donderdag 23 december 2010

Blixt wenst u


Share/Bookmark

woensdag 22 december 2010

Wat las u in 2010 op deze blog?

Van alle 109 berichten die we vanaf 1 januari 2010 op deze blog plaatsten, ging de grootste interesse uit naar:
- Injectietarieven voor elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen
- Fondsen van 250 miljoen (bis)
- Elektromagnetische stralen bij hoogspanning
- GDF Suez, International Power, de Pax Electricae en het Protocolakkoord
- Garantie op minimumsteun voor groenestroomcertificaten

Het meest populaire bericht ging niet over energie of klimaat, maar over de BIN-normen: "Over BIN-Normen, het Belgisch Staatsblad en de wetgevende instellingen".
Share/Bookmark

zondag 19 december 2010

Bureaucratische overdaad?

Deze week publiceerde de CREG op haar website twee voorstellen om het derde pakket om te zetten in de federale wetgeving. Het voorstel is zeer ruim, maar één ding viel ons alvast op.
.
De federale regulator wenst dat bij een tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling van een productie-installatie de exploitant hiervoor een vergunning dient te hebben van de minister, op voorstel van de CREG. In een koninklijk besluit zouden de criteria voor de toekenning van die vergunning voor buitenwerkinstelling moeten opgenomen worden. Die criteria zouden volgens de CREG kunnen betrekking hebben op de veiligheid en de bedrijfszekerheid van de elektriciteitsnetten, de energie-efficiëntie van de installatie, de aard van de primaire (hernieuwbare) bronnen, het vermogen van de installatie om secundaire en tertiaire reservecapaciteit te leveren en de bescherming van de openbare gezondheid en veiligheid.

Volgens de federale regulator zou die vergunning nodig zijn omdat “een beslissing tot sluiting immers genomen wordt afhankelijk van economische en strategische criteria eigen aan de producent. Deze kunnen verschillen van de prioriteiten van het net of het land. Het economisch optimum van de producent is niet het economisch optimum van het land.”

Uit dit voorstel blijkt de moeilijkheid om de onderliggende theorieën rond liberalisering van de energiemarkt te rijmen met de betaalbare bevoorradingszekerheid van een land. Als de CREG wil vermijden dat een operator een productie-installatie tijdelijk of definitief buiten werking wil stellen omwille van onderliggende economische redenen bestaan er toch al manieren om misbruiken tegen te gaan? Een operator met een dominante positie moet zich houden aan de specifieke verplichtingen die op die dominante speler rusten. Een mededingingsautoriteit zou hierop effectief moeten toezien. Spelers zonder dominante positie die economisch gedwongen worden om een installatie tijdelijk of definitief stil te leggen zijn meestal geconfronteerd met de onvolmaaktheden van de markt. Hiervoor zouden er preventief doortastende keuzes moeten gemaakt worden, waarbij rekening gehouden wordt met de belangen van de afnemers, de netbeheerders en de nieuwkomers. Ten slotte heeft ook de netbeheerder een aardige vinger in de pap. Operatoren van productie-installaties weten dat Elia die injectie van zeer dichtbij opvolgt en onregelmatigheden streng sanctioneert.

Maar een vergunning opleggen om de economische vrijheid aan te gaan om een beslissing te nemen stuit toch wel tegen de borst. Daarenboven is het voorstel onvolmaakt. Hoe ‘tijdelijk’ mag de sluiting zijn? Wat gebeurt er als er geen vergunning tot buitenwerkingstelling afgeleverd wordt? Moet die operator zijn installatie laten draaien? Wie draait er op voor de al dan niet gerechtvaardigde claim van die operator dat hij hierdoor schade lijdt?
Share/Bookmark

zaterdag 18 december 2010

De regulator en billijke keuzes

Tijdens een debat in de commissie energie van het Vlaams Parlement bekritiseerde Bart Martens de federale regulator CREG: “Zij (…) oordeelt dat alleen zijzelf het recht heeft om tarieven en tariefstructuren te bepalen. [Ik] vind dat een toepassing van die visie zou leiden tot een staat in de staat die aan de democratische controle ontsnapt. De overheid zou dan immers niet langer kunnen bepalen wat billijk is.”

Nochtans is de regulator onder de derde richtlijnen autonoom bevoegd om de tarieven of de tariefmethodologie goed te keuren (artikel 37 derde Elektriciteitsrichtlijn en artikel 39 derde Gasrichtlijn). Een goedkeuring van die tarieven of tariefmethodologie door de wetgevende of uitvoerende macht is niet mogelijk. De regulator mag zelfs “bij het verrichten van de reguleringstaken geen directe instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere publieke of particuliere entiteiten” (zelfde artikels).

Dit betekent niet dat de regulator zijn beslissingen in het luchtledige mag nemen. Hij moet op transparante wijze zijn taken uitoefenen. Volgens de Europese Commissie betekent dit dat “this includes the need to consult stakeholders (e.g. by organising public hearings) before taking important decisions”.

De enige toezichthouder op de toezichthouder lijkt de rechterlijke macht te zijn. Artikel 37 derde Elektriciteitsrichtlijn en artikel 40 Gasrichtlijn bepalen dat de lidstaten “ervoor [moeten] zorgen dat er geschikte mechanismen op nationaal niveau bestaan krachtens welke een partij die getroffen wordt door een besluit van de regulerende instantie beroep kan aantekenen bij een instantie die onafhankelijk is van de betrokken partijen en van regeringen”.

In België is die bevoegde rechter tot nader order het hof van beroep van Brussel. Binnen dat hof is het enkel de 18de kamer die zich met beroepen tegen de beslissingen van de CREG bezighoudt. Martens zelf geeft toe dat dit toezicht goed lijkt te werken: “De CREG heeft met al haar betwistingen ook nog maar weinig juridisch succes geboekt.”
Share/Bookmark

woensdag 8 december 2010

Gazprom en Fluxys: waar zijn de elementaire regels inzake liberalisering van de markt?

Op onze Engelstalige blog hebben we net een berichtje geplaatst over de aankondiging van Fluxys en Gazprom dat ze een protocolakkoord gesloten hebben voor het gebruik door Gazprom van de opslaginstallatie in Loenhout.
Share/Bookmark

Publicatie Energiebesluit – Inwerkingtreding Energiedecreet

Met de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het Energiebesluit (besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010) zal ook het Energiedecreet (decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid) op 1 januari 2011 (eindelijk) in werking treden.

Opvallend is wel dat er twee bepalingen van dat Energiedecreet nog niet in werking zullen treden op 1 januari, maar op een datum die later bepaald zal worden door de Vlaamse regering: titel XIV van het Energiedecreet (over de heffing op de exploitatie van een distributienet of het plaatselijke vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest) en artikel 15.2.1, 1°, Energiedecreet.

Die laatste bepaling heft de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening op. Mocht die bepaling ook op 1 januari 2011 in werking treden, waardoor de wet van 10 maart 1925 niet langer zou gelden in het Vlaamse Gewest, zou dit een hypotheek leggen op de uitbouw van de distributienetten. Het Energiedecreet noch het Energiebesluit bevatten enige regeling over het gebruik van het openbaar domein of van private eigendommen voor de aanleg van lijnen of leidingen of voor de uitbouw van distributienetten of plaatselijke vervoersnetten. Het behoud van de wet van 10 maart 1925 laat minstens toe om het openbaar domein of (delen van) private eigendom te gebruiken zonder dat er een instemming hoeft te zijn van de beheerder van dat openbaar domein of van de eigenaar van die private eigendom.

Verrassend is dan dat met het Energiebesluit alle uitvoeringsbesluiten van de wet van 10 maart 1925 wel opgeheven worden op 1 januari 2010 (artikel 12.2.1, § 2), waaronder het koninklijk besluit van 27 augustus 1925 op de elektriciteitsvoorziening - verklaring van openbaar nut en het koninklijk besluit van 26 november 1973 betreffende de wegvergunningen.

Voor de distributienetbeheerders die intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn of die gemeentelijke regies zijn, is de opheffing van die federale bepalingen nog altijd problematisch. Artikel 13 van de wet van 10 maart 1925 geeft de gemeenten en de verenigingen van gemeenten weliswaar het recht op het openbaar domein, van welke overheid die ook afhangt, te gebruiken. Artikel 14 geeft eenzelfde recht aan de gemeenten (maar niet aan de verenigingen van gemeenten) voor het gebruik van private eigendom voor het verankeren van bovengrondse lijnen aan huisgevels en voor het inkorten van bomen. Elia heeft, als distributienetbeheerder, dezelfde rechten.

Maar het bovengrondse of ondergrondse kruisen van private eigendommen door distributienetbeheerders of door Elia (voor lijnen met een spanningsniveau tot en met 70 kV) zal niet langer kunnen. Artikel 15 van de wet van 10 maart 1925 maakt die mogelijkheid afhankelijk van een verklaring van openbaar nut. Door het opheffen van het koninklijk besluit van 27 augustus 1925 is er geen procedure meer voorhanden om zulke verklaring van openbaar nut af te leveren.

Het intrekken van het koninklijk besluit van 26 november 1973 leidt er ook toe dat een private onderneming zich niet langer zou kunnen beroepen op de mogelijkheid bepaald in artikel 10, b) van de wet van 10 maart 1925 dat het afleveren van wegenisvergunningen mogelijk maakt “om een nijverheids- of landbouwbedrijf toe te laten, voor eigen gebruik, zijn onderscheiden bedrijfszetels met zijn elektrische centrale te verbinden”.

Tot slot: het Energiebesluit bevat geen enkele bepaling die het mogelijk maakt om directe lijnen of leidingen aan te leggen. Artikel 4.5.1 Energiedecreet bepaalt immers dat de Vlaamse regering de aanleg van een directe lijn en een directe leiding afhankelijk kan maken van het bekomen van een voorafgaandelijke toelating, waarvoor zij de nadere toepassingsregels, procedures en criteria nog moet vaststellen. Nochtans had de aanleg van directe lijnen en leidingen al moeten geregeld zijn sinds de omzetting van de tweede elektriciteits- en gasrichtlijnen.
Share/Bookmark

maandag 6 december 2010

Column Tinne Van der Straeten over COP 16 Cancun

Op de website van De Redactie schreef Tinne een column over de klimaattop die nu plaatsvindt in Cancun.
Share/Bookmark