maandag 30 november 2009

Programmawet december 2009 (vervolg)

Het ontwerp van programmawet december 2009 verplicht de kernexploitanten "een fonds op te richten en te financieren". Dit fonds, dat de vorm van een coöperatieve vennootschap moet aannemen, "zal de bevordering en de ondersteuning aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen tot doel hebben".

"Het fonds oefent hiertoe onder meer volgende opdrachten uit:
— de bevordering en ondersteuning van investeringen en uitgaven in de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;
— de bevordering en ondersteuning van onderzoeken en ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen (met name van golfslagenergie, getijdenenergie, waterstof en fotovoltaïsche cellen).
— de bevordering en de ondersteuning van onderzoek op het vlak van energie-efficiëntie."
Het ontwerp geeft niet aan wat de verhouding moet zijn van de investeringen. Evenmin wordt aan de Koning enige uitvoeringsbevoegdheid voor die bepalingen gegeven. De aandeelhouders van de coöperatieve vennootschap kunnen dus vrij beschikken over het geïnvesteerde kapitaal.

Voor het jaar 2009 moeten de kernexploitanten 250 miljoen in dat fonds investeren. De individuele bijdragen hangen af van hun aandelen uiteindelijke productie van elektriciteit in de kerncentrales. Zij mogen, uiteraard, de bedragen die in het fonds gestort worden niet doorrekenen aan de eindafnemer.

Een regeringscommissaris zal de vergadering van de raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap kunnen bijwonen. Hij heeft hierin een raadgevende stem. Binnen een termijn van zes werkdagen kan hij in beroep gaan bij de minister van energie "tegen iedere beslissing (...) die hij strijdig acht met de richtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake ’s lands bevoorrading in energie".

De raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap moet "vier onafhankelijke bestuurders zal tellen die door de algemene vergadering van het fonds zullen worden benoemd op voorstel van een dubbele lijst die de regering opstelt". Het ontwerp geeft niet aan of die onafhankelijke bestuurders de meerderheid binnen de raad van bestuur moeten uitmaken. Het is ook verrassend dat de regering 'een dubbele lijst' zal opstellen met namen van onafhankelijke bestuurders. Waarom kan de regering die onafhankelijke bestuurders niet gewoon aanduiden? Waarom kan de wetgever ook niet aanduiden dat er meer onafhankelijke bestuurders dan andere moeten zijn?
Share/Bookmark

Programmawet december 2009

Eind vorige week diende de regering het ontwerp van programmawet bij de diensten van de kamer in.

In het ontwerp wordt o.a. invulling gegeven aan afspraken binnen de regering om aan de kernexploitanten een bijdrage van 500 miljoen te vragen voor de begroting 2009. In de tumultueuze vergadering van de kamer van volksvertegenwoordigers van 22 oktober 2009 zei premier Van Rompuy hierover:

On emprunte la même voie pour 2009. Le gouvernement précédent a décidé de prévoir à nouveau une contribution mais, cette fois, en deux tranches. Conformément à la notification budgétaire, on poursuit, pour la première tranche de 250 millions d'euros, la même voie juridique que celle de 2008. En revanche, selon la notification budgétaire, une seconde tranche de 250 millions d'euros devra être versée dans un fonds qui servira à des investissements ou des dépenses dans le domaine de l'énergie au sens large. Ceci comprend, toujours selon la notification, notamment des mesures s'inscrivant dans le cadre des compétences fédérales au niveau de l'économie d'énergie au sein d'un partenariat public/privé. Le gouvernement créera donc la base légale nécessaire dans la loi-programme pour l'exécution de ces décisions budgétaires.
Ondanks het feit dat Electrabel, EdF Belgium, SPE en Synatom een beroep tot vernietiging van de artikelen 60 tot 66 van de programmawet van 22 december 2008 hebben ingesteld en ondanks het feit dat premier Van Rompuy op 14 oktober in Voor de dag zei dat de bepalingen van de wet van 22 december 2008 van juridische betwistbare kwaliteit zouden zijn (zie hierover mijn bericht), behoudt men exact dezelfde juridische weg, met exact dezelfde nonsensikale en tegenstrijdige motivering als in de programmawet van 22 december 2008.

Daar waar men in de programmawet van 22 december 2008 nog de schijn hooghield dat de bijdrage bestemd was "om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie" vermeldt het ontwerp nu zonder omwegen dat "het bedrag zal worden aangewend voor het budget van de Rijksmiddelenbegroting" (nieuw in de wet van 22 april 2003 in te voegen artikel 14, § 8, vierde lid).
Share/Bookmark

vrijdag 27 november 2009

Het opleggen van administratieve geldboetes kan getoetst worden door de Raad van State

Een administratieve geldboete, een door een beslissing van de overheid opgelegd bedrag als sanctie voor sommige overtredingen van bepaalde regelgeving (bv. bij de regeling rond groenestroomcertificaten of de energieprestatieregelgeving), kan volgens het Hof van Cassatie getoetst worden door de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding.

In zijn arrest van 4 december 2008 (RvS 4 december 2008, nr. 188.456, Emery Worldwide Airlines Inc.) oordeelde de Raad van State dat een administratieve geldboete die als straf bedoeld is op basis van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, EVRM, en van de Grondwet uitsluitend door de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht kan worden opgelegd of beoordeeld.

Het Hof van Cassatie, verenigde kamers, verbreekt dit arrest met zijn arrest van 15 oktober 2009. Volgens het Hof vereisen het EVRM noch de grondwet dat een administratieve geldboete die een straf uitmaakt uitsluitend door een rechter van de rechterlijke orde wordt opgelegd en beoordeeld. Voor het Hof volstaat het dat de overtreder beschikt over een volwaardig jurisdictioneel beroep.

Wanneer de wetgever de toetsingsbevoegdheid niet heeft toegekend aan een rechter van de rechterlijke orde, kan de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding zich ook uitspreken over de eenzijdige administratieve beslissing waarmee de geldboete opgelegd wordt. De Raad kan "onder meer" nagaan of die beslissing een wettelijke grondslag heeft en of zij op haar evenredigheid kan worden getoetst door een rechter. De Raad kan, zo de overtreder die mogelijkheid niet heeft, die individuele maatregel op grond van machtsoverschrijding vernietigen.
Share/Bookmark

woensdag 25 november 2009

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading
Share/Bookmark

Energie in de regeerverklaring Leterme II

"Mijnheer de voorzitter, collega's, dames en heren, ons klimaat- en energiebeleid vergt een duurzame en toekomstgerichte visie. Ze vergt vooral ook de moed om beslissingen te nemen en de moed om te handelen. Samen met de Gewesten werd al een hele reeks concrete maatregelen uitgewerkt. Ons land ligt mee aan de basis van de met cijfers onderbouwde doelstellingen van de Europese Unie inzake reductie van de CO2-uitstoot en de belangrijke financiële inspanningen hiervoor. Wij nemen volgende maand dan ook actief deel aan de Conferentie van Kopenhagen om tot een nieuw ambitieus en solidair internationaal klimaatakkoord te komen. Dit alles moet gepaard gaan met een duurzaam beleid dat onze energiebevoorrading voor een billijke prijs verzekert.

De regering zal de nodige initiatieven nemen om de afspraken met de nucleaire sector verder vorm te geven. Ze zal tevens op basis van het internationaal evaluatierapport inzake het MYRRHA-onderzoeksproject een beslissing nemen."

Zie http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/52/ip122x.html
Share/Bookmark

woensdag 18 november 2009

Nog geen nachttarief op feestdagen

Katrien Partyka, CD&V kamerlid, ondervroeg in de kamercommissie bedrijfsleven minister Magnette over 'het nachttarief op wettelijke feestdagen'. Zij verwees hierbij naar de studie van de CREG van maart 2008 en naar het koninklijk besluit van 2 september 2008 op de distributienettarieven, waarin een omschrijving voorkomt van wettelijke feestdagen. Partyka wou van de minister te weten komen of hij plannen heeft "om het nachttarief ook van toepassing te laten zijn tijdens wettelijke feestdagen"?

Magnette antwoordde dat

"het uitbreiden van het nachttarief naar de feestdagen vereist een aantal technische aanpassingen waarover met de gewesten en de distributienetbeheerders dient overlegd te worden. Bovendien dient ook gekeken te worden naar de financiële implicaties."
Zulk overleg is echter nog niet opgestart.
Share/Bookmark

dinsdag 17 november 2009

Vereniging met de lange naam

Op 20 en 21 november valt mij de eer te beurt om secretaris te zijn van de vergadering van de sectie publiek recht van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland. Die 'Vereniging met de lange naam' brengt jaarlijks de belangrijkste rechtswetenschappers uit Vlaanderen en Nederland samen. Lidmaatschap van de vereniging is een kleine keure van rechtswetenschappers.

De sectie publiek recht vergadert dit jaar over "Toezicht op de energiemarkt en andere nutsvoorzieningen".
Share/Bookmark

maandag 16 november 2009

Directe lijnen, private netten en closed distribution systems

Op uitnodiging van de Nederlandse Vereniging voor Energierecht (NeVER) en de Vlaamse Vereniging voor Energierecht (Vlaver) spreek ik 15 december ek. in Rotterdam over private netten (closed distribution systems) en directe lijnen en leidingen in België.
Share/Bookmark

vrijdag 13 november 2009

Wetsontwerp bekrachtiging koninklijke besluiten aangenomen

De kamer stemde gisteren in met het wetsontwerp houdende bevestiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Met die wet wordt, zoals door de Elektriciteitswet en de Gaswet bepaald, (soms zeer laattijdig) ingestemd met een aantal koninklijke besluiten. Hiermee maakt de wetgever zich ook de (in sommige middens gecontesteerde) koninklijke besluiten van 2 september 2008 met betrekking tot de distributienettarieven eigen.

In artikel 11 van dit koninklijk besluit van 2 september 2008 (distributienettarieven elektriciteit) komt een (door anderen gewraakte) passage voor over nettarieven voor de injectie van elektriciteit door installaties op basis van hernieuwbare energiebronnen.

Uit de bespreking van het wetsontwerp tijdens de plenaire vergadering kan afgeleid worden dat naar aanleiding van de discussie die ontstaan is op het overlegcomité, aangekaart door de gewestelijke ministers Van den Bossche en Nollet, daar ook beslist werd dat de CREG zal komen tot een nieuw voorstel inzake de injectietarieven. Minister Magnette bevestigde

"[qu'il] poserai[t] la question à la CREG dans les meilleurs délais."

Share/Bookmark

donderdag 12 november 2009

Onduidelijkheid over "groene luik" federale bijdrage blijft

De federale bijdrage elektriciteit en aardgas is een manier om een aantal federale duurzame en sociale initiatieven te financieren:
- De kosten van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel;
- De werkingskosten van de CREG en de Ombudsdienst
- De uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie door de OCMW's
- Het Kyoto-fonds
- De reële nettokost van de maximumprijzen voor beschermde residentiële klanten
- De forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit

Eindafnemers die elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen afnemen zijn vrijgesteld van de bijdrage voor de kosten van de denuclearisatie van BP1 en BP2 en en van het Kyoto-fonds. Dat bepaalt artikel 21bis, § 1bis, Elektriciteitswet:

"Het gedeelte van de elektriciteit geleverd aan eindafnemers en geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen of door eenheden van kwalitatieve warmtekracht-koppeling, wordt vrijgesteld (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) van het deel van deze toeslag bedoeld in 1° en 4°. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van de vrijstelling."
Het door het koninklijk besluit van 26 september 2005 vervangen artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 bepaalt dat die eindafnemers vrijgesteld zijn van dat deel van de federale bijdrage voor
"die beantwoorden aan de elektriciteit die hen is geleverd en is geproduceerd van hernieuwbare energiebronnen of kwalitative warmtekrachtkoppelingseenheden".
Het artikel vervolgt:
"Het bedrag van de geheven toeslag wordt in mindering gebracht van de gedeelten die beantwoorden aan deze bedragen in functie van het globale aandeel aan primaire energiebronnen voor deze leverancier.
Deze vrijstelling is onderworpen aan de meest recente fuelmix, zoals goedgekeurd door de gewestelijke regulatoren. De bepaling van deze fuelmix dient te gebeuren conform de gewestelijke regelgeving betreffende de verplichte vermelding van de fuelmix op de facturen."
De oorspronkelijke stelling van minister Verwilghen en de CREG was dat de eindafnemer minder federale bijdrage zou moeten betalen in verhouding tot wat hij aan elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen afnam. Nam hij 100% groene stroom af, werd hij voor 100% vrijgesteld van die delen van de federale bijdrage. In 2008 veranderde de CREG het geweer van schouder: de vermindering moest bekeken worden in verhouding met de globale fuel mix van de leverancier. Een afnemer die 100% groene stroom afnam van een leverancier met slechts 30% groene stroom in zijn fuel mix, zou slechts voor 30% vrijgesteld worden. Een afnemer die 100% afnam van een 100% groene leverancier, zou voor 100% vrijgesteld blijven.

In de kamer werd deze interpretatie door de parlementsleden gehekeld. Minister Magnette leek het samen met de parlementsleden eens te zijn dat de initiële interpretatie (vrijstelling naar verhouding van het aandeel groene stroom in het afnameprofiel en niet in verhouding met de totale fuel mix van de leverancier) de juiste interpretatie was:
In verband met de aan de aankoop van groene energie gerelateerde vrijstelling van de federale bijdrage wenst mevrouw Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!) verduidelijking bij het antwoord van de minister: geldt de vrijstelling wel degelijk per product, en is ze niet gestoeld op de algemene fuelmix?
De minister bevestigt dat de vrijstelling per product geldt.
Vandaag was de minister minder duidelijk tijdens de plenaire vergadering van de kamer:
Monsieur le président, M. Clarinval a posé une question très claire en commission à laquelle je me suis efforcé d'apporter une réponse tout aussi claire. Il a à nouveau posé cette question aujourd'hui et je confirme, avec la même clarté, ce que j'ai dit en commission. En ce qui concerne ces dérogations, selon le gouvernement, l'interprétation à donner concerne les produits jusqu'à l'année 2009. Pour les années suivantes, la question devra être clarifiée et elle le sera juridiquement dans les prochains mois. (...) Pour ce qui concerne la dernière remarque de Mme Van der Straeten, j'ai indiqué l'interprétation à donner jusqu'à fin 2009. C'est là-dessus que nous avons besoin de clarté afin de pouvoir prendre les bonnes décisions. Pour 2010, je n'ai pas dit que nous allions adopter un autre système, j'ai dit que nous allions clarifier les choses.

Share/Bookmark

woensdag 11 november 2009

De ombudsman energie wacht nog steeds

In antwoord op een vraag van Willem-Frederik Schiltz stelde minister Magnette in de vergadering van de kamercommissie bedrijfsleven van gisteren:

"Selor bericht mij dat de volgende selectie voor de Franstalige ombudsman in maart zal worden aangekondigd en dat de resultaten mij uiterlijk in juni zullen meegedeeld. Het wetsontwerp houdende diverse dringende bepalingen dat weldra door de regering zal worden voorgelegd, bevat inderdaad een bepaling waardoor de enige dienstdoende ombudsman alleen beslissingen kan nemen, omdat zijn collega van de andere taalrol nog niet is aangesteld of omdat hij lange tijd afwezig is."

Share/Bookmark

dinsdag 10 november 2009

Gouden aandeel revisited

In de kamercommissie bedrijfsleven ondervroeg Tinne Van der Straeten minister Magnette over de uitvoering van artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (zie hierover mijn vroegere berichten hier en hier).

Magnette antwoordde:

"Mevrouw Van der Straeten, deze bepaling werd ingevoerd lang voor de liberalisering van de elektriciteitsmarkt en voor het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas bestond, omdat het nuttig kon zijn dat de Staat een vertegenwoordiger had in de raad van bestuur.Ondertussen zijn heel wat taken overgenomen door de CREG, als Belgische regulator. De juridische basis bestaat inderdaad nog. Ik heb mijn administratie gevraagd of de mogelijkheid om een vertegenwoordiger in de raad van bestuur van Electrabel, SPE en Elia af te vaardigen nog bestond, rekening houdend met de wetgeving van na de liberalisering van de elektriciteitsmarkt."

Share/Bookmark

maandag 9 november 2009

Boekbespreking

In het laatste nummer van het Rechtskundig Weekblad verscheen mijn bespreking van het boek 'Regulering van offshore windenergie' (Roggenkamp e.a., Antwerpen, Kluwer 2008). Het boek, een preadvies van de Nederlandse vereniging voor energierecht', bespreekt de juridische status van windenergie in Nederland.

"Het pleit voor de Nederlanse vereniging voor energierecht dat zij zich met academische verve en vastberadenheid het juridische lot van offshore windenergie aantrekt. Alleen al wegens die wetenschappelijke gedrevenheid is het boek interessant. Hopelijk zal Nederland bij het stilaan noodzakelijk uitwerken van een doordacht algemeen kader, anders dan één van zijn buurlanden gedaan heeft, de regelgeving rond offshore wind niet al te openlijk schrijven van uit het voluntaristische perspectief van één project en zich minstens ten dele inspireren op het preadvies van de NeVER.
In België en in Nederland moeten academici, rechtspractici en regelgevers wel nadenken hoe de wetgever de civielrechtelijke en regulatoire belemmeringen voor het vestigen van zakelijke zekerheden op en de civiele overdracht van farshore windturbines kan opheffen. Het financieringsmodel van de projecten kan er enkel wel bij varen."

Share/Bookmark