maandag 31 mei 2010

Liberalisering in de partijprogramma's (verkiezingen 2010)

De PS gelooft nog steeds niet in een geliberaliseerde energiemarkt. Aan (het terugdraaien van) de liberaliseringstendens van de jaren '90 spendeert de partij zelfs een apart hoofdstuk. In de energiemarkt beperkt zij haar voorstellen voor een betere marktwerking tot een controle van de prijsevolutie en een mogelijkheid voor de overheid om maximumprijzen op te leggen.

Het huidig prijsniveau moet stabiel blijven volgens de Waalse liberalen. Een prijsdaling sluit de MR evenwel niet uit. Hiertoe moet er "une pression concurrentielle suffisante sur les différents segments du marché libéralisés (sic)" komen en een betere integratie van de Duits-Franse-Benelux markt door meer interconnectiecapaciteit.

Ook de cdH ziet heil in meer integratie van de Duits-Franse-Benelux markt en een betere interconnectie. Daarnaast wil de partij ook de noodzakelijke voorwaarden scheppen waardoor nieuwe producenten zouden kunnen investeren. PPS in de energiesector of het inroepen van artikel 5 Elektriciteitswet (procedure van offerteaanvraag voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie wanneer de bevoorradingszekerheid niet voldoende wordt gegarandeerd) sluit de partij niet uit.

Er moet onderzoek komen naar de mogelijkheden om een level playing field te organiseren die noodzakelijk is om meer concurrentie op de elektriciteitsmarkt te krijgen, stelt de CD&V. Een 'slagkrachtige en onafhankelijke' regulator is voor de partij een garantie voor een goede marktwerking. Ook de CD&V wil competitieve sites aan andere spelers aanbieden, onder meer via het mechanisme van tenders. Samen met de gewesten moeten er stappen gezet worden om de procedures voor de bouw en exploitatie van nieuwe sites te vereenvoudigen.

De sp.a ziet maar één oplossing: een door de overheid gecontroleerde aankoopcentrale verkochte de nucleair opgewekte elektriciteit: "Door de nucleaire productie eerlijk te verkopen, breken we de almacht van de historische monopolist en dalen de prijzen." De Synatom-leningen worden ter beschikking gesteld van alle investeerders. Duidelijkheid over de sluiting van de kerncentrales zal nieuwe investeringen aantrekken.

Volgens N-VA ligt de oplossing in het aanmoedigen van nieuwe spelers in de markt. Enigszins in tegenspraak hiermee is de verplichting voor de nucleaire producenten om te investeren in hernieuwbare energie. Of de markt hierdoor concurrentiëler zal worden is volgens de N-VA zeker en volgens mij een grote vraag.

Groen! zoekt de oplossing in een snelle en rigoureuse omzetting van het derde pakket (met een belangrijke versterking van de taken van de regulator). Groen! zet volop in op decentrale productie, waarbij overleg met de gewesten noodzakelijk is.

Open Vld kiest 'resoluut' voor een concurrentiële markt. Geen enkele marktspeler mag meer dan 45% marktaandeel hebben. Van de nucleaire productie mag er ook geen marktpartij meer dan 50% hebben. Ook voor de Vlaamse liberalen is "een sterke regulator die toeziet op een correcte prijszetting" essentieel.
Share/Bookmark

zondag 30 mei 2010

Kernenergie in de partijprogramma's (verkiezingen 2010)

Groen! en Ecolo blijven resoluut tegen kernenergie. Voor de groenen moet de wet op de kernuitstap van 2003 'onverkort uitgevoerd' worden. Dit betekent dat de oudste drie kerncentrales dicht moeten tegen 2015. Ook sp.a verwijst naar de wet op de kernuitstap. Die moet als basis dienen voor een kalender van gefaseerde sluiting waardoor er duidelijkheid voor investeerders kan ontstaan.

CD&V wil “onder strenge veiligheidsvoorwaarden de vervroegde sluiting van de kenncentrales ongedaan maken” en de bouw van nieuwe kerncentrales wettelijk mogelijk maken. Ook de N-VA wil de wet op de kernuitstap 'objectiveren en terugdraaien'. Voor Open VLD hebben in een ideale energiemix zowel groene energie als kernenergie hun plaats.

De Franstalige partijen, op Ecolo na, lijken zich neer te leggen bij een uitstel op de uitstap uit de kernenergie.

Voor CD&V moet de heffing van 250 miljoen euro die de nucleaire producenten in 2008 en 2009 moesten betalen, gehandhaafd blijven. De partij stapt hiermee dus impliciet af van de bijdrage die voorzien was in het protocolakkoord tussen GDF Suez en de regering-Van Rompuy. De Vlaamse christen-democraten wensen “andere mogelijkheden tot recuperatie van de nucleaire rente te onderzoeken”. Ook de PS houdt vast aan de bijdrage van de nucleaire sector aan de begroting. De MR wenst de uitwerking van het protocolakkoord van 2009. Dit garandeert “le captage de la rente nucleaire”.

Voor sp.a moet een aankoopcentrale de monsterwinsten afromen. De opbrengst van de aankoopcentrale gaat integraal naar investeringen in offshore wind en naar de Belgische consument. Ook Groen! en Ecolo willen de woekerwinsten “van 1,5 tot 2 miljard” afromen voor de bestrijding van de energiearmoede, de verhoging van de energie-efficiëntie en de financiering van de omschakeling naar hernieuwbare energiebronnen. Op dezelfde lijn zit de cdH: ofwel schrijven de nucleaire producenten zich in een jaarlijkse taks in, ofwel komt er een aankoopcentrale. De opbrengsten van de taks of van de aankoopcentrale moet dienen voor de ondersteuning van hernieuwbare energiebronnen, van sociale maatregelen en van nieuwe nieuwe capaciteit.

N-VA wil opnieuw onderhandelen met Electrabel over strengere voorwaarden voor de verlening van de levensduur van de kerncentrales. De nucleaire producenten moeten structureel investeren in hernieuwbare energiebronnen. Hierdoor zou volgens de partij een concurrentiële markt onstaan en een lagere prijs voor de eindconsument.

Open VLD schrijft niets over de nucleaire rente.
Share/Bookmark

Wanneer maakte CREG studie over nucleaire woekerwinsten?

In verschillende weekendkranten herhaalde CREG-voorzitter François Possemiers dat de CREG geen enkele politieke bedoelingen had met het uitbrengen van het gemengd persbericht over de nucleaire rente en de windfall profits in de sector van de hernieuwbare energie. Het persbericht kwam er omdat de studie pas in mei beëindigd zou zijn.

Het verkiezingsprogramma van Groen!, voorgesteld op 21 mei, bevat de volgende passage:

"We romen de nucleaire woekerwinsten af via een wettelijke regeling. De winsten bedragen 1,5 à 2 miljard euro per jaar. Groen! heeft een wetsvoorstel klaar waarbij de nucleaire sector 1 miljard euro per jaar betaalt. Dit wetsvoorstel dateert van vóór de gedetailleerde berekening van de onrechtmatige winsten; het bedrag willen we optrekken tot 1,5 à 2 miljard. Deze middelen worden ingezet voor investeringen in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en een structurele aanpak van energiearmoede. Deze heffing mag uiteraard niet doorgerekend worden aan de consument." Het wetsvoorstel tot invoering van een heffing op de winsten van de afgeschreven centrales, teneinde een betere openstelling van de Belgische elektriciteitsmarkt te garanderen, hernieuwbare energie en efficiëntie op energievlak te promoten en de algemene energiekosten te drukken is ingediend op 17 maart 2008, TV.
Vreemd...

Zou dit kunnen betekenen dat de CREG de studie al veel eerder maakte, die tot nog toe niet openbaar kon of mocht maken en die nu, zonder 'voogdijminister' toch maar snel voor de verkiezingen bekendmaakte? Betekent dit dat Magnette misschien al voor het ondertekenen van het protocolakkoord over een kopie van die studie beschikte? Of is het toch gewoon allemaal maar een 'silly coincidence'?
Share/Bookmark

vrijdag 28 mei 2010

De CREG maakt een persbericht over een studie

Het zal niemand intussen ontgaan zijn dat de CREG, de federale regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt, vandaag een persbericht de wereld instuurde over een (of twee) studie(s) die zij zou hebben gemaakt op vraag van minister Magnette (?) en/of op eigen initiatief (?) over (i) de winsten die de nucleaire producenten 'onterecht' zouden geboekt hebben door de elektriciteit opgewekt in kerncentrales veel duurder dan aan kostprijs te verkopen en (ii) over de woekerwinsten die sommige vormen van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen zouden genereren.

Kopie van de studie(s) kregen we vooralsnog niet te zien. Uit het persbericht blijkt ook op geen enkele manier wat de CREG met die studies gedaan heeft en wie ze wel al mocht inkijken. De datum van die studie (volgens de voorzitter van de CREG "eind mei") blijkt evenmin uit het persbericht. Over de methodologie blijft het bericht stom.

Ik trek de poging tot objectiviteit van de studie van de CREG niet in twijfel. In het verleden heeft zij al een aantal goed uitgewerkte studies gemaakt over ander vormen van woekerwinsten (de windfall profits door het Europese emissiehandelssysteem). Wel vind ik het niet echt serieus om met zware cijfers uit te pakken vlak voor de federale verkiezingen zonder de onderliggende studie(s) ook te publiceren. Zonder studie kan immers niemand zinnige antwoorden verzinnen op de problemen die het persbericht aan de kaak stelt.

Volgens François Possemiers, voorzitter, zou "de CREG geen politieke kalender hebben door de resultaten kort voor verkiezingen te brengen". Toch is het raar dat het persbericht de recente discours van twee partijen (dat van sp.a over GDF Suez en de kernenergie en dat van Open VLD over de noodzakelijke hervorming van de steun aan hernieuwbare energiebronnen) in de verf zet. De politieke samenstelling van het directiecomité zal hier zonder twijfel volledig vreemd aan zijn.
Share/Bookmark

vrijdag 21 mei 2010

Financiering op een indirecte, intransparante manier of op een directe, transparante manier?

In zijn meest recente bericht op zijn blog pleit André Jurres voor transparantie en doorgedreven toezicht op de manier waarop de netbeheerders kunnen vergoed worden. Persoonlijk onderschrijf ik zijn betoog: waarom kan de financiering van de gemeenten niet rechtstreeks en transparant gebeuren via de gemeentebelastingen? De distributienetbeheerders hebben een andere finaliteit en maatschappelijk doel dan ontvanger te spelen voor de gemeenten.
Share/Bookmark

Doorvoer van aardgas - 'wet-Partyka' gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad

In het Belgische Staatsblad van vandaag verscheen de wet van 29 april 2010 tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen wat betreft de doorvoertarieven (wet die gebaseerd is op een voorstel van Katrien Partyka, CD&V). Met deze wet wordt de wet van 10 maart 2009 volledig opgeheven.

Dit houdt in dat de aparte tariefmethodologie die de wet van 10 maart 2009 instelde voor doorvoercontracten die niet onder de uitzondering van artikel 15/19 van de Gaswet vallen (zgn. 'historische contracten') vervalt. Tarieven voor doorvoer en vervoer zouden nu volledig gelijk moeten zijn.

Ook de interpretatieve bepaling van artikel 15/19 wordt opgeheven.

Daarnaast bepaalt de wet van 29 april 2010 dat artikel 15/19, eerste lid, dat een omzetting is van artikel 32.1 van de Tweede Gasrichtlijn en een bescherming biedt aan doorvoercontracten die afgesloten zijn overeenkomstig de bepalingen van de Doorvoerrichtlijn 91/296/EEG ophoudt "uitwerking te hebben op 2 maart 2011". Vanaf die datum zouden er geen doorvoercontracten meer kunnen bestaan die buiten het toepassingsgebied van de gereguleerde tarieven vallen. De wet geeft de mogelijkheid aan de Koning om "een datum van buitenwerkingtreding te bepalen voorafgaand aan 2 maart 2011". Met de val van de regering en de regeringsvorming na de verkiezingen lijkt het weinig waarschijnlijk dat er voor 2 maart 2011 een initiatief in die zin zal genomen worden.
Share/Bookmark

woensdag 19 mei 2010

Intern-Belgisch burden sharing agreement (minstens) uitgesteld tot eind 2010

Hoewel artikel 4 van de Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen bepaalt dat de lidstaten uiterlijk op 30 juni 2010 hun nationale actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen moeten aanmelden bij de Commissie, lijkt er niets op dat de federale overheid en de drie gewesten tot nog toe al enige vorderingen hebben gemaakt bij het zoeken van een oplossing voor "het BHV van de klimaatpolitiek".

Naar aanleiding van het debat in het Vlaamse Parlement over het bericht in De Morgen vanochtend over de creatieve uitbalancering tussen ETS en non-ETS emissiesdoelstellingen, stelde minister Schauvliege dat de aanmelding aan de Europese Commissie (op basis van artikel 9bis van de Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten) van al dan niet 'verbeterde' emissiegegevens van nieuwe ETS-installaties, wat in principe moet gebeuren voor 20 juni 2010, uitgesteld wordt:

Dan was er de heel terechte vraag over 30 juni. De federale regering behandelt de lopende zaken. Nu, de Europese Commissie heeft uitstel gegeven tot december. Een regering van lopende zaken kan immers niet beslissen welk aandeel van dat geheel ze voor haar rekening zal nemen. Ook de Klimaatconferentie zal wat meer tijd nodig hebben om een beslissing te nemen. Europa heeft dat ook aanvaard als een van de argumenten waarom we dat niet tegen 30 juni rond kunnen hebben. We moeten immers ook intern uitmaken wie welk aandeel op zich zal nemen.
Hiermee geeft de minister ook aan dat de verdeling van de inspanningen op het vlak van hernieuwbare energiebronnen nog niet voor morgen is. De aanmelding van de 'verbeterde' emissiegegevens hangt immers samen met de invulling van de inspanningen op het non-ETS vlak.

Zullen de partijen ook dit uiteindelijk zwaar communautair beladen punt ook zo snel mogelijk oplossen als BHV en de staatshervorming. Of wordt het ene een pasmunt voor het andere?
Share/Bookmark

Een-tweetjes over de injectietarieven groenestroominstallaties

In de commissie energie van het Vlaams Parlement van 6 mei jl. (voorlopige verslag via deze link) leek de sp.a de aanval op de (door het koninklijk besluit van 2 september 2008 voorziene) mogelijkheid om injectietarieven voor het gebruik van het net voor installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen of via kwalitatieve WKK met een geïnstalleerd vermogen > 5 MWe, wanneer die installaties “aangesloten zijn op infrastructuurdelen waarvoor het belang van dit type eenheden aanzienlijke bijkomende kosten genereert” verder te zetten.

In een doorgepraat een-tweetje tussen Bart Martens (overigens ook lid van de raad van bestuur van Eandis) en minister Van den Bossche stelden beiden dat de studie van de CREG betreffende "de mogelijke schrapping of vrijstelling van injectietarieven voor productieinstallaties op basis van hernieuwbare energie en kwalitatieve WKK" van 1 april 2010 "de onderzoeksvraag betreffende de mogelijkheid de injectietarieven te schrappen niet of onvoldoende beantwoordt" (Martens), "een gemiste kans" is en "enkel een schijn van openheid uitstraalt" (Van den Bossche).

Nochtans antwoordde de CREG heel duidelijk op één van de belangrijkste juridische argumenten tegen het huidige systeem. Wat ‘aanzienlijke bijkomende kosten’ zijn en hoe die objectief vastgesteld kunnen worden is immers onduidelijk.

De CREG schrijft hierover

Op basis van de term 'belang', wordt kennelijk de situatie geviseerd waarbij het aandeel gedecentraliseerde productie dat is aangesloten op een bepaald net, té groot wordt om de vrijstelling nog langer te verantwoorden of waarbij de grootte van de installatie een aansluiting op het voorgestelde netvlak niet langer verantwoord. Een precieze drempelwaarde werd voor de begrippen 'belang' en 'aanzienlijke bijkomende kosten' evenwel niet in de wetgeving voorzien.

Deze toestand valt moeilijk te verenigen met artikel 23.2 van de Richtlijn 2003/54/EG, dat een voldoende mate van voorspelbaarheid eist van de tarieven. Deze bepaling maakte onlangs het voorwerp uit van een arrest van het Hof van Justitie. Volgens het Hof kan de doelstelling van voorspelbaarheid slechts worden bereikt "door de vaststelling van concrete tarieven of een methode voor de berekening van de tarieven die zo nauwkeurig is dat de marktdeelnemers kunnen ramen hoeveel de toegang tot de transmissie‑ en distributienetwerken kost."
De CREG zal dit element verder onderzoeken in een speciale werkgroep waarop de stakeholders zullen uitgenodigd worden.
Share/Bookmark

dinsdag 18 mei 2010

CREG "laakt de kwalijke gevolgen van de wetgeving" over de distributienettarieven

In een opmerkelijk (maar daarom niet minder terecht) persbericht van vandaag reageert de CREG op de tariefverhogingen voor de distributie van elektriciteit en gas en laakt zij de kwalijke gevolgen van de wetgeving.

De CREG voorspelt dat de distributienettarieven, die tussen 2007 en 2009 al gestegen zijn met 35% voor elektriciteit en 28% voor aardgas, nog zullen stijgen door de huidige wetgeving over die tarieven.

De oorzaak van die stijging ligt hem in de regeling rond de saldi van de beheersbare en niet-beheersbare kosten.

Artikel 12octies, § 10, Elektriciteitswet en artikel 15/5decies, § 11, Gaswet bepalen dat op het einde van iedere regulatoire periode van vier jaar, de DNB "het saldo (positief of negatief) bepaalt tussen de kosten en de ontvangsten die opgelopen en geboekt zijn door de netbeheerder tijdens de regulatoire periode, voor zover dit saldo voortvloeit uit een verschil, tussen de reële niet-beheersbare kosten die opgelopen zijn door de netbeheerder en de geraamde niet-beheersbare kosten, en/of uit een verschil tussen de reële verkoopsvolumes en de geraamde verkoopsvolumes van de netbeheerder". De verdeling van dit saldo wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

In de koninklijke besluiten van 2 september 2008 over de distributienettarieven is bepaald dat het saldo tussen de reële niet-beheersbare kosten en de geraamde niet-beheersbare kosten een vordering dan wel een schuld vormen tegenover de afnemers in hun geheel. Het saldo tussen de reële beheersbare kosten en de geraamde beheersbare kosten wordt "integraal toegeschreven aan de netbeheerder".

Wat beheersbare en niet-beheersbare kosten zijn is niet zo duidelijk. In de parlementaire voorbereiding van de wet van 1 juni 2005 verklaarde de minister van energie dat beheersbare kosten die kosten zijn waartegen de beheerder kan optreden (bv. werkmethoden en opleiding van personeel). Voor die beheersbare kosten is het volgens de minister logisch dat de bonus naar de beheerder gaat omdat die bonus afhangt van zijn eigen handelen. Niet-beheersbare kosten zijn kosten waaraan de beheerder niets kan veranderen. Dat saldo moet gedragen worden door de afnemers.

Uit de voorlopige rapporten van de CREG blijkt dat

de DNB’s samen positieve saldi op de ‘beheersbare’ kosten rapporteren van respectievelijk € 28,1 miljoen voor de distributie van elektriciteit en € 15,8 miljoen voor de distributie van gas. Ze rapporteren daarentegen negatieve saldi op de ‘niet-beheersbare’ kosten van respectievelijk € 224,8 miljoen voor elektriciteit en € 30 miljoen voor gas, met inbegrip van respectievelijk € 73,7 miljoen en € 7,8 miljoen die te wijten zijn aan de daling van de verdeelde volumes elektriciteit en gas als gevolg van de economische crisis.
Hoewel ik geen tarievenspecialist ben, doen die cijfers toch vragen rijzen. Hoe kan het dat distributienetbeheerders in één jaar tijd een positief saldo aan beheersbare kosten hebben kunnen boeken van samen 33 miljoen euro. Betekent dit niet dat de distributienetbeheerders die kosten zeer ruim begroot hebben?
Share/Bookmark

maandag 17 mei 2010

Retributiebesluit legt wel degelijk retributies op

In 2002 dienden zeven telecomoperatoren een verzoek tot vernietiging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002 betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatieve gebruik van het openbaar domein van de wegen, de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken bij de Raad van State in.

In zijn arresten van 27 april 2010 oordeelde de Raad van State dat de retributies die door dit besluit opgelegd zijn aan de private gebruikers van het gewestelijke openbaar domein. Volgens de Raad staat de hoogte van de retributies in verhouding tot de dienst die verstrekt wordt door de overheid:

Anders dan verzoekende partij beweert ligt derhalve wel een beredeneerde verantwoording voor van de vastgestelde bedragen in relatie tot het belang van de geleverde overheidsdienst. Verzoekende partij toont niet aan dat de vergoeding, aldus vastgesteld, niet in een redelijke verhouding tot de gepresteerde dienst staat. Spontaan dringt die vaststelling zich evenmin aan de Raad van State op.

Share/Bookmark

zaterdag 15 mei 2010

Fonds van 250 miljoen worden twee fondsen

Artikel 179 van de Programmawet van 23 december 2009 bepaalde dat de nucleaire elektriciteitsproducenten vóór 31 december 2009 "een fonds moesten oprichten en financieren" ten belope van 250 miljoen. "Dit fonds zal de vorm van een coöperatieve vennootschap nemen."

Zowat iedereen ging er van uit (en de tekst van de programmawet laat niets anders uitschijnen) dat er één fonds zou worden opgericht.

Uit de antwoorden van Magnette aan de Europese Commissie blijkt nu dat Electrabel en EDF/SPE elk hun eigen fonds hebben opgericht:

Cette loi a donné lieu à la création de deux fonds distincts, l'un par GDF Suez et l'autre par EDF et sa filiale SPE, afin d'éviter tout transfert de données sensibles et stratégiques.
Of dit in de lijn ligt van de duidelijke tekst van de wet is zeer de vraag.
Share/Bookmark

vrijdag 14 mei 2010

De Standaard - Magnette ontkent extra bijdrage voor kerncentrales

De Tijd berichte vanochtend dat GDF Suez naast de bijdrage van 215-245 miljoen EUR/jaar tijdens de periode 2010-2014 nog een andere bijdrage zou moeten betalen als tegenprestatie voor het langer openhouden van de kerncentrales. De Standaard ("Magnette ontkent extra bijdrage voor kerncentrales") berichtte deze ochtend dat hier niets van aan is.

Nochtans laat de volgende passage in het antwoord van Magnette aan de Europese Commissie wel aan duidelijkheid te wensen over:

"Ce montant [215-245 miljoen, TV] n'est par ailleurs pas lié à l'extension de la durée d'exploitation des centrales nucléaires. Il vise à corriger la situation avantageuse dans laquelle se trouvent actuellement les producteurs nucléaires à l'égard des autres producteurs et ainsi lever les barrières à l'entrée du marché belge au profit de nouveaux entrants.
Le contribution des producteurs nucléaires suite à l'extension de la durée d'exploitation des centrales nucléaires Doel I, Doel II et Tihange I n'est pas encore estimée.(...)"

Share/Bookmark

'Geklungel' Magnette als leidraad voor antwoorden aan Europese Commissie over Protocolakkoord

De minister van energie, Paul Magnette, die begin oktober vorig jaar hevig onder vuur lag voor zijn amateuristische aanpak om een deal te sluiten met GDF Suez, maakt in zijn antwoord op de vragenlijst van de Europese Commissie (zie mijn vorig bericht) van dat geklungel handig gebruik.

Magnette beweert immers dat de regering op 12 oktober (later in de tekst komt zelfs 13 oktober voor) een 'décision régalienne' nam om de levensduur van de oudste drie kerncentrales te verlengen. Die beslissing, 'antérieuremment' et 'indépendamment' aan het protocolakkoord met GDF Suez van 22 oktober 2009, is gebaseerd op een studie van de CREG van 2007 en het GEMIX-rapport van 2009. De beslissing houdt ook in dat de nucleaire producenten, in navolging van de bijdrage van 250 miljoen in 2008 en 2009, tijdens de jaren 2010-2014 tussen 215 en 245 miljoen zouden bijdragen. Nadien zal een nv van publiek recht, SoMaCO, een 100%-dochter van de Federale Participatiemaatschappij, de hoogte van de bijdrage vastleggen.

Het protocolakkoord van 22 oktober 2009 is "la rencontre entre la politique du Gouvernement décidée le 12 octobre 2009 et des engagements d'un producteur nucléaire s'inscrivant dans cette politique aux fins d'y concourir":

"Les engagements en matière d'emploi et d'investissements constituent dès lors des déclarations de GDF Suez qui a réaffirmé sa volonté de rester en Belgique. Par le Protocole d'accord, le Gouvernement se contente d'en prendre acte et s'en réjouit, compte tenu des retombées positives sur l'économie belge."
Nochtans is de SoMaCO (zie volgend bericht) wel bevoegd om die engagementen te controleren en desgevallend aan de administratie financiën voor te stellen om overtredingen te beteugelen met administratieve geldboetes.

Of hoe één en ander uiteindelijk toch blijkt deel uit te maken van één en hetzelfde akkoord...
Share/Bookmark

donderdag 13 mei 2010

Dienen uitspraken voorzitter Eandis politiek doel?

Ten gevolge van de uitspraken van Geert Versnick (Open VLD en voorzitter Eandis) over de kostprijs van de minimumsteun die distributienetbeheerders moeten geven aan eigenaars van groenestroomcertificaten, debateerde men ook in het Vlaams Parlement over deze problematiek. Voor sommigen was dit onmiddellijk de aanleiding om ook een divers aantal andere zaken te berde te brengen.

Eén van de elementen die in het debat aan bod kwam is de decretaal voorziene uitstap van Electrabel uit de gemengde distributienetbeheerders. Volgens Peter Reekmans zou die uitstap aan de gemeenten meer dan één miljard euro kosten. Dezelfde Reekmans voorspelde ook grote moeilijkheden bij de uitrol van de slimme meters en de smart grids.

De minimumsteun noch de uitkoop van Electrabel noch de uitrol van de slimme meters doen op dit moment eigenlijk ter zake. De tarieven van de distributienetbeheerders zijn goedgekeurd en gelden nog tot eind 2011. Het is pas nadien (en misschien door een Vlaamse regulator) dat e.e.a. zal aangepast kunnen worden.
Share/Bookmark