Pagina's

woensdag 27 mei 2009

De minister van energie en private netten

Federaal volksvertegenwoordiger Tinne Van der Straeten ondervroeg minister Magnette afgelopen dinsdag over de problematiek van de private netten. Van der Straeten wou onder andere te weten komen wie volgens de minister bevoegd is met betrekking tot private netten, hoe het citiworks-arrest moet worden geïnterpreteerd, wat de mening van de CREG is en hoe België denkt artikel 27bis van het derde pakket, zoals goedgekeurd door het Europees Parlement te moeten omzetten.

Magnette antwoordde als volgt (integrale weergave):

"Mijnheer de voorzitter, mevrouw Van der Straeten, zoals u in uw vraag reeds aanhaalde, bevinden de private netten zich op federaal en gewestelijk niveau. Overleg met de Gewesten is dus onontbeerlijk, eerst en vooral om te bepalen wat private netten zijn en hoe zij moeten worden beheerd. Ik zal mijn administratie bijgevolg vragen daaromtrent een overleg te plannen.

Het Citiworks-arrest stelt duidelijk dat private netten derdentoegang mogelijk moeten maken en dat de keuze van leverancier vrij is.

Ik zal in het licht van het overleg dat ik mijn administratie zal opdragen te plannen, een advies aan de CREG vragen en haar tevens vragen de kwestie met de regionale regulatoren te bespreken.

In de uitvoering van het derde energiepakket zullen uiteraard het resultaat van het overleg en het advies van de regulatoren mee in overweging worden genomen."

Share/Bookmark

De minister van energie over de overname van de aandelen Centrica in SPE door EdF

Sans commentaire:

"Minister Paul Magnette: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van der Straeten, u hebt deze vraag aan de eerste minister gesteld in de plenaire vergadering van 14 mei. Ik verwijs derhalve naar het antwoord dat werd gegeven door de heer Van Rompuy, die de positie van de regering vertegenwoordigt."

Share/Bookmark

woensdag 13 mei 2009

Over SPE, EdF, Electrabel en de Wetstraat

Al wie het min of meer een beetje meent met de liberalisering van de Belgische elektriciteitsmarkt (en bij uitbreiding aardgasmarkt) kon niet anders dan de wenkbrauwen fronsen bij de aankondiging dat Centrica haar aandelen in SPE, de tweede (andere) elektriciteitsproducent van ons land, gaat overdragen aan Electricité de France (EDF) in ruil voor een pakket aandelen in British Energy.

Ook de politiek liet de stoere verklaringen niet achterwege. Minister van Ondernemen Van Quickenborne, zelf bevoegd voor een overheidsinstantie die zich met de bescherming van de mededinging zou moeten bezighouden, vroeg onmiddellijk aan de Europese Commissie om te onderzoeken of de Franse staat als aandeelhouder van zowel Electrabel als SPE-Luminus het beleid van beide op elkaar kan afstemmen, wat tot prijsafspraken kan leiden. Oud-milieuminister Tobback en milieuspecialist Bart Martens (sp.a) haalden hun voorstel voor een mottenballentaks opnieuw boven. En de lijsttrekker van Groen! in Vlaams-Brabant maakte van de gelegenheid gebruik om de kruistocht tegen kernenergie verder te zetten.

Enkel de adviseur energie bij premier Van Rompuy (CD&V) vindt “de komst van E.On en EDF in België is een goede zaak voor de concurrentie op de elektriciteitsmarkt”. Ze maakt zelfs gewag van “sporen van liberalisering”.

Het discours van de politici is ontroerend. Nochtans is het niet de eerste keer dat de Belgische overheid met dit gegeven geconfronteerd wordt.

Op 11 oktober 2001 stelde senator Paul De Grauwe aan staatssecretaris Olivier Deleuze in de Senaat een aantal vragen over “de mogelijke overname van 10 procent van het kapitaal van SPE door EDF”. De Grauwe vroeg zich onder andere af of een en ander wel te rijmen viel met de Europese regels en of er aanwijzingen waren “dat er afspraken zijn tussen EDF en Electrabel om de positie van deze laatste op de Belgische markt veilig te stellen”?

Deleuze antwoordde hierop dat “de regering zich niet uit te spreken [heeft] over de draagwijdte van de operatie in kwestie”: “Ze heeft niet te oordelen over het belang van SPE, dat volledig los van de regering zijn strategie uitwerkt en eventueel de operatie afsluit. (…) De regering kan en wil buitenlandse ondernemingen niet verbieden participaties te nemen in het kapitaal van ondernemingen die in België gevestigd zijn, net zomin als ze Belgische ondernemingen mag ontmoedigen om in het buitenland activiteiten te ontwikkelen. (…) De bevoegdheid om toe te zien op de naleving van de Belgische en Europese wetgeving behoort toe aan de CREG en uiteraard ook aan de Raad voor de Mededinging.”

Iets langer geleden stemde het federale parlement in “met een vertegenwoordiging van de overheid in de belangrijkste vennootschappen die in België elektriciteit produceren”. Die regeling, vervat in artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, “moe[s]t het mogelijk maken de activiteiten van deze vennootschappen beter af te stemmen op het energiebeleid van de Regering” (Parl. St. Kamer, 1979-1980, nr. 323/1, p. 43-44). De regeling voorziet in een afgevaardigde van de Belgische staat “in de raad van beheer of elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen, van de nv Ebes, van de nv Intercom, van de nv Unerg, van de comm.v Gecoli, van de nv CPTE en van de 'Calorieënpool'”. Die afgevaardigde beschikt “over het recht om de beslissingen van de raad van beheer, van het bestuurscomité of van elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen te schorsen, welke hij in strijd acht met het algemeen belang en in het bijzonder met het energiebeleid van de Regering”. Artikel 173, § 2, werd uitgevoerd door het koninklijk besluit van 23 januari 1981 (BS 13 februari 1981, niet te vinden op #just.fgov). Dit koninklijk besluit zet zeer uitvoerig de te volgen procedures uiteen.

Ebes, Unerg en Intercom zijn op 10 juli 1990 gefuseerd tot Electrabel. Fusie is hier eigenlijk een slecht gekozen term. Ebes werd Electrabel. Electrabel heeft nog steeds hetzelfde ondernemingsnummer als het oude BTW-nummer van Ebes ((0)403.170.701). Unerg bracht haar productie-, transport- en distributieactiviteiten in het maatschappelijk kapitaal van Electrabel in. Electrabel nam Intercom (en de vennootschappen Sautrac en Société d'Eupen) over.

Op basis van artikel 173, § 2, zou de Belgische overheid een vertegenwoordiger kunnen sturen naar de raad van bestuur van Electrabel, maar ook naar “elk ander bestuursorgaan waaraan de raad van bestuur bevoegdheden heeft overgedragen”. (Over zoveel mogelijkheden beschikken zelfs de regeringscommissarissen bij Distrigas, Fluxys en de Nationale Maatschappij der Pijpleidingen niet.)

Wat SPE betreft, is de situatie op het eerste gezicht niet helemaal duidelijk. Er zou historisch en vennootschapsrechtelijk het nodige onderzoek moeten gebeuren of de bepaling van artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 toegepast zou kunnen worden.

Artikel 173, § 2, van de wet van 8 augustus 1980 en het koninklijk besluit van 23 januari 1981 gelden nog steeds, maar zijn nooit toegepast. Het CRISP schreef hier in 2000 al over: "Force est cependant de constater que les différents gouvernements qui ont eu à connaître ces dernières années des réorganisations des sociétés précitées ont, certes, évoqués l'existence de cette disposition, mais ne lui ont jusqu'à présent jamais donné corps."

In ieder geval zou de overheid de overname kunnen aangrijpen om het toezicht op de mededinging (en de mededingingsautoriteit) meer dan substantieel te versterken. Dan moeten we niet langer Europese hulp inroepen om Belgisch mededingingsrecht toe te passen en de naleving daarvan af te dwingen.
Share/Bookmark

Heffing op ongebruikte sites voor de productie van elektriciteit

Eind 2006 voerde de federale wetgever een heffing in op ongebruikte sites voor de productie van elektriciteit. De bedoeling van deze heffing was dat Electrabel, de eigenaar van die sites een deel van die sites zou verkopen aan concurrerende elektriciteitsondernemingen.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat die heffing niet in strijd was met de Grondwet.

In 2008 zou die heffing oplopen tot iets meer dan 50 miljoen EUR. In 2009, na de aanpassing van de wet, zou de heffing ongeveer 70 miljoen EUR bedragen.

In antwoord op een vraag van Katrien Partyka erkende minister Magnette gisteren in de kamercommissie bedrijfsleven dat de heffing zijn beoogde effect gemist heeft. Electrabel zou nog geen enkele site verkocht hebben aan concurrerende ondernemingen.

Het is echter onduidelijk of de overheid verdere stappen wil zetten om die productiesites alsnog te doen verkopen.
Share/Bookmark

maandag 4 mei 2009

Rooilijnplannen en gevelisolatie

Het Vlaams Parlement keurde op 30 april het voorstel van decreet houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen goed.

Dit decreet regelt de vaststelling van rooilijnen. Het begrip 'rooilijn' wordt hierin gedefinieerd als "de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen".

Aangelanden mogen in principe niet over de rooilijn bouwen.

Hierop zijn er echter een aantal uitzondering. Eén daarvan is "het aanbrengen van gevelisolatie, waarbij de rooilijn of de bouwlijn met ten hoogste veertien centimeter
mag worden overschreden".
Share/Bookmark

Nieuwe omzendbrief kleinschalige windturbines

De Vlaamse regering keurde afgelopen zaterdag een nieuwe Omzendbrief goed met een beoordelingskader voor de bouw van kleine en middelgrote windturbines.

Kleine windturbines zijn turbines met een maximale hoogte (vrijstaand of op een mast) van ongeveer 15 meter hoogte. Kleine windturbines kunnen enkel vergund worden als ze samenhangen met een gebouw of een voorziening.

De beoordelingscriteria voor vergunningaanvragen zijn:
- Ruimtelijke integratie;
- Geluid;
- Slagschaduw;
- Veiligheid.

De Omzendbrief onderscheidt het criterium van de ruimtelijke integratie volgens drie hoofdtypes van omgevingen: dichte of eerder dichte bebouwingskernen; bedrijvensites of landelijk gebied (met de openruimtegebieden).

In bebouwingskernen en in woonomgevingen is de plaatsing van kleine windturbines veelal niet gewenst, behalve bij een goede inpassing in de omgeving, geïntegreerd in een totaalproject en mits afdoende motivering. Hierbij kan gedacht worden aan toepassingen bij grootschalige gebouwen(complexen), groepswoningbouw, nieuwbouwprojecten of woningen op zeer ruime percelen. De ministers nodigen de lokale overheden uit om in functie van de inpassing verdere detailregelingen te treffen.

Op bedrijvensites moet nagegaan worden of de inplanting van kleine windturbines de bouw van grotere turbines niet kan belemmeren.

In het landelijke gebied moet een “eerder terughoudend” beleid gevoerd worden. Kleine windmolens moeten steeds gebouwd worden in de onmiddellijke nabijheid van woningen, bedrijven, bovengrondse nutsvoorzieningen, …

De Omzendbrief geeft een aantal richtwaarden inzake geluidshinder op. Kleine windmolens moeten op redelijke afstand van bestaande woningen gebouwd worden, opdat er geen hinder door slagschaduw kan bestaan. De windmolens moeten ook voldoen aan hoge kwaliteits- en veiligheidsvereisten.

Volgens de Omzendbrief zou voor de bouw van kleine windturbines in principe de gemeente de vergunningverlenende overheid zijn. De motivering hiervoor is dat kleine windturbines voornamelijk bedoeld zijn voor het eigen particuliere verbruik en dus geen substantieel aandeel voor de openbare elektriciteitsproductie leveren.

Op zich is deze motivering verwonderlijk. Als werken van algemeen belang, waarvoor overeenkomstig de artikelen 103 en 127 DORO de stedenbouwkundige vergunning moet afgeleverd worden door de Vlaamse regering, worden onder andere de werken, handelingen en wijzigingen beschouwd die betrekking hebben op “de openbare elektrische leidingen, met inbegrip van de bijbehorende infrastructuur, zoals transformatorstations, installaties voor de productie van elektriciteit, dienstgebouwen en andere” (artikel 2, 4°, Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse bouwmeester) en “de openbare lokale installaties voor de productie van alternatieve vormen van energie” (artikel 3, 7°, BVR 5 mei 2000). Op basis van die laatste bepaling besliste de Raad van State in zijn arrest van 24 februari 2006 (RvS 24 februari 2006, nr. 155.544, Vermeersch e.a.) dat “ter bepaling van wat onder "openbaar" in de zin van de voornoemde bepaling dient te worden begrepen, niet relevant lijkt, het gegeven dat de vergunningsaanvraag al dan niet uitgaat van een publiekrechtelijke rechtspersoon of, indien ze uitgaat van een private rechtspersoon, deze al dan niet winstbejag nastreeft; dat ter bepaling of een installatie voor de productie van alternatieve energie al dan niet "openbaar" is in de zin van de genoemde bepaling, veeleer van belang lijkt de omstandigheid of de productie van alternatieve energie werkelijk ten dienste staat van de gemeenschap; dat determinerend lijkt het criterium of deze installatie is aangesloten op het openbare elektriciteitsnet en aldus lijkt te worden ingeschakeld in de openbare elektriciteitsproductie”.
Share/Bookmark

donderdag 30 april 2009

Wordles

Een Wordle over deze blog: Wordle: Belgisch Energierecht
Share/Bookmark

dinsdag 28 april 2009

Nieuw voorstel van Gedragscode voor aardgasvervoer

De CREG heeft een nieuw voorstel van Gedragscode (Code of Conduct) inzake aardgasvervoer, opslag en de LNG-terminal gepubliceerd op haar website.
Share/Bookmark

zondag 29 maart 2009

Legal500

De laatste editie van de Legal500 neemt mij voor de derde keer op rij op in de lijst van Belgische specialisten energierecht en schrijft het volgende:

"Tim Vermeir has moved from Loyens & Loeff to Publius where clients include Wingas GmbH, carving out a key niche in EU energy law, as an alternative to larger practices in dealing with regulators."

Share/Bookmark

vrijdag 27 maart 2009

Prijsregulering

In de Kamercommissie Bedrijfsleven van 24 maart 2009 reageerde minister Magnette op de berichten in de pers over de hoge energieprijzen in België (zie hierover ook deze post). De volgende discussie ontspon zich tussen Magnette en Laeremans:

11.02 Minister Paul Magnette: Mijnheer Laeremans, ik heb inderdaad kennis genomen van het verslag van de Europese Commissie over de stand van vooruitgang inzake de oprichting van een eenheidsmarkt voor gas en elektriciteit. (...)

[H]et valt inderdaad op dat de landen met de laagste elektriciteits- en gastarieven allemaal een prijsregulering kennen.

Het is u waarschijnlijk niet ontgaan dat ik in het recente verleden ook al voorstander was van een prijsregulering van de markt. Het is ook juist dat ik daarom de bevoegdheden van de CREG heb versterkt om een monitoring te kunnen uitvoeren op de niet-gereguleerde activiteiten van de elektriciteits- en gasmarkt.

Deze analyse stemt ook overeen met de recente conclusies van de CREG in haar studie over de falende prijsvorming in de vrijgemaakte Belgische elektriciteitsmarkt en de elementen die aan de oorsprong ervan liggen.

Ik heb dan ook aan de CREG gevraagd om aan de regering structurele voorstellen te doen om, in afwachting van concurrentie op het vlak van productie, de consumenten daadwerkelijk te laten genieten van de liberalisering.

11.03 Bart Laeremans (Vlaams Belang): (...) Ik heb het rapport zelf niet gelezen maar dit lijkt toch tegenstrijdig met wat ik hierover in de kranten heb gelezen. Daar zegt men uitdrukkelijk dat de Europese Commissie zich keert tegen gereguleerde prijzen. U maakt een heel andere conclusie. (...)

11.04 Paul Magnette, ministre: Je suis responsable de beaucoup de choses mais pas des contradictions de la Commission. Si elle fait une étude disant que les prix les plus bas sont dans les pays où il y a de la régulation mais qu’elle n’en veut pas, cela veut dire que la Commission est favorable à des prix plus élevés. Mais moi pas!

Wat stelt dit rapport nu eigenlijk:
Uit figuur 6 blijkt dat de vijf lidstaten met de laagste huishoudelijke elektriciteitstarieven allemaal prijsregulering kennen. (...) Als naar de koopkrachtpariteit (purchasing power parity - PPP) wordt gekeken zijn de tarieven hoog voor huishoudens in HU, SK, DE, CY, DK en PL (exclusief alle belastingen en heffingen). Afgezien van DE kennen deze lidstaten allemaal prijsregulering.(...)

Gereguleerde tarieven

Zoals aangegeven in de mededeling van de Commissie "Een interne markt voor het Europa van de 21ste eeuw" moet bij de totstandbrenging van de interne markt de aandacht geconcentreerd blijven op gebieden die direct van invloed zijn op de het dagelijks leven van de consument, zoals energie. Dit omvat de bestaande EU-minimumregels betreffende de universeledienstverplichtingen en de dienstverlening voor kwetsbare klanten.

In tal van EU-lidstaten gaan open energiemarkten nog steeds parallel met gereguleerde energietarieven: meer dan de helft van de lidstaten kennen prijsregulering. De lidstaten die gereguleerde tarieven voor gas en elektriciteit hebben zijn: BG, DK, EE, FR, HU, IE, IT, LV, LT, PL, PT, RO, SK en ES. In GR, CY en MT geldt er prijsregulering voor elektriciteit. DE heeft zijn gereguleerde elektriciteitstarieven afgeschaft in 2007 (huishoudens en kleine ondernemingen). FI heeft gereguleerde gastarieven. In de meeste lidstaten is de prijsregulering niet beperkt tot gezinnen.

De negatieve effecten van gereguleerde energieprijzen blijven een groot probleem voor de goede werking van de interne energiemarkt omdat dergelijke effecten concurrentievervalsing kunnen meebrengen (bv. door belemmeringen op te werpen voor nieuwkomers op de markt en de overstap naar een andere leverancier te bemoeilijken) en de juiste prijssignalen verstoren (en zo een negatieve invloed hebben op investeringen en stimulansen voor energie-efficiëntie). Voorts zijn prijscontrolemechanismen niet altijd verenigbaar met de EU-wetgeving. Er mag geen verwarring ontstaan tussen de bescherming van "kwetsbare klanten" en prijsregulering voor alle klanten, of bepaalde categorieën klanten. Een goed gerichte tariefregulering kan noodzakelijk zijn om de individuele klant in bepaalde omstandigheden te beschermen.

Share/Bookmark