woensdag 30 december 2009

Schaf dat gouden aandeel in NMP en Distrigas eindelijk af!

Zonet zag ik dat de raad van bestuur van ENI Distrigas NV nog slechts vier leden telt: twee Belgen (Erwin Van Bruysel en Jean Vermeire, de huidige en vroegere CEO) en twee Italianen van ENI. Daarnaast zijn er ook twee regeringsvertegenwoordigers: Davine Dujardin (kabinet eerste minister) en Hervé Parmentier (PS, Onkelinx en Magnette). ENI Distrigas is sinds dit jaar een 100% dochter van ENI. Het bedrijf verkoopt aardgas en daarmee gerelateerde dienstverlening aan eindafnemers in België.

Op 20 november 2009 benoemde minister Magnette de woordvoerder van de CREG, Laurent Jacquet, tot regeringsvertegenwoordiger de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen . De Nationale Maatschappij der Pijpleidingen is een 100% dochteronderneming van Ackermans Van Haaren. De belangrijkste activiteit van de NMP is het beheer van een pijpleidingennet dat voor het vervoer van industriële gassen en vloeistoffen wordt gebruikt.

De activiteiten van Distrigas noch die van de NMP zijn monopolieactiviteiten. Door de overname door ENI maakt Distrigas niet langer deel uit van een verticaal of horizontaal geïntegreerd elektriciteitsbedrijf dat in België actief is op verschillende energiemarkten. NMP moet sinds 2003 aanvaarden dat eenieder die aan de voorwaarden van de wet van 12 april 1965 voldoet ook pijpleidingen voor industriële gassen of vloeistoffen kan aanleggen. Behalve het feit dat de NMP en haar concurrenten hun leidingen aanleggen op basis van de bepalingen van de wet van 12 april 1965, de Gaswet, hebben die ondernemingen geen uitstaans met de liberalisering van de gasmarkt en vallen zij ook niet onder het regulerende toezicht van de CREG, die van de sector van de industriële gassen of vloeistoffen ook over geen expertise beschikt.

Er is geen enkele maatschappelijke of economische reden voorhanden om het gouden aandeel, en de daarmee gepaard gaande regeringsvertegenwoordigers, te behouden in ENI Distrigas of de NMP.
Share/Bookmark

dinsdag 29 december 2009

Gasterra levert L-gas aan ENI Distrigas tot 2030

Via de Nederlandse blog www.energierecht.nu leerde ik dat voor de kerstvakantie Gasterra en ENI Distrigas een overeenkomst gesloten hebben voor de exclusieve levering van L-gas in België.
Share/Bookmark

donderdag 17 december 2009

Groenestroomcertificaten en de Raad van State

Op 19 mei 2003 legt de VREG een administratieve geldboete van 179.475 euro op aan RWE Solutions AG wegens het niet voldoen aan de inleveringsverplichting van groenestroomcertificaten zoals die voorgeschreven is door artikel 23 van het elektriciteitsdecreet.

RWE Solutions dient tegen die beslissing een vernietigingsberoep in bij de Raad van State.

In zijn arrest van 9 november 2009 verklaart de Raad zich onbevoegd op basis van de volgende redenering.

Het elektriciteitsdecreet bepaalt dat de VREG voor het overtreden van een aantal bepalingen van het elektriciteitsdecreet een administratieve geldboete kan opleggen. Beroepen tegen de beslissing om zulke administratieve geldboete op te leggen kunnen enkel beslecht worden door de rechtbank van eerste aanleg (artikel 569, 33°, Ger.W). Die betwistingen zijn dus “door een uitdrukkelijke wetsbepaling aan de bevoegdheid van de Raad van State onttrokken”.

Een gelijkaardige bepaling is er niet voor betwistingen over beslissingen van de VREG waarbij zij een administratieve geldboete oplegt voor het niet of onvoldoende inleveren van groenestroomcertificaten door een elektriciteitsleverancier (artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet). Volgens de Raad van State is artikel 37, § 1, evenwel algemeen gesteld en is artikel 37, § 2, specifiek toegespitst op het bedrag van de administratieve boete. Uit de samenhang van die bepalingen volgt volgens de Raad “onmiskenbaar dat de rechtsgrond voor elke administratieve geldboete uitsluitend gelegen is in artikel 37, § 1”. Dit betekent dat ook de betwistingen tegen een beslissing gebaseerd op artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet enkel aan de rechtbank van eerste aanleg voorgelegd kunnen worden. De Raad van State is in die lezing niet bevoegd om te oordelen over beroepen tegen beslissingen waarbij de VREG een administratieve boete oplegt wegens het onvoldoende of niet-inleveren van groenestroomcertificaten.

De Vlaamse decreetgever heeft met het het decreet van 7 mei 2004 artikel 37, § 2, van het elektriciteitsdecreet geïnterpreteerd door te stellen dat “onverminderd” begrepen moet worden als “met uitsluiting van”. Hierdoor vindt het opleggen van een administratieve geldboete zijn autonome rechtsgrond in artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet. Het feit dat het Grondwettelijk Hof met zijn arrest 25/2005 van 2 februari 2005 (“'onverminderd'-arrest”) deze interpretatieve bepaling vernietigd heeft in zoverre zij terugwerkte tot de kalenderjaren vóór 2004, brengt de Raad van State ertoe dat in het geval van RWE artikel 37, § 2, wél moet samengelezen worden en geïnterpreteerd worden in het licht van artikel 37, § 1, elektriciteitsdecreet. Impliciet laat de Raad van State verstaan dat voor beslissingen waardoor boetes opgelegd worden na 2005 er wel een beroep mogelijk is bij de Raad van State.
Share/Bookmark

dinsdag 15 december 2009

Gesloten distributiesystemen - een Belgische vogelvlucht vanuit Europees perspectief

Slides van mijn voordracht van vandaag in Rotterdam over gesloten distributiesystemen (closed distribution systems).


Share/Bookmark

zaterdag 12 december 2009

Programmawet december 2009 (vervolg encore)

Meerderheid en oppositie keurden tijdens de vergadering van de kamercommissie bedrijfsleven van 1 december jl. een amendement op het ontwerp van programmawet goed. De volksvertegenwoordigers vonden het belangrijk dat het Fonds dat de kernexploitanten met 250 miljoen euro zouden moeten spijzen "onafhankelijk is ten opzichte van [die] producenten (...) en dat de middelen van het fonds worden aangewend ten dienste van het door de regering besliste energiebeleid". Hiertoe zou de Programmawet moeten bepalen dat er maximum zeven bestuurders van de coöperatieve vennootschap zouden zijn. De vier onafhankelijke bestuurders, waarin het oorspronkelijke ontwerp voorzag, zouden zo de meerderheid in de raad van bestuur hebben.

De commissie aanvaardde het amendement.

De ministerraad was het voorstel van de parlementsleden niet genegen. De leden van de meerderheid werden verzocht opnieuw een amendement in te dienen om het voorgestelde ontwerp in zijn oorspronkelijke versie te laten goedkeuren door de kamer. Karine Lalieux motiveerde blijkens het ontwerp van aanvullend verslag de bocht van de meerderheid als volgt:

"[H]aar amendement [vrijwaart] het privaatrechtelijk karakter van het fonds en [het zorgt er zodoende voor] dat het Europees recht in acht wordt genomen op het stuk van de bepalingen inzake staatssteun en het behoud van de aard van de uitgaven die door de coöperatieve vennootschap mogen worden gedaan."
Die argumenten houden weinig steek. Het privaatrechtelijke karakter van Elia blijft toch ook behouden, ondanks het feit dat artikel 9, § 2, Elektriciteitswet bepaalt dat "de raad van bestuur van de netbeheerder uitsluitend samengesteld is uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor de helft uit onafhankelijke bestuurders".

Minister Magnette onderstreepte dat dat de tekst is besproken binnen de regering en dat het oorspronkelijke voorstel daar goedgekeurd werd:
"Diverse alternatieven werden bekeken en uiteindelijk is gekozen voor een privéfonds, waarin de producenten het kapitaal aanbrengen en coöperateur zijn, het geheel onder controle van de overheid."
De minister beklemtoonde "de overheidscontrole worden uitgeoefend door de regeringscommissaris, die de beslissingen van het fonds kan schorsen, en door de minister, die ze kan vernietigen". Het fonds zal, volgens Magnette, "bijgevolg door de overheid worden gecontroleerd".

Hoe die laatste uitspraak te rijmen valt met de motivering dat het amendement moet verdwijnen om het privaatrechtelijk karakter van het fonds te behouden is onduidelijk. Evenmin is duidelijk waarom de regering overtuigd is dat de aanwezigheid van een controlerende regeringscommissaris in dit geval wél juridisch aanvaardbaar is terwijl Magnette veel sceptischer lijkt te staan tegenover een concrete toepassing van de door de wet ingestelde mogelijkheid om een regeringsvertegenwoordiger in organen van de rechtsopvolgers van Ebes, Unerg en Intercom af te vaardigen.
Share/Bookmark

zondag 6 december 2009

Publicatie rechtspraak federaal energierecht

Tegen de beslissingen van de CREG zijn de laatste jaren al ontelbare procedures gevoerd voor de Raad van State en de hoven (en in veel mindere mate de rechtbanken). Een overzichtje van de inzet van die procedures, de verzoekende/eisende partij en het resultaat vind je op de website van de CREG.

In tegenstelling tot het BIPT, de regulator in de telecommarkt, die alle arresten in de telecommarkt volledig ter beschikking stelt op zijn website, vindt men op de website van de CREG geen enkele kopie van een vonnis of een arrest. De CREG verzoekt de geïnteresseerden immers zich te richten tot website dan wel griffie van de Raad van State, hof van beroep enz.

De CREG wil "de administratieve overlast voor [haar] binnen de perken houden". Welke administratieve overlast het inscannen en publiceren van vonnissen of arresten op de website zou inhouden is mij onbekend. Meer overlast dan het publiceren van de vele eigen adviezen, studies of aanbevelingen zal het wel niet zijn. Of neemt de CREG zo veel beslissingen waartegen belanghebbenden een beroep moeten instellen?
Share/Bookmark

vrijdag 4 december 2009

Tussendoor - een advertentie uit 1962



Via Effiency Law.
Update 06/12/09: Had niet gezien dat Els Keytsman die advertentie op 27 november al op haar blog postte.
Share/Bookmark

donderdag 3 december 2009

België veroordeeld door het Hof van Justitie omwille van het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn

De Europese Commissie stelde België in 2006 in gebreke omdat er nog altijd geen aardgasvervoersnetbeheerder definitief aangeduid was (en is) en omdat een aantal randvoorwaarden voor het toepassen van uitzonderingen op de gereguleerde toegang tot nieuwe grote gasinfrastructuur niet opgenomen zijn in de Belgische wetgeving.

Het Hof van Justitie sprak zich vandaag uit over die ingebrekestelling en veroordeelde België voor het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn (Richlijn 98/30/EG).

Artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn bepaalt dat de lidstaten “een of meer systeembeheerders aan voor een termijn die door de lidstaten wordt vastgesteld” moeten aanduiden.

De Gaswet bepaalt in artikel 8 dat de minister van energie na advies van de CBFA en na advies van de CREG de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van de LNG-terminal en de beheerder van de opslaginstallaties aanduidt. Die beheerders moesten aangeduid worden binnen de negen maanden na de bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling. Die oproep werd op 21 februari 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De CREG stelt in haar advies van 28 juni 2007 vast dat Fluxys “de voorwaarde van de aardgasdoorvoer niet naleeft”. De regulator verwijst hiervoor naar het (intussen gewijzigde) feit dat Distrigas & Co krachtens twee overeenkomsten de transitcapaciteiten op de VTN en de Troll doorvoerleidingen mocht commercialiseren. De CREG beval aan de minister aan bij de eventuele aanstelling van Fluxys om de overname door Fluxys van alle activiteiten die met transit verband houden als voorwaarde te stellen. Intussen heeft Distrigas de aandelen in Distrigas & Co overgedragen aan Fluxys voor het niet onaardige bedrag van 350 miljoen euro. Daarnaast stelt de CREG vast dat een aantal vervoersinstallaties eigendom zijn van eindafnemers, die daarvoor een vervoersvergunning ontvangen hadden. Voor de CREG moet het beheer over die vervoersinstallaties overgedragen worden aan Fluxys.

Rekening houdende met deze opmerkingen, adviseerde de CREG gunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder. Op basis van een aantal vennootschapsrechtelijke en corporate governance gerelateerde elementen adviseerde de CREG ongunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als beheerder van de LNG-installatie.

Fluxys diende eind 2007 een aangepaste kandidatuur in voor de drie beheersfuncties. Begin 2008 gaf de CREG opnieuw een voorwaardelijk gunstig advies voor de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder en een ongunstig advies voor het beheer van de LNG-installatie (zie Jaarverslag CREG 2008, p. 32). Wat er nadien gebeurde, is onduidelijk.

De Europese Commissie meende dat België door geen definitieve aanwijzing van de verschillende systeembeheerders te hebben gedaan artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn schendt.

België merkte, bij monde van zijn raadsman Jean Scalais (Freshfields), die toevalligerwijze ook één van de vaste raadslieden is van Fluxys (o.a. in Ghislengien-proces), dat artikel 7 van de richtlijn de lidstaten niet belet om over te gaan tot de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders. Die tijdelijk aangewezen systeembeheerders vervullen overigens dezelfde taken als definitief aangewezen systeembeheerders. Bovendien, zo stelde de advocaat van Fluxys en de Belgische staat, maakt het allemaal niet veel uit: “De aanwijzing van de voorlopige systeembeheerders staat gelijk aan een definitieve aanwijzing, daar de betrokken ondernemingen de enige zijn die voldoen aan de vereisten voor een definitieve aanwijzing”. Of met andere woorden, de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders is eigenlijk overbodig omdat zij uiteindelijk toch definitief aangesteld zullen worden.

Het Hof van Justitie volgde de Belgische redenering niet en stelde vast dat “de voorlopige aanwijzing van deze beheerders vertraagt namelijk de omzetting van artikel 7 van de richtlijn, dat – zoals het Koninkrijk België erkende – de aanwijzing van deze beheerders voor een termijn van twintig jaar inhield”.

M.b.t. voor nieuwe grote gasinfrastructuur (interconnectoren tussen lidstaten, LNG‑ en opslaginstallaties) bepaalt artikel 22 van de richtlijn dat er een uitzondering kan gemaakt worden voor de bepalingen met betrekking tot de toegang en met betrekking tot de regelgevende instanties indien aan een aantal voorwaarden voldaan wordt, waaronder de verplichting om het ontheffingbesluit “naar behoren te motiveren en bekend te maken” en (m.b.t. interconnectoren) na overleg met de andere betrokken lidstaten of regelgevende instanties.

België verwees naar het feit dat koninklijke besluiten, de vorm die een ontheffingsbesluit zou aannemen, bekendgemaakt worden en gemotiveerd moeten zijn en naar het feit dat de verplichting tot overleg met andere lidstaten een rechtstreekse werking heeft die niet in nationaal recht moet worden omgezet.

Voor het Hof is het feit dat in België alle handelingen die voor een groot aantal personen een belang opleveren, worden bekendgemaakt, geen correcte en volledige omzetting van de bepalingen van de richtlijn. Ook het argument van de directe werking, die “justitiabelen het recht geeft om zich in rechte op een richtlijn te beroepen tegenover een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt”, kan voor het Hof “geen rechtvaardiging vormen voor het verzuim van een lidstaat om tijdig de aan het doel van elke richtlijn beantwoordende uitvoeringsmaatregelen te nemen”.
Share/Bookmark

dinsdag 1 december 2009

Private vliegvelden en windturbines

In Ciney woont baron d'Huart. Die heeft een vergund privaat vliegveld voor een Piper Cup vliegtuig. In de buurt wil Kyotech een windmolenpark van 6 3,5 MW windturbines bouwen.

Tijdens de vergunningsprocedure stelt de bevoegde luchtvaartadministratie dat het project "compromet la sécurité des pilotes et est donc inacceptable". Hierop weigert de bevoegde ambtenaren om de nodige vergunningen toe te kennen. Kyotech gaat hiertegen in beroep. In hun tweede advies levert de luchtvaartadministratie een gunstig voorwaardelijk advies af.

De piloot gaat in beroep bij de Raad van State tegen de uiteindelijk verleende permis unique. De Raad willigt het beroep niet in.

RvS 29 oktober 2009, nr. 197.535, d'Huart
Share/Bookmark

maandag 30 november 2009

Programmawet december 2009 (vervolg)

Het ontwerp van programmawet december 2009 verplicht de kernexploitanten "een fonds op te richten en te financieren". Dit fonds, dat de vorm van een coöperatieve vennootschap moet aannemen, "zal de bevordering en de ondersteuning aan de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen tot doel hebben".

"Het fonds oefent hiertoe onder meer volgende opdrachten uit:
— de bevordering en ondersteuning van investeringen en uitgaven in de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;
— de bevordering en ondersteuning van onderzoeken en ontwikkelingen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen (met name van golfslagenergie, getijdenenergie, waterstof en fotovoltaïsche cellen).
— de bevordering en de ondersteuning van onderzoek op het vlak van energie-efficiëntie."
Het ontwerp geeft niet aan wat de verhouding moet zijn van de investeringen. Evenmin wordt aan de Koning enige uitvoeringsbevoegdheid voor die bepalingen gegeven. De aandeelhouders van de coöperatieve vennootschap kunnen dus vrij beschikken over het geïnvesteerde kapitaal.

Voor het jaar 2009 moeten de kernexploitanten 250 miljoen in dat fonds investeren. De individuele bijdragen hangen af van hun aandelen uiteindelijke productie van elektriciteit in de kerncentrales. Zij mogen, uiteraard, de bedragen die in het fonds gestort worden niet doorrekenen aan de eindafnemer.

Een regeringscommissaris zal de vergadering van de raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap kunnen bijwonen. Hij heeft hierin een raadgevende stem. Binnen een termijn van zes werkdagen kan hij in beroep gaan bij de minister van energie "tegen iedere beslissing (...) die hij strijdig acht met de richtlijnen van ’s lands energiebeleid, met inbegrip van de doelstellingen van de regering inzake ’s lands bevoorrading in energie".

De raad van bestuur van de coöperatieve vennootschap moet "vier onafhankelijke bestuurders zal tellen die door de algemene vergadering van het fonds zullen worden benoemd op voorstel van een dubbele lijst die de regering opstelt". Het ontwerp geeft niet aan of die onafhankelijke bestuurders de meerderheid binnen de raad van bestuur moeten uitmaken. Het is ook verrassend dat de regering 'een dubbele lijst' zal opstellen met namen van onafhankelijke bestuurders. Waarom kan de regering die onafhankelijke bestuurders niet gewoon aanduiden? Waarom kan de wetgever ook niet aanduiden dat er meer onafhankelijke bestuurders dan andere moeten zijn?
Share/Bookmark

Programmawet december 2009

Eind vorige week diende de regering het ontwerp van programmawet bij de diensten van de kamer in.

In het ontwerp wordt o.a. invulling gegeven aan afspraken binnen de regering om aan de kernexploitanten een bijdrage van 500 miljoen te vragen voor de begroting 2009. In de tumultueuze vergadering van de kamer van volksvertegenwoordigers van 22 oktober 2009 zei premier Van Rompuy hierover:

On emprunte la même voie pour 2009. Le gouvernement précédent a décidé de prévoir à nouveau une contribution mais, cette fois, en deux tranches. Conformément à la notification budgétaire, on poursuit, pour la première tranche de 250 millions d'euros, la même voie juridique que celle de 2008. En revanche, selon la notification budgétaire, une seconde tranche de 250 millions d'euros devra être versée dans un fonds qui servira à des investissements ou des dépenses dans le domaine de l'énergie au sens large. Ceci comprend, toujours selon la notification, notamment des mesures s'inscrivant dans le cadre des compétences fédérales au niveau de l'économie d'énergie au sein d'un partenariat public/privé. Le gouvernement créera donc la base légale nécessaire dans la loi-programme pour l'exécution de ces décisions budgétaires.
Ondanks het feit dat Electrabel, EdF Belgium, SPE en Synatom een beroep tot vernietiging van de artikelen 60 tot 66 van de programmawet van 22 december 2008 hebben ingesteld en ondanks het feit dat premier Van Rompuy op 14 oktober in Voor de dag zei dat de bepalingen van de wet van 22 december 2008 van juridische betwistbare kwaliteit zouden zijn (zie hierover mijn bericht), behoudt men exact dezelfde juridische weg, met exact dezelfde nonsensikale en tegenstrijdige motivering als in de programmawet van 22 december 2008.

Daar waar men in de programmawet van 22 december 2008 nog de schijn hooghield dat de bijdrage bestemd was "om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie" vermeldt het ontwerp nu zonder omwegen dat "het bedrag zal worden aangewend voor het budget van de Rijksmiddelenbegroting" (nieuw in de wet van 22 april 2003 in te voegen artikel 14, § 8, vierde lid).
Share/Bookmark

vrijdag 27 november 2009

Het opleggen van administratieve geldboetes kan getoetst worden door de Raad van State

Een administratieve geldboete, een door een beslissing van de overheid opgelegd bedrag als sanctie voor sommige overtredingen van bepaalde regelgeving (bv. bij de regeling rond groenestroomcertificaten of de energieprestatieregelgeving), kan volgens het Hof van Cassatie getoetst worden door de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding.

In zijn arrest van 4 december 2008 (RvS 4 december 2008, nr. 188.456, Emery Worldwide Airlines Inc.) oordeelde de Raad van State dat een administratieve geldboete die als straf bedoeld is op basis van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, EVRM, en van de Grondwet uitsluitend door de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht kan worden opgelegd of beoordeeld.

Het Hof van Cassatie, verenigde kamers, verbreekt dit arrest met zijn arrest van 15 oktober 2009. Volgens het Hof vereisen het EVRM noch de grondwet dat een administratieve geldboete die een straf uitmaakt uitsluitend door een rechter van de rechterlijke orde wordt opgelegd en beoordeeld. Voor het Hof volstaat het dat de overtreder beschikt over een volwaardig jurisdictioneel beroep.

Wanneer de wetgever de toetsingsbevoegdheid niet heeft toegekend aan een rechter van de rechterlijke orde, kan de Raad van State in toepassing van zijn algemene bevoegdheid te beoordelen of een maatregel van de overheid al dan niet genomen is met machtsoverschrijding zich ook uitspreken over de eenzijdige administratieve beslissing waarmee de geldboete opgelegd wordt. De Raad kan "onder meer" nagaan of die beslissing een wettelijke grondslag heeft en of zij op haar evenredigheid kan worden getoetst door een rechter. De Raad kan, zo de overtreder die mogelijkheid niet heeft, die individuele maatregel op grond van machtsoverschrijding vernietigen.
Share/Bookmark

woensdag 25 november 2009

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading

GdF Suez ondertekent overeenkomst over continuïteit energiebevoorrading
Share/Bookmark

Energie in de regeerverklaring Leterme II

"Mijnheer de voorzitter, collega's, dames en heren, ons klimaat- en energiebeleid vergt een duurzame en toekomstgerichte visie. Ze vergt vooral ook de moed om beslissingen te nemen en de moed om te handelen. Samen met de Gewesten werd al een hele reeks concrete maatregelen uitgewerkt. Ons land ligt mee aan de basis van de met cijfers onderbouwde doelstellingen van de Europese Unie inzake reductie van de CO2-uitstoot en de belangrijke financiële inspanningen hiervoor. Wij nemen volgende maand dan ook actief deel aan de Conferentie van Kopenhagen om tot een nieuw ambitieus en solidair internationaal klimaatakkoord te komen. Dit alles moet gepaard gaan met een duurzaam beleid dat onze energiebevoorrading voor een billijke prijs verzekert.

De regering zal de nodige initiatieven nemen om de afspraken met de nucleaire sector verder vorm te geven. Ze zal tevens op basis van het internationaal evaluatierapport inzake het MYRRHA-onderzoeksproject een beslissing nemen."

Zie http://www.dekamer.be/doc/PCRI/html/52/ip122x.html
Share/Bookmark

woensdag 18 november 2009

Nog geen nachttarief op feestdagen

Katrien Partyka, CD&V kamerlid, ondervroeg in de kamercommissie bedrijfsleven minister Magnette over 'het nachttarief op wettelijke feestdagen'. Zij verwees hierbij naar de studie van de CREG van maart 2008 en naar het koninklijk besluit van 2 september 2008 op de distributienettarieven, waarin een omschrijving voorkomt van wettelijke feestdagen. Partyka wou van de minister te weten komen of hij plannen heeft "om het nachttarief ook van toepassing te laten zijn tijdens wettelijke feestdagen"?

Magnette antwoordde dat

"het uitbreiden van het nachttarief naar de feestdagen vereist een aantal technische aanpassingen waarover met de gewesten en de distributienetbeheerders dient overlegd te worden. Bovendien dient ook gekeken te worden naar de financiële implicaties."
Zulk overleg is echter nog niet opgestart.
Share/Bookmark

dinsdag 17 november 2009

Vereniging met de lange naam

Op 20 en 21 november valt mij de eer te beurt om secretaris te zijn van de vergadering van de sectie publiek recht van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland. Die 'Vereniging met de lange naam' brengt jaarlijks de belangrijkste rechtswetenschappers uit Vlaanderen en Nederland samen. Lidmaatschap van de vereniging is een kleine keure van rechtswetenschappers.

De sectie publiek recht vergadert dit jaar over "Toezicht op de energiemarkt en andere nutsvoorzieningen".
Share/Bookmark

maandag 16 november 2009

Directe lijnen, private netten en closed distribution systems

Op uitnodiging van de Nederlandse Vereniging voor Energierecht (NeVER) en de Vlaamse Vereniging voor Energierecht (Vlaver) spreek ik 15 december ek. in Rotterdam over private netten (closed distribution systems) en directe lijnen en leidingen in België.
Share/Bookmark

vrijdag 13 november 2009

Wetsontwerp bekrachtiging koninklijke besluiten aangenomen

De kamer stemde gisteren in met het wetsontwerp houdende bevestiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Met die wet wordt, zoals door de Elektriciteitswet en de Gaswet bepaald, (soms zeer laattijdig) ingestemd met een aantal koninklijke besluiten. Hiermee maakt de wetgever zich ook de (in sommige middens gecontesteerde) koninklijke besluiten van 2 september 2008 met betrekking tot de distributienettarieven eigen.

In artikel 11 van dit koninklijk besluit van 2 september 2008 (distributienettarieven elektriciteit) komt een (door anderen gewraakte) passage voor over nettarieven voor de injectie van elektriciteit door installaties op basis van hernieuwbare energiebronnen.

Uit de bespreking van het wetsontwerp tijdens de plenaire vergadering kan afgeleid worden dat naar aanleiding van de discussie die ontstaan is op het overlegcomité, aangekaart door de gewestelijke ministers Van den Bossche en Nollet, daar ook beslist werd dat de CREG zal komen tot een nieuw voorstel inzake de injectietarieven. Minister Magnette bevestigde

"[qu'il] poserai[t] la question à la CREG dans les meilleurs délais."

Share/Bookmark

donderdag 12 november 2009

Onduidelijkheid over "groene luik" federale bijdrage blijft

De federale bijdrage elektriciteit en aardgas is een manier om een aantal federale duurzame en sociale initiatieven te financieren:
- De kosten van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel;
- De werkingskosten van de CREG en de Ombudsdienst
- De uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie door de OCMW's
- Het Kyoto-fonds
- De reële nettokost van de maximumprijzen voor beschermde residentiële klanten
- De forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit

Eindafnemers die elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen afnemen zijn vrijgesteld van de bijdrage voor de kosten van de denuclearisatie van BP1 en BP2 en en van het Kyoto-fonds. Dat bepaalt artikel 21bis, § 1bis, Elektriciteitswet:

"Het gedeelte van de elektriciteit geleverd aan eindafnemers en geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen of door eenheden van kwalitatieve warmtekracht-koppeling, wordt vrijgesteld (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) van het deel van deze toeslag bedoeld in 1° en 4°. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van de vrijstelling."
Het door het koninklijk besluit van 26 september 2005 vervangen artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 bepaalt dat die eindafnemers vrijgesteld zijn van dat deel van de federale bijdrage voor
"die beantwoorden aan de elektriciteit die hen is geleverd en is geproduceerd van hernieuwbare energiebronnen of kwalitative warmtekrachtkoppelingseenheden".
Het artikel vervolgt:
"Het bedrag van de geheven toeslag wordt in mindering gebracht van de gedeelten die beantwoorden aan deze bedragen in functie van het globale aandeel aan primaire energiebronnen voor deze leverancier.
Deze vrijstelling is onderworpen aan de meest recente fuelmix, zoals goedgekeurd door de gewestelijke regulatoren. De bepaling van deze fuelmix dient te gebeuren conform de gewestelijke regelgeving betreffende de verplichte vermelding van de fuelmix op de facturen."
De oorspronkelijke stelling van minister Verwilghen en de CREG was dat de eindafnemer minder federale bijdrage zou moeten betalen in verhouding tot wat hij aan elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen afnam. Nam hij 100% groene stroom af, werd hij voor 100% vrijgesteld van die delen van de federale bijdrage. In 2008 veranderde de CREG het geweer van schouder: de vermindering moest bekeken worden in verhouding met de globale fuel mix van de leverancier. Een afnemer die 100% groene stroom afnam van een leverancier met slechts 30% groene stroom in zijn fuel mix, zou slechts voor 30% vrijgesteld worden. Een afnemer die 100% afnam van een 100% groene leverancier, zou voor 100% vrijgesteld blijven.

In de kamer werd deze interpretatie door de parlementsleden gehekeld. Minister Magnette leek het samen met de parlementsleden eens te zijn dat de initiële interpretatie (vrijstelling naar verhouding van het aandeel groene stroom in het afnameprofiel en niet in verhouding met de totale fuel mix van de leverancier) de juiste interpretatie was:
In verband met de aan de aankoop van groene energie gerelateerde vrijstelling van de federale bijdrage wenst mevrouw Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!) verduidelijking bij het antwoord van de minister: geldt de vrijstelling wel degelijk per product, en is ze niet gestoeld op de algemene fuelmix?
De minister bevestigt dat de vrijstelling per product geldt.
Vandaag was de minister minder duidelijk tijdens de plenaire vergadering van de kamer:
Monsieur le président, M. Clarinval a posé une question très claire en commission à laquelle je me suis efforcé d'apporter une réponse tout aussi claire. Il a à nouveau posé cette question aujourd'hui et je confirme, avec la même clarté, ce que j'ai dit en commission. En ce qui concerne ces dérogations, selon le gouvernement, l'interprétation à donner concerne les produits jusqu'à l'année 2009. Pour les années suivantes, la question devra être clarifiée et elle le sera juridiquement dans les prochains mois. (...) Pour ce qui concerne la dernière remarque de Mme Van der Straeten, j'ai indiqué l'interprétation à donner jusqu'à fin 2009. C'est là-dessus que nous avons besoin de clarté afin de pouvoir prendre les bonnes décisions. Pour 2010, je n'ai pas dit que nous allions adopter un autre système, j'ai dit que nous allions clarifier les choses.

Share/Bookmark

woensdag 11 november 2009

De ombudsman energie wacht nog steeds

In antwoord op een vraag van Willem-Frederik Schiltz stelde minister Magnette in de vergadering van de kamercommissie bedrijfsleven van gisteren:

"Selor bericht mij dat de volgende selectie voor de Franstalige ombudsman in maart zal worden aangekondigd en dat de resultaten mij uiterlijk in juni zullen meegedeeld. Het wetsontwerp houdende diverse dringende bepalingen dat weldra door de regering zal worden voorgelegd, bevat inderdaad een bepaling waardoor de enige dienstdoende ombudsman alleen beslissingen kan nemen, omdat zijn collega van de andere taalrol nog niet is aangesteld of omdat hij lange tijd afwezig is."

Share/Bookmark

dinsdag 10 november 2009

Gouden aandeel revisited

In de kamercommissie bedrijfsleven ondervroeg Tinne Van der Straeten minister Magnette over de uitvoering van artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 (zie hierover mijn vroegere berichten hier en hier).

Magnette antwoordde:

"Mevrouw Van der Straeten, deze bepaling werd ingevoerd lang voor de liberalisering van de elektriciteitsmarkt en voor het Controlecomité voor Elektriciteit en Gas bestond, omdat het nuttig kon zijn dat de Staat een vertegenwoordiger had in de raad van bestuur.Ondertussen zijn heel wat taken overgenomen door de CREG, als Belgische regulator. De juridische basis bestaat inderdaad nog. Ik heb mijn administratie gevraagd of de mogelijkheid om een vertegenwoordiger in de raad van bestuur van Electrabel, SPE en Elia af te vaardigen nog bestond, rekening houdend met de wetgeving van na de liberalisering van de elektriciteitsmarkt."

Share/Bookmark

maandag 9 november 2009

Boekbespreking

In het laatste nummer van het Rechtskundig Weekblad verscheen mijn bespreking van het boek 'Regulering van offshore windenergie' (Roggenkamp e.a., Antwerpen, Kluwer 2008). Het boek, een preadvies van de Nederlandse vereniging voor energierecht', bespreekt de juridische status van windenergie in Nederland.

"Het pleit voor de Nederlanse vereniging voor energierecht dat zij zich met academische verve en vastberadenheid het juridische lot van offshore windenergie aantrekt. Alleen al wegens die wetenschappelijke gedrevenheid is het boek interessant. Hopelijk zal Nederland bij het stilaan noodzakelijk uitwerken van een doordacht algemeen kader, anders dan één van zijn buurlanden gedaan heeft, de regelgeving rond offshore wind niet al te openlijk schrijven van uit het voluntaristische perspectief van één project en zich minstens ten dele inspireren op het preadvies van de NeVER.
In België en in Nederland moeten academici, rechtspractici en regelgevers wel nadenken hoe de wetgever de civielrechtelijke en regulatoire belemmeringen voor het vestigen van zakelijke zekerheden op en de civiele overdracht van farshore windturbines kan opheffen. Het financieringsmodel van de projecten kan er enkel wel bij varen."

Share/Bookmark

donderdag 29 oktober 2009

Weinig duidelijkheid over het Vlaams Energiebedrijf

In hun regeerakkoord spraken de Vlaamse coalitiepartijen af om een Vlaams Energiebedrijf op te richten.

"Het Vlaams energiebedrijf zal onder andere de volgende taken op zich nemen: hernieuwbare energie in Vlaanderen stimuleren door het nemen van participaties; investeren en participeren in innovatieve energieefficiëntieprojecten; deelnemen aan internationale klimaatprojecten ter verwerving van Kyoto-eenheden; energieefficiëntieprojecten in Vlaamse overheidsgebouwen faciliteren en financieren."
Vlaams regeerakkoord 15 juli 2009, p. 53
Vice Minister-President Lieten kreeg de bevoegdheid om vorm te geven aan dit Vlaams Energiebedrijf.

Uit haar beleidsnota 2009-2014 valt echter niet goed af te leiden wat ze concreet zinnens is te doen.
Er zijn door PMV en LRM al een aantal stappen gezet in de richting van een Vlaams energiebedrijf door participaties te nemen in een aantal Vlaamse duurzame energiebedrijven. Er zal worden nagegaan hoe deze participaties eventueel kunnen worden ingepast in het groter geheel van het Vlaams energiebedrijf en op welke wijze er met marktpartijen kan worden samengewerkt.
Het energiebedrijf zal er naar streven om de concurrentie op de Vlaamse energiemarkt te optimaliseren. Dat betekent gebeurlijk dat het Vlaams energiebedrijf actief zal moeten zijn in de volledige energie bedrijfsketen, namelijk van productie tot levering, met uitzondering van transport en distributie.
We zijn er ons van bewust dat een dergelijk Vlaams initiatief ook mogelijks in een internationaal kader zal moeten tot stand komen.

Share/Bookmark

woensdag 28 oktober 2009

Beleidsnota minister Van den Bossche 2009-2010

De beleidsnota van Vlaams minister van energie Freya Van den Bossche is gisteren op de website van het Vlaams Parlement gepubliceerd.

Alvast valt op dat de minister de Vlaamse bevoegdheden ruim interpreteert. Zij doet dit niet expliciet maar verwijst naar een advies van de Raad van State, afdeling wetgeving, waarin gesteld werd dat

"de gewesten, behoudens de uitzonderingen, principieel bevoegd zijn voor het energiebeleid".

Share/Bookmark

dinsdag 27 oktober 2009

De ombudsman energie wacht

Vandaag ondervroegen Katrien Partyka en Peter Logghe minister Magnette over de saga rond de Nederlandstalige en Franstalige ombudsmannen energie. De Nederlandstalige is benoemd, maar kan nog niet starten omdat er nog geen Franstalige benoemd kon worden.

Een leesbaar ontgoochelde Magnette antwoordde:

"Selor heeft mij zojuist de resultaten van de selectie voor de aanwerving van een Franstalige ombudsman voor Energie medegedeeld. Helaas is uit de selectie geen enkele laureaat voortgekomen. De Franstaligen hebben dus niet de intellectuele capaciteiten om ombudsman te worden. Dat is “off the record”."
Iets later liet hij verstaan:
"En het was gemakkelijk."
De minister beloofde nogmaals om te onderzoeken of er iets aan die 'absurde situatie' kon gedaan worden.

Maar voorlopig is het wachten op Selor.
Share/Bookmark

"Concurrentie is goed, controle is beter"

De tweede overweging bij de Eerste Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 96/92/EG) stelde "dat de voltooiing van een elektriciteitsmarkt met mededinging een belangrijke stap voorwaarts is op weg naar de voltooiing van de interne markt voor energie". De vierde overweging poneerde dat "dat de totstandbrenging van de interne markt voor elektriciteit van bijzonder belang is voor een grotere efficiëntie bij productie, transmissie en distributie van elektriciteit en ten goede komt aan de continuïteit van de voorziening en het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven, met inachtneming van de milieubescherming".

In de Tweede Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 2003/54/EG) stelt de tweede overweging: "Uit de ervaring die met de uitvoering van deze richtlijn is opgedaan, blijkt dat de interne markt voor elektriciteit voordelen kan opleveren in de vorm van verbeterde efficiëntie, prijsverlagingen, kwalitatief betere dienstverlening en toegenomen concurrentie."

De Derde Elektriciteitsrichtlijn (richtlijn 2009/72/EG) vermeldt: "De interne markt voor elektriciteit, die sinds 1999 geleidelijk is ingevoerd in het geheel van de Gemeenschap, heeft tot doel een echte keuzevrijheid te bieden aan alle consumenten in de Europese Unie, zowel particulieren als ondernemingen, nieuwe mogelijkheden voor economische groei te creëren en de grensoverschrijdende handel te bevorderen en zo efficiëntieverbeteringen, concurrerende tarieven en een betere dienstverlening te bewerkstelligen, alsmede bij te dragen tot de leverings- en voorzieningszekerheid en de duurzaamheid van de economie."

Eind oktober 2009 vindt de federale minister van energie concurrentie niet belangrijk.

verwijst naar:

"Na het akkoord tussen GDF Suez en de Belgische regering heeft het er alle schijn van dat het verzekeren van de elektriciteitsvoorziening tegen redelijke prijzen en het gevoelig optrekken van het aandeel van groene stroomproductie voorrang heeft gekregen op meer concurrentiewerking. De Belgische minister van Energie, Paul Magnette (PS), stak de voorbije week niet weg dat de energieprijs die de verbruikers wordt aangerekend, veel meer gebaat is met een controle dan met concurrentiewerking. ‘Concurrentie is goed, controle is beter', is zijn leidmotief."
- De Standaard Online - GDF Suez-topman opgezet met ‘ambitieus' energiepact (bekijken via Google Sidewiki)


Share/Bookmark

Nieuwe domeinconcessie

Met het ministerieel besluit van 15 oktober 2009 waarbij de minister een domeinconcessie toekent aan de nv Norther (Air Energy) zijn er inmiddels vier domeinconcessies voor windenergieactiviteiten in de voorbehouden zone in de Noordzee toegekend: C-Power, Belwind, Eldepasco en Norther.
Share/Bookmark

maandag 26 oktober 2009

Gemeentebelastingen op windturbines

Verschillende kranten berichtten vorig WE dat minister van binnenlands bestuur Bourgeois een belasting op windturbines, aangenomen door de gemeenteraad van Alveringem, wil schorsen omdat die belasting volgens minister Bourgeois in strijd zou zijn met de Europese richtlijnen om het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen te bevorderen (zie hierover de blog van Els Keytsman).

Kan minister Bourgeois gemeentebelastingen laten schorsen?

Artikel 170, § 4, van de Grondwet bepaalt dat "geen last of belasting kan door de (...) gemeente worden ingevoerd dan door een beslissing van [haar] raad". Het tweede lid geeft aan 'de wet' het recht om "de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt" te bepalen.

Tot voor de wijziging in 2001 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, las iedereen 'de wet' als 'de federale wet'. Decreten van gewestelijke wetgevers waren geen 'wetten' in de zin van artikel 170, § 4, tweede lid, Grondwet.

In 2001 verkregen de gewesten de bevoegdheid voor "de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de provinciale en gemeentelijke instellingen" (artikel 6, § 1, VIII, 1°, BWHI).

Omdat volgens een deel van de rechtsleer de gemeentelijke bevoegdheid om belastingen te heffen een onlosmakelijk onderdeel is van de door de artikelen 41 en 162 van de grondwet beschermde gemeentelijke autonomie, meent dat deel van de rechtsleer dat de gewesten nu wel via het toezicht over de gemeenten bevoegdheden hebben om gemeentebelastingen te schorsen als die in strijd zijn met bv. het algemeen belang.

Een ander deel van de rechtsleer houdt vast aan artikel 170, § 4, van de Grondwet als basis voor de gemeentelijke belastingsbevoegdheid. In die lezing vermag de gewestelijke overheid niet in te grijpen in gemeentebelastingen.

Afhankelijk van de interpretatie kan minister Bourgeois gemeentebelastingen op windturbines (niet) laten schorsen.
Share/Bookmark

zaterdag 24 oktober 2009

Europa lust nieuwe Pax Electrica niet

De Tijd kopt vandaag "Europa lust nieuwe Pax Electrica niet". In het artikel zelf wordt onder andere verwezen naar het betonneren van het monopolie van GDF Suez zonder flankerende maatregelen en naar het volledige ontbreken van een rol voor de CREG. Verder zouden er problemen zijn bij het feit dat GDF Suez het 'monopolie voor hernieuwbare energie' (?) krijgt. In hetzelfde artikel plaatst een anonieme confrater terecht een vraagteken bij de juridische waarde van de door de premier en minister Magnette ondertekende afspraken.

Europese bezwaren

In de zomer van 2007 beslisten de federale oranje-blauwe onderhandelaars onder leiding van Yves Leterme om Stibbe (confraters en professoren Marc Van der Woude en Frederik Vandendriessche) om advies te vragen over een mogelijk uitstel uit de uitstap uit de kernenergie. Stibbe leverde haar memorandum op 28 augustus 2007 af aan Nele Roobrouck (kabinet-Verhofstadt, nu kabinet-Vanhengel) en aan Hans Braquené (kabinet-Verwilghen). Het advies werd als vertrouwelijk bestempeld, maar is later wel aan alle leden van de commissie bedrijfsleven doorgegeven.

De regering vroeg aan Stibbe "na te gaan of het uitstel van de uitstap uit de kernenergie op juridische bezwaren stuit en, indien dit het geval zou zijn, te adviseren over de wijze waarop deze bezwaren ondervangen zouden kunnen worden". Van der Woude en Vandendriessche kwamen tot de conclusie

"dat de uitvoering van de voorstellen niet op onoverkomelijke bezwaren zou moeten stuiten, zolang de verlenging van de sluitingsdatum gepaard gaat met effectieve marktwerking bevorderende maatregelen."
Die flankerende maatregelen zijn volgens Stibbe nodig om argumenten genomen uit de bepalingen inzake vrij verkeer (artikelen 43 en 56 EG-Verdrag) en staatssteun (artikelen 87 en 88 EG-Verdrag), en uit artikel 86 EG-Verdrag te counteren. Vooral de passage over artikel 86 EG-Verdrag springt in het oog:
"Tevens valt niet uit te sluiten dat concurrerende ondernemingen zich op artikel 86 lid 1 EG-Verdrag zullen beroepen om zich te beklagen over het competitieve voordeel dat Electrabel krijgt toegeworpen door de verlenging van de draaitijd van reeds afgeschreven centrales en dat haar al bestaande dominante positie door dit voordeel verder wordt versterkt. Aldus zou België in strijd handelen met artikel 86 lid 1 EG-Verdrag juncto artikel 82 EG-Verdrag.
Dit argument is steekhoudend, maar kan ons inziens ondervangen worden, indien de overheid het voordeel mitigeert met mededingingsbevorderende flankerende maatregelen. Zo gezien vereist artikel 86 lid 1 de oplegging van dergelijke compenserende maatregelen."
Als flankerende maatregelen stelt Stibbe voor
- een door het FANC goed te keuren investeringsplan
- de betaling van een vergunningsrecht in jaarlijkse tranches
- de storting van een jaarlijkse bijdrage aan een fonds ter bevordering van alternatieve energiebronnen
- de aanvaarding van één of meer van de volgende marktwerkingsbevorderende maatregelen, na advies van de CREG en de Raad voor de Mededinging:
* veilingen van virtuele productiecapaciteit
* inbiedverplichtingen van producenten op elektriciteitsbeurzen
* ruil ('swaps') van activa met buitenlandse nieuwkomers in België
* verkoop van activa
* tolling overeenkomst op kost plus basis

In de protocolovereenkomst tussen Mestrallet-Hansen en Van Rompuy-Magnette wordt geen enkele van deze of andere flankerende maatregelen zelfs maar vernoemd.

Rol van de regulator

In het interview met De Morgen (onder de veelzeggende titel "Alleen Hugo Chavez legt meer regels op") verklaart minister Magnette de totale afwezigheid van de CREG omdat de CREG geen plaats zou mogen hebben 'van Europa'. Volgens Magnette moet "de CREG functioneren als onafhankelijke regulator, die boven alle politieke arbitrage kan functioneren".

Vreemd, niet?

De derde Elektriciteitsrichtlijn 2009/72/EG bepaalt in artikel 35 dat er per lidstaat maar één regulerende instantie kan zijn. Die instantie heeft onder andere als opdracht "ervoor te zorgen dat afnemers baat hebben bij een efficiënte werking van hun nationale markt, bevorderen van daadwerkelijke mededinging en bijdragen tot het waarborgen van consumentenbescherming" (artikel 36). Volgens mij zijn er goede argumenten om hieronder ook de monitoring van de marktprijzen te laten vallen.

Waarde van het akkoord

Gisteren vroeg het VRT Journaal aan Prof. Dr. Ilse Samoy wat zij dacht over de juridische waarde van de overeenkomst. Volgens Samoy was dit een schoolvoorbeeld van een beleidsovereenkomst, die geen juridische waarde heeft. Iets later sprak ze toch over een principeakkoord. Suez zou volgens Samoy de afspraken naast zich neer kunnen leggen. De Belgische staat zou zich wel aan de afspraken moeten houden omdat zij anders aansprakelijk zou kunnen gesteld worden omwille van een miskenning van het vertrouwensbeginsel.

Het Journaal is uiteraard niet het beste medium om een juridische analyse te geven (een blog trouwens ook niet), maar ik heb toch wel wat vragen bij dat 'vertrouwensbeginsel'.

De Raad van State stelt in de regel over het vertrouwensbeginsel:
“één der beginselen van behoorlijk bestuur krachtens hetwelk de burger moet kunnen betrouwen op een vaste gedragslijn van de overheid of op toezeggingen of beloften die de overheid in het concrete geval heeft gedaan” (Zie A. MAST, J. DUJARDIN, M. VAN DAMME en J. VANDE LANOTTE, Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Mechelen, Kluwer, 2006, p. 58)
Voor de Raad van State moeten er drie voorwaarden vervuld zijn opdat (een schending van) het beginsel zou kunnen worden ingeroepen: (i) het bestaan van een vergissing vanwege het bestuur; (ii) het ten gevolge van de vergissing verlenen van een voordeel aan de rechtsonderhorige en (iii) de afwezigheid van gewichtige redenen om de rechtsonderhorige dat voordeel te ontnemen.

Het Hof van Cassatie oordeelde in zijn arrest van 14 juni 1999 over het vertrouwensbeginsel:
“De algemene beginselen van behoorlijk bestuur sluiten het recht op rechtszekerheid in; dit houdt onder meer in dat de burger moet kunnen vertrouwen op de openbare diensten en erop moet kunnen rekenen dat zij regels in acht nemen en een standvastig beleid volgen dat de burger niet anders kan opvatten; dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet kunnen worden ingeroepen indien die leiden tot een beleid dat tegen wettelijke bepalingen ingaat.”
Zolang de wetgever niet de wet van 30 januari 2003 niet wijzigt, kan men zich niet beroepen op een afspraak die ingaat tegen die wetsbepalingen.
Share/Bookmark

vrijdag 23 oktober 2009

Vlaanderen en de uitstap uit de kernenergie

Tijdens de vergadering van de Commissie voor woonbeleid, stedelijk beleid en energie (Vlaams Parlement) van gisteren kwam het tot een aanvaring tussen Carl Decaluwé en Ingrid Lieten, die loco Freya Van den Bossche optrad. Aanleiding was de vrije tribune die de drie gewestelijke minister voor energie publiceerden naar aanleiding van de beslissing van de federale regering om de uitstap uit de kernenergie uit te stellen.

Tijdens het debat dat zich daarop ontspon probeerden een aantal Vlaamse volksvertegenwoordigers om de discussie over het uitstel uit de uitstap uit de kernenergie ook op Vlaams niveau te voeren. Commissievoorzitter Jan Penris (Vlaams Belang) kwam gevat tussen: "Er is het fundamentele debat over voor of tegen kernenergie. Ik wil het debat hier met veel plezier voeren, maar helaas moet men zich daarvoor kandidaat stellen aan de overkant van de straat. Als er in deze commissie belangstelling is, dan wil ik met veel plezier een gedachtewisseling organiseren."

Terecht herhaalde Lieten dat het vreemd is dat er, voorafgaand aan de beslissing van de federale regering, geen overleg is geweest tussen de gewesten en de federale overheid. Artikel 6, § 3, 3°, bepaalt nochtans dat er overleg wordt gepleegd tussen de betrokken gewestelijke regeringen en de bevoegde federale overheid over de grote lijnen van het nationaal energiebeleid.

Ik ben het met Lieten en Van den Bossche eens dat de verlenging in verband met de kernuitstap minstens kan beschouwd worden als een grote lijn van het nationale energiebeleid.
Share/Bookmark

donderdag 22 oktober 2009

Suez maakt zich sterk voor SPE, EDF Belgium en E.ON

Blijkens het akkoord tussen GDF Suez en de Belgische regering maakt de eerste zich sterk voor de drie andere participanten in de nucleaire productie (SPE, EDF Belgium en E.ON):

"Outre les engagements décrits ci-avant, la contribution des producteurs au budget de l'Etat s'établira, en fonction de l'évolution des paramétres de coûts et de prix, et des estimations arrêtées à ce jour, pour les années allant de 2010 à 2014 inclus, entre 215 et 245 millions d'euros par an. (...) Sans préjudice des dispositions légales que le gouvernement se réserve de prendre, notamment pour exécuter la présente convention, et dans un délai maximum de huit mois à compter de la présente, l'Etat belge et les producteurs concernés s'engagent à rechercher de bonne foi à conclure un contrat, sous forme de contrat programme ou d'une autre forme juridique appropriée."
Sterkmaking is een juridische figuur waarbij een partij (Suez) zich ten aanzien van een andere partij (de Belgische staat) verbindt dat een derde partij (E.ON, SPE en EDF Belgium) een bepaalde verbintenis zullen uitvoeren. Die derde partij moet dat vervolgens niet doen. Doet hij het niet, moet de sterkmaker die verbintenis weliswaar evenmin uitvoeren, maar kan hij wel aansprakelijk gesteld worden voor het feit dat de andere partij schade geleden heeft door het zich-niet verbinden van de derde.
Share/Bookmark

woensdag 21 oktober 2009

De 'wettelijke basis' voor de 500 miljoen van Suez

De programmawet van 22 december 2008 is de wettelijke basis voor de gecontesteerde bijdrage van de kernexploitanten in de begroting 2008 en 2009 (de “250 miljoen die Electrabel moet betalen in 2008 en de 500 miljoen die zij moet betalen in 2009”). Die programmawet voegt in de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales een verplichting in voor de 'kernprovisievennootschap', Synatom. Synatom is “bevoegd en verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten gunste van de Staat in de inning van een repartitiebijdrage (…) ten laste van de kernexploitanten (…) en dit in het kader van een openbare dienstverplichting (...)”.

De repartitiebijdrage die Synatom aan de Belgische staat betaalt en waarvan zij de terugbetaling vraagt van de kernexploitanten, Electrabel, SPE en EDF Belgium, “heeft tot doel om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie”. De regering kan “de nadere regels voor de tussenkomsten in elk van deze domeinen” bepalen. Tot op heden heeft zij dit niet gedaan.

Omdat de doeleinden van de bijdrage zo divers zijn (financiering van de energiepolitiek, financiering van investeringen in elektriciteitsproductie, financiering van uitgaven inzake kernenergie, financiering van de versterking inzake bevoorradingszekerheid, bestrijding van de stijgende energieprijzen, verbetering van de mededinging) verbaast het niet dat de regering nog niet heeft kunnen beoordelen hoe zij de inkomsten uit die bijdrage gaat alloceren. Overigens heeft het parlement over die besteding ook nog geen enkele vraag gesteld.

Omdat er drie kernexploitanten zijn wordt het bedrag van de individuele bijdrage van elke exploitant berekend pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen. Artikel 14, § 9, van de wet van 11 april 2003 verbiedt de kernexploitanten wel “hun individuele bijdrageplicht op [enigerlei] wijze door[ te] rekenen of [te] verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of op de eindafnemer”.

Het nieuwe artikel 14, § 8, derde alinea, van de wet van 11 april 2003 stelt “het globale bedrag van deze repartitiebijdrage, voor het jaar 2008, [vast] op 250 miljoen euro”. Over 2009 wordt niet gesproken.
Share/Bookmark

dinsdag 20 oktober 2009

De oppositie en de 500 miljoen van Suez

De laatste vraag die de oppositie stelde over de 500 miljoen dateert van 28 april 2009. Toen antwoordde minister Magnette, op vragen van Bruno Tobback en Philippe Henry:

"Monsieur Tobback, monsieur Henry, le gouvernement a prévu dans son budget 2009, deux mesures pour renforcer la concurrence dans la production d’électricité et écrémer les profits de monopole. Il est envisagé de prolonger, pour le budget 2009, le montant de 250 millions d’euros provenant d’une contribution du secteur de l’énergie pour le budget 2008. Ensuite, la création d’un fonds budgétaire devant servir aux investissements et dépenses dans le domaine de l’énergie au sens large est prévue. Il s’agira de mesures entrant dans les compétences fédérales dans le domaine de l’économie d’énergie, notamment dans le cadre d’une coopération public/privé.
Ce fonds sera alimenté de 250 millions d’euros provenant d’une contribution complémentaire du secteur de l’énergie. Afin d’être certain qu’il soit efficace, le gouvernement décidera, après examen approfondi, quels investissements devront bénéficier d’une priorité. Ces mesures sont envisagées dans le cadre du budget 2009. Il est donc logique qu’elles soient élaborées au cours de l’année 2009."

Share/Bookmark

maandag 19 oktober 2009

Interessante beschouwingen over transit

Het Clingendael International Energy Programme publiceerde recente een interessante studie: Crossing borders in European Gas Networks: the missing links.

Clingendael pleit voor een verschillend regelgevend kader voor grensoverschrijdende investeringen (versta: doorvoer of transit). Het lijkt hen evident dat alle nieuwe projecten gebruik moeten maken van de uitzonderingsregel voorzien in artikel 36 van de Derde Gasrichtlijn. De rol van ACER is voor Clingendael zeer belangrijk.
Share/Bookmark

zaterdag 17 oktober 2009

De 500 miljoen van Suez

In een artikel in La Libre Belgique van vandaag staat de volgende passage:

Me Tim Vermeir, avocat spécialisé dans les matières énergétiques chez Publius, se montre toutefois perplexe devant cette "faille". Il ne voit pas pourquoi l’Etat ne pourrait pas prendre une mesure fiscale vis-à-vis d’un groupe spécifique (à savoir les producteurs nucléaires). Mais la distinction faite entre les catégories doit "pouvoir être motivée", explique-t-il. La loi a-t-elle dès lors été suffisamment motivée ?
Voor alle duidelijkheid, daarmee spreek ik mij niet uit voor of tegen de heffing (want het was een heffing en geen belasting) die ingeschreven was in de begrotingen 2008 en 2009. Ik verzet mij wel tegen de uitspraken van Van Rompuy (Voor de Dag, Radio 1, 14 oktober 2009: "de heffingen schonden het gelijkheidsbeginsel, of er bestaan zeer zware vermoedens dat ze die schonden") en anderen die stellen dat het 'discriminerend' zou zijn om een bepaalde categorie te belasten en andere categorieën niet.

Het gelijkheidsbeginsel, opgenomen in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, houdt in dat gelijke categorieën gelijk moeten behandeld worden en ongelijke categorieën ongelijk moeten behandeld worden. Het aanduiden van categorieën veronderstelt een keuze.

Het Grondwettelijk Hof hanteert de volgende formulering:
“De grondwettelijke regels van de gelijkheid en de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel en de aard van de ter zake geldende beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.”
Hieruit volgt dat men de (on)gelijke behandeling aan de volgende criteria moet toetsen:
1. Vergelijkbaarheid: is de situatie van de nucleaire producenten vergelijkbaar met de situatie van andere producenten?
2. Het doel van het onderscheid: is doel wettig en geoorloofd? Zij ook de gevolgen van de betwiste maatregel in overeenstemming met het algemeen belang?
3. De objectiviteit van het onderscheid: is het gemaakte onderscheid een objectief onderscheid en hangt het niet af van enige subjectieve appreciatie?
4. De pertinentie van het onderscheid: is het onderscheid doeltreffend om het beoogde doel te bereiken? Is het onderscheid ook passend?
5. De redelijke verhouding tussen de aangewende middelen en het beoogde doel.

Het komt uiteraard aan degene die het onderscheid maakt om dat onderscheid te rechtvaardigen. Faalt hij daarin, dan faalt hij in zijn opdracht. Diegene die onterecht gediscrimineerd wordt heeft dan gelijk dat hij zich hiertegen verzet.
Share/Bookmark

Energie(Prestatie) en de advocaat

Gisteren gaf ik onderstaande presentatie op de derde recyclagemiddag van het Vlaams Pleitgenootschap bij de Balie te Brussel.


Share/Bookmark

vrijdag 16 oktober 2009

Naleving en sanctionering van Vlaamse energieprestatieregelgeving (EPB en EPC)

In antwoord op een vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Veli Yüksel, stelde minister Lieten, loco minister Van den Bossche het volgende over de naleving en de sanctionering van de Vlaamse energieprestatieregelgeving:

"Het aantal officiële klachten met betrekking tot het EPC is tot nu toe beperkt tot een vijftal. In het kader van de EPB-regelgeving voor nieuwbouwwerken werden 400 boetes gevestigd: 291 voor het niet naleven van die EPB-eisen, 102 voor het niet indienen van de startverklaring en 7 voor het niet indienen van een EPB-aangifte. Er werden al 29 boetes opgelegd – dat staat in verhouding tot 1300 gecontroleerde woningen – voor het niet beschikken over een EPC bij het te koop of te huur stellen van een woning."

Share/Bookmark

woensdag 14 oktober 2009

Magnette legt de regeerverklaring uit

Minister Magnette vatte vanmiddag in de kamer kort samen wat zijn deal met Suez inhoudt:

"Il y a toujours de gros fantasmes sur tous les chiffres et la hauteur de la rente. C'est bien cela le problème! C'est pour cela que la priorité du gouvernement est d'établir un mécanisme structurel et permanent, un comité de suivi qui permettra de faire toute la clarté sur ce que sont les coûts de production du nucléaire en Belgique, sur ce que sont les prix de marché et donc sur ce qu'est la marge nucléaire.

En 2008, par la loi de dispositions diverses, on a confié à la CREG le pouvoir d'examiner les coûts de production. La CREG avance. On dispose de premières estimations mais il faut que le travail soit réalisé en toute clarté et objectivité pour que l'énergie nucléaire produite sur notre territoire profite à la société belge, avec un taux de prélèvement qu'il revient au gouvernement de décider, année après année, en fonction de ses choix et de ses décisions politiques.

Tout ne doit pas forcément revenir au budget de l'État. Le bénéfice de l'énergie nucléaire est aussi pour nos industries. Nous savons que nous avons une industrie extrêmement électro-intensive qui bénéficie de prix nettement inférieurs aux prix du marché. Tant mieux. C'est la compétitivité de nos entreprises.

Il doit revenir également aux particuliers. Nous veillerons, par ce comité de suivi, à ce que les prix ne dépassent en aucun cas la moyenne des prix des pays voisins.

Enfin, il doit permettre de réaliser des investissements pour cette indispensable transition vers des énergies moins polluantes et moins dépendantes du nucléaire que vous appelez de vos vœux."

Share/Bookmark

De gevolgen van het energieluik in de regeerverklaring 2009

Uit La Libre Belgique van vandaag:

"Un des objectifs de l’accord sur l’énergie est de maintenir les prix de l’électricité dans la moyenne européenne. Un objectif qui ne signifie pas forcémentdes prix attractifs. “La moyenne des prix dans les pays voisins n’est pas une très bonne référence, car la structure de production qui correspond le plus à la Belgique est celle de la France où les prix de l’électricité sont 15 à 20 % moins chers pour les particuliers”, souligne Eric De Keuleneer, professeur à la Solvay Business School. Tim Vermeir, avocat spécialisé dans les matières Energie chez Publius, y voit quant à lui des conséquences négatives en termes de concurrence. “Beaucoup d’autres groupes vont réfléchir avant d’investir dans de nouvelles centrales.” En d’autres mots : d’après lui, c’est “un petit désastre” pour le marché belge."

Share/Bookmark

dinsdag 13 oktober 2009

Energie in de regeerverklaring

"Doortastende en verantwoordelijke beslissingen zijn nodig op het vlak van energie en klimaat; de evolutie naar een meer duurzame samenleving. De economie, onze fiscaliteit en onze wijze van leven moeten vergroenen willen wij overleven. Ook hier moeten wij stap voor stap angst omzetten in hoop."

"Eind vorig jaar werd het Europese kader voor het klimaatbeleid tegen 2020 uitgetekend. Wij moeten dit kader vertalen naar nationaal beleid. Wij zullen in nauw overleg met de Gewesten beslissen hoe wij de uitdagingen inzake hernieuwbare energie en het terugdringen van de uitstoot concreet invullen."

"De elektriciteitsproducenten hebben zich verbonden tot een groot programma van investeringen van 500 miljoen euro in hernieuwbare energie en ter beperking van het energieverbruik."

"De regering heeft beslist de eerste fase van de kernuitstap met 10 jaar uit te stellen om de bevoorrading inzake elektriciteit van ons land veilig te stellen, alle vereisten inzake veiligheid in acht nemend. Een opvolgingscomité zal ondermeer erover waken dat de prijzen bij ons in geen geval hoger liggen dan in de buurlanden."
Share/Bookmark

Alle kerncentrales sluiten tussen 2022 en 2025

Op basis van wat nu geweten is zouden alle Belgische kerncentrales moeten sluiten tussen 2022 en 2025:
- Doel I - 14 februari 2025
- Doel II - 30 november 2025
- Doel III - 30 september 2022
- Doel IV - 30 juni 2025
- Tihange I - 30 september 2025
- Tihange II - 31 januari 2023
- Tihange III - 31 augustus 2025
Share/Bookmark

donderdag 8 oktober 2009

Transit en de Europese Commissie

Zonder verder commentaar:

Commissie leidt inbreukprocedure in tegen België wegens regeling voor de doorvoer van aardgas

De Europese Commissie heeft vandaag besloten een inbreukprocedure in te leiden tegen België omdat zij van mening is dat de Belgische wet van 10 maart 2009, waarbij een afwijkende regeling voor de contracten voor de doorvoer van aardgas wordt ingesteld, indruist tegen het Gemeenschapsrecht betreffende de interne markt voor aardgas. In het Gemeenschapsrecht is sedert 2004 het begrip 'doorvoer' afgeschaft en is het gehele aardgastransport onderworpen aan tarieven die door de onafhankelijke regelgevende instantie van een lidstaat moeten worden vastgesteld.

De niet-discriminerende toegang van derden tot het transportnet voor aardgas is een centraal element geworden in de openstelling van de markten voor concurrentie. Momenteel maakt het Gemeenschapsrecht geen onderscheid meer tussen gastransport in het kader van doorvoer van aardgas en transport van gas dat bestemd is voor afnemers op het nationale grondgebied.

Artikel 2 van de Belgische wet van 10 maart 2009 voert afwijkingen in van de algemene regels voor toegang tot het netwerk ten gunste van de doorvoer van aardgas en voorziet in onderhandelde tarieven waarvan de duur per contract wordt bepaald. Bovendien kan volgens de wet een billijke winstmarge voor doorvoer worden vastgesteld die duidelijk hoger ligt dan de marge die van toepassing is op de andere transportactiviteiten en wordt er een onderscheid gemaakt tussen bestaande en nog te bouwen installaties.

De wet van 10 maart 2009 voert een discriminatie in tussen gebruikers van het netwerk die soortgelijke activiteiten verrichten, hetgeen niet verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht.

Het Gemeenschapsrecht met betrekking tot de interne aardgasmarkt voorziet in toegang van derden tot het aardgastransportnet, zodat nieuwe leveranciers op transparante en niet-discriminerende wijze tot de markt kunnen toetreden. Deze toegang komt tot stand op basis van tarieven waarover wordt onderhandeld tussen de beheerder van het gastransportnet en de regelgevende instantie. Deze tarieven worden van tevoren gepubliceerd. Sinds de totale openstelling van de markten voor concurrentie op 1 juli 2007 kunnen ook alternatieve leveranciers hun potentiële klanten een tarief voorstellen.

In een eerste fase van de gedeeltelijke openstelling van de markten voorzag het Gemeenschapsrecht in de mogelijkheid dat over de toegang zou worden onderhandeld tussen netwerkbeheerders en leveranciers - een mogelijkheid die sinds 2004 is afgeschaft. Uitzonderingen op de gereguleerde toegang moeten voortaan strikt passen in het kader van de communautaire regelgeving.

Share/Bookmark

vrijdag 2 oktober 2009

De CREG legt de transitwet voor aan het Grondwettelijk Hof

De CREG, de federale energieregulator, kondigt vandaag aan dat zij aan het Grondwettelijk Hof de vernietiging vraagt van de wet van 10 maart 2009. Die wet, die de Gaswet wijzigt, laat een ander tarifair stelsel toe voor nieuwe doorvoeractiviteiten (transit van aardgas) en bepaalt dat alle doorvoercontracten of transitcontracten gesloten voor 1 juni 2004 tussen Fluxys, Distrigas of Distrigas & Co en shippers buiten het toepassingsgebied van de Gaswet en van de Gasrichtlijnen vallen.

Volgens de CREG wil zij hiermee “in het belang van de markt en de verbruikers, de toestand uitklaren met betrekking tot de Europese en Belgische wetgeving die zij inzake vervoer- en doorvoertarieven voor gas dient toe te passen”.

Het komt mij voor dat het stilaan nuttiger wordt om “in het belang van de markt en de verbruikers” duidelijkheid te scheppen over de implementatie van de nieuwe wet en over de goedgekeurde tarieven die op transit van toepassing zijn. Wachten op het arrest van het Grondwettelijk Hof om hierop een antwoord te geven zorgt voor nog minstens acht maanden grote rechtsonzekerheid.
Share/Bookmark

dinsdag 29 september 2009

Kernenergie en single buyer

Minister Magnette stelde vandaag in de Kamercommissie Bedrijfsleven dat de CREG recent twee studies zou gemaakt hebben: één 'draft provisional study' over de 'windfall profit' (lees: nucleaire rente) en één "sur la question de l'acheteur unique". Volgens de minister komt het aan het parlement toe om een kopie van die documenten op te vragen bij de CREG.

Update 18 oktober 2009: Vorige week publiceerde de CREG de studie over de werking van een ‘single buyer’ op de elektriciteitsmarkt. Daarin schrijft ze onder andere:

"Een SB kan, in de vorm van een tijdelijk overgangsmechanisme, een element zijn dat de vrijmaking van de markt kan bevorderen. Er zijn echter ook andere elementen die mee het succes van de vrijmaking van die markt beïnvloeden:
- beschikbaarheid voldoende productiecapaciteit;
- nodige investeringen en diversificatie in het productiepark;
- aantal spelers op de markt;
- toegang tot de markt;
- …"

Share/Bookmark

"De werkloze ombudsman energie"

De Nederlandstalige Ombudsman energie is aangeduid en heeft op 1 september zijn activiteiten gestart. 't Is te zeggen: "Il travaille sérieusement à organiser ses services. Il a loué les bureaux, il a ses crédits, il a engagé ses collaborateurs, acheté ses téléphones. Bref, il est pratiquement prêt à commencer."

Omdat zijn Franstalige tegenhanger nog niet benoemd is, kan de Ombudsdienst nog niet officieel van start gaan. Minister Magnette antwoordde vandaag in de Kamercommissie Bedrijfsleven dat hij wel gaat onderzoeken of de Nederlandstalige Ombudsman moet blijven wachten op de benoeming van de Franstalige:

"Je suis d'accord avec vous en effet: cette situation a assez duré. La loi fixait le fonctionnement en collège mais je vais voir s'il peut en être autrement dans le cas où il n'y a pas de candidat francophone dans les quinze jours. Cela commence en effet à devenir absurde."

Share/Bookmark

vrijdag 25 september 2009

Dakisolatie en groenestroomcertificaten

In het voorjaar besliste het Vlaams parlement dat productie-installaties voor zonne-energie (zonnepanelen, PV-installaties, …) die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, niet langer in aanmerking komen voor de minimumsteun van 350 EUR die de distributienetbeheerder moet betalen voor die groenestroomcertificaten. De Vlaamse Regering moest de nadere regels met betrekking tot de isolatievoorwaarde bepalen.

Dat deed ze in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009. Dit besluit wijzigt het besluit van 5 maart 2004 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen.

– De dak of de zoldervloer binnen het beschermd volume van het gebouw moet 'volledig geïsoleerd' zijn. Dit zou volgens het besluit betekenen dat de totale isolatie van het dak en de zoldervloer een warmteweerstand Rd heeft van ten minste 3 m2K/W.
– De minister van energie kan “nadere regels vastleggen betreffende de toepassing van deze verplichting en het bepalen van het beschermde volume dat betrekking heeft op de woningen en het woongebouw om toch in aanmerking te komen”.

Op vraag van de VREG wordt de distributienetbeheerder 'gemachtigd' “via een controle ter plaatse van de productie-installatie en de meterstanden na te gaan of aan de voorwaarden tot toekenning van groenestroomcertificaten, vermeld in artikel 4 tot 6, is voldaan”. Deze bepaling snijdt weinig hout. Ook wanneer het beschermd volume van de woning niet (voldoende) geïsoleerd zou zijn moeten groenestroomcertificaten worden toegekend. Overigens staan de 'Voorwaarden tot toekenning' straan trouwens in artikel 5-6. In artikel 4 worden de algemene principes uiteen gezet.

De netbeheerder moet de uitbetaling van de minimumsteun voor de groenestroomcertificaten onmiddellijk opschorten als hem de “toegang tot de installatie wordt geweigerd of indien hij vaststelt dat niet aan de voorwaarden is voldaan”. Hij moet dit ook melden aan de VREG. De schorsing blijft duren “totdat de VREG deze vrijgeeft”.

Ook hier is niet onmiddellijk duidelijk aan welke voorwaarde moet voldaan zijn. Aan de voorwaarde tot toekenning van groenestroomcertificaten zal hoe dan ook voldaan zijn. De installatie wekt immers elektriciteit op door middel van hernieuwbare energiebronnen.

Of de weigering van toegang tot de installatie een voldoende grond kan zijn voor de opschorting van de uitbetaling van de minimumsteun in overeenstemming is met de grondwettelijke beschermde onschendbaarheid van de woning is zeer de vraag.

In februari 2009 uitten de Vreg, de Serv en de Mina-raad al een heel wat praktische bezwaren tegen de nieuwe decretale regeling. De regering lijkt hier weinig rekening mee gehouden te hebben.
Share/Bookmark

woensdag 23 september 2009

Verbazing

Ik lees met verbazing en onbegrip de volgende zin in het artikel van De Tijd: "De voorwaarde [voor de gulle bijdrage van GDF Suez aan de Belgische begroting] is wel dat de historische monopoliepositie van Suez-Electrabel in ons land verzekerd wordt."
Share/Bookmark

zaterdag 19 september 2009

Energieprestatie - herziening

De Vlaamse regering besliste gisteren, op voorstel van minister Freya Van den Bossche, een aantal besluiten van de Vlaamse regering te wijzigen:
- het besluit tot toekenning van premies voor het uitvoeren van energiebesparende investeringen in woongebouwen
- het besluit rond de openbaredienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik
- de besluiten over de invoering van het energieprestatiecertificaat
- besluit met de eisen rond energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen

Volgens het persbericht van de Vlaamse regering is het de bedoeling "een aantal knelpunten uit het eerste besluit te verhelpen, zoals de voorwaarde dat alle betalingen in hetzelfde jaar moeten gebeuren, de premie voor eigenaars van een appartement in een appartementsgebouw in mede-eigendom en de definitie van een bestaande woning voor de premie voor dakisolatie."
Share/Bookmark

vrijdag 18 september 2009

Hoogspanningsnet Elia

Op 7 januari 2009 vroeg het Vlaams Parlement de federale overheid hoogspanningsleidingen zoveel mogelijk ondergronds te laten aanleggen. Roel Deseyn (federaal volksvertegenwoordiger, CD&V) stelde hierover een aantal schriftelijke vragen aan minister Magnette. Hij wou graag weten (i) in welke mate nieuwe hoogspanningsleidingen ondergronds worden aangelegd en (ii) hoeveel km hoogspanningsnet in 2009-2010 er (ondergronds) (her)aangelegd zal worden. Deseyn vroeg de minister ook naar een eventueel onderzoek door de federale overheid over hoe het ondergronds brengen van hoogspanningsleidingen tot een gezondere leefomgeving kan bijdragen.

Uit het antwoord van minister Magnette blijkt het volgende:
- Op 1 januari 2009 beschikt Elia over 8.412 km hoogspanningslijnen. 33 % is ondergronds en 67 % bovengronds. In 2009 en 2010 zullen er 48,4 km hoogspanningsnet (her)aangelegd worden (83 % ondergronds en 17% bovengronds).
- Elia en de administratie streven zo veel als mogelijk naar ondergrondse hoogspanningslijnen “om landschapaantasting zo veel mogelijk te verminderen”.
Share/Bookmark

donderdag 17 september 2009

Wetsvoorstel 'Vermijdbare Heffing'

Met het wetsvoorstel dat hij indiende op 18 juni 2009 wil Willem-Frederik Schiltz (Open VLD) via fiscale weg bereiken dat het marktaandeel van Electrabel tot onder 45% zakt. Zijn wetsvoorstel legt Electrabel namelijk een 'vermijdbare heffing' op.

De voorgestelde heffing bedraagt:
1° 5% van de omzet gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt indien het marktaandeel hoger is dan of gelijk aan 70%,
2° 3,5% van de omzet gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt indien het marktaandeel lager is dan 70% maar hoger dan of gelijk aan 60%,
3° 2% van de omzet gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt indien het marktaandeel lager is dan 60% maar hoger dan 45%,

De heffing zal ophouden te bestaan eens Electrabel haar marktaandeel laat zakken tot lager dan 45%.

Het wetsvoorstel verbiedt de producenten de heffing die ze moeten betalen door te rekenen aan andere ondernemingen of de eindafnemer. De CREG zal hierop moeten toezien.
Share/Bookmark

woensdag 19 augustus 2009

Brussel lijkt te opteren voor maximumprijzen op de kleinhandelsmarkt

In het Brusselse regeerakkoord staat de volgende cryptische zin: "Bij een regionalisering van deze materie zal een progressieve tarifering van elektriciteit en gas (afhankelijk van de samenstelling van het gezin) ingevoerd worden."

Het is niet geheel duidelijk of de Brusselse coalitie hiermee opteert voor variabele distributienettarieven dan wel of zij een price-cap, maximumprijzen, wil invoeren voor de retailprijzen, de prijzen die de elektriciteitsleveranciers kunnen vragen aan de eindafnemers.

In ieder geval, een regionalisering van de bevoegdheid over de energietarieven (artikel 6, § 1, VII, tweede lid, 4°, BWHI) lijkt nog niet voor morgen te zijn.
Share/Bookmark

dinsdag 18 augustus 2009

Privénetten en directe leidingen in het Vlaams regeerakkoord

De Vlaamse coalitiepartijen kwamen in het regeerakkoord overeen "het Europees energiepakket worden de elektriciteit- en aardgasrichtlijnen tijdig en terdege omgezet in Vlaamse regelgeving, met bijzondere aandacht voor privénetten en directe lijnen en leidingen".

In het document "Uitdagingen en ontwikkelingen op vlak van de energiemarkt in Vlaanderen en het Vlaamse energiebeleid tijdens de komende legislatuur" drong de VREG erop aan dat "de bouw van nieuwe privénetten, directe lijnen en directe leidingen beperkt moet blijven tot projecten die een duidelijke maatschappelijke meerwaarde bieden". Voor de VREG moet freeridergedrag (het ontwijken van de transmissie- of distributietarieven vermeden worden).
Share/Bookmark

maandag 17 augustus 2009

Consultatie VREG Vlaamse Technische Reglementen

De VREG, de Vlaamse regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt, houdt op dit moment een consultatie over een aantal voorstellen tot wijziging van het Vlaams Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en het Vlaams Technisch Reglement Distributie Aardgas.

Het voorstel voert een aantal aanpassingen door die het technische reglement moeten conformeren aan de juridische realiteit:
- het reglement verwijst nog niet naar het Energiedecreet, dat nog niet in werking is getreden;
- de voorgestelde lijst met definities bevat geen definities meer die in het Elektriciteitsdecreet zijn opgenomen;
- het reglement verwijst niet langer naar directe lijnen of privénetten: die situaties zijn nog niet decretaal geregeld;

De VREG stelt ook voor dat de distributienetbeheerder de modelcontracten, reglementen, technische voorschriften, procedures en formulieren "ter kennis en commentaar" aan de VREG moeten voorleggen. Doen de DNB's dit niet uiterlijk twee maanden voor hun goedkeuring, zouden die documenten volgens de VREG niet in werking kunnen treden.

Het ontwerpreglement heeft ook grote aandacht voor het groeiend aantal decentrale productie-eenheden. Zo meent de VREG dat zij de aanvullende reglementen die de DNBs zouden aannemen voor kleine decentrale productie-eenheden (spanning lager dan 30 kV) "moet goedkeuren, gezien de recente discussies tussen producenten en netbeheerders over de aansluiting van decentrale productie op het net".

Bij weigering door de netbeheerder om een netgebruiker aan te sluiten op het distributienet zou een beroepsprocedure uitgewerkt worden, in overeenstemming met de bepalingen van de Elektriciteitsrichtlijn.
Share/Bookmark

vrijdag 14 augustus 2009

De Raad van State is écht niet meer bevoegd inzake tariefbeslissingen

De CREG is een administratieve overheid. Daarover is iedereen (zie hierover een studie van de CREG) het eens.

Met de wet van 27 juli 2005 heeft de federale wetgever het beroep tegen bepaalde handelingen van de CREG toch toegewezen aan het hof van beroep te Brussel. Binnen die reeks handelingen vallen de beslissingen over de distributienettarieven.

Op basis van artikel 29, § 1, 6°, van de Elektriciteitswet is dat hof inderdaad bevoegd voor de beslissingen van de CREG betreffende die tarieven. Door dit artikel wou de wetgever de bevoegdheid van de Raad van State uitsluiten.

Niettemin dienden de zuivere distributienetbeheerders (DNBs) (Provinciale Brabantse Energiemaatschappij (PBE), Autonoom Gemeentebedrijf Merksplas (AGEM), Inter-Energa, IVEG, West-Vlaamse Energie - en Teledistributiemaatschappij (WVEM)) “louter ten bewarende titel” bij de Raad van State een vordering tot vernietiging van een aantal tariefbeslissingen in.

De Raad van State was duidelijk: "De bevoegdheid van het Hof van Beroep te Brussel sluit te dezen de bevoegdheid van de Raad van State uit."

Zie RvS 15 juli 2009, nrs. 195.272-195.278.
Share/Bookmark

donderdag 13 augustus 2009

Toepassing door de VREG van de nieuwe regeling rond groenestroomcertificaten voor PV-installaies

Vandaag publiceert de VREG zijn Mededeling over de concrete toepassing door de VREG van een aantal recente decreets- en besluitswijzigingen met betrekking tot de toekenning van groenestroomcertificaten voor de elektriciteit opgewekt uit zonnepanelen.

In deze Mededeling gaat de VREG dieper in op de volgende aspecten:
- Datum van indienstname van PV-installatie / zonnepaneel;
- Uitbreiding van een installatie;
- Isolatievoorwaarden voor zonnepanelen op een woning;
- Minimumsteun voor zonnepanelen door de netbeheerder: looptijd en bedrag afhankelijk van datum van indienstname;
- Beginpunt voor de toekenning van groenestroomcertificaten door de VREG;
- Mogelijke controles door de VREG en de distributienetbeheerder.
Share/Bookmark

dinsdag 30 juni 2009

Wijziging Vlaamse steunregeling groenestroomcertificaten gepubliceeerd

In het Belgisch Staatsblad van 26 juni 2006 verscheen het decreet van 8 mei 2009 tot wijziging van het Elektriciteitsdecreet. Het wijzigingsdecreet treedt in werking op 6 juli 2009.

Of de nieuwe bepaling over de minimumsteun bij zonnepanelen in artikel 25ter, § 1, vierde lid, Elektriciteitsdecreet ("350 euro per overgedragen certificaat, jaarlijks verminderd met 20 euro voor nieuw in dienst genomen installaties tot en met 2013 en met 40 euro vanaf 2014;") voldoende duidelijk is, laat ik in het midden.
Share/Bookmark

woensdag 3 juni 2009

Onderzoek van de CREG naar de participatie van EDF in SPE

Antwoorden op een vraag van Tinne Van der Straeten (Groen!) stelde de federale minister van energie, Paul Magnette, gisteren in de bevoegde kamercommissie bedrijfsleven dat de CREG "de weerslag van de meerderheidsparticipatie binnen SPE vanwege EdF op de Belgische markt van de elektriciteitproductie en in het bijzonder op het mededingingsplan en op het vlak van de primaire energie" bestudeert. Indien de CREG vaststelt dat deze operatie de concurrentie zou kunnen schaden, behoort het haar toe aan de Raad voor de Mededinging of de minister van energie de maatregelen voor te stellen die zij met het oog op het verhelpen hiervan noodzakelijk acht.
Share/Bookmark

woensdag 27 mei 2009

De minister van energie en private netten

Federaal volksvertegenwoordiger Tinne Van der Straeten ondervroeg minister Magnette afgelopen dinsdag over de problematiek van de private netten. Van der Straeten wou onder andere te weten komen wie volgens de minister bevoegd is met betrekking tot private netten, hoe het citiworks-arrest moet worden geïnterpreteerd, wat de mening van de CREG is en hoe België denkt artikel 27bis van het derde pakket, zoals goedgekeurd door het Europees Parlement te moeten omzetten.

Magnette antwoordde als volgt (integrale weergave):

"Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van der Straeten, zoals u in uw vraag reeds aanhaalde, bevinden de private netten zich op federaal en gewestelijk niveau. Overleg met de Gewesten is dus onontbeerlijk, eerst en vooral om te bepalen wat private netten zijn en hoe zij moeten worden beheerd. Ik zal mijn administratie bijgevolg vragen daaromtrent een overleg te plannen.

Het Citiworks-arrest stelt duidelijk dat private netten derdentoegang mogelijk moeten maken en dat de keuze van leverancier vrij is.

Ik zal in het licht van het overleg dat ik mijn administratie zal opdragen te plannen, een advies aan de CREG vragen en haar tevens vragen de kwestie met de regionale regulatoren te bespreken.

In de uitvoering van het derde energiepakket zullen uiteraard het resultaat van het overleg en het advies van de regulatoren mee in overweging worden genomen."

Share/Bookmark

De minister van energie over de overname van de aandelen Centrica in SPE door EdF

Sans commentaire:

"Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van der Straeten, u hebt deze vraag aan de eerste minister gesteld in de plenaire vergadering van 14 mei. Ik verwijs derhalve naar het antwoord dat werd gegeven door de heer Van Rompuy, die de positie van de regering vertegenwoordigt."

Share/Bookmark

woensdag 13 mei 2009

Over SPE, EdF, Electrabel en de Wetstraat

Al wie het min of meer een beetje meent met de liberalisering van de Belgische elektriciteitsmarkt (en bij uitbreiding aardgasmarkt) kon niet anders dan de wenkbrauwen fronsen bij de aankondiging dat Centrica haar aandelen in SPE, de tweede (andere) elektriciteitsproducent van ons land, gaat overdragen aan Electricité de France (EDF) in ruil voor een pakket aandelen in British Energy.

Ook de politiek liet de stoere verklaringen niet achterwege. Minister van Ondernemen Van Quickenborne, zelf bevoegd voor een overheidsinstantie die zich met de bescherming van de mededinging zou moeten bezighouden, vroeg onmiddellijk aan de Europese Commissie om te onderzoeken of de Franse staat als aandeelhouder van zowel Electrabel als SPE-Luminus het beleid van beide op elkaar kan afstemmen, wat tot prijsafspraken kan leiden. Oud-milieuminister Tobback en milieuspecialist Bart Martens (sp.a) haalden hun voorstel voor een mottenballentaks opnieuw boven. En de lijsttrekker van Groen! in Vlaams-Brabant maakte van de gelegenheid gebruik om de kruistocht tegen kernenergie verder te zetten.

Enkel de adviseur energie bij premier Van Rompuy (CD&V) vindt “de komst van E.On en EDF in België is een goede zaak voor de concurrentie op de elektriciteitsmarkt”. Ze maakt zelfs gewag van “sporen van liberalisering”.

Het discours van de politici is ontroerend. Nochtans is het niet de eerste keer dat de Belgische overheid met dit gegeven geconfronteerd wordt.

Op 11 oktober 2001 stelde senator Paul De Grauwe aan staatssecretaris Olivier Deleuze in de Senaat een aantal vragen over “de mogelijke overname van 10 procent van het kapitaal van SPE door EDF”. De Grauwe vroeg zich onder andere af of een en ander wel te rijmen viel met de Europese regels en of er aanwijzingen waren “dat er afspraken zijn tussen EDF en Electrabel om de positie van deze laatste op de Belgische markt veilig te stellen”?

Deleuze antwoordde hierop dat “de regering zich niet uit te spreken [heeft] over de draagwijdte van de operatie in kwestie”: “Ze heeft niet te oordelen over het belang van SPE, dat volledig los van de regering zijn strategie uitwerkt en eventueel de operatie afsluit. (…) De regering kan en wil buitenlandse ondernemingen niet verbieden participaties te nemen in het kapitaal van ondernemingen die in België gevestigd zijn, net zomin als ze Belgische ondernemingen mag ontmoedigen om in het buitenland activiteiten te ontwikkelen. (…) De bevoegdheid om toe te zien op de naleving van de Belgische en Europese wetgeving behoort toe aan de CREG en uiteraard ook aan de Raad voor de Mededinging.”

Iets langer geleden stemde het federale parlement in “met een vertegenwoordiging van de overheid in de belangrijkste vennootschappen die in België elektriciteit produceren”. Die regeling, vervat in artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, “moe[s]t het mogelijk maken de activiteiten van deze vennootschappen beter af te stemmen op het energiebeleid van de Regering” (Parl. St. Kamer, 1979-1980, nr. 323/1, p. 43-44). De regeling voorziet in een afgevaardigde van de Belgische staat “in de raad van beheer of elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen, van de nv Ebes, van de nv Intercom, van de nv Unerg, van de comm.v Gecoli, van de nv CPTE en van de 'Calorieënpool'”. Die afgevaardigde beschikt “over het recht om de beslissingen van de raad van beheer, van het bestuurscomité of van elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen te schorsen, welke hij in strijd acht met het algemeen belang en in het bijzonder met het energiebeleid van de Regering”. Artikel 173, § 2, werd uitgevoerd door het koninklijk besluit van 23 januari 1981 (BS 13 februari 1981, niet te vinden op #just.fgov). Dit koninklijk besluit zet zeer uitvoerig de te volgen procedures uiteen.

Ebes, Unerg en Intercom zijn op 10 juli 1990 gefuseerd tot Electrabel. Fusie is hier eigenlijk een slecht gekozen term. Ebes werd Electrabel. Electrabel heeft nog steeds hetzelfde ondernemingsnummer als het oude BTW-nummer van Ebes ((0)403.170.701). Unerg bracht haar productie-, transport- en distributieactiviteiten in het maatschappelijk kapitaal van Electrabel in. Electrabel nam Intercom (en de vennootschappen Sautrac en Société d'Eupen) over.

Op basis van artikel 173, § 2, zou de Belgische overheid een vertegenwoordiger kunnen sturen naar de raad van bestuur van Electrabel, maar ook naar “elk ander bestuursorgaan waaraan de raad van bestuur bevoegdheden heeft overgedragen”. (Over zoveel mogelijkheden beschikken zelfs de regeringscommissarissen bij Distrigas, Fluxys en de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen niet.)

Wat SPE betreft, is de situatie op het eerste gezicht niet helemaal duidelijk. Er zou historisch en vennootschapsrechtelijk het nodige onderzoek moeten gebeuren of de bepaling van artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 toegepast zou kunnen worden.

Artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 en het koninklijk besluit van 23 januari 1981 gelden nog steeds, maar zijn nooit toegepast. Het CRISP schreef hier in 2000 al over: "Force est cependant de constater que les différents gouvernements qui ont eu à connaître ces dernières années des réorganisations des sociétés précitées ont, certes, évoqués l'existence de cette disposition, mais ne lui ont jusqu'à présent jamais donné corps."

In ieder geval zou de overheid de overname kunnen aangrijpen om het toezicht op de mededinging (en de mededingingsautoriteit) meer dan substantieel te versterken. Dan moeten we niet langer Europese hulp inroepen om Belgisch mededingingsrecht toe te passen en de naleving daarvan af te dwingen.
Share/Bookmark