Pagina's

woensdag 27 juni 2007

"De uier van Suez"

Knack publiceert deze week een lang artikel over de recente aankondiging van Electrabel dat het de gasprijzen zal verhogen.

De volgende passage viel mij op:

“Aan die verstrengeling tussen Electrabel en de Belgische gemeenten kan de overheid weinig doen”, zegt een expert. “Als ze zegt dat de gemeenten zich uit al die bedrijven moeten terugtrekken, dan verliezen heel wat burgemeesters en schepenen hun vetbetaalde bestuursmandaten die ze er uitoefenen. De lokale lobbymachine komt dus op gang telkens als de overheid iets wil doen aan de monopoliepositie van Electrabel, wat ook minder inkomsten zou betekenen voor de gemeenten. In die zin zijn de federale politici die nu aankondigen dat ze de macht van Electrabel aan banden willen leggen, heel hypocriet. Ze klagen erover dat al het geld dat het bedrijf in ons land genereert naar Parijs stroomt. Maar de Belgische gemeenten hangen ook aan de uier van Suez. En daar zijn diezelfde politici stiekem heel erg blij over.”
De gemeentelijke kassa wordt dus mee gespekt via de energiefactuur die alle consumenten betalen, zodat de gemeenten er alle belang bij hebben dat Electrabel een sterke speler blijft.


Voor een inzicht in de verstrengeling van de gemeenten in het Belgische en Vlaamse energielandschap is een bezoek aan de website Gemeentelijke Participaties zeer interessant.
Share/Bookmark

Nieuwe Vlaamse Energieminister

Morgen, 28 juni, legt Hilde Crevits de eed af als nieuwe Vlaamse minister van energie. Crevits is als schepen in Torhout onder andere bevoegd voor energie en nutsvoorzieningen. Begin mei werd zij door de algemene vergadering van Distrigas ook aangeduid als lid van de raad van bestuur (vertegenwoordiger van Publigas).
Share/Bookmark

vrijdag 22 juni 2007

Emissiehandel, retributies en het Grondwettelijk Hof

Ook al zou de Vlaamse regering een regering van "voorzichtige zaken" zijn, vandaag heeft zij, op voorstel van minister Kris Peeters, beslist

"om bij het Grondwettelijk Hof beroep in te stellen tot vernietiging van de artikelen 361, 362 en 363 van de Programmawet I van 27 december 2006. In deze artikelen heeft de Federale overheid een heffing, retributie genoemd, ingevoerd van 0,1 euro per gratis toegewezen broeikasemmissierecht".

Share/Bookmark

woensdag 20 juni 2007

Electrabel II

Het Vlaams Parlement debateerde vandaag uitvoerig over de prijsstijging die Electrabel zal doorvoeren. Het voorlopige verslag is hier te vinden.
Share/Bookmark

Electrabel

Over prijsstijgingen van leveranciers wil ik mij niet uitspreken. De markt is vrij, dus elke leverancier is vrij te doen en laten wat hij of zij wil.

Het wekt wel verbazing dat de politieke partijen nu plots Electrabel kop van jut maken en halsoverkop maatregelen voorstellen die de niet de oorzaak maar wel de gevolgen van het probleem aanpakken. De stelling van Tom Vanden Borre, woordvoerder van de CREG, dat "er beter behoedzaam omgesprongen wordt met het instellen van maximumprijzen, die een drempel vormen voor nieuwe spelers op de markt" kan ik onderschrijven. Maximumprijzen voor niet-sociale eindafnemers rijmen niet met een vrijgemaakte markt en met de achterliggende idee van de Europese wetgever.

Nu het er naar uitziet dat de fusie tussen Suez en Gaz de France niet of onder een andere vorm zal doorgaan, stelt zich de vraag wat de waarde nog zou kunnen zijn van de Pax Electrica II, die Verhofstadt bedisselde met de Suez-top. Als die Pax Electrica II niet langer geldt, doen politici er goed aan een paar websites nog eens te bezoeken:
- Het internetboek "Kernenergie in de Wetstraat" van Luc Barbé. Naast een groene visie tegen kernenergie, valt vooral de volgende passage op:

"Tot daar het lijstje van de belangrijkste PPS-dossiers in de Belgische energiesector. Stel je dan voor: je bent burgemeester van een grote gemeente en moet een contract afsluiten voor de levering van elektriciteit voor de volgende jaren. Je kan niet zomaar je leverancier kiezen, want je moet de wetgeving op de overheidsopdrachten naleven. Maar als je een andere leverancier neemt dan Electrabel, druk je de omzet en winst van Electrabel naar beneden en dus ook je eigen inkomsten. Leuk zeg. Of kan je je voorstellen hoe het is om minister van energie te zijn in dit land: als je de markt openbreekt, verliezen Electrabel en Distrigas marktaandeel en dus hebben de gemeenten minder inkomsten. Je collega’s burgemeesters zullen het leuk vinden. Anders gezegd: door deze PPS in de energiesector worden dagelijks belangenconflicten geproduceerd waarbij het in het belang is van politici op alle niveaus om Electrabel te steunen. Electrabel heeft als het ware de politici gegijzeld. Of beter gezegd: de politici hebben zich laten gijzelen. De Vlaamse en Belgische politieke klasse moet dus stoppen met klagen over Electrabel, Suez of de Europese energiepolitiek. Ze moet dringend in eigen boezem kijken. Of zoals Walt Kelly in de Amerikaanse strip Pogo zei: “We have met the enemy... and he is us.”"

- De studie van Liedekerke - Wolters - Waelbroeck - Kirkpatrick, in opdracht van de CREG, over "De juridische verantwoording van de door Frontier Economics voorgestelde maatregelen" waarin professor Jules Stuyck en stafhouder Lindemans onder andere besluiten:
De bestaande regelgeving laat de overheid (afgezien van de mededingingsautoriteiten in het kader van de controle op concentraties) niet toe ondernemingen te verplichten bestaande capaciteit af te stoten. De Europese regelgeving (inzonderheid de elektriciteitsrichtlijn) verbiedt de lidstaten niet in de daartoe vereiste bevoegdheden te voorzien. In België moet dat dan wel bij formele wet gebeuren. De wetgever moet bovendien rekening houden met de constitutionele bescherming van de eigendom en met het evenredigheidsbeginsel. De vrijheid van handel en de contractuele vrijheid (wilsautonomie en bindende kracht van overeenkomsten) [lijken] zich alleszins niet te verzetten tegen beperkende maatregelen die bij wet in het algemeen belang (in casu het garanderen van effectieve mededinging) worden opgelegd.

- De beslissing van de Europese Commissie over de fusie Suez-Gaz de France.
Share/Bookmark

Zoveelste wijziging aan het Elektriciteits- en Aardgasdecreet

Naast de overvloed aan nieuwe federale koninklijke besluiten en ministeriële besluiten, stond in het Belgisch Staatsblad van 19 juni 2007 ook het Decreet van 25 mei 2007 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu, energie en openbare werken te lezen. Dit decreet bevat bepalingen over de werkmaatschappijen voor elektriciteit en aardgas (Eandis en Infrax), over de aansluiting van WKK-installaties op de elektriciteits- en aardgasdistributienetten, over openbare dienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik en over het toepassingsgebied van de openbare dienstverplichtingen. De adviezen van de SERV en de MINA-Raad kan u vinden door op de naam van de adviesinstantie te klikken;
Share/Bookmark

Overvloed aan nieuwe energieregelgeving

In het Belgisch Staatsblad van gisteren, 19 juni 2007, verschenen verschillende nieuwe koninklijke en ministeriële besluiten. Voorlopig geef ik hieronder enkel een overzicht van de nieuwe bepalingen. Commentaar volgt, eventueel, later:
- Het Koninklijk Besluit van 8 juni 2007 betreffende de methodologie voor het vaststellen van het totale inkomen dat de billijke marge bevat, betreffende de algemene tariefstructuur, de basisprincipes en procedures inzake tarieven, de procedures, de bekendmaking van de tarieven, de jaarverslagen, de boekhouding, de kostenbeheersing, betreffende de inkomensverschillen van de beheerders en de objectieve indexeringsformule bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen. Dit Koninklijk Besluit heeft tot doel de bepalingen van de Gaswet, die werden ingevoegd door de wet van 1 juni 2005 tot wijziging van voornoemde wet en gewijzigd door de wet van 20 juli 2006 houdende diverse bepalingen uit te voeren.
- Het Koninklijk Besluit van 8 juni 2007 betreffende de algemene tariefstructuur en de basisprincipes en procedures inzake de tarieven en de boekhouding van de beheerders bedoeld in de wet van 12 april 1965 actief op het Belgisch grondgebied voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor opslag van aardgas en voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor LNG, alsook voor hun uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersnetten voor de capaciteit bestemd voor doorvoer, noodzakelijk om de ontwikkeling op lange termijn van deze installaties toe te laten. Dit Koninklijk Besluit Het heeft tot doel artikel 15/5bis, § 2, b), en § 3, van de Gaswet uit te voeren. Artikel 15/5bis, § 3, van de Gaswet bepaalt immers:

"Na advies van de Commissie kan de Koning afwijken van de tarieven voor de aansluiting en het gebruik van het aardgasvervoernet. De in het eerste lid bedoelde afwijkingen zijn van toepassing op uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor opslag van aardgas en op uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersinstallaties voor LNG, alsook op uitbreidingen van installaties of nieuwe aardgasvervoersnetten voor de capaciteit bestemd voor doorvoer, en noodzakelijk om de ontwikkeling op lange termijn van deze installaties toe te laten."

Frappant is nu al de volgende passage uit het Verslag aan de Koning:
"In het geval van uitbreiding van een installatie en voor redenen van niet-discriminatie, is het aangewezen dat één tarief van toepassing is, zowel voor de bestaande installatie als voor de uitbreiding ervan (cfr. de terminal van Zeebrugge en de opslag van Loenhout)."

- Het Koninklijk Besluit van 8 juni 2007 tot vaststelling van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de CREG voor jaar 2007;
- Het Ministerieel Besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie;
- Het Ministerieel Besluit van 5 juni 2007 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk "APETRA".
Share/Bookmark

maandag 18 juni 2007

Beleidsprogramma Nederlandse regering

Op 15 juni 2007 stelde de nieuwe Nederlandse regering haar beleidsprogramma voor. Hierin zit ook een deel over energie en klimaat (Al Gore l'oblige ...).

Een eerste uitdaging is volgens het nieuwe Nederlandse het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de versnelde overgang naar meer duurzame energiebronnen. Dit vereist volgens het nieuwe kabinet, terecht, een mondiale en Europese aanpak (…).

“Alles moet uit de kast en iedereen moet daarbij helpen: overheid, organisaties, burgers en bedrijven.”


Balkenende IV wil

“een energiebesparing van 2% per jaar, een verhoging van het aandeel duurzame energie tot 20% in 2020 en een reductie van de uitstoot van broeikasgassen, bij voorkeur in Europees verband, van 30% in 2020 ten opzichte van 1990.
(…)
Het kabinet wil deze periode maatregelen nemen waarmee in 2011 zal blijken dat de doelen voor 2020 gehaald kunnen worden. Invoering van nieuwe energie-efficiënte technologie is nodig, evenals het sluiten van internationale coalities en de introductie van marktprikkels. Het geheel aan maatregelen gericht op het bereiken van de doelstellingen, zal op basis van kosteneffectiviteit worden samengesteld. Het kabinet onderscheidt, binnen de relevante financiële kaders, vier elementen bij het realiseren van de klimaatambities.

Systemen waarmee de uitstoot van CO2 een prijs krijgt. (…) De Nederlandse inzet is een aanscherping en uitbreiding van het Europese systeem van emissiehandel. In overleg met het bedrijfsleven wordt een extra inzet overwogen.

Voortschrijdende normstelling. Beleid daarvoor zal ten dele uit Europa moeten komen (…. Nationaal gaat het om energielabels voor gebouwen en woningen of een verplicht percentage duurzame energie in de energievoorziening.

Fiscale vergroening: producten en diensten die bijdragen aan de klimaatdoelstellingen moeten financieel aantrekkelijker worden gemaakt. Dit werkt ook als een rechtstreekse prikkel voor bedrijven om nieuwe duurzame producten en technieken te ontwikkelen.

Het stimuleren van technieken die nu nog onrendabel zijn, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit."


Daarom denkt het nieuwe kabinet-Balkenende per sector aan de volgende aanpak.

“In de gebouwde omgeving is het streven dat alle nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen vanaf 2020 energieneutraal worden opgeleverd.

In de energiesector is een internationaal level-playing field belangrijk, waarbij het accent op emissiehandel ligt. Het kabinet kiest voor verdere ontwikkeling van windenergie (…). Er komen een of twee grote demonstratieprojecten voor CO2-afvang en -opslag.

In de industrie wil het kabinet met ten minste tien industriële branches komen tot concrete efficiency-afspraken (…) die in 2020 het energiegebruik met 50 procent verminderd wil hebben.

(…) Het kabinet wil zuinige auto's en zuinig rijden bevorderen met belastingmaatregelen, verplichtingen voor biobrandstoffen en met andere manieren van betalen voor mobiliteit, waarbij niet het autobezit maar het autogebruik wordt belast.

In de agrosector wil het kabinet de ontwikkeling naar een energieneutrale glastuinbouw stimuleren. (…)

Het Rijk wil zo spoedig mogelijk klimaatneutraal zijn. Dat gebeurt zo veel mogelijk via energiebesparing en de inkoop van duurzame energie. (…) De overheid wil uiterlijk in 2010 duurzaamheid als zwaarwegend criterium meenemen in al haar aankopen

Milieuvriendelijke producten en diensten moeten aantrekkelijker worden ten opzichte van niet duurzame alternatieven. (…)”

Share/Bookmark

donderdag 7 juni 2007

Vernieuwde ecologiesteun

De Vlaamse ecologiesteun deed de laatste weken heel wat stof opwaaien. In het Vlaams Parlement werd minister Moerman hierover gisteren aan de tand gevoeld.

Op 16 mei 2007 besliste de Vlaamse regering immers om de ecologiesteun, zoals initieel uitgewerkt door het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 tot toekenning van steun aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaamse Gewest, om te vormen tot een “call-systeem dat ondernemingen stimuleert om te investeren in ecologische en energiezuinige technologieën die verder gaan dan de geldende Europese of Vlaamse normen”. De MINA-Raad heeft hierover al op 26 oktober 2006 een advies geformuleerd. Het advies van de SERV is niet onmiddellijk terug te vinden op internet.

Naast het feit dat de huidige ecologiesteunregeling een open systeem is met een gesloten budget, dat niet kan overschreden worden, blijkt uit het verslag van de plenaire zitting dat vooral “slimme jongens” de “ecologiepremie voor een ander doel zijn gaan gebruiken, namelijk om op structurele wijze de productie van groene stroom, in zeer vele gevallen opgewekt met zonne-energie, te subsidiëren”. Het persbericht van de Vlaamse regering stelde trouwens al: “Investeringen van ondernemingen bij derden komen niet in aanmerking voor ecologiesteun, omdat zij buiten de grenzen gaan van de Europese kaderregeling voor milieusteun en van het decreet Economisch ondersteuningsbeleid. Dergelijke constructies beantwoorden immers niet aan de geest van de regelgeving, die ondernemingen ertoe wil aanzetten hun eigen productie-apparaat te "verduurzamen" door te investeren in de meest performante milieu- of energietechnologieën.”

De ecologiepremie is bestemd voor bedrijven die hun eigen productieapparaat op een duurzame wijze willen vergroenen, door topmilieutechnologie binnen te halen.

Ecopower stelde hierover in haar persbericht:

"De aanpassing van het besluit sluit elke investering via een recht van opstal uit van ecologieinvesteringen. Dit betekent dat een bedrijf dat eigenaar is van een lap grond wél ecologiesteun kan krijgen voor het plaatsen van een installatie van hernieuwbare energie – terwijl een bedrijf dat geen eigenaar is, maar via een formule van recht van opstal werkt ervan uitgesloten wordt. Een recht van opstal staat nochtans (tijdelijk) gelijk aan eigendomsrecht. Dit ondergraaft dus de hele juridische grondslag van een recht van opstal. Dit is niet meer of minder dan een discriminatie van het ene bedrijf tegenover het andere."


Minister Moerman was nochtans formeel:

“Ik geef een voorbeeld: een bedrijf dat uit biomassa elektriciteit opwekt - ik heb er gisteren één bezocht - investeert in rookgaswassingsprocedés, waardoor de uitstoot aan de strengste normen voldoet. Het gaat om toptechnologie, meer dan 'state of the art'. Dat bedrijf krijgt een ecologiepremie. Maar een bedrijf dat beslist om in andere bedrijven of bij particulieren, wat ook gebeurt in sommige aanvragen, tegen vergoeding plaats in te nemen om zonnepanelen te zetten om groene stroom op te wekken, te voldoen aan bepaalde verplichtingen en groenestroomcertificaten te krijgen, zit niet in het verhaal van de ecologiepremie. Die dient voor de bedrijven zelf en toptechnologische milieu-investeringen in de bedrijven zelf.

Het opstalrecht is de rechtsfiguur die wordt gebruikt om investeringen te doen bij derden, terwijl wij met de ecologiepremie enkel willen investeren in en door bedrijven in hun eigen productieapparaat. Het is nooit de bedoeling geweest van het Europese steuninstrument om ecologiesteun te gebruiken om derde investeringen structureel te subsidiëren voor het opwekken van groene energie.”

Share/Bookmark