Pagina's

donderdag 12 november 2009

Onduidelijkheid over "groene luik" federale bijdrage blijft

De federale bijdrage elektriciteit en aardgas is een manier om een aantal federale duurzame en sociale initiatieven te financieren:
- De kosten van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 te Mol-Dessel;
- De werkingskosten van de CREG en de Ombudsdienst
- De uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie door de OCMW's
- Het Kyoto-fonds
- De reële nettokost van de maximumprijzen voor beschermde residentiële klanten
- De forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit

Eindafnemers die elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen afnemen zijn vrijgesteld van de bijdrage voor de kosten van de denuclearisatie van BP1 en BP2 en en van het Kyoto-fonds. Dat bepaalt artikel 21bis, § 1bis, Elektriciteitswet:

"Het gedeelte van de elektriciteit geleverd aan eindafnemers en geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen of door eenheden van kwalitatieve warmtekracht-koppeling, wordt vrijgesteld (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) van het deel van deze toeslag bedoeld in 1° en 4°. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing van de vrijstelling."
Het door het koninklijk besluit van 26 september 2005 vervangen artikel 5 van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 bepaalt dat die eindafnemers vrijgesteld zijn van dat deel van de federale bijdrage voor
"die beantwoorden aan de elektriciteit die hen is geleverd en is geproduceerd van hernieuwbare energiebronnen of kwalitative warmtekrachtkoppelingseenheden".
Het artikel vervolgt:
"Het bedrag van de geheven toeslag wordt in mindering gebracht van de gedeelten die beantwoorden aan deze bedragen in functie van het globale aandeel aan primaire energiebronnen voor deze leverancier.
Deze vrijstelling is onderworpen aan de meest recente fuelmix, zoals goedgekeurd door de gewestelijke regulatoren. De bepaling van deze fuelmix dient te gebeuren conform de gewestelijke regelgeving betreffende de verplichte vermelding van de fuelmix op de facturen."
De oorspronkelijke stelling van minister Verwilghen en de CREG was dat de eindafnemer minder federale bijdrage zou moeten betalen in verhouding tot wat hij aan elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen afnam. Nam hij 100% groene stroom af, werd hij voor 100% vrijgesteld van die delen van de federale bijdrage. In 2008 veranderde de CREG het geweer van schouder: de vermindering moest bekeken worden in verhouding met de globale fuel mix van de leverancier. Een afnemer die 100% groene stroom afnam van een leverancier met slechts 30% groene stroom in zijn fuel mix, zou slechts voor 30% vrijgesteld worden. Een afnemer die 100% afnam van een 100% groene leverancier, zou voor 100% vrijgesteld blijven.

In de kamer werd deze interpretatie door de parlementsleden gehekeld. Minister Magnette leek het samen met de parlementsleden eens te zijn dat de initiële interpretatie (vrijstelling naar verhouding van het aandeel groene stroom in het afnameprofiel en niet in verhouding met de totale fuel mix van de leverancier) de juiste interpretatie was:
In verband met de aan de aankoop van groene energie gerelateerde vrijstelling van de federale bijdrage wenst mevrouw Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!) verduidelijking bij het antwoord van de minister: geldt de vrijstelling wel degelijk per product, en is ze niet gestoeld op de algemene fuelmix?
De minister bevestigt dat de vrijstelling per product geldt.
Vandaag was de minister minder duidelijk tijdens de plenaire vergadering van de kamer:
Monsieur le président, M. Clarinval a posé une question très claire en commission à laquelle je me suis efforcé d'apporter une réponse tout aussi claire. Il a à nouveau posé cette question aujourd'hui et je confirme, avec la même clarté, ce que j'ai dit en commission. En ce qui concerne ces dérogations, selon le gouvernement, l'interprétation à donner concerne les produits jusqu'à l'année 2009. Pour les années suivantes, la question devra être clarifiée et elle le sera juridiquement dans les prochains mois. (...) Pour ce qui concerne la dernière remarque de Mme Van der Straeten, j'ai indiqué l'interprétation à donner jusqu'à fin 2009. C'est là-dessus que nous avons besoin de clarté afin de pouvoir prendre les bonnes décisions. Pour 2010, je n'ai pas dit que nous allions adopter un autre système, j'ai dit que nous allions clarifier les choses.

Share/Bookmark

Geen opmerkingen:

Een reactie posten