donderdag 23 februari 2017

Mogelijkheden tot uitbouw van warmtenetten voorbehouden aan distributienetbeheerders

Het Vlaamse Parlement keurde gisteren unaniem het ontwerp van decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de invoering van een regulerend kader voor warmte- of koudenetten goed.

In de memorie van toelichting en bij de bespreking in de bevoegde commissie benadrukte minister Tommelein dat dit decreet alleen maar een maatschappelijk draagvlak creëert, particuliere afnemers beschermt en van ad hoc projectmatige warmte- of koudenetten faciliteert. In een volgende fase zou er een globaal regulatoir kader komen voor (geconnecteerde) warmte- of koudenetten met verschillende warmtebronnen.

Op dit moment is het voor de Vlaamse decreetgever (en de geraadpleegde “stakeholders”) “niet aangewezen om de aanleg van warmte- of koudenetten toe te wijzen aan bepaalde marktspelers”. Tussen de stakeholders was er blijkbaar onenigheid over de rolverdeling bij warmtenetten.

Daarom wijst de decreetgever “geen marktrollen toe aan bepaalde gepriviligieerde marktpartijen”. Er is dus geen aanduiding van netbeheerders of leveringsvergunning en er is geen verplichte unbundling. De netbeheerder, leverancier en producent kan dezelfde of een aanverwante marktpartij zijn.

Het Energiedecreet zal in artikel 4/1.1.13, § 1, de warmte- of koudenetbeheerder het recht geven om “het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van leidingen boven of onder het openbaar domein en de bijbehorende uitrustingen als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt”. De domeinbeheerder kan daarbij de voorwaarden laten gelden die hij nuttig acht.

Een aantal jaren geleden hebben de Vlaamse gemeenten ingestemd met een statutenwijziging van de distributienetbeheerders. Het statutair doel van de distributienetbeheerders werd uitgebreid met de activiteit inzake warmtenetten.

Die uitbreiding van het statutair doel is niet zonder belang. Immers, de gemeenten zijn in dezelfde statuten overeengekomen om in het maatschappelijk kapitaal van de distributienetbeheerders het exclusieve gebruiksrecht op het gemeentelijk openbaar domein voor de statutaire activiteiten van de DNB in te brengen. Dus de gemeente spreekt met de andere aandeelhouders af dat op het grondgebied van die gemeenten enkel de distributienetbeheerder activiteiten mag uitoefenen waarvoor die opgericht is. Nu het doel van de distributienetbeheerders ook “de activiteiten inzake warmtenetten” omvat, zal de gemeente elke andere aanvraag voor de uitbouw van een warmtenet onder haar straten, pleinen en lanen moeten weigeren.

Het nieuwe decreet is dus enkel maar goed voor warmtenetten op private eigendommen. Als de initiatiefnemer het gemeentelijke openbaar domein wil gebruiken, zal hij botsen tegen het statutaire monopolie van de distributienetbeheerder.

Het is onduidelijk of de Vlaamse parlementsleden gisteren die denkoefening gemaakt hebben. Misschien wisten ze wel dat hun decreet eigenlijk neerkomt op een bestendiging van de rol van de distributienetbeheerders. In een week waarin de minister uitroept dat er dringend een kerntakendebat moet komen, is het wrang dat men impliciet het monopolie nog vergroot.








Share/Bookmark

Energie en de gemeentelijke financiële belangen

Er is de laatste dagen al heel wat gezegd en geschreven over de rol van de gemeenten in de energiedistributie. Dat debat is niet nieuw. In 1905 verklaarde Maurice Lemonnier in de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

"M. Lemonnier. - L'honorable ministre des finances disait tantôt : Je ferai l'histoire de vos régies. Je crois que le moment n'est pas propice à la discussion de cette grande question. Mais je suis prêt, quand vous le désirez, à discuter avec vous, monsieur le ministre, l'administration des régies de la ville de Bruxelles. Elles ne redoutent pas vos critiques, j'ai sous les yeux des documents indiquant les résultats financiers des services de l'eau, du gaz, de l'électricité de la capitale; les résultats en sont magnifiques, splendides.
Pour la régie du gaz, je constate qu'amortissement financier déduit, tout le capital engagé étant amorti, il reste un capital, entré dans les caisses de la ville de 11.010.157 francs. Et tout le service d'éclairage de la ville et des bâtiments communaux n'est pas compté, ce service étant une charge de la régie qui ne compte pas· de recette de ce chef.
Si je prends le service le plus jeune, celui de l'électricité, - notre usine a commencé en 1904 et l'on a dû naturellement faire école, - je trouve que, à la fin de 1904, les sommes qui peuvent être affectées aux amortissements industriels et aux bénéfices nets s'élèvent à 4,798,703 fr. 24 c.
Quant au service des eaux, il rapporte un intérêt net de 6,9 du capital engagé. Notez que la ville a pour préoccupation première, non pas de retirer des bénéfices de ses services, comme le ferait un particulier, mais d'assurer l'hygiène et la sécurité de ses habitants, elle cherche à répandre la lumière et l'eau partout avant de songer à en retirer un profit.
D'autre part, si la ville tout en se préoccupant de l'hygiène de ses habitants, réalise des bénéfices, qui les récolte, messieurs?
Tout le monde, la masse des contribuables. Si l'exploitation de ces régies était aux mains des particuliers, où ces millions seraient-ils passés?
Dans le coffre de quelques particuliers qui auraient obtenu ces entreprises.
Je ne suis pas de ceux qui croient qu'il est désirable de charger l'Etat ou les villes de nombreuses régies, mais j'estime qu'il est préférable que certains grands services d'eau, de gaz, d'électricité restent aux mains des communes par le plus grand bien de leurs contribuables.
H. Bertrand. - Sans les régies vous devriez charger les contribuables de 3 millions d'impôts nouveaux.
M. Lemonnier. - Evidemment et c'est précisément pourquoi je suis êmu en constatant que l'Etat va chercher à ruiner notre régie d'électricité. J'ai ici le budget de la ville de Bruxelles pour 1900, j'y relève que sur notre grand budget de près de 53 millions, dont 30 millions à l'ordinaire, nous ne comptons, en recettes, que 4.401.000 francs d'impôts; tandis que l'excédent des recettes sur nos dépenses pour nos régies, eau, gaz et électricité est de 4.425.700 francs. Les trois régies nous rapportent donc plus que nos impôts; si on les supprimait, nous devrions doubler les impôts à Bruxelles, Les maisons qui sont actuellement frappées de 200 ou 300 francs de contributions le seraient donc de 400 ou 600 francs. Que diraient nos contribuables s'ils constataient que le gouverntment par ses
agissements, pour favoriser un groupe financier, ruine nos régies et nous expose un jour à doubler nos impôts !
Peut-être devrait-on alors établir l'impôt sur le revenu, mais je pense que cet impôt ne peut pas être établi par une commune seule, il doit l'être par l'Etat.
Dans ces circonstances, vous comprenez, messieurs, l'émotion qui s'empare de la ville de Bruxelles. A, son détriment, elle voit accorder une concession à un groupe financier, qui aura la préoccupation légitime, je le comprends, de faire fructifier ses capitaux, en s'efforçant de faire aux régies de la ville une concurrence désastreuse. A un moment donne, si nos régies sont atteintes, le budget de la ville sera en déficit au détriment de nos concitoyens, à l'avantage de quelques particuliers.
Quand la ville peut, sans troubler ses finances, réduire le prix de vente du gaz, de l'eau, de l'électricité, elle le fait spontanément : c'est ainsi que, cette année, nous avons diminué de 5 francs le prix de vente de l'eau.
Si le conseil communal me suit, j'espère que nous pourrons, cette année encore, réduire à 20 ou 25 centimes le prix du kilowatt-heure pour force motrice et nous réduirons également le prix du kilowatt-heure pour l'éclairage."



Share/Bookmark

maandag 6 februari 2017

Regionale bestuurscomités zijn zelfs geen praatbarakken, ze zijn totaal overbodig

De drie min of meer interessantste kranten (De Morgen, De Standaard en De Tijd) berichtten vorige week over de intercommunales, hun mandaten en hun beheerstructuren. In De Tijd stond de volgende passage die mijn aandacht trok: “In de regionale beheerscomités worden lokale investeringen besproken, bijvoorbeeld als een nieuwe verkaveling moet worden aangelegd.” Piet Buysse, voorzitter van Eandis, beweerde dat de regionale bestuurscomités “echt belangrijke zaken op gemeentelijk niveau bespreken, zoals waar straten en fietspaden worden opengebroken voor het leggen van kabels en leidingen of hoe openbare verlichting efficiënter kan”. Koen Kennis, ondervoorzitter, vindt de regionale bestuurscomités “geen praatbarakken”. Er geldt “een democratisch beslissingsrecht”.

Met het decreet van 1 juni 2012 maakte de Vlaamse decreetgever de oprichting van regionale bestuurscomités binnen de distributienetbeheerders mogelijk. Een distributienetbeheerder kan een regionaal bestuurscomité installeren als “(i) de geografische spreiding dit verantwoordt, (ii) er geen directiecomité of regionale adviescomités worden opgericht en (iii) dit netto leidt tot een vermindering van het totale aantal bestuursleden in de verschillende organen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband”.

De indieners verantwoordden de oprichting van de regionale bestuurscomités als volgt: “Op die manier kunnen de verschillende deelnemers aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband ondanks een forse vermindering van het aantal bestuursmandaten toch nog beslissingsbevoegdheid behouden voor zaken die van belang zijn voor het specifiek werkingsgebied van het intergemeentelijk samenwerkingsverband binnen de eigen gemeente.” Bepaalde bevoegdheden die tot dan bij de raad van bestuur lagen, kunnen statutair toevertrouwd worden aan de regionale bestuurscomités. Zij kunnen geen personeelsbeslissingen nemen.

De regionale bestuurscomités zijn organen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband en staan dus onder het algemene toezicht van de Vlaamse regering.

Op 8 februari 2013 keurde de Vlaamse regering het besluit tot wijziging van het besluit van 4 juni 2004 “houdende vaststelling van de grenzen en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend” goed. Het nieuwe artikel 4 bepaalt dat aan de leden de statutair bepaalde regionale bestuurscomités kan, per effectief bijgewoonde zitting, hetzelfde presentiegeld worden toegekend als aan de leden van de raad van bestuur. De voorzitters van de RBCs kunnen een dubbel presentiegeld ontvangen. De presentiegelden mogen niet hoger zijn “dan het hoogste bedrag dat in het Vlaamse Gewest aan gemeenteraadsleden wordt toegekend voor het bijwonen van de gemeenteraden”. Vanaf 1 juli 2016 is dat 205,04 euro per (effectief bijgewoonde) vergadering.

De gecoördineerde statuten van de Vlaamse distributienetbeheerders zijn niet publiek raadpleegbaar. Men kan dus niet nagaan hoe de bevoegdheidsverdeling tussen de raad van bestuur en de regionale bestuurscomités concreet geregeld is. Evenmin zijn de documenten beschikbaar op basis waarvan zou moeten blijken dat de verschillende regionale bestuurscomités verantwoord zijn omwille van de regionale spreiding.

Uit de activiteitenverslagen van de Eandis-DNB's van 2013 blijkt dat elke gemeente vertegenwoordigd is in de nieuwe regionale bestuurscomités. Die zouden bevoegd zijn “voor zaken met een direct lokaal belang en binding, zoals de lokale werken, openbare verlichting, rationeel energiegebruik en samenwerking met het OCMW”.

Niet langer de raad van bestuur, maar het regionale bestuurscomité geeft volgens dat jaarverslag zijn goedkeuring voor uit te voeren werken. Deze goedkeuring houdt echter niet veel in. Het is immers de raad van bestuur die de begroting goedkeurt voor het volgende jaar. Die begroting “bevat wel de nominatief gekende als de niet-nominatief gekende werken”. De goedkeuring van de werken ‘klaar voor uitvoering’, zowel nominatief als niet-nominatief gekend, gebeurt dan door de regionale bestuurscomités. Een regionaal bestuurscomité kan niet anders dan de voorgekauwde beslissingen goedkeuren. “Nominatie en niet-nominatief gekende werken” moeten immers opgenomen zijn in het investeringsplan dat de distributienetbeheerder ter goedkeuring voorlegt aan de VREG. Die investeringsplannen maakt de werkmaatschappij op voor de verschillende distributienetbeheerder. Die investeringsplannen hebben ook een impact op de goed te keuren tarieven, die de werkmaatschapppijen ook weer namens de distributienetbeheerders ter goedkeuring aan de VREG voorleggen. In tegenstelling tot wat Piet Buysse zegt, bespreken de regionale bestuurscomités, behalve pour le besoin de la cause, dus geen “belangrijke zaken op gemeentelijk niveau, zoals waar straten of pleinen worden opengebroken”. De coördinatie van werken op het openbaar domein regelen de gemeenten vaak zelf al in een gemeentelijk reglement. Of ze baseren zich op de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken die de VVSG in 2001 publiceerde en in 2016 actualiseerde.

Wat de openbare verlichting betreft, geeft Eandis op haar website zelf aan dat “mandatarissen en gemeentelijke medewerkers de beleidsmakers en drijvende kracht [zijn] achter een kwaliteitsvolle en duurzame openbare verlichting.” Het zijn dus niet de regionale bestuurscomités die zich hierover moeten buigen.

Alleen de Eandis-koepel publiceert alle verslagen van de vergaderingen van de regionale bestuurscomités. Uit die verslagen blijkt dat de gemeentelijke vertegenwoordigers vooral kennis nemen van informatie die de werkmaatschappij met hen wil delen.

Wat vertellen ons de verslagen van het Regionaal Bestuurscomité Iverlek Zenne (Asse, Liedekerke, Sint-Pieters-Leeuw, Roosdaal, Beersel, Sint-Genesius-Rode, Opwijk, Dilbeek, Ternat, Lennik, Merchtem, Linkebeek, Halle, Londerzeel en Drogenbos) van 2016:

Op de vergadering van 25 januari 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het RBC nam kennis van “de tariefmethodologieen bevoegdheid RBC’s tot aan invoering eenvormig distributienettarief”, van de Stand van zaken op 31 december 2015 m.b.t. claims wat betreft de langdurige onderbrekingen, de laattijdige aansluitingen en de laattijdige heraansluitingen, van de werkwijze vernieuwde meteropneming, van het huidig systeem van budgetmeters en toekomstige evolutie naar slim prepayment en van de medewerking van Eandis aan het Autosalon 2016.

Op de vergadering van 2 maart 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het nam kennis van “de imagocampagne aardgas die als doel heeft aardgas te promoten als een brandstof die kan bijdragen tot een CO2-arme wereld”, van de evaluatie van het pilootproject rond de clustering van de klantenkantoren in Kortrijk-Deinze en Lier-Heist-op-den-Berg (fase 1) en de implementatie clustering klantenkantoren Halle / Geraardsbergen (fase 2), van de stand van zaken van de uitgevoerde investeringswerken per 31.12.2015 t.o.v. de begroting 2015 voor het werkingsgebied Iverlek, van de rapportering rond de energieleveringen en de decentrale productie op 31 december 2015.

Op de vergadering van 29 april 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het nam kennis van de nieuwe webtool voor werfcommunicatie ‘Werken van Eandis’.

Op de vergadering van 22 juni 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het RBC nam kennis van “de behandelde punten op de Raad van Bestuur Eandis Assets van 1 juni 2016 (“met inbegrip van de genomen beslissing inzake de toetreding van een private partner”), van de resultaten van de distributienettarieven 2015, van de stand van zaken rond autonome verlichting, van de wetgeving rond werfsignalisatie en -afbakening en de implementatie daarvan, van de samenwerkingsprotocol tussen het Vlaams Energiebedrijf en Eandis, de doelstellingen Clean Power for Transport, de REG-rapportering 2015 en de klachtenanalyse Eandis 2015.

Op de vergadering van 14 september 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken, de financiële rapportering per 30 juni 2016, de interimdividenden, de deelbegroting 2017 en de principes van de RBC-zittingen goed. Het RBC nam kennis van tariefmethodologie 2017 en de opvolging van het budget 2016, de gemeentelijke retributies 2017, de oprichting van een gemeenschappelijk bedrijf Eandis-Infrax en de zesmaandelijkse rapportering van de klachten en de aansprakelijkheid van de netbeheerders. Tenslotte keurde het RBC ook “de Nacht van de Duisternis” goed.

Op de vergadering van 3 oktober 2016 nam het RBC Iverlek Zenne kennis van de nieuwe onlinetool ‘www.eandis.be/geenstroom’. Er werd ook toelichting gegeven over het dossier van de fusie van de 7 distributienetbeheerders en over de besprekingen en beslissingen die genomen werden op de extra vergadering van de Raad van Bestuur van IMEA en de extra zitting van de Raad van Bestuur van Gaselwest-Zuid.

Op de vergadering van 19 oktober 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het RBC nam kennis van “de behandelde punten op de Raad van Bestuur Eandis Assets van 21 september 2016 en van 3 oktober 2016”, van het tariefvoorstel 2017 voor de periodieke en niet-periodieke tarieven en van het toegelaten inkomen, van de rapportering van de energieleveringen per einde juni 2016 en van de rapportering van de decentrale productie per einde juni 2016.

Op de vergadering van 7 december 2016 keurde het RBC Iverlek Zenne een aantal lokale werken goed. Het RBC nam kennis van het nieuwe webportaal voor klanten met zonnepanelen en van de vooruitblik premies 2017.

Het RBC Iverlek Zenne nam tijdens zijn acht vergaderingen in 2015 dus vooral veel kennis van zaken waaraan hij toch niets meer kon of mocht veranderen. Een RBC is waarschijnlijk geen praatbarak. Als je alleen maar kan kennis nemen, heeft het praten over die onderwerpen toch geen enkele zin. Maar een RBC heeft ook niets te maken met het uitoefenen van een democratisch beslissingsrecht. Over alle onderwerpen valt er gewoon niets meer te beslissen, tenzij het pro forma is.

Een RBC is dus een veredeld kanaal van informatiedoorstroming. Dat kanaal kost; voor Iverlek Zenne, zonder de voorbereidingskosten ervan te kunnen becijferen en als alle vijftien leden acht keer aanwezig waren 26245,12 euro aan presentiegelden (1640.32 (dubbel presentiegeld voorzitter) en 24604,8 (presentiegelden leden)). Voor zijn vergoeding mag de voorzitter de voorbereide agenda aflezen en zijn handtekening en foto zetten onder het voorwoord in het jaarverslag van het RBC. Dat voorwoord is netjes hetzelfde voor alle RBCs van de Eandis-koepel. Kwestie van autonoom te zijn en een toegevoegde waarde te hebben.

Infrax publiceert geen enkele informatie.





Share/Bookmark

donderdag 2 februari 2017

Beschikbare vergoeding uit Turteltaks voor 2016

Op basis van artikel 6.4.14/2 Energiebesluit, ingevoegd door het besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 2016, ontvangen de distributienetbeheerders een vergoeding voor de financiële openbaredienstverplichting om minimumsteun te betalen voor groenestroomcertificaten. Die vergoeding ontvangen zij uit de opbrengst van de bijzondere energieheffing (Turteltaks).

Met het ministerieel besluit van 17 december 2016 (Belgische Staatsblad van 23 januari 2017) bepaalde de Vlaamse minister van energie de daartoe beschikbare middelen voor 2016 op “maximaal 165 miljoen euro”.




Share/Bookmark