woensdag 27 april 2011

Juridische 'bezwaren' tegen uraniumtaks

In de door de CREG verguisde samenvatting en analyse van de Nationale Bank 'De Belgische nucleaire schaarsterente' wijdt de bank ook een hoofdstukje aan de 'mogelijke juridische bezwaren bij een accijns [op uranium]" (p. 51/54).

Die juridische bezwaren vindt zij terug in een persbericht uit 2010 van 'het internationale advocatenbureau Clifford Chance' dat zou stellen "dat de uraniumaccijns in strijd is met de Europese Richtlijn 2003/96/EG" omdat "elektriciteit afkomstig uit kernenergie door de heffing van een accijns benadeeld (of gediscrimineerd) wordt ten opzichte van de elektriciteit afkomstig van andere energiebronnen". Daarnaast zouden de lidstaten "door Europa verplicht zijn om uniforme belastingtarieven toe te passen voor energieproducten". Bovendien "zou de richtlijn de lidstaten verbieden om energieproducten die worden ingezet voor de productie van elektriciteit, te belasten".

Begin juli 2010 berichtte Der Spiegel over het advies dat Clifford Chance over de Duitse Brennelementesteuer geschreven had. In haar persbericht van 5 juli 2010 schrijft het internationale advocatenkantoor "that the German federal government's proposed tax on nuclear fuel elements, a tax which it plans to levy on nuclear fuel rod consumption or power generated therefrom, is incompatible with EU tax law". Om haar objectiviteit in het dossier te staven, stelden onze Duitse confraters "that the legal opinion had not been prepared in accordance with client instructions: "As a leading energy law firm, we are often at the vanguard of promoting discussions on energy law and energy policy and providing our legal opinion thereon.""

Ondanks het feit dat Clifford Chance zichzelf ziet als een 'pionier' om discussies over energierecht en energiebeleid te ondersteunen, is de studie zelf niet (gemakkelijk) terug te vinden op het internet. Ook de Nationale Bank verwijst enkel naar het persbericht van het kantoor. Men zou toch wel kunnen verwachten dat zelfverklaarde opinion makers hun argumenten languit vrijgeven opdat nationale instanties hiervan kennis kunnen nemen. Men zou ook van nationale instanties kunnen verwachten dat zij de zelfverklaarde pioniersrol van advocatenkantoren in persberichten iets objectiever zouden benaderen.

De stelling van Clifford Chance werd overigens onmiddellijk betwist in de Duitse pers. Zo verwees taz.de naar een soortgelijk systeem in Zweden dat al bestaat sinds 2000: "Die von der Bundesregierung geplante Atomsteuer sei juristisch nicht zu machen, heißt es. Stimmt nicht: Schweden kassiert das Geld längst." Opvallend is ook dat de stelling van Clifford Chance niet onmiddellijk lijkt gevolgd te zijn in de Duitse rechtsleer.

Op basis van de richtlijn 2003/96/EG tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit lijkt er niets zich tegen te verzetten dat er een uraniumtaks zou komen.

Artikel 14.1 van die richtlijn verplicht de lidstaten om vrijstelling van belasting te verlenen voor "energieproducten en elektriciteit die worden gebruikt voor de productie van elektriciteit en elektriciteit die wordt gebruikt tot instandhouding van het vermogen elektriciteit te produceren". In principe zou men kunnen argumenteren dat brandstoffen voor de productie van elektriciteit moeten vrijgesteld zijn van een belasting. Anders zou de elektriciteit twee keer belast worden (input en output).

De lidstaten kunnen de brandstoffen echter "uit milieubeleidsoverwegingen aan belasting onderwerpen zonder inachtneming van de in deze richtlijn vastgestelde minimumbelastingniveaus". Voorwaarde lijkt wel te zijn die brandstoffen als categorie belast worden. Men mag geen onderscheid maken door een brandstof die gebruikt wordt voor de productie van elektriciteit wel te belasten en dat niet te doen als die gebruikt wordt voor andere toepassingen. Uranium of andere splijtstoffen zullen dus in hun geheel kunnen belast worden, los van de vraag of ze al dan niet gebruikt worden voor de elektriciteitsproductie. Weliswaar moet zulke taks dan geheven worden vanuit 'milieubeleidsoverwegingen'. Dat die overwegingen gevonden kunnen worden, lijkt aannemelijk.

De Bank verwijst verder naar argumenten van Electrabel dat de heffing van een uraniumaccijns ook in strijd zou zijn met de Belgische wetgeving "omdat er reeds communautaire accijnzen worden geheven op het 'eindproduct' energie (elektriciteit, aardgas en minerale oliën)". Daarom zou "een bijkomende accijns op het 'beginproduct' uranium niet wettelijk zijn omdat een dubbele heffing niet zou toegelaten zijn".

Men kan zich afvragen of die stelling volledig juist is. Voornoemd artikel 14.1 van de richtlijn 2003/96/EG bepaalt in de laatste zin dat wanneer brandstoffen belast worden vanuit milieubeleidsoverwegingen, die belastingen "niet in aanmerking genomen
voor de inachtneming van het minimumbelastingniveau voor elektriciteit zoals vastgesteld in artikel 10". Hieruit volgt op het eerste zicht dat de richtlijn een belasting op de input, vanuit milieubeleidsoverwegingen, en een belasting op de output van elektriciteit niet voor onmogelijk houdt.

De Nationale Bank besluit dat "de voormelde mogelijkheden tot juridische problemen dienen wel nog te worden geverifieerd door fiscale en juridische specialisten. Dit was echter niet mogelijk binnen het korte tijdsbestek waarin deze nota diende te worden opgemaakt."

Het valt te betreuren dat de Bank enkel de negatieve elementen opneemt en geen moeite gedaan heeft om verder onderzoek te doen (al was het maar oppervlakkig) om enkele tegenargumenten tegen de negatieve elementen op te nemen. Dat zij daarna nog de finale beoordeling aan specialisten zou overlaten, zou het verslag vollediger gemaakt hebben.
Share/Bookmark

dinsdag 26 april 2011

Mandaatjes en centjes

In ons vorige bericht verwezen we naar de rijkgevulde gremia van de Vlaamse distributienetbeheerders. Een eerste snelle blik op de jaarverslagen van die netbeheerders leert dat de vergoedingenpot voor de bestuurders evenmin mager gevuld is.

In het boekjaar 2009 schreven de gemengde netbeheerders iets minder dan 700.000 EUR onder de rubriek 9503 (“Rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen en ten laste van de resultatenrekening toegekende pensioenen, voor zover deze vermelding niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op de toestand van een enkel identificeerbaar persoon – Aan bestuurders en zaakvoerders”) in. Gaselwest keert het hoogste bedrag uit (173.735 EUR). Daarna volgen Iverlek (141.898 EUR), Iveka (101.578 EUR), Intergem (74.321 EUR), Imewo (73.169 EUR) en Imea (47.838 EUR). Eandis zelf keert voor 76.672 EUR bezoldigingen aan bestuurders uit.

Bij de zuivere netbeheerders is het minder eenvoudig om uit te zoeken hoeveel een bestuursmandaat waard is. Vast staat dat PBE met 394.817 EUR de kroon spant. PBE is ook actief in de kabeltelevisiesector. Iveg betaalt 90.654 EUR aan haar bestuurders, Infrax West (het vroegere WVEM) 105.340 EUR en Inter-energa 68.000 EUR. Interelektra, die participeert in Inter-energa, heeft daarnaast nog 166.260 EUR over voor haar bestuurders. Infrax zelf lijkt met 19.250 EUR eerder zuinig.

Als de vaststelling van de overbodigheid van al die mandaten niet betwist wordt, zou het misschien allemaal ook iets veel minder mogen kosten. Het komt er gewoon op aan om aan al die bestuurders en leden van sectorcomités te zeggen dat een lokaal gemeentelijk mandaat zich beperkt tot dat lokaal gemeentelijk mandaat en geen toegangsticket is voor een bijkomend loon.
Share/Bookmark

vrijdag 22 april 2011

"De zitpenningenmachines voor lokale politici"

Op donderdag 21 april 2011 verschenen in De Morgen twee opiniebijdragen die beiden de rol van de gemeenten in het Vlaams-Belgische energielandschap in vraag stelden. In zijn bijdrage “Dit is geen klus voor de Nationale Bank” stelt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de denktank Itinera Institute: “Als je de historiek kent van de energie-intercommunales als zitpenningenmachines voor lokale politici, dan is de ontwrichting van onze energiemarkt al snel minder raadselachtig.” Louis Tobback, burgemeester van Leuven, laat in zijn wekelijkse column optekenen: “In alle ernst: de gemeenten moeten uit Eandis. (…) Waarom moet dat grote Vlaamse energienet aangestuurd worden door de 300 gemeenten? Om de mandaten? Ik ga er niet flauw over doen: die mandaatjes helpen na de gemeenteraadsverkiezingen bij het vormen van meerderheden. Met als gevolg dat de gemeenten vandaag in zeven intercommunales zetelen, met cbva Eandis erboven, en dat heb je nog Intermixt daartussen en financieringsvehikels, samengevat: een onoverzichtelijk kluwen. En om vervolgens wat te doen?”

Of de gemeenten hun historische rol in het energielandschap moeten opgeven is een politieke kwestie. Tobback heeft gelijk dat zijn stelling waarschijnlijk niet breed gedragen is in zijn partij (of in een aantal andere partijen). De gemeenten zijn immers alom tegenwoordig, niet alleen als grootste aandeelhouders van de distributienetbeheerders, maar ook als hoofdaandeelhouder van Fluxys en Elia. Daarnaast participeren zij via andere vennootschappen ook in de productie van hernieuwbare energie. De website www.gemeentelijkeparticipaties.be geeft hiervan een zeer mooi overzicht. Een rode draad in die verschillende participaties kan zijn dat de lokale mandatarissen die hun gemeente als aandeelhouder vertegenwoordigen onvoldoende voeling hebben met de energiesector. Nochtans zijn er een aantal energieke zwaargewichten in elke politieke partij die wel invloed lijken uit te oefenen als bestuurder in die verschillende energieondernemingen (Steve Stevaert, Johan Vande Lanotte, Daniel Termont, Geert Versnick, Francis Vermeiren, Jos Ansoms, …). Maar de enkele vaststelling dat aandeelhouders onvoldoende op de hoogte zijn van de activiteiten van de ondernemingen waarin zij participeren mag er niet toe leiden dat die aandeelhouders hun participaties moeten opgeven. De tegenovergestelde stelling zou betekenen dat vele genoteerde ondernemingen hun aandeelhouderssamenstelling drastisch zouden gewijzigd zien.

Vanuit het perspectief van de gemeenten kan men zich wel de vraag stellen of het behouden van al die verschillende distributienetbeheerders als aparte beheerder 'onder' of 'boven' de werkmaatschappijen Eandis en Infrax nog enige toegevoegde waarde heeft. Juridisch lijken er weinig argumenten te bestaan om het kluwen aan structuren te behouden.

In principe moeten de distributienetbeheerders (Imewo, Intergem, Gaselwest, Iverlek, Imea, Iveka, Intermosane, Sibelgas, PBE, Infrax West, IVEG en Inter-energa) het distributienet voor elektriciteit en aardgas op het grondgebied waarvoor zij aangewezen zijn aanleggen, onderhouden en uitbaten (artikel 4.1.6 Energiedecreet). Daarnaast vervullen zij ook nog een groot aantal openbare (maatschappelijke, sociale of ecologische) dienstverplichtingen (artikel 4.1.20 en volgende Energiedecreet).

Het Energiedecreet laat echter toe dat de distributienetbeheerders aan de VREG kunnen vragen om voor de exploitatie van het distributienet en de uitvoering van openbaredienstverplichtingen een beroep te doen op een werkmaatschappij (artikel 4.1.5 Energiedecreet). In het Vlaams Parlement (Parl. St. Vl. Parl. 2006-2007, nr. 1164/4, p. 6) erkende men dat met het concept van deze werkmaatschappijen door de schaalvergroting de kostenefficiëntie en de effectiviteit van de openbare dienstverplichtingen verhoogd wordt. Daardoor is er ook meer uniformiteit en continuïteit mogelijk in de REG-actieplannen voor het ganse werkingsgebied van de werkmaatschappijen. Ook de communicatie over die premies kan zo verbeterd worden. Deze evolutie heeft volgens de Vlaamse decreetgever dus “als voordeel de professionalisering van de sector, de uniformisering van procedures en werkwijzen en de reductie van de kosten verbonden aan het netbeheer” (Parl. St. Vl. Parl., 2008-2009, nr. 2165/1, p. 40).

Die werkmaatschappijen kunnen dus alle (strategische) taken van de distributienetbeheerders op zich nemen. Daarbij moet het bestuursorgaan van de werkmaatschappij dat bevoegd is voor de voorbereiding van de beslissingen over de voor het netbeheer strategische en vertrouwelijke aangelegenheden volledig samengesteld zijn uit bestuurders die voorgedragen zijn door de gemeenten-aandeelhouders van de distributienetbeheerders. De raad van bestuur van een werkmaatschappij moet voor 70% samengesteld zijn uit onafhankelijke bestuurders. Dit zijn de bestuurders die geen vermogensbelangen hebben in toeleveranciers aan de netbeheerder, niet verwant zijn met de dagelijkse leiders van de netbeheerder, geen functies uitoefenen bij leveranciers, producenten of tussenpersonen of een dominerende aandeelhouder daarvan noch directe of indirecte relatie onderhoudt met die personen.

Een onafhankelijke bestuurder kan dus wel een gemeentelijke mandataris zijn. Uit de feiten blijkt trouwens dat de onafhankelijke bestuurders van Eandis, die ook lid zijn van het 'uitvoerend comité', die de strategische en vertrouwelijke beslissingen voorbereidt, allemaal vertegenwoordigers zijn van de gemeenten-aandeelhouders. Geert Versnick (voorzitter) is OCMW-voorzitter en schepen in Gent. Luc Dehaene (1ste ondervoorzitter) is burgemeester van Ieper. Cathy Plasman (2de ondervoorzitter) is gemeenteraadslid in Gent. Jos Ansoms (burgemeester Wuustwezel), Piet Buyse (burgemeester Dendermonde), Ann Coolsaet (gemeenteraadslid Antwerpen), Bart Martens (gemeenteraadslid Antwerpen en Vlaams volksvertegenwoordiger sp.a), Patrick Mensalt (OCMW-voorzitter Grimbergen), Mike Nachtegael (gemeenteraadslid Sint-Niklaas), Dirk Otte (provincieraadslid Oost-Vlaanderen en gemeenteraadslid Zingem), Filip Thienpont (burgemeester Merelbeke), Johan Timmermans (gemeenteraadslid Mechelen), Louis Tobback (burgemeester Leuven), Daniël Vanpoucke (burgemeester Meulebeke), Dirk Vansina (schepen Leuven) en Tom Vervoort (schepen Geel) zijn de leden.

Daarnaast lijken de distributienetbeheerders ook geen eigen personeel meer te hebben. Alle taken worden uitgevoerd door personeel van Eandis of Infrax.

Ondanks de zeer beperkte rol die de distributienetbeheerders dus nog zelf uitoefenen, houden ze er wel een heel uitgebreid bestuurdersarsenaal aan over. De distributienetbeheerders die samenwerken in Eandis hebben samen bijna 300 bestuurders: Gaselwest heeft 24 gemeentelijke bestuurders, 2 provinciale bestuurders, 6 bestuurders van Electrabel; Imea heeft 17 gemeentelijke bestuurders, 1 lid met raadgevende stem, 4 bestuurders van Electrabel; Imewo heeft 30 gemeentelijke bestuurders, 3 leden met raadgevende stem, 7 bestuurders van Electrabel; Intergem heeft 31 gemeentelijke bestuurders, 2 leden met raadgevende stem, 1 vertegenwoordiger van de provincie, 6 bestuurders van Electrabel; Sibelgas heeft 10 gemeentelijke bestuurders, 3 bestuurders van Electrabel; Iveka heeft 46 gemeentelijke bestuurders, 2 leden met raadgevende stem, 3 vertegenwoordigers van de provincie, 8 bestuurders van Electrabel; Iverlek heeft 54 gemeentelijke bestuurders, 3 leden met raadgevende stem, 10 bestuurders van Electrabel. De meeste bestuurders van Electrabel zijn bestuurders in verschillende distributienetbeheerders.

Binnen die distributienetbeheerders zijn er, naast de bestuurders, ook een hele waslijst van bezoldigde leden van sector- of lokale comités. Wat die comités juridisch moeten of kunnen doen, is niet zo duidelijk. In het beste geval vormen ze een lokale terugkoppeling tussen de burgers (gemeenten) en de raad van bestuur van Eandis via de raden van bestuur van de distributienetbeheerders.

Gaselwest heeft negen sectorcomités met alles samen 123 leden: Deinze (13), Ieper (16), Kust (20), Kortrijk (18), Menen (12), Oudenaarde-Ronse (15), Roeselare (14), Tielt (13) en Waregem (12). Imea heeft geen sectorcomités. Imewo telt drie regionale adviescomités met 67 leden: Oost (35), West (23) en Centrum (9). Binnen Intergem zijn er 6 regionale adviescomités met 57 leden: Aalst (9), Beveren (7), Dendermonde (10), Geraardsbergen (9), Ninove (10) en Sint-Niklaas (12). Iveka heeft vier regionale adviescomités met 40 leden: Kempen Noord (13), Kempen Zuid (11), Nete Noord (14) en Nete Zuid (12). Iverlek heeft 178 leden die zetelen in 10 regiocomités: Regio A (32), Regio D (29), Regio Aarschot (16), Regio Haacht (16), Regio Halle-Merchtem (18), Regio Heist-op-den-Berg (13), Regio Leuven (17), Regio Mechelen (13), Regio Tienen 9 en Regio Willebroek (15). Voor Sibelga, een gewestgrensoverschrijdende netbeheerder, is de rekening moeilijker te maken.

Binnen de Eandis-koepel ontvangen dus ruwweg 700 lokale mandatarissen (waarbij sommige personen lid zijn van meerdere gremia en dus dubbel geteld worden) zitpenningen voor vergaderingen van raden van bestuur en comités zonder dat juridisch echt duidelijk of verantwoord is waarvoor zij samenkomen.

Voor de Infrax-koepel zijn geen duidelijke gegevens beschikbaar, maar geschat kan worden dat zij aan ongeveer 150 bestuurders presentiegelden betalen. Aan de hand van de mandatenlijst kan men wel afleiden dat ook de zuivere distributienetbeheerders gul zijn met bestuursmandaten. Zo telt PBE, naast een aantal leden van sectorcomités, om en bij de 40 bestuurders, Inter-energa rond de 60 bestuurders, Interelectra bijna 70 bestuurders en Iveg een dertigtal.

De stelling van Tobback was vooral politiek. Juridisch kan men de kanttekening plaatsen dat men alles in het werk gesteld heeft om tot een consolidatie te kunnen komen, maar dat de onderliggende structuren hierbij nog niet aangepast zijn. Waarbij zich dan de vraag stelt of het behoud van juridische beheersstructuren zonder inhoud nog hoeft.
Share/Bookmark

dinsdag 19 april 2011

Geen conflict tussen Europese natuurbeschermingsbepalingen en hernieuwbare energieverplichtingen

In zijn conclusie op een prejudiciële vraag van de administratieve rechtbank van Puglia stelt advocaat-generaal Mazak dat er geen tegenstrijdigheid bestaat tussen de verplichtingen van de lidstaten om de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energie te ondersteunen en de beperkingen die diezelfde lidstaten kunnen opleggen in het kader van de Habitat- en Vogelrichtlijnen.

Een windturbineoperator wou op een terrein dat lag in een Habitat- en Vogelrichtlijngebied een aantal commerciële windturbines bouwen. De Italiaanse wetgeving verbiedt echter onder meer de plaatsing van niet voor eigen gebruik bestemde windmolens in de gebieden van communautair belang (GCB) en in de speciale beschermingszones (SBZ) die deel uitmaken van het ecologische netwerk Natura 2000. Een gelijkaardige regeling geldt ook in Vlaanderen.

Zowel de operator als de eigenaar van de grond vragen de vernietiging van die toepasselijke bepaling wegens schending van het gemeenschapsrecht en meer specifiek wegens schending van de richtlijnen 2001/77/EG en 2009/28/EG houdende de bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen. Volgens de verzoekende partijen zou een verbod om op bepaalde plaatsen windturbines te mogen bouwen indruisen tegen de verplichting van de lidstaten om de belemmeringen voor de verhoging van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen in de regelgeving te verkleinen, de vergunningprocedures te stroomlijnen en te bespoedigen op basis van objectieve, transparante en niet-discriminatoire criteria.

De advocaat-generaal stelt vast dat het VWEU "geen enkele rangorde tussen het milieubeleid van de Unie en zijn energiebeleid" bepaalt. Evenmin blijkt de voorrang van de doelstellingen van de richtlijn 2001/77/EG (en nadien 2009/28/EG) boven alle andere (milieu)doelstellingen van de Unie. Uit niets blijkt dat het verbod om in specifieke gebieden windturbines te plaatsen een dusdanige belemmering uitmaakt van de bouw van producties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen dat de verplichtingen van Italië inzake hernieuwbare energie in het gedrang zouden komen. Ten slotte oordeelt de advocaat-generaal dat het verbod geen 'overbureaucratisering' is.
Share/Bookmark

maandag 18 april 2011

Pros en cons van prijsregulering op het European Energy Law Seminar

Tinne Van der Straeten gaf vorige week op het European Energy Law Seminar een commentaar over de pros en cons van prijsregulering in een vrijgemaakte energiemarkt. De hand-outs zijn hier te bekijken.
Share/Bookmark

dinsdag 12 april 2011

Gesloten distributiesystemen

Febeliec nodigde Tim Vermeir vorige week uit om een algemene inleiding te geven rond de huidige juridische stand van zaken rond gesloten distributiesystemen. De gebruikte presentatie vindt u hier.
Share/Bookmark

donderdag 7 april 2011

Jaarboek Energierecht 2010 - Uitnodiging


Vlaamse Vereniging voor Energierecht (VlaVER)
&
Instituut voor Milieu- en Energierecht

Studiedag
Jaarboek Energierecht 2010
De omzetting van de Europese Energiepakketten in België:
stand van zaken

dinsdag 31 mei 2011 te Leuven

programma

8.15u-8.45u: Ontvangst van de deelnemers met koffie/thee

8.45u-9.00u: Verwelkoming en inleidende beschouwingen

Prof. Dr. Kurt Deketelaere, Buitengewoon Hoogleraar K.U.Leuven, University of Dundee, University of Qatar & Secretaris-Generaal LERU

Voormiddagsessie: Derde liberaliseringspakket

Voorzitter: Drs. Bram Delvaux, Wetenschappelijk Medewerker IMER-K.U.Leuven & Wetenschappelijk Medewerker ELECTA K.U.Leuven

9.00u-9.35u: Stand van omzetting in de EU-27

Mevr. Inge Bernaerts, Afdelingshoofd Gas & Elektriciteit, Europese Commissie - DG Energie

9.35u-10.10u: Positie van de transmissienetbeheerders

Mtr. Damien Verhoeven, Liedekerke, Wolters, Waelbroeck, Kirkpatrick

10.10u-10.30u: Koffie/thee

10.30u-11.05u: Positie van de regulatoren

Dr. Tom Vanden Borre, Director Legal and Regulatory Nuon Belgium & Vrij Medewerker IMER-K.U.Leuven


11.05u-11.40u: Mogelijkheden voor gesloten distributiesystemen

Mevr. Isabelle Vanden Bon, Juridisch Toezichthouder Netbeheer, Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt

11.40u-12.05u: Bescherming van de consumenten

Mtr. Barbara Veranneman, Blixt & Vrij Medewerker IMER-K.U.Leuven & Mevr. Elisabeth Muylle, Bedrijfsjurist Nuon Belgium

12.05u-12.35u: Mogelijkheid tot stellen van vragen

12.35u-13.40u: Lunch

Namiddagsessie: Klimaat- en Energiepakket, Energie-efficiëntie pakket & gevolgen van niet-implementatie
Voorzitter: Prof. Dr. Kurt Deketelaere, Buitengewoon Hoogleraar K.U.Leuven, University of Dundee, University of Qatar & Secretaris-Generaal LERU

13.40u-14.10u: Emissierechtenhandel

Mevr. Isabelle Vanden Bulcke, Juridisch Beleidsmedewerker, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie

14.10u-14.40u: Hernieuwbare energiebronnen
Drs. Bram Delvaux, Wetenschappelijk Medewerker IMER-K.U.Leuven & Wetenschappelijk Medewerker ELECTA K.U.Leuven & Dhr. Frederick Dewaele, Adjunct van de directeur-jurist, Vlaamse energieagentschap

14.40u-15.10u: Biobrandstoffen en CCS

Mevr. Marijke Schurmans, ExxonMobil European SHE Law Coordinator (Upstream, Downstream & Chemicals) & Vrij Medewerker IMER-K.U.Leuven

15.10u-15.30u: Koffie/Thee

15.30u-16.00u: Energie-efficiëntiepakket

Mtr. Tim Vermeir, Blixt & Vrij Medewerker IMER-K.U.Leuven

16.00u-16.30u: Gevolgen van niet-implementatie

Mtr. Koen Platteau, Olswang LLP

16.30u-17.00u: Mogelijkheid tot stellen van vragen

17.00u-17.10u: Conclusies

Prof. Dr. Kurt Deketelaere, Buitengewoon Hoogleraar K.U.Leuven, University of Dundee, University of Qatar & Secretaris-Generaal LERU

17.10u: Receptie


Share/Bookmark