woensdag 16 februari 2011

Prijsregulering voor elektriciteits- en aardgasleveringen slechts onder strikte voorwaarden

Naar aanleiding van de discussies rond de indexering, stelt de Nationale Bank dat er moet onderzocht worden hoe en wanneer de stijging van de internationale brandstofprijzen kan doorgerekend worden in de eindprijzen voor aardgas en elektriciteit. De Bank stelt vast dat er terzake weinig transparantie bestaat en dat schommelingen onmiddellijk, maandelijks, doorgerekend worden zonder dat de klanten hun gedrag hieraan kunnen aanpassen. Zij zien die prijsfluctuaties immers pas op hun eindfactuur.

Op basis van het Derde Energiepakket lijken transparante, evenredige en niet-discriminatoire prijsreguleringsmechanismen tijdelijk aanvaardbaar als een openbare dienstverplichting. Hierbij moet rekening gehouden worden met de richtsnoeren die het Hof van Justitie dienaangaande gegeven heeft. Maximumprijzen 'pur et dur' lijken ons niet verenigbaar met de bepalingen van de Richtlijn.

Zowel minister Magnette als de CREG hebben de afgelopen maanden voorstellen geformuleerd om de eindprijzen voor energie te reguleren. Minister Magnette wil dit doen door de oprichting van een speciaal comité (samengesteld uit de CREG, de Nationale Bank, de FOD Economie, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Raad voor de Mededinging). Aan dat comité moeten de leveranciers wanneer zij hun eindprijzen wensen te verhogen die voorgenomen verhogingen voorleggen. Het comité beoordeelt dan die verhogingen en keurt die desgevallend af. Daarnaast bepaalt het voorstel van de minister dat de Koning, op voorstel van het Comité en naar aanleiding van een jaarlijkse rapportering van de prijzen door de leveranciers, retroactief prijsverlagingen kan opleggen indien de leveranciers kostendalingen niet ontoereikend hebben doorgerekend aan de consumenten. Op basis van deze bepaling zou de Koning bestaande prijzen kunnen toetsen aan de bestaande kosten en zo, zelfs retroactief, de bestaande prijzen kunnen doen verlagen.

De CREG wil dat de elektriciteitsbedrijven aan de CREG automatisch en ten laatste vier weken voor hun inwerkingtreding elke wijziging van de prijzen, de berekeningsmethode en/of de indexeringsformule meedelen. Op deze basis neemt de CREG ten aanzien van deze elektriciteitsbedrijven bindende beslissingen, onder andere het vastleggen van een maximumprijs.

Beide voorstellen zijn volgens ons juridisch onvoldragen.

In zijn arrest-Federutility van 20 april 2010 oordeelde het Hof van Justitie dat het opleggen van referentieprijzen voor de eindleveringen van aardgas mogelijk was, mits aan een aantal voorwaarden was voldaan.
- De beslissing tot het opleggen van referentieprijzen moet een algemeen economisch belang nastreven dat erin bestaat dat de prijs voor de levering van aardgas aan de eindafnemer op een redelijk niveau wordt gehandhaafd. Hierbij moeten de lidstaten de liberalisering en de noodzakelijke bescherming van de eindafnemer met elkaar verzoenen.
- De maatregel moet redelijk verantwoord zijn voor de verwezenlijking van de doelstelling van algemeen economisch belang. Ze mag maar gedurende een noodzakelijkerwijs beperkte periode gelden.
- De maatregel moet duidelijk worden gedefinieerd en transparant, niet-discriminerend en controleerbaar zijn.

Aan die voorwaarden lijken het voorstel van minister Magnette noch het voorstel van de CREG te voldoen:
- Men kan zich de vraag stellen of het mogelijks opleggen van maximumprijzen voldoende rekening houdt met de principes van een vrijgemaakte markt.
- De beperking in de tijd van die maatregel lijkt daarom absoluut noodzakelijk, maar ontbreekt in beide voorstellen.
- Er lijkt geen evenredige verhouding te bestaan tussen het nagestreefde doel en de ingezette middelen.


De Europese wetgever heeft in de richtlijn drie dimensies gegeven aan de prijzen op de eindverbruikersmarkt: een sociaal-mitigerende, een concurrentiebeschermende en een energie-efficiëntie stimulerende. Het zou interessant zijn om die drie invalshoeken samen in een voldragen voorstel uit te werken.

Ook de Nationale Bank wijst in haar verslag op het belang van energie-efficiëntie. Het hoge consumptieniveau van energie is naast de maandelijkse indexering en lagere accijnzen dan onze buurlanden volgens de bank een belangrijke verklarende factor voor de prijsstijgingen. De beheersing en de vermindering van de energie-intensiteit is voor haar een belangrijke uitdaging.

Zonder andere noodzakelijke maatregelen die de vrijmaking van de energiemarkt in België substantieel zouden kunnen verbeteren, zal de situatie zoals zij op dit moment bestaat, met het vermeende gebrek aan transparantie en het effectieve gebrek aan concurrentie, toch moeilijk opgelost raken. Meer prijstransparantie kan ook aangepakt worden op andere manieren. Zo zou de wetgever de tariefformules onder de loep kunnen nemen, zonder hieraan een goedkeuring van de tarieven te hechten. Daarnaast suggereert de Nationale Bank dat er een en ander kan verbeteren aan het bestaande a posteriori toezicht door de CREG en de Raad voor de Mededinging.


Share/Bookmark

Geen opmerkingen:

Een reactie posten