zondag 29 maart 2009

Legal500

De laatste editie van de Legal500 neemt mij voor de derde keer op rij op in de lijst van Belgische specialisten energierecht en schrijft het volgende:

"Tim Vermeir has moved from Loyens & Loeff to Publius where clients include Wingas GmbH, carving out a key niche in EU energy law, as an alternative to larger practices in dealing with regulators."

Share/Bookmark

vrijdag 27 maart 2009

Prijsregulering

In de Kamercommissie Bedrijfsleven van 24 maart 2009 reageerde minister Magnette op de berichten in de pers over de hoge energieprijzen in België (zie hierover ook deze post). De volgende discussie ontspon zich tussen Magnette en Laeremans:

11.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Laeremans, ik heb inderdaad kennis genomen van het verslag van de Europese Commissie over de stand van vooruitgang inzake de oprichting van een eenheidsmarkt voor gas en elektriciteit. (...)

[H]et valt inderdaad op dat de landen met de laagste elektriciteits- en gastarieven allemaal een prijsregulering kennen.

Het is u waarschijnlijk niet ontgaan dat ik in het recente verleden ook al voorstander was van een prijsregulering van de markt. Het is ook juist dat ik daarom de bevoegdheden van de CREG heb versterkt om een monitoring te kunnen uitvoeren op de niet-gereguleerde activiteiten van de elektriciteits- en gasmarkt.

Deze analyse stemt ook overeen met de recente conclusies van de CREG in haar studie over de falende prijsvorming in de vrijgemaakte Belgische elektriciteitsmarkt en de elementen die aan de oorsprong ervan liggen.

Ik heb dan ook aan de CREG gevraagd om aan de regering structurele voorstellen te doen om, in afwachting van concurrentie op het vlak van productie, de consumenten daadwerkelijk te laten genieten van de liberalisering.

11.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): (...) Ik heb het rapport zelf niet gelezen maar dit lijkt toch tegenstrijdig met wat ik hierover in de kranten heb gelezen. Daar zegt men uitdrukkelijk dat de Europese Commissie zich keert tegen gereguleerde prijzen. U maakt een heel andere conclusie. (...)

11.04 Paul Magnette, ministre: Je suis responsable de beaucoup de choses mais pas des contradictions de la Commission. Si elle fait une étude disant que les prix les plus bas sont dans les pays où il y a de la régulation mais qu’elle n’en veut pas, cela veut dire que la Commission est favorable à des prix plus élevés. Mais moi pas!

Wat stelt dit rapport nu eigenlijk:
Uit figuur 6 blijkt dat de vijf lidstaten met de laagste huishoudelijke elektriciteitstarieven allemaal prijsregulering kennen. (...) Als naar de koopkrachtpariteit (purchasing power parity - PPP) wordt gekeken zijn de tarieven hoog voor huishoudens in HU, SK, DE, CY, DK en PL (exclusief alle belastingen en heffingen). Afgezien van DE kennen deze lidstaten allemaal prijsregulering.(...)

Gereguleerde tarieven

Zoals aangegeven in de mededeling van de Commissie "Een interne markt voor het Europa van de 21ste eeuw" moet bij de totstandbrenging van de interne markt de aandacht geconcentreerd blijven op gebieden die direct van invloed zijn op de het dagelijks leven van de consument, zoals energie. Dit omvat de bestaande EU-minimumregels betreffende de universeledienstverplichtingen en de dienstverlening voor kwetsbare klanten.

In tal van EU-lidstaten gaan open energiemarkten nog steeds parallel met gereguleerde energietarieven: meer dan de helft van de lidstaten kennen prijsregulering. De lidstaten die gereguleerde tarieven voor gas en elektriciteit hebben zijn: BG, DK, EE, FR, HU, IE, IT, LV, LT, PL, PT, RO, SK en ES. In GR, CY en MT geldt er prijsregulering voor elektriciteit. DE heeft zijn gereguleerde elektriciteitstarieven afgeschaft in 2007 (huishoudens en kleine ondernemingen). FI heeft gereguleerde gastarieven. In de meeste lidstaten is de prijsregulering niet beperkt tot gezinnen.

De negatieve effecten van gereguleerde energieprijzen blijven een groot probleem voor de goede werking van de interne energiemarkt omdat dergelijke effecten concurrentievervalsing kunnen meebrengen (bv. door belemmeringen op te werpen voor nieuwkomers op de markt en de overstap naar een andere leverancier te bemoeilijken) en de juiste prijssignalen verstoren (en zo een negatieve invloed hebben op investeringen en stimulansen voor energie-efficiëntie). Voorts zijn prijscontrolemechanismen niet altijd verenigbaar met de EU-wetgeving. Er mag geen verwarring ontstaan tussen de bescherming van "kwetsbare klanten" en prijsregulering voor alle klanten, of bepaalde categorieën klanten. Een goed gerichte tariefregulering kan noodzakelijk zijn om de individuele klant in bepaalde omstandigheden te beschermen.

Share/Bookmark

Transitdiscussie ook voor Raad van State

Op 15 mei 2008 besliste de CREG om voorlopige tarieven op te leggen aan Fluxys en Fluxys & Co voor de transitactiviteiten in België. Die tarieven zouden van toepassing zijn op alle transitcontracten die met shippers gesloten waren door Distrigas, Distrigas & Co of Fluxys. Vier contracten vielen buiten deze regeling omdat ze, overeenkomstig artikel 32.1 Tweede Gasrichtlijn en artikel 15/19 Gaswet afgesloten waren op basis van de richtlijn 91/296/EEG (Transitrichtlijn). De regering schorste die beslissing van de CREG, de CREG handhaafde de beslissing opnieuw. De rest van de saga staat vermeld op deze blog.

Op 10 november 2008 besliste de 18de kamer van het Hof van Beroep van Brussel om de beslissing van de CREG van 15 mei 2008 te schorsen. Het Hof was van mening dat de Gaswet niet toeliet om verschillende tarieven op te leggen voor doorvoer van aardgas, enerzijds, en voor binnenlands vervoer van aardgas, anderzijds. Voor het Hof is doorvoer en vervoer, vanaf de inwerkingtreding van de Tweede Gasrichtlijn, gelijk te schakelen. In dat opzicht is het voor het Hof ook irrelevant of de onderliggende contracten al dan niet gereguleerd zijn. Er moeten gelijkvormige tarieven uitgewerkt worden en het komt niet aan de CREG toe om te oordelen of die tarieven in een specifieke situatie toegepast kunnen worden. Confrater Tom Schoors zal dit arrest uitgebreid bespreken tijdens de voorstelling van het Jaarboek Energierecht.

In de procedureslag over de transitbeslissingen hebben Distrigas en Distrigas & Co ook de Raad van State geadieerd. In zijn arrest van 9 maart 2009 (RvS 9 maart 2009, nr. 191.166, NV Distrigas) verklaarde de Raad van State zich onbevoegd omdat de Gaswet expliciet stelt dat inzake de beslissingen genomen met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 9°bis, betreffende de goedkeuring van de tarieven bedoeld in artikel 15/5 tot 15/5decies en van de uitvoeringsbesluiten ervan enkel het Hof van Beroep te Brussel bevoegd is.

Distrigas en Distrigas & Co voerden aan dat "in zoverre de bestreden
beslissing [van 15 mei 2008] de kwalificatie betreft van de doorvoercontracten onder het uitzonderingsregime van artikel 15/19 van de Doorvoerrichtlijn", zij tegen die beslissing een schorsings- en vernietigingsberoep bij de Raad van State indienen.

De Raad van State oordeelde:

"In de huidige stand van de rechtspleging maken de verzoekende partijen echter niet duidelijk en blijkt ook niet dat de kwalificatie van de contracten waarop de voorlopige tarieven van toepassing worden verklaard, kan worden afgesplitst van de beslissingen met betrekking tot de tarieven als zodanig. De onbevoegdheid van de Raad van State ten aanzien van de beslissingen waarbij aan de nv Fluxys voorlopige tarieven worden opgelegd, lijkt dan ook diens onbevoegdheid te impliceren ten aanzien van “de kwalificatie [...] van de doorvoercontracten [die] onder het uitzonderingsregime van artikel 15/19 van de Doorvoerrichtlijn” vallen."

Met andere woorden: zowel het Hof van Beroep, als de Raad van State, als de wetgever laten het aan de contractspartijen over om te beoordelen of een overeenkomst al dan niet gereguleerd is. De rechtszekerheid wordt niet gediend.
Share/Bookmark

woensdag 25 maart 2009

En de minister van de Noordzee is ................ Etienne Schouppe

Gisteren bleek in de kamercommissie Bedrijfsleven dat Eitenne Schouppe, staatssecretaris voor mobiliteit, ook de bevoegdheid over de Noordzee heeft.
Share/Bookmark

vrijdag 20 maart 2009

Golden share, alweer

Ik reageerde op de website van de Tijd op het bericht over het gouden aandeel in GdF Suez.
Share/Bookmark

Boetes voor niet-naleving inleveringsplicht groenestroomcertificaten zijn geen belastingen

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 19 maart 2009 (GwH 19 maart 2009, nr. 2009/52) duidelijk gesteld dat de geldboetes die opgelegd worden aan leveranciers die niet voldoen aan de inleveringsverplichting van groenestroomcertificaten administratieve geldboete en geen belastingen zijn. Het onderscheid tussen een belasting en een administratieve geldboete omschrijft het Hof als volgt:

"Een « belasting » in de zin van artikelen 170 en 172 van de Grondwet is een eenzijdige heffing door de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies of de gemeenten om een uitgave van algemeen nut te dekken. Het gegeven dat de opbrengst van de heffing voor een specifieke beleidsuitgave wordt aangewend of in een afzonderlijk fonds wordt gestort - zoals te dezen – zou een dergelijke heffing niet haar karakter van belasting in de zin van voormelde grondwetsbepalingen ontnemen.

Wanneer het evenwel erop aankomt – zoals te dezen - een belasting te onderscheiden van een administratieve geldboete, is een bijkomend onderscheid nodig, aangezien elke geldelijke sanctie waarvan de « opbrengst » uiteindelijk de Schatkist ten goede komt, volgens de gegeven omschrijving tevens een belasting zou zijn.

Dat onderscheid houdt verband met het sanctiekarakter van de administratieve geldboete : terwijl een belasting wordt geheven op het loutere belastbare feit dat, wanneer het zich voordoet, op zich genomen niet laakbaar hoeft te zijn, bestraft de maatregel waarin de in het geding zijnde bepaling voorziet, een inbreuk op een voorschrift.

Bovendien beoogt die maatregel niet in eerste instantie middelen te verwerven om een uitgave van algemeen nut te dekken, ook al is de opbrengst ervan bestemd voor projecten en maatregelen ter bevordering van het gebruik van hernieuwbare energie."

Share/Bookmark

woensdag 18 maart 2009

Nieuwe regeling groenestroomcertificaten

Gisteren bracht Terzake een reportage over de vermindering van de minimumsteun voor groenestroomcertificaten. De titel op deredactie luidt: "Groene stroom plots 22% duurder".

Wat staat er hierover nu juist in het ontwerpdecreet dat de Vlaamse regering indiende in het Vlaams parlement?

1. Groenestroomcertificaten voor PV-installaties die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, komen niet langer in aanmerking voor de inleveringsverplichting door de leveranciers. Met andere woorden, voor dit soort van groenestroomcertificaten zal er geen afzetmarkt meer bestaan. Daarenboven zullen de eigenaars van die installaties hun groenestroomcertificaten ook niet kunnen aanbieden aan de DNBs voor het verkrijgen van de minimumsteun. Artikel 25ter Elektriciteitsdecreet bepaalt immers dat er geen steun kan worden verleend voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen waarvoor het betreffende groenestroomcertificaat niet kan worden voorgelegd in het kader van artikel 23.
Of nagegaan zal kunnen worden of installaties gebouwd zijn op voldoende geïsoleerde woningen werd door de VREG, de SERV en de MINA-raad ernstig in vraag gesteld.

2. Vermindering van de minimumsteun voor PV-installaties

De gedurende 20 respectievelijk 15 jaar gewaarborgde minimumsteun bedraagt vanaf 1 januari 2010:
350€ in 2010 gedurende 20 jaar;
330€ in 2011 gedurende 20 jaar;
310€ in 2012 gedurende 20 jaar (gepaard gaand met een evaluatie van de onrendabele top);
290€ in 2013 gedurende 15 jaar (tenzij op basis van de evaluatie aanpassing onwenselijk blijkt);
250€ in 2014 gedurende 15 jaar;
210€ in 2015 gedurende 15 jaar (gepaard gaand met een evaluatie van de onrendabele top);
170€ in 2016 gedurende 15 jaar (tenzij op basis van de evaluatie aanpassing onwenselijk blijkt);
130€ in 2017 gedurende 15 jaar;
90€ in 2018 gedurende 15 jaar (gepaard gaand met een evaluatie van de onrendabele top);
50€ in 2019 gedurende 15 jaar (tenzij op basis van de evaluatie aanpassing onwenselijk blijkt) ;
10€ in 2020 gedurende 15 jaar.

3. "Socialisering" van de minimumsteun
Het ontwerpdecreet voorziet in een verplichting van alle distributienetbeheerders (behalve Elia) om de kosten voor de minimumsteun onderling te verdelen in verhouding tot de hoeveelheid elektriciteit die op elk distributienet verdeeld wordt. Een DNB met verhoudingsgewijs minder installaties voor hernieuwbare energiebronnen zal een deel van de kosten van andere DNBs moeten op zich nemen.


Share/Bookmark

dinsdag 17 maart 2009

Verplaatsing van leidingen

Het Vlaamse Gewest legde eertijds een toevaargeul aan vanuit de zeesluis in Hingene naar de Schelde. Die toevaargeul is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van drie bestaande pijpleidingen tussen Antwerpen en Feluy.

Na een uitgebreide briefwisseling tussen de verzoekende partijen en het Vlaamse gewest beslist de Vlaamse minister van openbare werken op 13 januari 1997 dat de drie pijpleidingen op kosten van de eigenaars van die leidingen moesten verplaatst worden.

De Raad van State volgde de verzoekende partijen in hun stelling dat het aan de federale overheid toekomt om te beslissen tot de verplaatsing van de gasleidingen (overeenkomstig artikel 9 Gaswet en het koninklijk besluit van 15 maart 1966). De Raad verwees naar artikel 6, § 1, VII, tweede lid, c), BWHI (bevoegdheid inzake energie) en de federale residuaire bevoegdheden (gasvormige producten die fungeren als grondstoffen).

Zie RvS 12 januari 2009, nr. 189.411, nv Nationale Maatschappij der Pijpleidingen
Share/Bookmark

woensdag 11 maart 2009

Ontwerpdecreet algemene bepalingen betreffende het energiebeleid

Het Ontwerpdecreet algemene bepalingen betreffende het energiebeleid is gepubliceerd op de website van het Vlaams Parlement.
Share/Bookmark

Wijzigingen aan het Elektriciteitsdecreet rond groenestroomcertificaten en -doelstellingen

Op de website van het Vlaams Parlement is het ontwerpdecreet tot wijziging van het elektriciteitsdecreet gepubliceerd.

Dit ontwerpdecreet beoogt de uitvoering van het Vlaamse regeerakkoord, waarin de coalitiepartners overeenkwamen om de doelstellingen met betrekking tot het aandeel hernieuwbare energiebronnen tot 2018 vast te leggen.

Een eerste snelle lezing leert dat het ontwerpdecreet het volgende omvat:
- De definitie van onrendabele top wordt vastgelegd;
- De automatische verhoging van de quota voor inlevering van groenestroomcertificaten door leveranciers wordt opgeheven vanaf 1 januari 2010. De Vlaamse regering kan wel aan het Vlaams Parlement voorstellen om de doelstellingen te verhogen wanneer certificaten van buiten het Vlaams gewest aanvaardbaar worden, als Europese
doelstellingen er aanleiding toe geven, of als een verwachte verbruiksdaling de voorziene stijging van de doelstelling overtreft.
- Voor zonnepanelen (PV-elementen) zal de toekenning van groenestroomcertificaten afhankelijk gemaakt worden van de dak- of zoldervloerisolatie van de woning of het woongebouw;
- De minimumsteun die de netbeheerders moeten toekennen wijzigt voor installaties die in dienst worden genomen vanaf 1 januari 2010: 350 EUR/GSC voor zonne-energie, jaarlijks verminderd met 20 EUR voor nieuw in dienst genomen installaties tot en met 2013 en met 40 euro vanaf 2014; 90 EUR/GSC voor waterkracht, getijden- en golfslagenergie, aardwarmte, windenergie op land, vaste of vloeibare biomassa, biomassa-afval en biogas; 60 EUR/GSC voor stortgas, biogas uit vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwaterzuivering(sslib) en verbranding van restafval; 60 EUR/GSC voor andere technieken. Er komt ook een vorm van socialisering van de kosten voor de DNB's;
- Nieuwe regeling voor minimumsteun aan kwalitatieve WKK's;
- Er komt een regelmatige evaluatie van de doelstellingen en van de minimumsteun;
- De boete voor niet-inlevering van groenestroomcertificaten wordt verlaagd naar 100 EUR per ontbrekend certificaat.
Share/Bookmark

Franstalige ombudsmannen

In het Belgisch Staatsblad van 20 februari 2009 verscheen de aankondiging van Selor voor de selectie van Franstalige ombudsmannen.
Share/Bookmark