woensdag 30 december 2009

Schaf dat gouden aandeel in NMP en Distrigas eindelijk af!

Zonet zag ik dat de raad van bestuur van ENI Distrigas NV nog slechts vier leden telt: twee Belgen (Erwin Van Bruysel en Jean Vermeire, de huidige en vroegere CEO) en twee Italianen van ENI. Daarnaast zijn er ook twee regeringsvertegenwoordigers: Davine Dujardin (kabinet eerste minister) en Hervé Parmentier (PS, Onkelinx en Magnette). ENI Distrigas is sinds dit jaar een 100% dochter van ENI. Het bedrijf verkoopt aardgas en daarmee gerelateerde dienstverlening aan eindafnemers in België.

Op 20 november 2009 benoemde minister Magnette de woordvoerder van de CREG, Laurent Jacquet, tot regeringsvertegenwoordiger de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen . De Nationale Maatschappij der Pijpleidingen is een 100% dochteronderneming van Ackermans Van Haaren. De belangrijkste activiteit van de NMP is het beheer van een pijpleidingennet dat voor het vervoer van industriële gassen en vloeistoffen wordt gebruikt.

De activiteiten van Distrigas noch die van de NMP zijn monopolieactiviteiten. Door de overname door ENI maakt Distrigas niet langer deel uit van een verticaal of horizontaal geïntegreerd elektriciteitsbedrijf dat in België actief is op verschillende energiemarkten. NMP moet sinds 2003 aanvaarden dat eenieder die aan de voorwaarden van de wet van 12 april 1965 voldoet ook pijpleidingen voor industriële gassen of vloeistoffen kan aanleggen. Behalve het feit dat de NMP en haar concurrenten hun leidingen aanleggen op basis van de bepalingen van de wet van 12 april 1965, de Gaswet, hebben die ondernemingen geen uitstaans met de liberalisering van de gasmarkt en vallen zij ook niet onder het regulerende toezicht van de CREG, die van de sector van de industriële gassen of vloeistoffen ook over geen expertise beschikt.

Er is geen enkele maatschappelijke of economische reden voorhanden om het gouden aandeel, en de daarmee gepaard gaande regeringsvertegenwoordigers, te behouden in ENI Distrigas of de NMP.
Share/Bookmark

dinsdag 29 december 2009

Gasterra levert L-gas aan ENI Distrigas tot 2030

Via de Nederlandse blog www.energierecht.nu leerde ik dat voor de kerstvakantie Gasterra en ENI Distrigas een overeenkomst gesloten hebben voor de exclusieve levering van L-gas in België.
Share/Bookmark

donderdag 17 december 2009

Groenestroomcertificaten en de Raad van State

Op 19 mei 2003 legt de VREG een administratieve geldboete van 179.475 euro op aan RWE Solutions AG wegens het niet voldoen aan de inleveringsverplichting van groenestroomcertificaten zoals die voorgeschreven is door artikel 23 van het elektriciteitsdecreet.

RWE Solutions dient tegen die beslissing een vernietigingsberoep in bij de Raad van State.

In zijn arrest van 9 november 2009 verklaart de Raad zich onbevoegd op basis van de volgende redenering.

Het elektriciteitsdecreet bepaalt dat de VREG voor het overtreden van een aantal bepalingen van het elektriciteitsdecreet een administratieve geldboete kan opleggen. Beroepen tegen de beslissing om zulke administratieve geldboete op te leggen kunnen enkel beslecht worden door de rechtbank van eerste aanleg (artikel 569, 33°, Ger.W). Die betwistingen zijn dus “door een uitdrukkelijke wetsbepaling aan de bevoegdheid van de Raad van State onttrokken”.

Een gelijkaardige bepaling is er niet voor betwistingen over beslissingen van de VREG waarbij zij een administratieve geldboete oplegt voor het niet of onvoldoende inleveren van groenestroomcertificaten door een elektriciteitsleverancier (artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet). Volgens de Raad van State is artikel 37, § 1, evenwel algemeen gesteld en is artikel 37, § 2, specifiek toegespitst op het bedrag van de administratieve boete. Uit de samenhang van die bepalingen volgt volgens de Raad “onmiskenbaar dat de rechtsgrond voor elke administratieve geldboete uitsluitend gelegen is in artikel 37, § 1”. Dit betekent dat ook de betwistingen tegen een beslissing gebaseerd op artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet enkel aan de rechtbank van eerste aanleg voorgelegd kunnen worden. De Raad van State is in die lezing niet bevoegd om te oordelen over beroepen tegen beslissingen waarbij de VREG een administratieve boete oplegt wegens het onvoldoende of niet-inleveren van groenestroomcertificaten.

De Vlaamse decreetgever heeft met het het decreet van 7 mei 2004 artikel 37, § 2, van het elektriciteitsdecreet geïnterpreteerd door te stellen dat “onverminderd” begrepen moet worden als “met uitsluiting van”. Hierdoor vindt het opleggen van een administratieve geldboete zijn autonome rechtsgrond in artikel 37, § 2, elektriciteitsdecreet. Het feit dat het Grondwettelijk Hof met zijn arrest 25/2005 van 2 februari 2005 (“'onverminderd'-arrest”) deze interpretatieve bepaling vernietigd heeft in zoverre zij terugwerkte tot de kalenderjaren vóór 2004, brengt de Raad van State ertoe dat in het geval van RWE artikel 37, § 2, wél moet samengelezen worden en geïnterpreteerd worden in het licht van artikel 37, § 1, elektriciteitsdecreet. Impliciet laat de Raad van State verstaan dat voor beslissingen waardoor boetes opgelegd worden na 2005 er wel een beroep mogelijk is bij de Raad van State.
Share/Bookmark

dinsdag 15 december 2009

Gesloten distributiesystemen - een Belgische vogelvlucht vanuit Europees perspectief

Slides van mijn voordracht van vandaag in Rotterdam over gesloten distributiesystemen (closed distribution systems).


Share/Bookmark

zaterdag 12 december 2009

Programmawet december 2009 (vervolg encore)

Meerderheid en oppositie keurden tijdens de vergadering van de kamercommissie bedrijfsleven van 1 december jl. een amendement op het ontwerp van programmawet goed. De volksvertegenwoordigers vonden het belangrijk dat het Fonds dat de kernexploitanten met 250 miljoen euro zouden moeten spijzen "onafhankelijk is ten opzichte van [die] producenten (...) en dat de middelen van het fonds worden aangewend ten dienste van het door de regering besliste energiebeleid". Hiertoe zou de Programmawet moeten bepalen dat er maximum zeven bestuurders van de coöperatieve vennootschap zouden zijn. De vier onafhankelijke bestuurders, waarin het oorspronkelijke ontwerp voorzag, zouden zo de meerderheid in de raad van bestuur hebben.

De commissie aanvaardde het amendement.

De ministerraad was het voorstel van de parlementsleden niet genegen. De leden van de meerderheid werden verzocht opnieuw een amendement in te dienen om het voorgestelde ontwerp in zijn oorspronkelijke versie te laten goedkeuren door de kamer. Karine Lalieux motiveerde blijkens het ontwerp van aanvullend verslag de bocht van de meerderheid als volgt:

"[H]aar amendement [vrijwaart] het privaatrechtelijk karakter van het fonds en [het zorgt er zodoende voor] dat het Europees recht in acht wordt genomen op het stuk van de bepalingen inzake staatssteun en het behoud van de aard van de uitgaven die door de coöperatieve vennootschap mogen worden gedaan."
Die argumenten houden weinig steek. Het privaatrechtelijke karakter van Elia blijft toch ook behouden, ondanks het feit dat artikel 9, § 2, Elektriciteitswet bepaalt dat "de raad van bestuur van de netbeheerder uitsluitend samengesteld is uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor de helft uit onafhankelijke bestuurders".

Minister Magnette onderstreepte dat dat de tekst is besproken binnen de regering en dat het oorspronkelijke voorstel daar goedgekeurd werd:
"Diverse alternatieven werden bekeken en uiteindelijk is gekozen voor een privéfonds, waarin de producenten het kapitaal aanbrengen en coöperateur zijn, het geheel onder controle van de overheid."
De minister beklemtoonde "de overheidscontrole worden uitgeoefend door de regeringscommissaris, die de beslissingen van het fonds kan schorsen, en door de minister, die ze kan vernietigen". Het fonds zal, volgens Magnette, "bijgevolg door de overheid worden gecontroleerd".

Hoe die laatste uitspraak te rijmen valt met de motivering dat het amendement moet verdwijnen om het privaatrechtelijk karakter van het fonds te behouden is onduidelijk. Evenmin is duidelijk waarom de regering overtuigd is dat de aanwezigheid van een controlerende regeringscommissaris in dit geval wél juridisch aanvaardbaar is terwijl Magnette veel sceptischer lijkt te staan tegenover een concrete toepassing van de door de wet ingestelde mogelijkheid om een regeringsvertegenwoordiger in organen van de rechtsopvolgers van Ebes, Unerg en Intercom af te vaardigen.
Share/Bookmark

zondag 6 december 2009

Publicatie rechtspraak federaal energierecht

Tegen de beslissingen van de CREG zijn de laatste jaren al ontelbare procedures gevoerd voor de Raad van State en de hoven (en in veel mindere mate de rechtbanken). Een overzichtje van de inzet van die procedures, de verzoekende/eisende partij en het resultaat vind je op de website van de CREG.

In tegenstelling tot het BIPT, de regulator in de telecommarkt, die alle arresten in de telecommarkt volledig ter beschikking stelt op zijn website, vindt men op de website van de CREG geen enkele kopie van een vonnis of een arrest. De CREG verzoekt de geïnteresseerden immers zich te richten tot website dan wel griffie van de Raad van State, hof van beroep enz.

De CREG wil "de administratieve overlast voor [haar] binnen de perken houden". Welke administratieve overlast het inscannen en publiceren van vonnissen of arresten op de website zou inhouden is mij onbekend. Meer overlast dan het publiceren van de vele eigen adviezen, studies of aanbevelingen zal het wel niet zijn. Of neemt de CREG zo veel beslissingen waartegen belanghebbenden een beroep moeten instellen?
Share/Bookmark

vrijdag 4 december 2009

Tussendoor - een advertentie uit 1962



Via Effiency Law.
Update 06/12/09: Had niet gezien dat Els Keytsman die advertentie op 27 november al op haar blog postte.
Share/Bookmark

donderdag 3 december 2009

België veroordeeld door het Hof van Justitie omwille van het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn

De Europese Commissie stelde België in 2006 in gebreke omdat er nog altijd geen aardgasvervoersnetbeheerder definitief aangeduid was (en is) en omdat een aantal randvoorwaarden voor het toepassen van uitzonderingen op de gereguleerde toegang tot nieuwe grote gasinfrastructuur niet opgenomen zijn in de Belgische wetgeving.

Het Hof van Justitie sprak zich vandaag uit over die ingebrekestelling en veroordeelde België voor het onvolledig omzetten van de Tweede Gasrichtlijn (Richlijn 98/30/EG).

Artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn bepaalt dat de lidstaten “een of meer systeembeheerders aan voor een termijn die door de lidstaten wordt vastgesteld” moeten aanduiden.

De Gaswet bepaalt in artikel 8 dat de minister van energie na advies van de CBFA en na advies van de CREG de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van de LNG-terminal en de beheerder van de opslaginstallaties aanduidt. Die beheerders moesten aangeduid worden binnen de negen maanden na de bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling. Die oproep werd op 21 februari 2007 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

De CREG stelt in haar advies van 28 juni 2007 vast dat Fluxys “de voorwaarde van de aardgasdoorvoer niet naleeft”. De regulator verwijst hiervoor naar het (intussen gewijzigde) feit dat Distrigas & Co krachtens twee overeenkomsten de transitcapaciteiten op de VTN en de Troll doorvoerleidingen mocht commercialiseren. De CREG beval aan de minister aan bij de eventuele aanstelling van Fluxys om de overname door Fluxys van alle activiteiten die met transit verband houden als voorwaarde te stellen. Intussen heeft Distrigas de aandelen in Distrigas & Co overgedragen aan Fluxys voor het niet onaardige bedrag van 350 miljoen euro. Daarnaast stelt de CREG vast dat een aantal vervoersinstallaties eigendom zijn van eindafnemers, die daarvoor een vervoersvergunning ontvangen hadden. Voor de CREG moet het beheer over die vervoersinstallaties overgedragen worden aan Fluxys.

Rekening houdende met deze opmerkingen, adviseerde de CREG gunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder. Op basis van een aantal vennootschapsrechtelijke en corporate governance gerelateerde elementen adviseerde de CREG ongunstig met betrekking tot de aanstelling van Fluxys als beheerder van de LNG-installatie.

Fluxys diende eind 2007 een aangepaste kandidatuur in voor de drie beheersfuncties. Begin 2008 gaf de CREG opnieuw een voorwaardelijk gunstig advies voor de aanstelling van Fluxys als vervoersnetbeheerder en een ongunstig advies voor het beheer van de LNG-installatie (zie Jaarverslag CREG 2008, p. 32). Wat er nadien gebeurde, is onduidelijk.

De Europese Commissie meende dat België door geen definitieve aanwijzing van de verschillende systeembeheerders te hebben gedaan artikel 7 van de Tweede Gasrichtlijn schendt.

België merkte, bij monde van zijn raadsman Jean Scalais (Freshfields), die toevalligerwijze ook één van de vaste raadslieden is van Fluxys (o.a. in Ghislengien-proces), dat artikel 7 van de richtlijn de lidstaten niet belet om over te gaan tot de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders. Die tijdelijk aangewezen systeembeheerders vervullen overigens dezelfde taken als definitief aangewezen systeembeheerders. Bovendien, zo stelde de advocaat van Fluxys en de Belgische staat, maakt het allemaal niet veel uit: “De aanwijzing van de voorlopige systeembeheerders staat gelijk aan een definitieve aanwijzing, daar de betrokken ondernemingen de enige zijn die voldoen aan de vereisten voor een definitieve aanwijzing”. Of met andere woorden, de niet-definitieve aanwijzing van de systeembeheerders is eigenlijk overbodig omdat zij uiteindelijk toch definitief aangesteld zullen worden.

Het Hof van Justitie volgde de Belgische redenering niet en stelde vast dat “de voorlopige aanwijzing van deze beheerders vertraagt namelijk de omzetting van artikel 7 van de richtlijn, dat – zoals het Koninkrijk België erkende – de aanwijzing van deze beheerders voor een termijn van twintig jaar inhield”.

M.b.t. voor nieuwe grote gasinfrastructuur (interconnectoren tussen lidstaten, LNG‑ en opslaginstallaties) bepaalt artikel 22 van de richtlijn dat er een uitzondering kan gemaakt worden voor de bepalingen met betrekking tot de toegang en met betrekking tot de regelgevende instanties indien aan een aantal voorwaarden voldaan wordt, waaronder de verplichting om het ontheffingbesluit “naar behoren te motiveren en bekend te maken” en (m.b.t. interconnectoren) na overleg met de andere betrokken lidstaten of regelgevende instanties.

België verwees naar het feit dat koninklijke besluiten, de vorm die een ontheffingsbesluit zou aannemen, bekendgemaakt worden en gemotiveerd moeten zijn en naar het feit dat de verplichting tot overleg met andere lidstaten een rechtstreekse werking heeft die niet in nationaal recht moet worden omgezet.

Voor het Hof is het feit dat in België alle handelingen die voor een groot aantal personen een belang opleveren, worden bekendgemaakt, geen correcte en volledige omzetting van de bepalingen van de richtlijn. Ook het argument van de directe werking, die “justitiabelen het recht geeft om zich in rechte op een richtlijn te beroepen tegenover een lidstaat die zijn verplichtingen niet nakomt”, kan voor het Hof “geen rechtvaardiging vormen voor het verzuim van een lidstaat om tijdig de aan het doel van elke richtlijn beantwoordende uitvoeringsmaatregelen te nemen”.
Share/Bookmark

dinsdag 1 december 2009

Private vliegvelden en windturbines

In Ciney woont baron d'Huart. Die heeft een vergund privaat vliegveld voor een Piper Cup vliegtuig. In de buurt wil Kyotech een windmolenpark van 6 3,5 MW windturbines bouwen.

Tijdens de vergunningsprocedure stelt de bevoegde luchtvaartadministratie dat het project "compromet la sécurité des pilotes et est donc inacceptable". Hierop weigert de bevoegde ambtenaren om de nodige vergunningen toe te kennen. Kyotech gaat hiertegen in beroep. In hun tweede advies levert de luchtvaartadministratie een gunstig voorwaardelijk advies af.

De piloot gaat in beroep bij de Raad van State tegen de uiteindelijk verleende permis unique. De Raad willigt het beroep niet in.

RvS 29 oktober 2009, nr. 197.535, d'Huart
Share/Bookmark