een ViA-rondetafel ‘De consument en de slimme energiemeter’ op 5 oktober 2010.
Share/Bookmark

dinsdag 7 september 2010

“Der Wettbewerb hat keine Lobby”

De Duitse Bondsregering en de vier grote Duitse elektriciteitsproducenten (E.ON, RWE, EnBW en Vattenfall) bereikten uiteindelijk toch een akkoord over de verlenging van de levensduur van de kerncentrales, afhankelijk van de leeftijd van de centrales met acht tot veertien jaar. In ruil betalen de kernproducenten een atoombelasting (‘Atomsteuer’) van 2,3 miljard euro tot en met 2016 en storten ze een vrijwillige bijdrage in een fonds ter bevordering van hernieuwbare energie.

In verschillende Vlaamse kranten wordt vandaag een vergelijking gemaakt met de deal die GDF Suez en de regering-Van Rompuy I afsloot in oktober vorig jaar. Hierbij focust men voornamelijk op het bedrag van de bijdrage in budgettair moeilijke tijden.

Naar aanleiding van het Duitse kerncompromis, liet de Andreas Mundt, voorzitter van het Bundeskartellamt, de Duitse mededingingsautoriteit, zich ontgoocheld uit. Volgens hem heeft de Bondsregering de kans laten liggen om de marktstructuur te verbeteren door bv. het marktaandeel van de vier operatoren in andere productie-eenheden gedwongen te doen verlagen. Mundt voegde volgens het Handelsblatt hieraan toe: “Der Wettbewerb hat keine lobby.” (“De concurrentie heeft geen lobby.”)

Ook in ons land was het protocolakkoord voorwerp van mededingingsrechtelijke vragen. Die werden reeds opgeworpen in het advies van Stibbe (zomer 2007) en in extenso herhaald in de vragenlijst van de Europese Commissie. Nadien hebben een aantal marktspelers van de Europese Commissie gedaan gekregen dat die verder zou gaan in haar onderzoek over de overeenstemming van het akkoord met het gemeenschapsrecht.

Nu de nieuwe regering het probleem van de kernuitstap opnieuw zal moeten bekijken, dringt zich een degelijke mededingingsrechtelijk pakket op. Hierbij mag het belang van de staatskas, hoe prangend ook, geen schaamlap zijn om de marktwerking, die in België al niet optimaal is, niet verder te verbeteren. Dit zal elke investering in (hernieuwbare) energie enkel ten goede komen.
Share/Bookmark

Over auto's, politieke journalisten, advocatuur en Blixt

Luister hier naar het interview van Tinne Van der Straeten in Joos (Radio1).
Share/Bookmark