Pagina's

Posts tonen met het label Unbundling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Unbundling. Alle posts tonen

dinsdag 3 december 2019

Vlaanderen: maak werk van een richtlijnconforme oplossing voor privédistributienetten

Het Hof van Justitie heeft het afgelopen jaar twee arresten (HvJ 28 november 2018, nr. C-262/17, Solvay Chimica en HvJ 17 oktober 2019, C-31/18, Elektrorazpredelenie Yug) uitgesproken waarin hij het citiworks-arrest (HvJ 22 mei 2008, C-439/06, citiworks) bevestigt.

Volgens het Hof mogen de lidstaten geen andere systemen voor de verdeling van elektriciteit erkennen dan transmissiesystemen of distributiesystemen in de zin van de Elektriciteitsrichtlijnen:

“Hoe dan ook dient erop te worden gewezen dat de lidstaten systemen (…) die binnen de werkingssfeer van richtlijn 2009/72 vallen, niet kunnen onderbrengen in een andere categorie (…)systemen dan de categorieën die uitdrukkelijk in die richtlijn zijn vastgesteld, teneinde daaraan ontheffingen te verlenen waarin die richtlijn niet voorziet.” (HvJ 28 november 2018, rn. 48)
Advocaat-generaal Pitruzella schreef in zijn advies voor het arrest van 17 oktober 2019:
“[I]n de eerste plaats [moet] de regeling van de richtlijn op de transmissie- en distributiesystemen in hun geheel van toepassing zijn. Er mogen derhalve geen “grijze gebieden” zijn, dat wil zeggen delen van het elektriciteitsnet die als transmissie- of distributiesysteem in de zin van richtlijn 2009/72 kunnen worden aangemerkt, maar waarop de regeling van deze richtlijn niet van toepassing is. Richtlijn 2009/72 voorziet voor het onderscheid tussen transmissiesysteem en distributiesysteem niet in een “tertium genus” en veronderstelt dat het volledige elektriciteitsnet aan de bepalingen ervan is onderworpen.”
Het Hof van Justitie herhaalt dus dat elk net waarmee elektriciteit verdeeld wordt aan eindafnemers onder het toepassingsgebied van de Elektriciteitsrichtlijnen valt. Of een net nu eigendom is van een elektriciteitsonderneming of van een particulier die actief is in andere domeinen, is niet relevant.

Dat betekent ook dat er geen netten kunnen bestaan waarop de regels van de richtlijnen niet van toepassing zijn.

Hogere rechtspraak uit Oostenrijk en Frankrijk zit op dezelfde lijn als het Hof van Justitie.

In zijn arrest van 12 januari 2017 oordeelt het hof van beroep van Parijs:
"Il s’ensuit qu’à l’exception des réseaux répondant à la notion de « ligne directe » (articles 1er, point 15, et 34 de la directive 2009/72), toute personne physique ou morale qui exploite un réseau de distribution d’électricité doit être désignée en tant que gestionnaire de ce réseau. (…)
Un réseau de distribution d’électricité se définit donc à la fois par ses caractéristiques techniques – la capacité à assurer le transport de l’électricité – et par sa finalité – le transport aux fins de fourniture à des clients."
Het Verwaltungsgerichtshof van Oostenrijk oordeelt in zijn arrest van 1 oktober 2018 (vrije vertaling):
“4.5.4 (…) Aangezien de Elektriciteitswet 2005 tot doel heeft de richtlijn om te zetten, moet ervan worden uitgegaan (…) dat het net van de aanvrager, ongeacht de grootte en de omvang ervan met betrekking tot (slechts) één afgebakend gebied, een distributienet in de zin van de bepalingen van de Elektriciteitswet 2005 is, aangezien de aanvrager zijn eigen net in stand houdt in een bepaald gebied, dat voor de elektriciteitsvoorziening aan de huurders dient. Het feit dat de aanvrager met de distributie van de elektriciteit geen primair ondernemingsdoel nastreeft, maar enkel voldoet aan een bijkomende verplichting die uit de huurovereenkomsten voortvloeit, staat er evenmin aan in de weg dat de feiten als de exploitatie van een distributienet worden beschouwd.

4.5.5 Het middel dat het geen distributienetwerk kan zijn, omdat de aanvrager de elektriciteit aan de huurders verrekent en dus de "levering" verricht (...) doet niets af aan deze conclusie. De ontvlechting van het beheer van het net, en de productie en levering is bedoeld om de doelstelling van de richtlijn betreffende de elektriciteitsmarkt met betrekking tot de bevordering van de mededinging op de elektriciteitsmarkt (...) te verwezenlijken. Dit leidt echter niet tot de conclusie dat een persoon die ook elektriciteit verkoopt, niet tegelijkertijd - zij het misschien illegaal - de functie van distributienetbeheerder in de zin van de bovenstaande definitie kan vervullen. In zijn arrest "citiworks AG" - zoals hierboven reeds vermeld - ziet het Europese Hof van Justitie geen reden om het onderzochte net uit te sluiten van het begrip distributienet door het feit dat de netbeheerder de klanten van elektriciteit voorziet.”
In Duitsland keuren verschillende hogere rechtbanken (zie bv. OLG Düsseldorf en OLG Frankfurt) nochtans het systeem van de Kundenanlagen expliciet goed, zonder na te (willen) gaan of die Kundenanlagen al dan niet richtlijnstrijdig zijn. Ook de Duitse rechtsleer besteedt bijzonder weinig aandacht aan de vraag naar de richtlijnstrijdigheid van dit soort van netten en neemt de richtlijnsconformiteit gemakshalve en nogal kritiekloos aan.

Een Kundenanlage (§ 3, 24a en 24b Energiewirtschaftsgesetz) is een energie-installatie van de afnemer die zich op een geografisch afgebakend gebied bevindt, die is aangesloten op een transmissie- of distributienet, die onbeduidend is voor het waarborgen van een daadwerkelijke en onvervalste mededinging bij de levering van elektriciteit en gas, en die op niet-discriminerende wijze en kosteloos ter beschikking worden gesteld van eenieder met het oog op de levering aan aangesloten eindverbruikers, ongeacht de keuze van de energieleverancier.

Volgens de Duitsers kunnen privédistributienetten, zoals Kundenanlagen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, perfect ingepast worden in de uitvoering van de Europese wetgeving. Ze verwijzen hierbij naar het feit dat de beheerder van een Kundenanlage geen vergoeding voor het gebruik van zijn net mag vragen: “Der Betreiber darf hier kein Netznutzungsentgelt verlangen. Die Kundenanlagen fallen demgemäß nicht in den Anwendungsbereich der Elektrizitätsbinnenmarktrichtlinie. Auch dies spricht gegen eine Übernahme der Wertungen aus der Richtlinie.“ (Praxishandbuch geschlossene Verteilernetze)

Ook in Vlaanderen kent met privédistributienetten netwerken die niet moeten voldoen aan de voorwaarden die de Europese wetgeving oplegt aan transmissie- of distributienetten. De argumentatie in Vlaanderen loopt gelijk met die van de Duitsers:
“Wat immers met bijvoorbeeld (studenten)kamers, rusthuizen of vakantiewoningen: moeten studenten in hun studentenkamer, rusthuisbewoners, en zelfs vakantiegangers op het vakantiedomein, vrij hun leverancier kunnen kiezen? Moeten de uitbaters van deze ‘netten’ hun tarieven en voorwaarden voor toegang tot hun net bekendmaken? Er kan hier geopperd worden dat de ratio legis van de vrijstellingsmogelijkheden voor gesloten distributienetten, namelijk dat het opleggen van alle netbeheerdersverplichtingen een onnodige administratieve belasting vormt gezien de bijzondere aard van de betrekking tussen de netbeheerder en de gebruikers van dit net, nog veel meer opgaat. Of zoals de Europese energieregulatoren het leken te willen omschrijven: het gaat om netten van minder belang in termen van concurrentie.”
Zoals de VREG aangeeft in haar Ontwerpmededeling van 23 oktober 2019 was de Raad van State kritisch over de voorgestelde Vlaamse regeling:
“ondanks de mogelijke en ongetwijfeld zinvolle argumenten die kunnen worden aangevoerd ter verdediging van een regeling betreffende de privédistributienetwerken, moet worden vastgesteld dat de Europese Commissie heeft geoordeeld niet te moeten voorzien in een regeling hiervoor […]. De Raad kan dan ook niet anders dan vast te stellen dat de ontworpen regeling voor privédistributienetwerken op gespannen voet staat met de richtlijnen die ertoe strekken voor de elektriciteits- en gasmarkt een alomvattende regeling uit te werken. Het eindoordeel hieromtrent komt evenwel het Hof van Justitie toe.”
Na het arrest van het Hof van Justitie van 17 oktober 2019 kan nog heel moeilijk beargumenteerd worden dat regelingen zoals Kundenanlagen of privédistributienetten richtlijnconform zijn.

Blijkbaar zijn de lidstaten, als ze hiervoor al moeite zouden hebben gedaan, er spijtig genoeg niet in geslaagd om bij de besprekingen voorafgaand aan de Richtlijn 2019/944 uitzonderingen op het zeer verstrekkende toepassingsgebied van de richtlijnen goedgekeurd te krijgen. Nochtans zijn er voor uitzonderingen zoals Kundenanlagen of privédistributienetten zeer zinvolle argumenten, die ik volledig deel.

Bij de omzetting van de Vierde Elektriciteitsrichtlijn doet Vlaanderen er dus goed aan om een pragmatische oplossing uit te werken opdat àlle privédistributienetten inderdaad gereguleerd zouden worden zoals alle andere distributienetten. Men moet dan ook afstappen van de idee – die overigens ook nergens terug te vinden is in de richtlijnen – dat in het werkingsgebied van een distributienetbeheerder geen andere distributienetbeheerder actief kan zijn.



Share/Bookmark

woensdag 11 augustus 2010

Moet GDF Suez zich terugtrekken uit de distributienetbeheerders?

Naar aanleiding van de overnamen van International Power verklaarde Gerard Mestrallet (CEO GDF Suez) dat de groep de komende jaren aan desinvesteringen zou doen. Een van de deelnemingen waaruit de groep zich zou terugtrekken was die in de gemengde distributienetbeheerders (in Vlaanderen gekend onder Eandis, de werkmaatschappij). Die operatie komt niet onverwachts. Het decreet op de intergemeentelijke samenwerking bepaalt al in zijn artikel 80, § 2, dat ten laatste op 31 december 2018 de natuurlijke personen en rechtspersonen ten laatste uit deze verenigingen treden.

Een aantal arresten van 22 juni 2010 van het Hof van Den Haag werpen een ander licht op zulke uittredingsverplichting: de verplichte afsplitsing van de distributienetactiviteiten van Essent, Eneco en Delta schendt volgens het Hof de bepalingen van het Verdrag over de werking van de Europese Unie (VWEU).

De Tweede Gas- en Elektriciteitsrichtlijnen zijn in Nederland omgezet door de Interventie- en Implementatiewet van 1 juli 2004. De Wet onafhankelijk netbeheer van 23 november 2006 verplicht de netbeheerders hun wettelijke taak in eigen beheer uit te voeren. De wet bepaalt dat een netbeheerder geen deel mag uitmaken van een geïntegreerde energiegroep ('groepsverbod'). De groep waartoe de netbeheerder behoort mag geen productie- of leveringsactiviteiten uitoefenen ('verbod op nevenactiviteiten'). De aandelen van de netbeheerders mogen niet in private handen komen ('privatiseringsverbod').

Ten gevolge van die wet moesten Eneco, Essent en Delta zich opsplitsen in een netbeheerder en in een onderneming die de productie en leveringsactiviteiten uitoefent.

De drie bedrijven argumenteerden dat het groepsverbod en het verbod op nevenactiviteiten in strijd zijn met de bepalingen uit het EG Verdrag inzake het vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU, art. 56 EG), de vrijheid van vestiging (art. 49 VWEU, art. 43 EG) en met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: art. 1 EP). Het privatiseringsverbod zou in strijd zijn met het vrij verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging.

In eerste aanleg wees de rechtbank de stellingen van Essent, Eneco en Delta af.

M.b.t. het privatiseringsverbod stelt het Haagse Hof dat in de huidige stand van de Nederlandse wetgeving er enkel een absoluut verbod geldt op een private eigendom van de netten. De aandelen in de netbeheerder vallen echter niet onder dat verbod. Getuige hiervan het feit dat de hoofdaandeelhouders van de netbeheerders (Essent, Nuon en Eneco) privaatrechtelijke vennootschappen zijn, waarvan de aandelen weliswaar in handen zijn van overheden. Verder vergelijkt het Hof het privatiseringsverbod met het regime van de gouden aandelen, waarmee het "niet-principieel verschilt":

"Ook bij het onderhavige privatiseringsverbod doet zich immers in wezn de situatie voor dat de regering, zonder daartoe in enig opzicht belemmerd te zijn door de wet, door aanpassing van het Besluit aandelen netbeheerders naar eigen inzich kan bepalen of en zo ja, welke, private partijen zij als aandeelhouders van netbeheerders wil toelaten.
Hieruit volgt dat het Hof het groepsverbod en het verbod van nevenactiviteiten kan toetsen aan de regels van het vrij verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging.

Volgens het Hof werpt het groepsverbod in het "geenszins denkbeeldige geval" dat een buitenlands bedrijf in Nederland netactiviteiten wil ontplooien dit een belemming van het vrij verkeer van kapitaal opwerpt. Ook in de omgekeerde situatie belemmert dit volgens het Hof het vrije kapitaalverkeer: een onderneming in een andere lidstaat die zelf of door middel van een groepsmaatschappij in Nederland energieactiviteiten ontplooit kan immers geen aandelen verwerven in een netbeheerder of in een vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een netbeheerder behoort.

Ook het verbod op nevenactiviteiten belemmert het vrije kapitaalverkeer. Het verbod verhindert dat de groep waarvan een netbeheerder deel uitmaakt door middel van aandelentransacties uitgebreid wordt met een onderneming in een andere lidstaat die (mede) activiteiten ontplooit die niet op enigerlei wijze betrekking hebben op of verband houden met infrastructurele voorzieningen of aanverwante activiteiten.

Die belemmeringen van het vrije kapitaalverkeer zijn ook niet gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang. Noch het vermijden van kruissubsidiëring, noch de bescherming van de afnemers, noch het garanderen van de leveringszekerheid noch de publieke taken van de netbeheerder rechtvaardigen volgens het Haagse Hof de verboden.
Share/Bookmark

woensdag 1 oktober 2008

Publigas, Fluxys en Fluxys International

In antwoord op een vraag in de kamercommissie bedrijfsleven van 24 september 2008 stelde minister Magnette met betrekking tot Fluxys en Fluxys International het volgende:

"Ik zal een wetsontwerp indienen met het voorstel om een golden share voor de Belgische overheid te installeren in Fluxys International, zodra die vennootschap wordt gecreëerd. Een wetsontwerp, waarbij aardgasondernemingen ten hoogste 24,9% van de aandelen van de netbeheerder mogen bezitten en dit ten laatste vóór 31 december 2009, ligt voor advies bij de Raad van State en zal zo snel mogelijk in de Kamer worden ingediend."

Share/Bookmark

vrijdag 18 april 2008

Beleidsbrief van de Minister van Klimaat en Energie over elektriciteit en aardgas

De website van de Kamer van volksvertegenwoordigers publiceerde deze week de beleidsbrief van de minister van klimaat en energie.

Deze beleidsbrief is onderverdeeld in vijf grote hoofdstukken:
1. Energie;
2. Klimaatbeleid;
3. Milieubeleid;
4. Duurzame ontwikkeling; en
5. Consumentenbescherming.

In het hoofdstuk Energie vertrekt de minister van de vaststelling dat hij "in het kader van de huidige energiecontext, in het bijzonder gekenmerkt door de hoge olieprijzen, verscherpte aandacht [wenst] voor maatregelen met betrekking tot de koopkracht van de gezinnen". De minister wil komen tot "democratische prijzen en een gegarandeerde bevoorrading". Daarom "zal [hij] erop toezien dat er bijkomende maatregelen worden genomen, onder meer om de concurrentie op de energiemarkt in het belang van de consument te vergroten".

Wat de binnenlandse energiemarkt betreft is het (enige) uitgangspunt voor het beleid van de minister dus de consument, die geconfronteerd wordt met stijgende energieprijzen.

Hij wil daarom "een correcte en werkzame vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt" bevorderen. Het is mij onduidelijk wat de draagwijdte is van een "correcte en werkzame" vrijgemaakte markt. De bewoordingen laten heel wat interpretaties open en getuigen niet onmiddellijk van veel liberaliseringsvoluntarisme. In het Frans ("Il y a lieu de promouvoir et de soutenir le fonctionnement correct du marché libéralisé de l’électricité et du gaz.") lijkt er trouwens een andere boodschap gegeven te zijn.

De minister herhaalt dat "vooral binnen het productiesegment van de energiemarkt is het nodig dat de marktaandelen van de historische spelers beter verdeeld worden ten voordele van de nieuwe elektriciteitsproducenten".

In uitvoering van het regeerakkoord bevestigt de minister dat hij ermee belast is onderhandelingen te voeren met de electriciteitsproducenten ten einde:
"a) gevolg te geven aan de studie van de CREG (F)070927-CDC-715 om de productiecapaciteit in België op peil te houden en nieuwe investeringen in productiecapaciteit aan te trekken en te ondersteunen;
b) toe te zien op de integrale uitvoering van de Pax Electrica II en de hulpmiddelen die de [Europese] Commissie oplegt om de bevoorradingszekerheid van aardgas en elektriciteit tegen aanvaardbare prijzen en met reële investeringen in het land veilig te stellen en door een
productiepark met een meer gevarieerde energiemix uit te bouwen;
c) de beschikbaarheid en de omvang van de nucleaire provisies veilig te stellen;
d) de Belgische overheidspositie in het beheer van de transportnetten te verstevigen;
e) de door de Europese Commissie voorgestelde doeltellingen inzake CO2-uitstoot en de doelstellingen inzake hernieuwbare energie te verwezenlijken;
f) ervoor zorgen dat de sector een bijdrage levert aan de overheid zodat die doelstellingen kunnen gehaald worden; de bijdrage voor 2008 is begroot op 250 mio €."

Deze "strategische doelstellingen" (ook het dichten van de begroting is nu blijkbaar al een "strategische doelstelling", TV) "zullen met name bereikt worden aan de hand van bestaande en toekomstige mechanismen (regeringscomissarissen, het normale en het bijzondere aandeelhouderschap
(golden share), …". De nota stelt ook dat: "Indien het overleg niet leidt tot het gewenste resultaat voor de begrotingscontrole 2008 zal de Regering de nodige maatregelen nemen om zich te voorzien van deze inkomsten uit de sector". Door deze passage, die volgens mij eerder thuishoort in de beleidsnota begroting dan in de beleidsnota energie, geeft de regering de indruk dat het haar voornamelijk te doen is om de begroting en niet zozeer om de werking van de energiemarkt.

De beleidsnota bevestigt ook de belangrijke rol die Belpex kan spelen. Fluxys en Fluxys LNG dienen "volledig ontvlecht te worden naar analogie met Elia". De netbeheerders zouden trouwens de opdracht krijgen de gereserveerde en niet gebruikte capaciteit op een secundaire elektriciteit- en gasmarkt vrij te geven om de liquiditeit te verhogen.

De Belgische regering schaart zich in principe achter de idee van de unbundling van de TSO's. Nochtans nuanceert de regering ook die "effectieve eigendomsontvlechting":

"Het is belangrijk dat geen enkele producent of leverancier een meerderheidsaandeel bezit in het vermogen van de netbeheerder of een dominerende positie inneemt in de schoot van zijn beheerraad. Minderheidsparticipaties zouden daarentegen mogelijk moeten zijn. Een zo groot mogelijke onafhankelijkheid ten aanzien van de historische operator is evenwel essentieel om een level playing field te bieden aan alle marktspelers."

De minister wenst ook verscheidene maatregelen te treffen met het oog op de verbetering van de bescherming van de consument:
i) het versterken van de gedragscode;
ii) éénvorming maken van de energiefacturen voor het hele land om deze meer doorzichtig en leesbaar te maken;
iii) instrumenten aanreiken om schommelingen in de energieprijzen beter te begrijpen en te controleren.

Te dien einde zal de CREG, zoals wij eerder al schrijven, een monitoringbevoegdheid krijgen. De CREG zal de mogelijkheid hebben alle samenstellende delen van de energieprijs te ontleden.
Share/Bookmark

woensdag 19 december 2007

Ontvlechting DNBs - de Stelling-Crevits

In tegenstelling tot wat ik gisteren schreef, ging minister Crevits wel in op de vraag naar de vermindering van de participatie van Suez in de gemengde DNBs. Volgens het verslag stelde zij:

Het is de gemeenten en de privé-partner overigens niet verboden om het aandeelhouderschap in de gemengde netbeheerders te wijzigen, op voorwaarde dat het aandeel van de privé-partner de 30% niet overschrijdt. Maar het is niet zo zeker, integendeel, dat de gemeenten politiek bereid en budgettair in staat zijn om het aandeel van de privé-partner geheel of gedeeltelijk over te nemen, en desgevallend onder welke voorwaarden en tegen welk bedrag. Vergeet ook niet dat de gemeenten, die in het kader van de subsidiariteit toch over enige autonomie moeten kunnen beschikken, nog maar pas de ter zake relevante besluiten van 2001 en 2002 hebben uitgevoerd. Zij weet niet of het van behoorlijk bestuur zou getuigen om vandaag al terug te komen op de destijds, onder de vorige Vlaamse Regering, gemaakte afspraken. De minister weet wel dat regeerakkoord noch beleidsnota voorzien in een volledige ontvlechting voorafgaand aan het in het decreet bepaalde tijdspad. Ook de eenzijdige engagementen van Suez, naar aanleiding van de aangekondigde fusie met Gaz de France, voorzien geen bijkomende stappen in de richting van een volledige ontvlechting op distributieniveau. Het ligt dan ook niet voor de hand dat Suez de eenzijdige engagementen zal nakomen als ondertussen de spelregels nog maar eens veranderen en bijkomende toegevingen worden opgelegd.

Tevens is niet aangetoond dat de privé-partner, met een aandeel van 30%, de gang van zaken zodanig zou beïnvloeden dat de mededinging geschonden wordt of de distributietarieven kunstmatig opgetrokken worden. De federale regulator wordt overigens verondersteld er op toe te zien dat dergelijke manipulaties niet voorkomen. Ook zijn er tot op heden geen aanduidingen dat de gedaanteverandering van de privépartner, van Electrabel over Suez naar Gaz de France, gevaarlijk dreigt te worden voor de zelfstandigheid van de gemengde netbeheerders of de onafhankelijkheid van de betrokken werkmaatschappij. Ontvlechting hoort een middel te zijn en geen doel op zich.

Als er iets moet gebeuren, en zij is er van overtuigd dat er wel degelijk iets moet gebeuren, dan is het federaal, en met name bij Fluxys, dat een aandeelhouderschap kent met 57,25% in handen van de privé-partner.

Share/Bookmark

dinsdag 18 december 2007

Electrabel, DNB - Que?

Bij de bespreking van de Beleidsbrief Energie 2007-2008 stelde Bart Martens aan minister Crevits de vraag waarom zij het standpunt dat zij ingenomen had over het terugdringen van het belang van de Suez-groep in Fluxys ook niet op het gewestelijk niveau inneemt. Op die manier zou Electrabel in het distributienetbeheer niet langer over een blokkeringsminderheid beschikt en kan "de perceptie dat Electrabel die positie zou misbruiken" uit de weg geruimd worden.

Naast Minister Crevits antwoordde ook Annick De Ridder:

Mevrouw Annick De Ridder repliceert naar de heer Martens in verband met de problematiek van het aandeelhouderschap van Electrabel en de mogelijke blokkeringsminderheid voor leveranciers en producenten. Er is wel degelijk een reden waarom dit niet opgenomen werd in de beleidsbrief. Voor de aanvullingen die de heer Martens nu formuleert, is er echter geen draagvlak of een meerderheid.

Que?
Share/Bookmark

maandag 10 december 2007

Het Belgische standpunt over unbundling

Anders dan wat sommige media vorige week berichtten, zou de Belgische regering, bij monde van minister Verwilghen, tijdens de Raad van Energieministers niet gepleit hebben tegen unbundling en voor het behoud van een participatie door producenten/leveranciers in netbeheerders.

Op antwoord van een vraag van senator Martens stelde staatssecretaris Van Quickenborne, loco minister Verwilghen, vorige week:

"België heeft altijd de effectieve ontvlechting tussen de concurrentiële en de gereguleerde activiteiten gesteund. Als de wettelijke ontvlechting niet gepaard gaat met eigendomsontvlechting, is de onafhankelijkheid en de neutraliteit van de netbeheerder niet verzekerd. Geen enkele producent of leverancier mag een meerderheidsaandeel in het vermogen van de netbeheerder bezitten of een dominante positie in de raad van bestuur innemen. Een zo groot mogelijke onafhankelijkheid ten aanzien van de historische operator is essentieel om aan alle marktspelers een level playing field te bieden.

België blijft dus voor 100% voorstander van een effectieve eigendomsontvlechting. Dat standpunt is ook duidelijk verwoord op de jongste energieraad en is sinds november 2006 het standpunt van België gebleven.

Vooral Duitsland en Frankrijk verzetten zich tegen het voorstel van de Europese Commissie tot verregaande ontvlechting. De Commissie heeft die landen dan ook gevraagd om zo snel mogelijk een alternatief voorstel te doen en te landen op de zogenaamde derde weg. Die landing blijft vooralsnog uit.

België is voorstander van een haalbaar compromis waarbij alle landen op de Europese markt overgaan tot een principiële unbundling. Daarom heeft België de optie van minderheidsparticipaties niet a priori willen uitsluiten. Dat is iets fundamenteel anders dan pleiten voor minderheidsparticipaties, zoals in de pers verscheen.

België kiest voor een ambitieuze aanpak. België wenst enkel de mogelijkheid van minderheidsparticipaties open te houden als eerste aanzet tot een effectieve eigendomsontvlechting.

Mocht Europa kiezen voor het behoud van minderheidsparticipaties als derde weg, dan wil België zich daartegen niet op voorhand radicaal verzetten. Zo zou een compromis onmogelijk worden en bestaat het risico dat het derde energiepakket geen verregaande eisen inzake unbundling kan bevatten. Als men de minderheidsparticipaties behoudt, dient men uiteraard te toetsen of ze een adequate werking van de markt mogelijk maken. Bij een negatieve marktwerking dient tot een "full ownership unbundling" te worden overgegaan.

Over dat standpunt vond voorafgaandelijk overleg plaats in de DGE. We zullen het ook verdedigen op de energieraad van eind februari 2007."

Share/Bookmark

vrijdag 26 oktober 2007

Bevoorradingszekerheid in het deelakkoord energie

Het deelakkoord rond energie bevat ook een hoofdstukje rond bevoorradingszekerheid.

Wat aardgas betreft, opteren de onderhandelaars voor "gelijke toegangsvoorwaarden voor de concurrenten om aardgas te importeren, op te slaan en te transporteren". Met deze passage, die ook voorkwam in de Hertoginnedal-versie, insinueren de onderhandelaars dat de toegang tot het aardgasvervoersnet nu niet tegen gelijke toegangsvoorwaarden mogelijk is. Of ze voor deze stelling de boter hebben gehaald bij de beslissing van de Europese Commissie over de fusie tussen Suez en Gaz de France is onduidelijk, maar waarschijnlijk. In deze beslissing stelde de Europese Commissie onomwonden dat er een blijvende congestie bestaat op het vervoersnet van Fluxys. Deze congestie bevoordeelt enkel de historische leverancier (Distrigas).

De tarieven moeten toelaten dat er geïnvesteerd kan worden in aardgasopslagcapaciteit en in interconnecties. Daarnaast zetten de onderhandelaars "de omvorming van de hub van Zeebrugge verder om zo de positie ervan als internationale draaischijf voor de aardgasvoorziening te versterken". Het is niet helemaal duidelijk of de maximumdeelname van 25% door producenten of leveranciers in de netbeheerders ook geldt ten aanzien van bv. de beheerder van de LNG-terminal in Zeebrugge. Suez en Gaz de France hebben zeer duidelijk gemaakt dat hun aandeel in Fluxys International, die onder andere de hub van Zeebrugge en de LNG-terminal zal beheren in ieder geval een meerderheidspositie moet uitmaken.

Uit het deelakkoord kan men ook niet afleiden of de boodschap van de CREG over de nakende productiecapaciteitsproblemen doorgedrongen is. In haar persbericht van 27 september 2007 stelde de CREG zeer duidelijk dat "de markt vast en zeker [wacht] op een “definitieve” beslissing over het al dan niet vasthouden aan de uitstap uit kernenergie, tenminste voor de centrales waarvan het scharnierpunt in 2015 ligt".

Het deelakkoord stelt enkel dat de onderhandelaars "de exploitatieduur van enkele kerncentrales voor een beperkte tijd en in veilige omstandigheden" verlengt. Met deze passage wordt geen afdoend antwoord gegeven op de oproep van de CREG.
Share/Bookmark

donderdag 25 oktober 2007

Federaal deelakkoord over de energiepolitiek

De federale onderhandelaars bereikten op woensdag 24 oktober 2007 een deelakkoord over duurzame ontwikkeling ("Samen gaan voor een duurzame levenskwaliteit"). In dit deelakkoord wordt ook plaats gemaakt voor de energiepolitiek die de onderhandelaars in een mogelijke volgende federale regering willen voeren.

De onderhandelaars onderkennen de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gewesten op het vlak van energie:

"Binnen de Belgische federale context, waar de bevoegdheden inzake energie en klimaat verdeeld zijn tussen de federale staat en de Gewesten, verbindt de federale regering zich ertoe bij te dragen tot en impulsen te geven aan het geheel van het Belgisch energie-, en klimaat-, mobiliteits- en milieubeleid."

Daarnaast willen ze:
1. Zorgen voor redelijke prijzen door een echte concurrentie op de energiemarkten te garanderen;
2. Het sociaal energiebeleid ontwikkelen;
3. Burgers en bedrijven fiscaal aanmoedigen tot zuiniger energiegebruik;
4. Burgers en bedrijven optimaal infomeren over zuiniger energiegebruik.

In het akkoord staat dat "de dominante speler de ten aanzien van de vorige regering aangegane verbintenissen minstens naleeft". De onderhandelaars doelen hierbij waarschijnlijk op de Pax Electrica I en II akkoorden die onder Verhofstadt tot stand kwamen (zie hiervoor één van mijn vorige berichten).

Net zoals in de formatienota en de "Hertoginnedal"-versie van het deelakkoord, willen de partijen dat "er meerdere bijkomende elektriciteitsproducenten op de Belgische markt aanwezig [moeten] zijn die elk de mogelijkheid hebben om een aanzienlijk marktaandeel te verwerven".

De onderhandelaars willen hiertoe komen door "de dominante speler ertoe aan[ te ]zetten (sic!) om:
"- activa om te wisselen met concurrenten in het buitenland (swaps), en/of
- een aanzienlijk deel van de capaciteit (in MW) van de afgeschreven centrales terbeschikking stellen of te koop aanbieden aan de andere spelers, onder de controle van de CREG en tegen interessante handelsvoorwaarden, en/of
- een aanzienlijk productieaandeel (in MWh) van de dominante speler onder controle van de CREG aanbieden aan andere spelers (via veiling of beurs) tegen een prijs samengesteld uit de productiekosten met inbegrip van de onderhouds- en vervangingsinvesteringen en een billijke winstmarge, en/of
- de randvoorwaarden scheppen die de andere spelers toelaten en aanmoedigen om in België bijkomende productiecapaciteit te ontwikkelen (onder andere sites en toegang tot gas- en elektriciteitsnetten)."

Verder moeten er meer volumes verhandeld worden op Belpex en moet er ook een gasbeurs komen (Gaspex).

De regering "geeft aan de CREG de nodige onafhankelijkheid om op te treden en ex ante toe te zien op een daadwerkelijke concurrentie op de productie- en leveranciersmarkt en om de prijsschommelingen door van nabij op te volgen" (onder andere door "monitoring van de tarieven"). De CREG mag ook "een langetermijnvisie" ontwikkelen.

De nieuwe regering zal projecten zoals Blue Sky steunen: "Daarnaast moedigt de regering de bedrijven aan die alleen of in consortium een productie-eenheid voor elektriciteit, wensen te bouwen."

Hoewel de Europese Commissie in haar Third Package veel verder wenst te gaan (zie hierover mijn bijdrage op Belgian Energy Law) aanvaarden de coalitiepartners dat producenten of leveranciers nog steeds maximum 25% van de aandelen van de netwerkbedrijven mogen bezitten, waarbij zij "individueel noch collectief een blokkeringsminderheid bezitten of gebruiken, bijvoorbeeld via een aandeelhoudersovereenkomst of bijzondere aandeelgebonden (stem)rechten, noch mogen zij onafhankelijke bestuurders aanwijzen". Deze passage staat nog steeds heel ver af van de ownership unbundling of ISO*-plus voorstellen van de Commissie. Het akkoord trouwens niet in op de operationele aspecten van het netbeheer.
Share/Bookmark

woensdag 1 augustus 2007

Unbundling: voor of tegen?

De Financial Times Deutschland meldde maandag dat de Franse "superminister" Borloo een brief geschreven heeft aan de Europese Commissie om zijn ongenoegen kenbaar te maken over de mogelijke verplichte unbundling van de energiebedrijven. Hij zou hierin gesteund zijn door onder andere Duitsland en Oostenrijk.

De discussie pro en contra unbundling is niet nieuw. Ook de lidstaten zijn verdeeld: UK en Nederland zijn voor, Frankrijk en Duitsland zijn tegen.

Als vertrekpunt van de regeringsonderhandelingen heeft ook Yves Leterme gesuggereerd dat een volledige unbundling niet nodig zou zijn (zie "Hoe ver willen de partijen gaan" en "Kent onze formateur de energiemarkt?").
Share/Bookmark