donderdag 29 oktober 2009

Weinig duidelijkheid over het Vlaams Energiebedrijf

In hun regeerakkoord spraken de Vlaamse coalitiepartijen af om een Vlaams Energiebedrijf op te richten.

"Het Vlaams energiebedrijf zal onder andere de volgende taken op zich nemen: hernieuwbare energie in Vlaanderen stimuleren door het nemen van participaties; investeren en participeren in innovatieve energieefficiëntieprojecten; deelnemen aan internationale klimaatprojecten ter verwerving van Kyoto-eenheden; energieefficiëntieprojecten in Vlaamse overheidsgebouwen faciliteren en financieren."
Vlaams regeerakkoord 15 juli 2009, p. 53
Vice Minister-President Lieten kreeg de bevoegdheid om vorm te geven aan dit Vlaams Energiebedrijf.

Uit haar beleidsnota 2009-2014 valt echter niet goed af te leiden wat ze concreet zinnens is te doen.
Er zijn door PMV en LRM al een aantal stappen gezet in de richting van een Vlaams energiebedrijf door participaties te nemen in een aantal Vlaamse duurzame energiebedrijven. Er zal worden nagegaan hoe deze participaties eventueel kunnen worden ingepast in het groter geheel van het Vlaams energiebedrijf en op welke wijze er met marktpartijen kan worden samengewerkt.
Het energiebedrijf zal er naar streven om de concurrentie op de Vlaamse energiemarkt te optimaliseren. Dat betekent gebeurlijk dat het Vlaams energiebedrijf actief zal moeten zijn in de volledige energie bedrijfsketen, namelijk van productie tot levering, met uitzondering van transport en distributie.
We zijn er ons van bewust dat een dergelijk Vlaams initiatief ook mogelijks in een internationaal kader zal moeten tot stand komen.

Share/Bookmark

woensdag 28 oktober 2009

Beleidsnota minister Van den Bossche 2009-2010

De beleidsnota van Vlaams minister van energie Freya Van den Bossche is gisteren op de website van het Vlaams Parlement gepubliceerd.

Alvast valt op dat de minister de Vlaamse bevoegdheden ruim interpreteert. Zij doet dit niet expliciet maar verwijst naar een advies van de Raad van State, afdeling wetgeving, waarin gesteld werd dat

"de gewesten, behoudens de uitzonderingen, principieel bevoegd zijn voor het energiebeleid".

Share/Bookmark

dinsdag 27 oktober 2009

De ombudsman energie wacht

Vandaag ondervroegen Katrien Partyka en Peter Logghe minister Magnette over de saga rond de Nederlandstalige en Franstalige ombudsmannen energie. De Nederlandstalige is benoemd, maar kan nog niet starten omdat er nog geen Franstalige benoemd kon worden.

Een leesbaar ontgoochelde Magnette antwoordde:

"Selor heeft mij zojuist de resultaten van de selectie voor de aanwerving van een Franstalige ombudsman voor Energie medegedeeld. Helaas is uit de selectie geen enkele laureaat voortgekomen. De Franstaligen hebben dus niet de intellectuele capaciteiten om ombudsman te worden. Dat is “off the record”."
Iets later liet hij verstaan:
"En het was gemakkelijk."
De minister beloofde nogmaals om te onderzoeken of er iets aan die 'absurde situatie' kon gedaan worden.

Maar voorlopig is het wachten op Selor.
Share/Bookmark

"Concurrentie is goed, controle is beter"

De tweede overweging bij de Eerste Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 96/92/EG) stelde "dat de voltooiing van een elektriciteitsmarkt met mededinging een belangrijke stap voorwaarts is op weg naar de voltooiing van de interne markt voor energie". De vierde overweging poneerde dat "dat de totstandbrenging van de interne markt voor elektriciteit van bijzonder belang is voor een grotere efficiëntie bij productie, transmissie en distributie van elektriciteit en ten goede komt aan de continuïteit van de voorziening en het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven, met inachtneming van de milieubescherming".

In de Tweede Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 2003/54/EG) stelt de tweede overweging: "Uit de ervaring die met de uitvoering van deze richtlijn is opgedaan, blijkt dat de interne markt voor elektriciteit voordelen kan opleveren in de vorm van verbeterde efficiëntie, prijsverlagingen, kwalitatief betere dienstverlening en toegenomen concurrentie."

De Derde Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 2009/72/EG) vermeldt: "De interne markt voor elektriciteit, die sinds 1999 geleidelijk is ingevoerd in het geheel van de Gemeenschap, heeft tot doel een echte keuzevrijheid te bieden aan alle consumenten in de Europese Unie, zowel particulieren als ondernemingen, nieuwe mogelijkheden voor economische groei te creëren en de grensoverschrijdende handel te bevorderen en zo efficiëntieverbeteringen, concurrerende tarieven en een betere dienstverlening te bewerkstelligen, alsmede bij te dragen tot de leverings- en voorzieningszekerheid en de duurzaamheid van de economie."

Eind oktober 2009 vindt de federale minister van energie concurrentie niet belangrijk.

verwijst naar:

"Na het akkoord tussen GDF Suez en de Belgische regering heeft het er alle schijn van dat het verzekeren van de elektriciteitsvoorziening tegen redelijke prijzen en het gevoelig optrekken van het aandeel van groene stroomproductie voorrang heeft gekregen op meer concurrentiewerking. De Belgische minister van Energie, Paul Magnette (PS), stak de voorbije week niet weg dat de energieprijs die de verbruikers wordt aangerekend, veel meer gebaat is met een controle dan met concurrentiewerking. ‘Concurrentie is goed, controle is beter', is zijn leidmotief."
- De Standaard Online - GDF Suez-topman opgezet met ‘ambitieus' energiepact (bekijken via Google Sidewiki)


Share/Bookmark

Nieuwe domeinconcessie

Met het ministerieel besluit van 15 oktober 2009 waarbij de minister een domeinconcessie toekent aan de nv Norther (Air Energy) zijn er inmiddels vier domeinconcessies voor windenergieactiviteiten in de voorbehouden zone in de Noordzee toegekend: C-Power, Belwind, Eldepasco en Norther.
Share/Bookmark

maandag 26 oktober 2009

Gemeentebelastingen op windturbines

Verschillende kranten berichtten vorig WE dat minister van binnenlands bestuur Bourgeois een belasting op windturbines, aangenomen door de gemeenteraad van Alveringem, wil schorsen omdat die belasting volgens minister Bourgeois in strijd zou zijn met de Europese richtlijnen om het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen te bevorderen (zie hierover de blog van Els Keytsman).

Kan minister Bourgeois gemeentebelastingen laten schorsen?

Artikel 170, § 4, van de Grondwet bepaalt dat "geen last of belasting kan door de (...) gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van [haar] raad". Het tweede lid geeft aan 'de wet' het recht om "de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt" te bepalen.

Tot voor de wijziging in 2001 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, las iedereen 'de wet' als 'de federale wet'. Decreten van gewestelijke wetgevers waren geen 'wetten' in de zin van artikel 170, § 4, tweede lid, Grondwet.

In 2001 verkregen de gewesten de bevoegdheid voor "de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de provinciale en gemeentelijke instellingen" (artikel 6, § 1, VIII, 1°, BWHI).

Omdat volgens een deel van de rechtsleer de gemeentelijke bevoegdheid om belastingen te heffen een onlosmakelijk onderdeel is van de door de artikelen 41 en 162 van de grondwet beschermde gemeentelijke autonomie, meent dat deel van de rechtsleer dat de gewesten nu wel via het toezicht over de gemeenten bevoegdheden hebben om gemeentebelastingen te schorsen als die in strijd zijn met bv. het algemeen belang.

Een ander deel van de rechtsleer houdt vast aan artikel 170, § 4, van de Grondwet als basis voor de gemeentelijke belastingsbevoegdheid. In die lezing vermag de gewestelijke overheid niet in te grijpen in gemeentebelastingen.

Afhankelijk van de interpretatie kan minister Bourgeois gemeentebelastingen op windturbines (niet) laten schorsen.
Share/Bookmark

zaterdag 24 oktober 2009

Europa lust nieuwe Pax Electrica niet

De Tijd kopt vandaag "Europa lust nieuwe Pax Electrica niet". In het artikel zelf wordt onder andere verwezen naar het betonneren van het monopolie van GDF Suez zonder flankerende maatregelen en naar het volledige ontbreken van een rol voor de CREG. Verder zouden er problemen zijn bij het feit dat GDF Suez het 'monopolie voor hernieuwbare energie' (?) krijgt. In hetzelfde artikel plaatst een anonieme confrater terecht een vraagteken bij de juridische waarde van de door de premier en minister Magnette ondertekende afspraken.

Europese bezwaren

In de zomer van 2007 beslisten de federale oranje-blauwe onderhandelaars onder leiding van Yves Leterme om Stibbe (confraters en professoren Marc Van der Woude en Frederik Vandendriessche) om advies te vragen over een mogelijk uitstel uit de uitstap uit de kernenergie. Stibbe leverde haar memorandum op 28 augustus 2007 af aan Nele Roobrouck (kabinet-Verhofstadt, nu kabinet-Vanhengel) en aan Hans Braquené (kabinet-Verwilghen). Het advies werd als vertrouwelijk bestempeld, maar is later wel aan alle leden van de commissie bedrijfsleven doorgegeven.

De regering vroeg aan Stibbe "na te gaan of het uitstel van de uitstap uit de kernenergie op juridische bezwaren stuit en, indien dit het geval zou zijn, te adviseren over de wijze waarop deze bezwaren ondervangen zouden kunnen worden". Van der Woude en Vandendriessche kwamen tot de conclusie

"dat de uitvoering van de voorstellen niet op onoverkomelijke bezwaren zou moeten stuiten, zolang de verlenging van de sluitingsdatum gepaard gaat met effectieve marktwerking bevorderende maatregelen."
Die flankerende maatregelen zijn volgens Stibbe nodig om argumenten genomen uit de bepalingen inzake vrij verkeer (artikelen 43 en 56 EG-Verdrag) en staatssteun (artikelen 87 en 88 EG-Verdrag), en uit artikel 86 EG-Verdrag te counteren. Vooral de passage over artikel 86 EG-Verdrag springt in het oog:
"Tevens valt niet uit te sluiten dat concurrerende ondernemingen zich op artikel 86 lid 1 EG-Verdrag zullen beroepen om zich te beklagen over het competitieve voordeel dat Electrabel krijgt toegeworpen door de verlenging van de draaitijd van reeds afgeschreven centrales en dat haar al bestaande dominante positie door dit voordeel verder wordt versterkt. Aldus zou België in strijd handelen met artikel 86 lid 1 EG-Verdrag juncto artikel 82 EG-Verdrag.
Dit argument is steekhoudend, maar kan ons inziens ondervangen worden, indien de overheid het voordeel mitigeert met mededingingsbevorderende flankerende maatregelen. Zo gezien vereist artikel 86 lid 1 de oplegging van dergelijke compenserende maatregelen."
Als flankerende maatregelen stelt Stibbe voor
- een door het FANC goed te keuren investeringsplan
- de betaling van een vergunningsrecht in jaarlijkse tranches
- de storting van een jaarlijkse bijdrage aan een fonds ter bevordering van alternatieve energiebronnen
- de aanvaarding van één of meer van de volgende marktwerkingsbevorderende maatregelen, na advies van de CREG en de Raad voor de Mededinging:
* veilingen van virtuele productiecapaciteit
* inbiedverplichtingen van producenten op elektriciteitsbeurzen
* ruil ('swaps') van activa met buitenlandse nieuwkomers in België
* verkoop van activa
* tolling overeenkomst op kost plus basis

In de protocolovereenkomst tussen Mestrallet-Hansen en Van Rompuy-Magnette wordt geen enkele van deze of andere flankerende maatregelen zelfs maar vernoemd.

Rol van de regulator

In het interview met De Morgen (onder de veelzeggende titel "Alleen Hugo Chavez legt meer regels op") verklaart minister Magnette de totale afwezigheid van de CREG omdat de CREG geen plaats zou mogen hebben 'van Europa'. Volgens Magnette moet "de CREG functioneren als onafhankelijke regulator, die boven alle politieke arbitrage kan functioneren".

Vreemd, niet?

De derde Elektriciteitsrichtlijn 2009/72/EG bepaalt in artikel 35 dat er per lidstaat maar één regulerende instantie kan zijn. Die instantie heeft onder andere als opdracht "ervoor te zorgen dat afnemers baat hebben bij een efficiënte werking van hun nationale markt, bevorderen van daadwerkelijke mededinging en bijdragen tot het waarborgen van consumentenbescherming" (artikel 36). Volgens mij zijn er goede argumenten om hieronder ook de monitoring van de marktprijzen te laten vallen.

Waarde van het akkoord

Gisteren vroeg het VRT Journaal aan Prof. Dr. Ilse Samoy wat zij dacht over de juridische waarde van de overeenkomst. Volgens Samoy was dit een schoolvoorbeeld van een beleidsovereenkomst, die geen juridische waarde heeft. Iets later sprak ze toch over een principeakkoord. Suez zou volgens Samoy de afspraken naast zich neer kunnen leggen. De Belgische staat zou zich wel aan de afspraken moeten houden omdat zij anders aansprakelijk zou kunnen gesteld worden omwille van een miskenning van het vertrouwensbeginsel.

Het Journaal is uiteraard niet het beste medium om een juridische analyse te geven (een blog trouwens ook niet), maar ik heb toch wel wat vragen bij dat 'vertrouwensbeginsel'.

De Raad van State stelt in de regel over het vertrouwensbeginsel:
“één der beginselen van behoorlijk bestuur krachtens hetwelk de burger moet kunnen betrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen of beloften die de overheid in het concrete geval heeft gedaan” (Zie A. MAST, J. DUJARDIN, M. VAN DAMME en J. VANDE LANOTTE, Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Mechelen, Kluwer, 2006, p. 58)
Voor de Raad van State moeten er drie voorwaarden vervuld zijn opdat (een schending van) het beginsel zou kunnen worden ingeroepen: (i) het bestaan van een vergissing vanwege het bestuur; (ii) het ten gevolge van de vergissing verlenen van een voordeel aan de rechtsonderhorige en (iii) de afwezigheid van gewichtige redenen om de rechtsonderhorige dat voordeel te ontnemen.

Het Hof van Cassatie oordeelde in zijn arrest van 14 juni 1999 over het vertrouwensbeginsel:
“De algemene beginselen van behoorlijk bestuur sluiten het recht op rechtszekerheid in; dit houdt onder meer in dat de burger moet kunnen vertrouwen op de openbare diensten en erop moet kunnen rekenen dat zij regels in acht nemen en een standvastig beleid volgen dat de burger niet anders kan opvatten; dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet kunnen worden ingeroepen indien die leiden tot een beleid dat tegen wettelijke bepalingen ingaat.”
Zolang de wetgever niet de wet van 30 januari 2003 niet wijzigt, kan men zich niet beroepen op een afspraak die ingaat tegen die wetsbepalingen.
Share/Bookmark

vrijdag 23 oktober 2009

Vlaanderen en de uitstap uit de kernenergie

Tijdens de vergadering van de Commissie voor woonbeleid, stedelijk beleid en energie (Vlaams Parlement) van gisteren kwam het tot een aanvaring tussen Carl Decaluwé en Ingrid Lieten, die loco Freya Van den Bossche optrad. Aanleiding was de vrije tribune die de drie gewestelijke minister voor energie publiceerden naar aanleiding van de beslissing van de federale regering om de uitstap uit de kernenergie uit te stellen.

Tijdens het debat dat zich daarop ontspon probeerden een aantal Vlaamse volksvertegenwoordigers om de discussie over het uitstel uit de uitstap uit de kernenergie ook op Vlaams niveau te voeren. Commissievoorzitter Jan Penris (Vlaams Belang) kwam gevat tussen: "Er is het fundamentele debat over voor of tegen kernenergie. Ik wil het debat hier met veel plezier voeren, maar helaas moet men zich daarvoor kandidaat stellen aan de overkant van de straat. Als er in deze commissie belangstelling is, dan wil ik met veel plezier een gedachtewisseling organiseren."

Terecht herhaalde Lieten dat het vreemd is dat er, voorafgaand aan de beslissing van de federale regering, geen overleg is geweest tussen de gewesten en de federale overheid. Artikel 6, § 3, 3°, bepaalt nochtans dat er overleg wordt gepleegd tussen de betrokken gewestelijke regeringen en de bevoegde federale overheid over de grote lijnen van het nationaal energiebeleid.

Ik ben het met Lieten en Van den Bossche eens dat de verlenging in verband met de kernuitstap minstens kan beschouwd worden als een grote lijn van het nationale energiebeleid.
Share/Bookmark

donderdag 22 oktober 2009

Suez maakt zich sterk voor SPE, EDF Belgium en E.ON

Blijkens het akkoord tussen GDF Suez en de Belgische regering maakt de eerste zich sterk voor de drie andere participanten in de nucleaire productie (SPE, EDF Belgium en E.ON):

"Outre les engagements décrits ci-avant, la contribution des producteurs au budget de l'Etat s'établira, en fonction de l'évolution des paramétres de coûts et de prix, et des estimations arrêtées à ce jour, pour les années allant de 2010 à 2014 inclus, entre 215 et 245 millions d'euros par an. (...) Sans préjudice des dispositions légales que le gouvernement se réserve de prendre, notamment pour exécuter la présente convention, et dans un délai maximum de huit mois à compter de la présente, l'Etat belge et les producteurs concernés s'engagent à rechercher de bonne foi à conclure un contrat, sous forme de contrat programme ou d'une autre forme juridique appropriée."
Sterkmaking is een juridische figuur waarbij een partij (Suez) zich ten aanzien van een andere partij (de Belgische staat) verbindt dat een derde partij (E.ON, SPE en EDF Belgium) een bepaalde verbintenis zullen uitvoeren. Die derde partij moet dat vervolgens niet doen. Doet hij het niet, moet de sterkmaker die verbintenis weliswaar evenmin uitvoeren, maar kan hij wel aansprakelijk gesteld worden voor het feit dat de andere partij schade geleden heeft door het zich-niet verbinden van de derde.
Share/Bookmark

woensdag 21 oktober 2009

De 'wettelijke basis' voor de 500 miljoen van Suez

De programmawet van 22 december 2008 is de wettelijke basis voor de gecontesteerde bijdrage van de kernexploitanten in de begroting 2008 en 2009 (de “250 miljoen die Electrabel moet betalen in 2008 en de 500 miljoen die zij moet betalen in 2009”). Die programmawet voegt in de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales een verplichting in voor de 'kernprovisievennootschap', Synatom. Synatom is “bevoegd en verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten gunste van de Staat in de inning van een repartitiebijdrage (…) ten laste van de kernexploitanten (…) en dit in het kader van een openbare dienstverplichting (...)”.

De repartitiebijdrage die Synatom aan de Belgische staat betaalt en waarvan zij de terugbetaling vraagt van de kernexploitanten, Electrabel, SPE en EDF Belgium, “heeft tot doel om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie”. De regering kan “de nadere regels voor de tussenkomsten in elk van deze domeinen” bepalen. Tot op heden heeft zij dit niet gedaan.

Omdat de doeleinden van de bijdrage zo divers zijn (financiering van de energiepolitiek, financiering van investeringen in elektriciteitsproductie, financiering van uitgaven inzake kernenergie, financiering van de versterking inzake bevoorradingszekerheid, bestrijding van de stijgende energieprijzen, verbetering van de mededinging) verbaast het niet dat de regering nog niet heeft kunnen beoordelen hoe zij de inkomsten uit die bijdrage gaat alloceren. Overigens heeft het parlement over die besteding ook nog geen enkele vraag gesteld.

Omdat er drie kernexploitanten zijn wordt het bedrag van de individuele bijdrage van elke exploitant berekend pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen. Artikel 14, § 9, van de wet van 11 april 2003 verbiedt de kernexploitanten wel “hun individuele bijdrageplicht op [enigerlei] wijze door[ te] rekenen of [te] verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of op de eindafnemer”.

Het nieuwe artikel 14, § 8, derde alinea, van de wet van 11 april 2003 stelt “het globale bedrag van deze repartitiebijdrage, voor het jaar 2008, [vast] op 250 miljoen euro”. Over 2009 wordt niet gesproken.
Share/Bookmark

dinsdag 20 oktober 2009

De oppositie en de 500 miljoen van Suez

De laatste vraag die de oppositie stelde over de 500 miljoen dateert van 28 april 2009. Toen antwoordde minister Magnette, op vragen van Bruno Tobback en Philippe Henry:

"Monsieur Tobback, monsieur Henry, le gouvernement a prévu dans son budget 2009, deux mesures pour renforcer la concurrence dans la production d’électricité et écrémer les profits de monopole. Il est envisagé de prolonger, pour le budget 2009, le montant de 250 millions d’euros provenant d’une contribution du secteur de l’énergie pour le budget 2008. Ensuite, la création d’un fonds budgétaire devant servir aux investissements et dépenses dans le domaine de l’énergie au sens large est prévue. Il s’agira de mesures entrant dans les compétences fédérales dans le domaine de l’économie d’énergie, notamment dans le cadre d’une coopération public/privé.
Ce fonds sera alimenté de 250 millions d’euros provenant d’une contribution complémentaire du secteur de l’énergie. Afin d’être certain qu’il soit efficace, le gouvernement décidera, après examen approfondi, quels investissements devront bénéficier d’une priorité. Ces mesures sont envisagées dans le cadre du budget 2009. Il est donc logique qu’elles soient élaborées au cours de l’année 2009."

Share/Bookmark

maandag 19 oktober 2009

Interessante beschouwingen over transit

Het Clingendael International Energy Programme publiceerde recente een interessante studie: Crossing borders in European Gas Networks: the missing links.

Clingendael pleit voor een verschillend regelgevend kader voor grensoverschrijdende investeringen (versta: doorvoer of transit). Het lijkt hen evident dat alle nieuwe projecten gebruik moeten maken van de uitzonderingsregel voorzien in artikel 36 van de Derde Gasrichtlijn. De rol van ACER is voor Clingendael zeer belangrijk.
Share/Bookmark

zaterdag 17 oktober 2009

De 500 miljoen van Suez

In een artikel in La Libre Belgique van vandaag staat de volgende passage:

Me Tim Vermeir, avocat spécialisé dans les matières énergétiques chez Publius, se montre toutefois perplexe devant cette "faille". Il ne voit pas pourquoi l’Etat ne pourrait pas prendre une mesure fiscale vis-à-vis d’un groupe spécifique (à savoir les producteurs nucléaires). Mais la distinction faite entre les catégories doit "pouvoir être motivée", explique-t-il. La loi a-t-elle dès lors été suffisamment motivée ?
Voor alle duidelijkheid, daarmee spreek ik mij niet uit voor of tegen de heffing (want het was een heffing en geen belasting) die ingeschreven was in de begrotingen 2008 en 2009. Ik verzet mij wel tegen de uitspraken van Van Rompuy (Voor de Dag, Radio 1, 14 oktober 2009: "de heffingen schonden het gelijkheidsbeginsel, of er bestaan zeer zware vermoedens dat ze die schonden") en anderen die stellen dat het 'discriminerend' zou zijn om een bepaalde categorie te belasten en andere categorieën niet.

Het gelijkheidsbeginsel, opgenomen in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, houdt in dat gelijke categorieën gelijk moeten behandeld worden en ongelijke categorieën ongelijk moeten behandeld worden. Het aanduiden van categorieën veronderstelt een keuze.

Het Grondwettelijk Hof hanteert de volgende formulering:
“De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.”
Hieruit volgt dat men de (on)gelijke behandeling aan de volgende criteria moet toetsen:
1. Vergelijkbaarheid: is de situatie van de nucleaire producenten vergelijkbaar met de situatie van andere producenten?
2. Het doel van het onderscheid: is doel wettig en geoorloofd? Zij ook de gevolgen van de betwiste maatregel in overeenstemming met het algemeen belang?
3. De objectiviteit van het onderscheid: is het gemaakte onderscheid een objectief onderscheid en hangt het niet af van enige subjectieve appreciatie?
4. De pertinentie van het onderscheid: is het onderscheid doeltreffend om het beoogde doel te bereiken? Is het onderscheid ook passend?
5. De redelijke verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Het komt uiteraard aan degene die het onderscheid maakt om dat onderscheid te rechtvaardigen. Faalt hij daarin, dan faalt hij in zijn opdracht. Diegene die onterecht gediscrimineerd wordt heeft dan gelijk dat hij zich hiertegen verzet.
Share/Bookmark

Energie(Prestatie) en de advocaat

Gisteren gaf ik onderstaande presentatie op de derde recyclagemiddag van het Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel.


Share/Bookmark

vrijdag 16 oktober 2009

Naleving en sanctionering van Vlaamse energieprestatieregelgeving (EPB en EPC)

In antwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Veli Yüksel, stelde minister Lieten, loco minister Van den Bossche het volgende over de naleving en de sanctionering van de Vlaamse energieprestatieregelgeving:

"Het aantal officiële klachten met betrekking tot het EPC is tot nu toe beperkt tot een vijftal. In het kader van de EPB-regelgeving voor nieuwbouwwerken werden 400 boetes gevestigd: 291 voor het niet naleven van die EPB-eisen, 102 voor het niet indienen van de startverklaring en 7 voor het niet indienen van een EPB-aangifte. Er werden al 29 boetes opgelegd – dat staat in verhouding tot 1300 gecontroleerde woningen – voor het niet beschikken over een EPC bij het te koop of te huur stellen van een woning."

Share/Bookmark

woensdag 14 oktober 2009

Magnette legt de regeerverklaring uit

Minister Magnette vatte vanmiddag in de kamer kort samen wat zijn deal met Suez inhoudt:

"Il y a toujours de gros fantasmes sur tous les chiffres et la hauteur de la rente. C'est bien cela le problème! C'est pour cela que la priorité du gouvernement est d'établir un mécanisme structurel et permanent, un comité de suivi qui permettra de faire toute la clarté sur ce que sont les coûts de production du nucléaire en Belgique, sur ce que sont les prix de marché et donc sur ce qu'est la marge nucléaire.

En 2008, par la loi de dispositions diverses, on a confié à la CREG le pouvoir d'examiner les coûts de production. La CREG avance. On dispose de premières estimations mais il faut que le travail soit réalisé en toute clarté et objectivité pour que l'énergie nucléaire produite sur notre territoire profite à la société belge, avec un taux de prélèvement qu'il revient au gouvernement de décider, année après année, en fonction de ses choix et de ses décisions politiques.

Tout ne doit pas forcément revenir au budget de l'État. Le bénéfice de l'énergie nucléaire est aussi pour nos industries. Nous savons que nous avons une industrie extrêmement électro-intensive qui bénéficie de prix nettement inférieurs aux prix du marché. Tant mieux. C'est la compétitivité de nos entreprises.

Il doit revenir également aux particuliers. Nous veillerons, par ce comité de suivi, à ce que les prix ne dépassent en aucun cas la moyenne des prix des pays voisins.

Enfin, il doit permettre de réaliser des investissements pour cette indispensable transition vers des énergies moins polluantes et moins dépendantes du nucléaire que vous appelez de vos vœux."

Share/Bookmark

De gevolgen van het energieluik in de regeerverklaring 2009

Uit La Libre Belgique van vandaag:

"Un des objectifs de l’accord sur l’énergie est de maintenir les prix de l’électricité dans la moyenne européenne. Un objectif qui ne signifie pas forcémentdes prix attractifs. “La moyenne des prix dans les pays voisins n’est pas une très bonne référence, car la structure de production qui correspond le plus à la Belgique est celle de la France où les prix de l’électricité sont 15 à 20 % moins chers pour les particuliers”, souligne Eric De Keuleneer, professeur à la Solvay Business School. Tim Vermeir, avocat spécialisé dans les matières Energie chez Publius, y voit quant à lui des conséquences négatives en termes de concurrence. “Beaucoup d’autres groupes vont réfléchir avant d’investir dans de nouvelles centrales.” En d’autres mots : d’après lui, c’est “un petit désastre” pour le marché belge."

Share/Bookmark

dinsdag 13 oktober 2009

Energie in de regeerverklaring

"Doortastende en verantwoordelijke beslissingen zijn nodig op het vlak van energie en klimaat; de evolutie naar een meer duurzame samenleving. De economie, onze fiscaliteit en onze wijze van leven moeten vergroenen willen wij overleven. Ook hier moeten wij stap voor stap angst omzetten in hoop."

"Eind vorig jaar werd het Europese kader voor het klimaatbeleid tegen 2020 uitgetekend. Wij moeten dit kader vertalen naar nationaal beleid. Wij zullen in nauw overleg met de Gewesten beslissen hoe wij de uitdagingen inzake hernieuwbare energie en het terugdringen van de uitstoot concreet invullen."

"De elektriciteitsproducenten hebben zich verbonden tot een groot programma van investeringen van 500 miljoen euro in hernieuwbare energie en ter beperking van het energieverbruik."

"De regering heeft beslist de eerste fase van de kernuitstap met 10 jaar uit te stellen om de bevoorrading inzake elektriciteit van ons land veilig te stellen, alle vereisten inzake veiligheid in acht nemend. Een opvolgingscomité zal ondermeer erover waken dat de prijzen bij ons in geen geval hoger liggen dan in de buurlanden."
Share/Bookmark

Alle kerncentrales sluiten tussen 2022 en 2025

Op basis van wat nu geweten is zouden alle Belgische kerncentrales moeten sluiten tussen 2022 en 2025:
- Doel I - 14 februari 2025
- Doel II - 30 november 2025
- Doel III - 30 september 2022
- Doel IV - 30 juni 2025
- Tihange I - 30 september 2025
- Tihange II - 31 januari 2023
- Tihange III - 31 augustus 2025
Share/Bookmark

donderdag 8 oktober 2009

Transit en de Europese Commissie

Zonder verder commentaar:

Commissie leidt inbreukprocedure in tegen België wegens regeling voor de doorvoer van aardgas

De Europese Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te leiden tegen België omdat zij van mening is dat de Belgische wet van 10 maart 2009, waarbij een afwijkende regeling voor de contracten voor de doorvoer van aardgas wordt ingesteld, indruist tegen het Gemeenschapsrecht betreffende de interne markt voor aardgas. In het Gemeenschapsrecht is sedert 2004 het begrip 'doorvoer' afgeschaft en is het gehele aardgastransport onderworpen aan tarieven die door de onafhankelijke regelgevende instantie van een lidstaat moeten worden vastgesteld.

De niet-discriminerende toegang van derden tot het transportnet voor aardgas is een centraal element geworden in de openstelling van de markten voor concurrentie. Momenteel maakt het Gemeenschapsrecht geen onderscheid meer tussen gastransport in het kader van doorvoer van aardgas en transport van gas dat bestemd is voor afnemers op het nationale grondgebied.

Artikel 2 van de Belgische wet van 10 maart 2009 voert afwijkingen in van de algemene regels voor toegang tot het netwerk ten gunste van de doorvoer van aardgas en voorziet in onderhandelde tarieven waarvan de duur per contract wordt bepaald. Bovendien kan volgens de wet een billijke winstmarge voor doorvoer worden vastgesteld die duidelijk hoger ligt dan de marge die van toepassing is op de andere transportactiviteiten en wordt er een onderscheid gemaakt tussen bestaande en nog te bouwen installaties.

De wet van 10 maart 2009 voert een discriminatie in tussen gebruikers van het netwerk die soortgelijke activiteiten verrichten, hetgeen niet verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht.

Het Gemeenschapsrecht met betrekking tot de interne aardgasmarkt voorziet in toegang van derden tot het aardgastransportnet, zodat nieuwe leveranciers op transparante en niet-discriminerende wijze tot de markt kunnen toetreden. Deze toegang komt tot stand op basis van tarieven waarover wordt onderhandeld tussen de beheerder van het gastransportnet en de regelgevende instantie. Deze tarieven worden van tevoren gepubliceerd. Sinds de totale openstelling van de markten voor concurrentie op 1 juli 2007 kunnen ook alternatieve leveranciers hun potentiële klanten een tarief voorstellen.

In een eerste fase van de gedeeltelijke openstelling van de markten voorzag het Gemeenschapsrecht in de mogelijkheid dat over de toegang zou worden onderhandeld tussen netwerkbeheerders en leveranciers - een mogelijkheid die sinds 2004 is afgeschaft. Uitzonderingen op de gereguleerde toegang moeten voortaan strikt passen in het kader van de communautaire regelgeving.

Share/Bookmark

vrijdag 2 oktober 2009

De CREG legt de transitwet voor aan het Grondwettelijk Hof

De CREG, de federale energieregulator, kondigt vandaag aan dat zij aan het Grondwettelijk Hof de vernietiging vraagt van de wet van 10 maart 2009. Die wet, die de Gaswet wijzigt, laat een ander tarifair stelsel toe voor nieuwe doorvoeractiviteiten (transit van aardgas) en bepaalt dat alle doorvoercontracten of transitcontracten gesloten voor 1 juni 2004 tussen Fluxys, Distrigas of Distrigas & Co en shippers buiten het toepassingsgebied van de Gaswet en van de Gasrichtlijnen vallen.

Volgens de CREG wil zij hiermee “in het belang van de markt en de verbruikers, de toestand uitklaren met betrekking tot de Europese en Belgische wetgeving die zij inzake vervoer- en doorvoertarieven voor gas dient toe te passen”.

Het komt mij voor dat het stilaan nuttiger wordt om “in het belang van de markt en de verbruikers” duidelijkheid te scheppen over de implementatie van de nieuwe wet en over de goedgekeurde tarieven die op transit van toepassing zijn. Wachten op het arrest van het Grondwettelijk Hof om hierop een antwoord te geven zorgt voor nog minstens acht maanden grote rechtsonzekerheid.
Share/Bookmark