vrijdag 11 mei 2007

An inconvenient truth? Klimaatplannen bevoegdheidsrechtelijk doorgelicht

De klimaatproblemen zijn brandend actueel. Het verbaast dan ook niet dat de politieke partijen in hun federale verkiezingsprogramma's veel ideeën naar voren schuiven die oplossingen aanreiken om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Tegelijk hebben de partijen ook in min of meerdere mate oog voor toekomstige bevoorradingsproblemen op het vlak van energie. Naast de noodzaak om minder broeikasgassen uit te stoten moet onze samenleving immers voorbereid zijn op het gebruik van andere dan fossiele brandstoffen, zoals olie of aardgas.

In hun ijver om in aanloop van de federale verkiezingen van 10 juni zoveel mogelijk voorstellen te doen gaan de partijen echter volledig voorbij aan de bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het gewestelijke niveau op het vlak van energie. Die bevoegdheidsverdeling is een kluwen.

De federale overheid is bevoegd voor de grote energienetwerken, productiebedrijven en voor de levering aan grote industriële afnemers, de gewesten zijn bevoegd voor de lokale netten, de leveringen aan de kleine afnemers en alles wat te maken heeft met de milieuaspecten van energieopwekking en -verbruik. Daar komt bij dat het federale parlement de grote fiscale regels vastlegt en bevoegd is voor de normering van producten. Vermits de Noordzee, tot spijt van wie het benijdt, nog steeds Belgisch en niet Vlaams is, zal ook het federale parlement beslissen of en hoe windturbineparken in die zee kunnen geplaatst worden.

Anderzijds leggen de gewesten de milieuregels vast. Daarnaast zijn het de gewesten die groenestroomcertificaten uitdelen en innen.

De klimaatplannen van de partijen miskennen dit bevoegdheidsrechtelijke gegeven. Blijkbaar deert het niet om voorstellen te doen waarover het volgende federale parlement in ieder geval geen uitspraak kan doen. Het federale parlement kan zich niet uitspreken over groenestroomcertificaten, over isolatienormen voor woningen, over energieprestatieregelgeving, over emissiehandel, over rationeel energiegebruik, over de inplanting van windturbines op het land, ...

Ook in de discussie over de niet-nucleaire alternatieven in het geval van een sluiting van de kerncentrales, speelt de federale wetgever slechts een bijrol. Het zullen niet de drie windmolenparken in de Noordzee zijn die een voldoende alternatief kunnen bieden voor Doel en Tihange. De combinatie van meer WKK-centrales, schone steenkool, zonne-energie, ... zal moeten gedragen worden door gewestelijke initiatieven.

Uiteraard is het zinvol dat ook de grote democratische partijen eindelijk inzien dat het klimaat en de energievoorziening meer dan een voetnoot in hun programma's waard zijn. Het is ook lovenswaardig dat ze hierbij oog hebben voor het grotere geheel en zich niet beperken tot korte-termijnvoorstellen.

Tegelijk is het echter nodig dat de politieke wereld ook op bevoegdheidsrechtelijk vlak duidelijke keuzes inzake klimaat en energie maakt. Hierbij is het niet voldoende om te verwijzen naar een eventueel samenwerkingsakkoord tussen de verschillende overheden, maar moet men doordacht kiezen op welk bevoegdheidsniveau alle klimaat- en energiemaatregelen het beste kunnen geregeld worden. Het wordt daarom zeer dringend tijd om ook hier te streven naar homogene bevoegdheidspakketen.


Share/Bookmark

Geen opmerkingen:

Een reactie posten