donderdag 10 maart 2011

Aansluiting op het transmissienet: first come, first served basis gerechtvaardigd?

In de Panorama reportage Watt een kluwen werd ook het tekort aan capaciteit van het transmissienet aangekaart. Nieuwe productieprojecten zouden moeten 'dimmen' omdat andere projecten 'eerst' waren. De CEO van Elia kan niet anders dan dit beamen: "de wet voorziet dat diegenen die een vergunning hebben en eerst zijn met de aansluiting voorrang krijgen". Hij lijkt er ook geen problemen mee te hebben.

Wie een productie-installatie wil aansluiten op het transmissienet heeft een productievergunning en een aansluitingscontract met Elia nodig. De productievergunning wordt afgeleverd door de federale energieminister op voorstel van de CREG. Om een aansluiting te krijgen op het transmissienet moet een aansluitingsaanvraag ingediend worden bij Elia. Na onderzoek van de aansluitingsaanvraag kan een aansluitingscontract afgesloten worden. Het Technisch Reglement bepaalt dat capaciteit maar wordt toegekend door het leveren van het bewijs van een productievergunning.

In haar ontwerp ontwikkelingsplan 2010-2020 zegt Elia dat zij het als haar opdracht beschouwt om zoveel mogelijk aanvragen positief te behandelen. Naar eigen zeggen waren in september 2010 voor ongeveer 6000 MW aansluitingsdossiers in behandeling.

In het ontwerp ontwikkelingsplan 2010-2020 verwijst Elia ook naar de chronologische manier van werken: de reglementaire procedures voor netaansluiting en productievergunning zijn bedoeld om deze problematiek via het first come, first served principe te regelen. Volgens Elia leidt dit tot volgende dilemma's: als projecten met een productievergunning niet worden opgestart is het mogelijk dat projecten die later aangekondigd werden onterecht uitgesteld of zelfs geweigerd worden. Als aanvragen gelijktijdig worden ingediend kan het advies van de netbeheerder geen rekening houden met de interactie, waardoor het risico bestaat dat het advies in vraag moet worden gesteld als een eerste vergunning wordt toegekend.

Het Technisch Reglement bepaalt in artikel 100 dat de netbeheerder de aansluitingsaanvragen moet beoordelen op niet discriminerende wijze, onder meer in het licht van de reeds bestaande aansluitingen en bestaande capaciteitsreserveringen. Maar hetzelfde artikel zegt dat Elia ook rekening moet houden met andere zaken zoals, het behoud van de integriteit, de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, de noodzaak tot het bevorderen van een harmonieuze ontwikkeling van het net op niet discriminerende wijze, het behoud van noodzakelijke transportcapaciteit voor de bevoorrading van toekomstige behoeften in verband met openbare dienstverplichtingen, de voorrang aan productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling gebruiken. Bovendien is Elia als netbeheerder belast met de verbetering, de vernieuwing en de uitbreiding van het transmissienet, inzonderheid in het kader van het ontwikkelingsplan, teneinde een adequate capaciteit te waarborgen om aan de behoeften te kunnen voldoen.

Slechts de netbeheerder en de regulator hebben een globaal overzicht van de aansluitings- en productieaanvragen. Als de netbeheerder aanvoert dat zij de aansluitingsaanvragen slechts geïsoleerd kan bekijken, staat dit dan niet de harmonieuze ontwikkeling van het net op niet-discriminerende wijze in de weg?

Alleszins lijkt de CREG zich ook vragen te stellen bij deze nogal strikte houding van Elia. In haar advies bij het ontwikkelingsplan schrijft de CREG immers: De CREG is zich bewust van deze moeilijkheden doch is van mening dat Elia in haar ontwikkelingsplan minstens de investeringen moet bepalen die nodig zijn om het hoofd te kunnen bieden aan de huidige en de te verwachten aanvragen. Bovendien zouden de kosten en de voorwaarden die nodig zijn om een bepaalde investering te verantwoorden in het ontwikkelingsplan moeten opgenomen worden. Uit een recent schrijven van Elia blijkt immers dat er nu reeds twee projecten zijn die niet kunnen gerealiseerd worden op basis van de netinvesteringen die opgenomen werden in het ontwikkelingsplan wanneer rekening gehouden wordt met de huidige vergunde projecten. Deze projecten zijn echter al ongeveer één jaar door Elia gekend.

Elia lijkt aan te sturen op een verduidelijking in het Technisch Reglement hoe zij de aansluitingsaanvragen moet beoordelen. Een wijziging van het Technisch Reglement is sowieso aan de orde in het kader van de omzetting van Richtlijn 2009/27/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit, het zogenaamde derde pakket. De Richtlijn zegt dat de transmissienetbeheerder ervoor moet zorgen dat het systeem op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transmissie van elektriciteit en de exploitatie, en ook dat ze moet bijdragen aan de leverings- en voorzieningszekerheid door te zorgen voor toereikende transmissiecapaciteit. Tegelijkertijd behoort het tot de taken van de regulator om ervoor te zorgen dat transmissienetbeheerders hun verplichtingen naleven en moet ze toezicht houden op de investeringsplannen van de transmissienetbeheerders.

Alleszins is voor de transmissienetbeheerder een meer pro-actieve rol weggelegd dan vandaag het geval is, in wisselwerking met de CREG. Stellen dat het huidig reglementair kader dit zou verhinderen lijkt ons  een te eenzijdige lezing van de Elektriciteitswet, het Technisch Reglement en het derde pakket.

Share/Bookmark

dinsdag 8 maart 2011

Grondwettelijk Hof vernietigt Vlaamse regeling emissierechten voor de luchtvaart

In haar arrest van 2 maart 2011 vernietigt het Grondwettelijk Hof het decreet van het Vlaamse gewest van 8 mei 2009 houdende wijziging van het REG-decreet van 2 april 2004 wat de uitbreiding tot luchtvaartactiviteiten betreft. Het Vlaamse decreet werd bestreden door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de Federale Ministerraad.


De Vlaamse regeling beoogde de omzetting van Richtlijn 2009/101/EG tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap. Deze Richtlijn moest uiterlijk op 2 februari 2010 omgezet zijn . Omdat vliegtuigexploitanten uiterlijk op 31 augustus 2009 moesten voldoen aan een aantal monitoring- en rapportageverplichtingen inzake CO2 en tonkilometergegevens besloot de Vlaamse decreetgever alvast een aantal bepalingen om te zetten in het bestreden decreet.

Het Vlaamse decreet bepaalde dat het Vlaamse gewest voor elke vliegtuigexploitant de CO2-emissies zou toegekend krijgen van alle vluchten die vertrekken op luchtvaartterreinen gelegen op het grondgebied van het Vlaamse gewest en landen op luchtvaartterreinen gelegen op het grondgebied van het Vlaamse gewest op voorwaarde dat die vluchten niet vertrekken vanuit een lidstaat van de Europese Unie. Op 6 oktober 2010 werd een gelijkaardig Waals decreet aangenomen dat bepaalt: "sont attribuées à la région wallonne, pour chaque exploitant d'aéronef, les émissions d'aéronef de tous les vols: au départ d'un aérodrome régional wallon, à l'arrivée dans un aérodrome régional wallon en provenance d'un pays non membre de l'Union eruopéenne".

Het Grondwettelijk Hof is van oordeel dat de gewesten bevoegd zijn om maatregelen te nemen teneinde de uitstoot van broeikasgassen in de lucht te verminderen, ongeacht de oorsprong van die broeikasgassen. Het Hof stelt de materiële bevoegdheid van de gewesten niet in vraag: de gewesten kunnen maatregelen nemen om broeikasgassen door vliegtuigen te verminderen. Zij mogen daarbij echter hun territoriale bevoegdheid niet overschrijden. In het geval van luchtvaartemissies stelt het Hof dat die emissies hoofdzakelijk plaatsvinden buiten het Vlaamse gewest. Een gedeelte vindt plaats in het luchtruim van de andere gewesten of in het luchtruim boven de Belgische mariene gebieden die tot de territoriale bevoegdheid van de federale overheid behoren. Daarom is het Hof van oordeel dat het criterium in het decreet om luchtvaartemissies te lokaliseren binnen de territoriale bevoegdheid van Vlaanderen niet geschikt is.

Omdat er slechts 1 administrerende overheid mag zijn per vliegtuigexploitant en omwille van de gewestgrensoverschrijdende aard van luchtvaartemissies oordeelt het Hof dat deze kwestie niet anders dan in onderlinge samenwerking tussen de gewesten en de federale overheid kan worden uitgeoefend. Om rechtsonzekerheid te vermijden blijven de rechtsgevolgen gehandhaafd in afwachting van een samenwerkingsakkoord en uiterlijk tot 31 december 2011.

Het Waals decreet dat werd aangenomen op 6 oktober 2010 hanteert hetzelfde criterium om luchtvaartemissies te lokaliseren binnen het Waals gewest. In principe zouden het Brussels hoofdstedelijk gewest en de federale overheid, als zij consequent willen zijn, een vernietigingsberoep moeten instellen tegen dit decreet. Tenzij de Waalse regering bereid zou zijn haar decreet in te trekken in het kader van het af te sluiten samenwerkingsakkoord.

Een samenwerkingsakkoord is in elk geval dringend vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid voor de luchtvaartexploitanten. De rechtsgevolgen van het Vlaams decreet blijven immers maar gehandhaafd tot 31 december 2011. De Richtlijn voorziet dat luchtvaartexploitanten een aanvraag kunnen indienen voor een kosteloze toewijzing van emissierechten. Om in 2012 gratis emissierechten te kunnen krijgen moeten zij ten laatste op 31 maart 2011 geverifieerde tonkilometergegevens voorleggen. Deze rapportage zal dus nog gebeuren volgens de bepalingen van het vernietigde Vlaamse decreet en het bestaande Waalse decreet. Bij het ontbreken van een samenwerkingsakkoord op 31 december 2011 dreigt een juridisch vacuum op het ogenblik dat de eerste veilingperiode start. Ook de toewijzing van de emissierechten aan luchtvaartexploitanten dreigt in een juridisch vacuüm te verzanden.

Deze week werden door de Europese Commissie de historische luchtvaartemissies vastgelegd op 219 476 343 ton CO2. Voor het jaar 2012 mag 97% van deze emissies toegewezen worden aan vliegtuigexploitanten. Voor de periode 2013-2020 wordt dit 95%. 15% van deze emissies wordt geveild, 85% wordt gratis toegewezen, 3% is de reserve voor nieuwkomers en snel groeiende vliegtuigexploitanten.

Het bestreden decreet bevatte geen regeling omtrent de veiling van luchtvaartemissies. Het samenwerkingsakkoord zal dit ook moeten regelen, net als de verdeling van de veilingopbrengsten. Over die veilingopbrengsten zegt de Richtlijn dat de lidstaten zelf bepalen hoe de opbrengsten worden gebruikt, maar dat ze zouden moeten gebruikt worden om de klimaatverandering in de Europese Unie en in derde landen aan te pakken.

Deze regeling kan dan ook niet helemaal los gezien worden van de veiling in het kader van de ETS vanaf 2013. België zal de veiling vermoedelijk laten verlopen via het gemeenschappelijke Europees platform, aangezien zij, anders dan Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk, de Europese Commissie niet gemeld heeft niet te willen meedoen. Toch zal dit interne Belgische afspraken vergen, die vermoedelijk ook best vastgelegd worden in een samenwerkingsakkoord of in een wijziging van het samenwerkingsakkoord van 23 september 2005 betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG. De vraag stelt zich wat in dit alles de beleidsmarge is van een federale regering in lopende zaken.



Share/Bookmark

maandag 7 maart 2011

Watt een kluwen

Gisteren mocht Tinne in de Zevende Dag en in Panorama wat duiding geven bij de moeilijkheden in een vrijgemaakte energiemarkt.
Share/Bookmark