Pagina's

zaterdag 27 juni 2026

Hof van Justitie trekt finale streep onder privédistributienetten


Veel aandacht kreeg het arrest van de 5de kamer van het Hof van Justitie van 28 november 2024 in Vlaanderen niet. Met dat arrest trok het Hof, tot ontzetting van velen in Duitsland, een streep door de rekening van de exploitanten van Kundenanlagen. Ik schreef eerder al dat ook het Vlaamse systeem van (toegelaten) privédistributienetten op gespannen voet staat met de richtlijnen die de lidstaten zelf hebben aangenomen. Het Hof maakt nogmaals duidelijk dat de keuze van de Europese wetgever slechts een heel beperkt aantal uitzonderingen toestaat. Privédistributienetten (ook niet onder de vlag van “energy as a service”) vallen daar niet onder.

Een Kundenanlage is volgens het Energiewirtschaftsgesetz (EnWG) een energie-installatie (i) die dient voor de levering van energie, (ii) die zich op een ruimtelijk aaneensluitend gebied bevindt (al dan niet verbonden met een directe lijn), gekoppeld is aan een openbaar energienet of aan een productie-installatie, (iii) geen invloed heeft op de mededinging op de leveringsmarkt en (iv) waarop alle aangesloten gebruikers vrij hun leveranciers kunnen kiezen. Kundenanlagen zijn vrijgesteld van verbruiksgerelateerde netwerktarieven en van een aantal Duitse belastingen en heffingen. De (publieke) netbeheerder waarop de Kundenanlage aangesloten is moet een meetinstallatie plaatsen voor het globale verbruik van de Kundenanlage en voor alle meetpunten die noodzakelijk zijn voor het verlenen van toegang tot het leveringssysteem voor individuele meters binnen de afnemerinstallatie. Als er derde leveranciers zijn moeten die de individuele meterstanden ontvangen.

Engie wou twee WKK-installaties bouwen. Die zou het met een Kundenanlage verbinden met 266 wooneenheden om die te voorzien van warmte, warm water en elektriciteit. Het vroeg daartoe een aansluiting op het distributienet van de Zwickauer Energieversorgung (ZEV). ZEV weigerde, omdat het meende dat het net niet zou voldoen aan de voorwaarden van het EnWG. Engie ging daartegen in beroep. Het Oberlandesgericht Dresden wees de vordering af. Engie stelde cassatieberoep in bij het Bundesgerichtshof, dat prejudiciële vragen stelde aan het Hof van Justitie.

Het Hof van Justitie oordeelde in het arrest van 28 november 2024 dat artikel 2.28 en 2.29, en de artikelen 30 tot en met 39 van Richtlijn 2019/944/EU zich verzetten tegen een nationale regeling zoals de Kundenanlage wanneer die wordt gebruikt voor het transport van elektriciteit met het oog op de verkoop ervan aan afnemers, zonder dat een van de uitdrukkelijke uitzonderingen van toepassing is.

Opmerkelijk is dat het Hof zich beperkt tot de vaststelling dat de definities van distributie en distributienetbeheerder een uniforme EU‑wijde invulling moeten krijgen. Dat deed het ook al in de arresten citiworks, Solvay Chimica en Elektrorazpredelenie Yug.

Uit het arrest volgt dat ook de Vlaamse uitzondering voor privédistributienetten op gespannen voet staat met het EU‑recht. Een intern net waarlangs elektriciteit wordt geleverd aan individuele eindafnemers beantwoordt immers aan de definitie van een distributienet in de zin van artikel 2 van de richtlijn.

Is het nuttig om dit zo strikt toe te passen? Overdrijft Europa hier niet?

Het Hof vindt van niet. Het benadrukt de voorrang van een uniforme uitlegging van de richtlijnbegrippen. Lidstaten kunnen daarvan niet afwijken, “ook niet op grond van het evenredigheidsbeginsel”.

„Mit dezentralen Erzeugungsanlagen verbundene Energieanlagen zur Abgabe von Energie (…) können einen Übergang zu einem nachhaltigen Energiesystem zwar erleichtern (…). Beim Anschluss vieler solcher Anlagen wird der Netzbetrieb aber duurder en minder efficiënt. Steeds minder eindverbruikers dragen de kosten, terwijl het net wel capaciteit moet voorzien bij uitval.”

De kern van het debat is dan ook: hoe meer gebruikers ontsnappen aan de kosten van het publieke net, hoe duurder dat net wordt voor wie er wel op aangesloten blijft.


Share/Bookmark