donderdag 17 juli 2008

De Belgische regering "verzilvert" het gouden aandeel niet

Verschillende kranten meldden dat door de politieke impasse van de laatste maanden de Belgische regering het dossier van het "gouden aandeel" in de fusiegroep GDF Suez heeft verwaarloosd. Ook wordt geïnsinueerd dat Suez van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om "en stoemelings" de gemaakte beloftes niet na te komen.

Minstens de laatste hypothese lijkt mij onterecht. Suez heeft immers nooit een gouden aandeel beloofd. Voor zover hierover informatie beschikbaar is, zou Suez enkel de wens van de Belgische overheid om een gouden aandeel te krijgen geacteerd hebben. Dat hierover een akkoord zou bestaan tussen het Elysée en de 16 kan Suez niet ten goede of ten kwade geduid worden.

In de Belgische pers wordt de volgende passage uit de prospectus van GDF Suez betwist:

"De pers had het over de creatie, ten voordele van de Belgische staat, van een specifiek aandeel (“Golden Share”) in het kapitaal van GDF SUEZ. De creatie van een specifiek aandeel in GDF SUEZ, een naamloze vennootschap naar Frans recht, ten voordele van een andere staat dan de Franse staat is juridisch echter niet mogelijk. De Belgische staat zal na de fusie echter de specifieke aandelen behouden waarover hij al beschikt in het kapitaal van bepaalde Belgische dochterondernemingen van Suez (Fluxys, Synatom) en van Distrigaz."

Als Belgische jurist kan ik niet oordelen over de juistheid van de analyse naar Frans recht. Als jurist ben ik wel van oordeel dat de Belgische staat al onrechtstreeks hetzelfde gouden aandeel heeft in de groep GDF Suez als het aandeel dat de Franse Staat zich toekende door het decreet nr. 2007-1790 van 20 december 2007. Overeenkomstig dat decreet verleent de golden share de Franse staat het recht om zich te verzetten tegen beslissingen van GDF Suez die tot doel hebben direct of indirect bepaalde aardgasactiva (transportleidingen, distributieleidingen, opslaginstallaties en LNG-installaties in Frankrijk) op welke wijze dan ook te verkopen, de exploitatie ervan over te dragen, als zekerheid of waarborg toe te wijzen of de bestemming ervan te wijzigen, als de Franse staat meent dat een dergelijke beslissing in tegenspraak is met de essentiële belangen van Frankrijk in de energiesector op het vlak van de continuïteit en de veiligheid van de energiebevoorrading.

Deze omschrijving van het gouden aandeel vertoont veel parallellen met het gouden aandeel van de Belgische staat in Fluxys en Distrigas.

Overeeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juni 1994 verleent het bijzonder aandeel aan de Minister van Energie het recht om zich te verzetten tegen elke overdracht, zekerheidsstelling of verandering van bestemming van de strategische activa van Distrigas en Fluxys, indien de Minister van oordeel is dat deze verrichting de nationale belangen op energiegebied schaadt. Onder "strategische" activa dient verstaan te worden: de LNG-terminal in Zeebrugge, de deelneming in de Zeepipe-terminal, de meerderheidsdeelneming in Segeo en “het gasnetwerk voor binnenlands transport, met inbegrip van de aanlandings- en grensoverschrijdingspunten, de centrale commando-eenheid, de compressiestations en de opslaginstallaties”.

Het koninklijk besluit van 5 december 2000 zet de krijtlijnen uiteen voor de uitoefening van de rechten zoals opgenomen in voormeld koninklijk besluit van 16 juni 1994.

Overigens kan de Belgische staat nog steeds een regeringsvertegenwoordiger aanduiden bij een aantal ondernemingen van de groep GDF Suez / Electrabel. Artikel 173, §2, van de wet van 8 augustus 1980 houdende budgettaire voorstellen 1979-1980 bepaalt namelijk het volgende:

“De Staat wordt vertegenwoordigd door een afgevaardigde in de raad van beheer of elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen, van de N.V. Ebes, van de N.V. Intercom, van de N.V. Unerg, van de samenwerkende vennootschap Gecoli, van de N.V. voor Coordinatie van Produktie en Transport van Elektrische Energie (C.P.T.E.) en van de "Calorieënpool".

Deze afgevaardigde beschikt over het recht om de beslissingen van de raad van beheer, van het bestuurscomité of van elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen te schorsen, welke hij in strijd acht met het algemeen belang en in het bijzonder met het energiebeleid van de Regering. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten voor de uitoefening van dit schorsingsrecht waarvan de gevolgen tot één maand beperkt zijn.”

Een koninklijk besluit dat dit artikel uitvoert is nooit uitgevaardigd…
Share/Bookmark

Geen opmerkingen:

Een reactie posten