vrijdag 11 juni 2010

La SNCB accuse Electrabel d'abus de position dominante

La SNCB réclame 50 millions d’euros à Electrabel, qui lui aurait facturé indûment des suppléments CO2. Electrabel rétorque qu’Infrabel a signé un contrat à prix fixe et tout compris. Et le principal producteur d'électricité du pays nie avoir facturé à la SNCB le prix des certificats de CO2 qu’elle avait reçus gratuitement.

L’affaire a été plaidée hier, en néerlandais, devant la 20e chambre du tribunal de première instance de Bruxelles, présidée par Pierre Valvekens, entouré de deux autres juges.

La SNCB estime qu’Electrabel a abusé de sa position dominante sur le marché. Elle base l’essentiel de son argumentation sur des études réalisées par la Creg, le gendarme du secteur énergétique. Des études qui arrivent à la conclusion qu’entre 2005 et 2008, Electrabel et SPE ont facturé 1,5 milliard d’euros en trop à leurs clients industriels, pour des certificats de CO2 qu’ils avaient reçu gratuitement – ce sont les fameux "windfall profits".

Le phénomène n’est pas typiquement belge, soulignent les avocats de la SNCB, qui font notamment référence à une décision de l’office fédéral allemand de la concurrence, qui a jugé que RWE et E.ON avaient abusé de leur position dominante en répercutant à leurs clients la totalité des coûts des certificats de CO2 qu’ils avaient, pour une bonne part, reçus gratuitement. Finalement, RWE s’est engagée, en échange de l’abandon des poursuites, à vendre une série de capacités de production en Allemagne. Le dossier E.ON, lui, a été transmis à la Commission européenne.

La SNCB a demandé l’accès à la comptabilité d’Electrabel, ce qu’elle s’est vu refuser. Compte tenu du nombre de mégawatts heures facturés et des calculs de la Creg, la SNCB estime qu’Electrabel lui a facturé indûment, via Infrabel, 37 millions d’euros pour les années 2005 à 2008. "S’il n’y avait pas eu ces suppléments CO2, l’électricité aurait été moins chère, et la SNCB serait moins pauvre", a conclu l’avocat Tim Vermeir.

La SNCB réclame 50 millions d’euros de dommages et intérêts, ainsi qu’un euro provisionnel pour les années 2009 et 2010.

Electrabel nie toute forme de "windfall profits" liés au CO2. Ses avocats ont d’abord argumenté que le contrat conclu avec Infrabel résultait d’un appel d’offres, dans lequel Infrabel avait non seulement demandé un prix fixe pour deux à trois ans, mais aussi un prix "all in ", tout compris. Une procédure au terme de laquelle Infrabel a décidé de retenir l’offre d’Electrabel, se félicitant même, à l’époque, des bonnes conditions obtenues.

Concernant les études de la Creg, qu’Electrabel a toujours critiquées, Annick Vroninks, avocate d’Electrabel, a plaidé qu’il s’agissait "d’études générales, théoriques et hypothétiques", qui ne calculaient pas dans quelle mesure un fournisseur donné aurait facturé ces certificats de CO2 à un client donné, mais bien une moyenne pour le marché - sur lequel Electrabel reconnaît toutefois être un acteur important.

Electrabel nie avoir facturé des suppléments CO2 à Infrabel, et souligne qu’il est impossible, dans un contrat "all in", d’isoler l’un ou l’autre composant. Et même si ces bénéfices avaient vraiment été engrangés par Electrabel, ce qu’elle nie, encore faudrait-il prouver qu’ils sont illégaux, ou qu’Electrabel a abusé de sa position dominante, ont plaidé ses conseils. "Quelle est la faute d’Electrabel? a interrogé Annick Vroninks en guise de conclusion. D’avoir participé à un appel d’offres et d’avoir offert un prix fixe ?"

Le jugement devrait être prononcé en septembre prochain. Si la SNCB obtenait gain de cause, d’autres gros clients industriels risqueraient d’entamer des procédures similaires.

(c) L'Echo 2010
Share/Bookmark

TO WHOM IT MAY CONCERN

De Vlaamse Regering verklaart de functie van administrateur-generaal bij het Vlaams Energieagentschap vacant en beslist over de functiebeschrijving, arbeidsvoorwaarden en de te volgen procedure voor de aanstelling. Ze bekrachtigt tevens de aanduiding van de externe firma die zal instaan voor de werving.
Share/Bookmark

dinsdag 8 juni 2010

Duitsland gaat voor verlening van de levensduur van de kerncentrales met een belangrijke bijdrage door de sector

De Duitse bondsregering heeft gisteren haar budgettaire plannen publiek gemaakt. Eén van de beleidskeuzes die daarbij gemaakt zijn heeft betrekking op de verlening van de levensduur van de Duitse kerncentrales. Vrij vertaald stelt de tekst van de bondsregering hierover:

"We willen het tijdperk van de hernieuwbare energie zo snel mogelijk bereiken. Niettemin is het vanuit het oogpunt van de ideale energiemix noodzakelijk om de levensduur van de kerncentrales te verlengen. De kernenergie is in vergelijking met andere manier van energieproductie niet getroffen door de emissiehandel. Tegelijkertijd is door de doorrekening van de CO2-certificaten de elektriciteitsprijs gestegen, de productiekosten daarentegen niet. Hierdoor ontstaan er bij de producenten belangrijke bijkomende winsten. Dit rechtvaardigt een belasting van kernenergie omwille van ecologische en economische gronden. Alleen al door het stilleggen en de afbouw van de kerncentrales - met inbegrip van de voorziene kosten voor de verwerking van het atoomafval - wordt de bond zwaar belast. (...) Door de invoering van een belasting van de kernproducenten aan die kosten als van de bijkomende winsten kunnen jaarlijkse 2,3 miljard euro aan bijkomende inkomsten voor de bondsbegroting gegenereerd worden."
Omgerekend naar de Belgische situatie zou de bijdrage voor de 7 kerncentrales jaarlijks 950 miljoen EUR opbrengen ((2,3 miljard/17) * 7).
Share/Bookmark

vrijdag 4 juni 2010

Kandidatuur openingsredenaar Vlaams Pleitgenootschap

Hooggeachte vergadering

(...) Na enkele jaren relatieve inactiviteit, (...) wil ik opnieuw een uitdaging in het boeiende balieleven aangaan. Daarom stel ik mij kandidaat openingsredenaar 2011-2012.

Aan de uittredende voorzitter en de toekomstige eerste ondervoorzitter had ik al meegegeven dat ik mijn openingsrede zou willen focussen rond drie kernwoorden: klimaat(sverandering) – energie – recht. (...)

Edoch.


Ik zal het niet hebben over de Deepwater Horizon noch over de vraag of er een aansprakelijkheidsbeperking kan gelden voor exploitanten van olieboringen of nucleaire centrales. Tegen dat ik op die kille en donkere herfstavond de openingsrede zal uitspreken zullen er spijtig genoeg, maar daarom niet minder zeker, andere, grotere of kleinere milieurampen gebeurd zijn.

Evenmin zal ik het hebben over de Sunhunter, een zonnepaneel voor platte daken dat je dubbel zoveel groenestroomcertificaten bezorgt. Kijk op Sunhunter.be. Of je meer eigen elektriciteit kan opwekken uit hernieuwbare energiebronnen lijkt voor die firma ondergeschikt aan het financiële rendement van de groenestroomcertificaten. In dezelfde zin zal ik het ook niet hebben over de bankier die weet dat een windturbine die hij zal financieren al rendabel is op basis van de groenestroomcertificaten alleen. Of men de opgewekte elektriciteit aardt, dan wel op het net zet is uiteindelijk niet zo belangrijk. Ook de investeerder wie het niet uitmaakt of er duizend chinezen op een fiets een dynamo aandrijven, dan wel tien windturbines elektriciteit opwekken, zolang het maar geld opbrengt, zal slechts een voetnoot in mijn verhaal zijn.

Hoewel, hoewel.

Stelt er zich nog iemand fundamentele vragen bij de enorme hoeveelheden subsidie die in de jaren zestig, zeventig en tachtig aan het onderzoek naar kernenergie zijn gevloeid? Tot voor 2000 was ons land op vlak van onderzoek en ontwikkeling naar kernenergie één van de voortrekkers in de wereld. Nu is die plaats, door onze politieke besluiteloosheid, ingenomen door Fransen. Heeft er iemand spijt van ons marktmodel van voor de liberalisering van de energiemarkt waarbij consumenten veel te veel betaalden voor hun elektriciteit, maar we wel elektriciteit kregen uit centrales die energetisch tot de meest performante van de wereld behoorden? Zal iemand zich later beklagen dat mede door de gulle subsidieregeling het Belgische ondernemingen en Belgische banken waren die het eerste far shore windturbinepark hebben gebouwd en daarmee zich internationaal op de zeekaart zetten?

In november 2011 zijn we iets meer dan een maand verwijdert van het post-Kyoto tijdperk en zijn we enkele jaren dichter gekomen bij een tegen dan nog minder afwendbare en dramatische stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Die zekere klimaatsverandering zal ergere geopolitieke en menselijke spanningen teweegbrengen dan elke andere door de mens aangestuurde evolutie.

Ik wil tegen dan samen met u verkennen hoe we naar een groene new deal kunnen gaan: een mix van op rechtszekerheid gebaseerde subsidies, van decentrale productie, van een ander marktmodel waarbij het neoliberale liberaliseringsdogma vervangen kan worden door een interactieve, sociale, duurzame en moderne manier van omgaan met energie. (...)

Tim Vermeir
Brussel, 4 juni 2010

Share/Bookmark