De Tijd kopte zaterdag "Magnette verknoeit energiekorting".
Wat is er nu juridisch aan de hand?
De Programmawet van 8 juni 2008 bepaalt in artikel 9: "Forfaitaire verminderingen van respectievelijk vijfenzeventig EUR voor de aardgaslevering voor verwarming en tot vijftig EUR voor de elektriciteitslevering voor verwarming worden toegekend aan de eindafnemers zoals gedefinieerd in artikel 10. Deze forfaitaire verminderingen worden door de leveranciers bij wijze van een prijsvermindering aangerekend op de eindafrekeningen, opgesteld door de aardgas- en elektriciteitsleveranciers vanaf 1 juli 2008."
In deze zin werkte de CREG een voorstel (C)080515-CDC-767 van ‘koninklijk besluit met betrekking tot de forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit’ uit.
Het koninklijk besluit van 1 september 2008 met betrekking tot de forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit dat op 11 september 2008 in het Belgisch Staatsblad verscheen, voorziet echter een totaal andere regeling. Artikel 4, § 2, van dat koninklijk besluit bepaalt dat de FOD Economie de toekenning van de korting doet door storting op het rekeningnummer dat door de aanvrager is mede gedeeld op het aanvraagformulier dat deze eerder bij zijn leverancier diende in te dienen.
Met andere woorden: het koninklijk besluit verwoordt een volledig ander mechanisme dat datgene dat de wetgever goedgekeurd heeft.
Artikel 105 van de Grondwet bepaalt dat de Koning geen andere macht heeft dan die welke de Grondwet en de bijzondere wetten krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd hem uitdrukkelijk toekennen. Mast schrijft hierover: "Het wezenlijk onderscheid tussen een wet en een koninklijk besluit is dat de wet haar gezag put uit de oorspronkelijke wilsuiting van de organen die haar hebben gemaakt, terwijl het koninklijk besluit om rechtsgeldig te zijn, het voorafgaand bestaan vereist van een wet ter uitvoering waarvan het genomen is."
Volgens de woordvoerder van Magnette zijn regels er om de mensen te dienen en niet omgekeerd: "Juridische fouten mogen het grote principe niet ondergraven".
Op Wikipedia wordt Magnette omschreven als een "spécialiste de la constitutionalisation de l'Union européenne et des théories de la démocratie (il est, par exemple, un passionné de Tocqueville)". Waarvan akte.
maandag 22 september 2008
Korting op de energiefactuur
donderdag 17 juli 2008
De Belgische regering "verzilvert" het gouden aandeel niet
Verschillende kranten meldden dat door de politieke impasse van de laatste maanden de Belgische regering het dossier van het "gouden aandeel" in de fusiegroep GDF Suez heeft verwaarloosd. Ook wordt geïnsinueerd dat Suez van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om "en stoemelings" de gemaakte beloftes niet na te komen.
Minstens de laatste hypothese lijkt mij onterecht. Suez heeft immers nooit een gouden aandeel beloofd. Voor zover hierover informatie beschikbaar is, zou Suez enkel de wens van de Belgische overheid om een gouden aandeel te krijgen geacteerd hebben. Dat hierover een akkoord zou bestaan tussen het Elysée en de 16 kan Suez niet ten goede of ten kwade geduid worden.
In de Belgische pers wordt de volgende passage uit de prospectus van GDF Suez betwist:
"De pers had het over de creatie, ten voordele van de Belgische staat, van een specifiek aandeel (“Golden Share”) in het kapitaal van GDF SUEZ. De creatie van een specifiek aandeel in GDF SUEZ, een naamloze vennootschap naar Frans recht, ten voordele van een andere staat dan de Franse staat is juridisch echter niet mogelijk. De Belgische staat zal na de fusie echter de specifieke aandelen behouden waarover hij al beschikt in het kapitaal van bepaalde Belgische dochterondernemingen van Suez (Fluxys, Synatom) en van Distrigaz."
Als Belgische jurist kan ik niet oordelen over de juistheid van de analyse naar Frans recht. Als jurist ben ik wel van oordeel dat de Belgische staat al onrechtstreeks hetzelfde gouden aandeel heeft in de groep GDF Suez als het aandeel dat de Franse Staat zich toekende door het decreet nr. 2007-1790 van 20 december 2007. Overeenkomstig dat decreet verleent de golden share de Franse staat het recht om zich te verzetten tegen beslissingen van GDF Suez die tot doel hebben direct of indirect bepaalde aardgasactiva (transportleidingen, distributieleidingen, opslaginstallaties en LNG-installaties in Frankrijk) op welke wijze dan ook te verkopen, de exploitatie ervan over te dragen, als zekerheid of waarborg toe te wijzen of de bestemming ervan te wijzigen, als de Franse staat meent dat een dergelijke beslissing in tegenspraak is met de essentiële belangen van Frankrijk in de energiesector op het vlak van de continuïteit en de veiligheid van de energiebevoorrading.
Deze omschrijving van het gouden aandeel vertoont veel parallellen met het gouden aandeel van de Belgische staat in Fluxys en Distrigas.
Overeeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juni 1994 verleent het bijzonder aandeel aan de Minister van Energie het recht om zich te verzetten tegen elke overdracht, zekerheidsstelling of verandering van bestemming van de strategische activa van Distrigas en Fluxys, indien de Minister van oordeel is dat deze verrichting de nationale belangen op energiegebied schaadt. Onder "strategische" activa dient verstaan te worden: de LNG-terminal in Zeebrugge, de deelneming in de Zeepipe-terminal, de meerderheidsdeelneming in Segeo en “het gasnetwerk voor binnenlands transport, met inbegrip van de aanlandings- en grensoverschrijdingspunten, de centrale commando-eenheid, de compressiestations en de opslaginstallaties”.
Het koninklijk besluit van 5 december 2000 zet de krijtlijnen uiteen voor de uitoefening van de rechten zoals opgenomen in voormeld koninklijk besluit van 16 juni 1994.
Overigens kan de Belgische staat nog steeds een regeringsvertegenwoordiger aanduiden bij een aantal ondernemingen van de groep GDF Suez / Electrabel. Artikel 173, §2, van de wet van 8 augustus 1980 houdende budgettaire voorstellen 1979-1980 bepaalt namelijk het volgende:
“De Staat wordt vertegenwoordigd door een afgevaardigde in de raad van beheer of elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen, van de N.V. Ebes, van de N.V. Intercom, van de N.V. Unerg, van de samenwerkende vennootschap Gecoli, van de N.V. voor Coordinatie van Produktie en Transport van Elektrische Energie (C.P.T.E.) en van de "Calorieënpool".
Deze afgevaardigde beschikt over het recht om de beslissingen van de raad van beheer, van het bestuurscomité of van elk bestuursorgaan waaraan de raad van beheer bevoegdheden heeft overgedragen te schorsen, welke hij in strijd acht met het algemeen belang en in het bijzonder met het energiebeleid van de Regering. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten voor de uitoefening van dit schorsingsrecht waarvan de gevolgen tot één maand beperkt zijn.”
Een koninklijk besluit dat dit artikel uitvoert is nooit uitgevaardigd…
De Belgische regering "verzilvert" het gouden aandeel niet
vrijdag 11 juli 2008
In tegenstelling tot de CREG ziet de Raad voor de Mededinging geen graten in de prijsverhoging van Electrabel
Op 1 augustus 2007 publiceerde de CREG een persbericht over haar onderzoek over de in juni 2007 door Electrabel aangekondigde prijsstijgingen. Volgens de CREG waren de vermeende redenen van Electrabel om de aardgasprijs te verhogen "dikwijls maar niet altijd even pertinent":
- Electrabel rekende de hogere aardgasprijzen op de internationale markten reeds door aan haar aardgasklanten;
- Het nieuwe aardgascontract tussen Electrabel en Distrigas trad in al voege op 1 januari 2007, zodat een mogelijk negatief effect dan al zou te merken zijn (en niet op 1 september 2007);
- Enkel dat deel van de prijsverhoging dat betrekking heeft op de vaste term in het nieuwe aardgascontract was nog niet doorgerekend.
De prijsverhoging leek volgens de CREG "vooral te zijn ingegeven door de bezorgdheid van de onderneming om zijn winstmarges veilig te stellen".
De CREG stelde ook:
"De CREG heeft in het dossier elementen vastgesteld die erop wijzen dat Electrabel Customer Solutions (ECS), bij de totale vrijmaking van de markt in Brussel en Wallonië op 1 januari 2007, haar aardgasprijzen vrij laag heeft gezet, met de mogelijke intentie om concurrenten uit de markt te drijven of om een toetredingsdrempel te creëren. Dit kan eventueel wijzen op een predatory pricing praktijk, hetgeen een restrictieve mededingingspraktijk is. Het feit dat de aanwijzingen daartoe niet konden worden bevestigd door de CREG is in hoofdzaak te wijten aan de reeds aangehaalde weigering van Distrigas om bepaalde gegevens aan de CREG te bezorgen. Hoe dan ook is dit een onderwerp dat mededingingsrechtelijke vragen oproept dat allicht verdere analyse behoeft vanwege de bevoegde Belgische mededingingsautoriteit (Raad voor de Mededinging). De houding van Distrigas heeft de CREG ook verhinderd om na te gaan of er desgevallend sprake was van een price squeeze of van discriminatie tussen verschillende leveranciers."
Deze week kondigde Belga aan dat de auditeur bij de Raad voor de Mededinging beslist had dat er van een misbruik van machtspositie of van price squeeze geen sprake was:
"Op grond van de beschikbare gegevens zijn er onvoldoende aanwijzingen om de tariefzetting op 1 januari 2007 van ECS als een vorm van roofprijsgedrag te beschouwen. Niet de differentiatie in afwijking, noch de duur, noch het effect op de marktstructuur bieden voldoende aanwijzingen voor het ondersteunen van een dergelijk roofprijsgedrag in hoofde van ECS".
Overeenkomstig artikel 45 WBEM kan enkel diegene die de Raad om een onderzoek gevraagd heeft (minister Verwilghen) het dossier op de griffie raadplegen of er een kopie van krijgen. Enkel hij (nu minister Van Quickenborne) kan binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing tegen de beslissing van de auditeur een beroep kan instellen bij de Raad voor de Mededinging.
Enigszins betreurenswaardig is dat tegen een eventuele beslissing van de Raad op beroep geen rechtsmiddelen meer kunnen aangewend worden voor het Hof van Beroep in Brussel.
In tegenstelling tot de CREG ziet de Raad voor de Mededinging geen graten in de prijsverhoging van Electrabel
dinsdag 8 juli 2008
Over het belang van Suez in de LNG-Terminal
Minister M antwoordde vandaag als volgt op de terechte vraag om verduidelijking die Bruno Tobback ("De vraag is heel simpel. Geldt die 25% voor het gehele aardgasnetwerk, met inbegrip van de terminal? Of bent u niet van plan om dat toe te passen op de terminal? In dat geval kan men de controle en het aandeelhouderschap over die terminal in handen van anderen geven. Hierop kunt u simpel met ja of neen antwoorden, mijnheer de minister. Vaagheid betekent dat u het ofwel niet weet, en dat zou heel erg zijn, ofwel dat u het niet wilt zeggen en in dat geval is het nog veel erger.") stelde:
"En ce qui concerne Fluxys et le terminal, j’ai toujours dit ce qui est dans l’accord de gouvernement. Lorsque je vous fais part de mon avis personnel, vous me dites qu’il ne vous intéresse pas, ce que je comprends bien, puisque seule la position du gouvernement vous intéresse! Je l’ai toujours dit et répété, la position du gouvernement est la suivante: pour ce qui concerne Fluxys, Suez ne pouvait pas détenir plus de 24,99% et le contrôle de l’ensemble des éléments du "netbeheerder" devait être assuré."
Over het belang van Suez in de LNG-Terminal
Europa lijkt sceptisch over de interpretatieve transitoplossing
In de kamercommissie bedrijfsleven ondervroeg Tinne Van der Straeten (Groen!) Magnette over de mening van de Europese Commissie met betrekking tot de interpretatieve transitwet. Ze stelde drie (eenvoudige) vragen:
1. Hebt u (Magnette) ondertussen inderdaad een officiële reactie van de Europese Commissie gekregen?
2. Wat is de mening van de Europese Commissie (...) die in de brief staat?
3. Kan u de brief ter beschikking van de parlementsleden stellen?
Magnette antwoordde dat DG TREN op 24 juni 2008 de resultaten van haar onderzoek van het voorontwerp van "wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten door leidingen inzake de tarificatie van de transit van aardgas" meegedeeld had:
"Het onderzoek van de Europese Commissie slaat voornamelijk op de compatibiliteit van het voorontwerp van wet, inzonderheid op de interpretatie die het onderzoek aan artikel 15/19 van de gaswet geeft, met de richtlijn betreffende de gemeenschappelijke regels voor de binnenlandse aardgasmarkt.
De Europese Commissie heeft geen principiële bezwaren bij de tarifaire modaliteiten die in het voorontwerp van wet worden vastgelegd. Zij formuleert slechts enige bezorgdheid over de bewoording van enkele bepalingen in het ontwerp. Aldus dringt zij inzonderheid aan op het feit dat de kwalificatie van het transitcontract slechts kan worden toegekend aan de contracten die de voorwaarden van de richtlijn betreffende de transit van aardgas vervullen."
Alsof hij toegeeft dat de Europese Commissie het niet eens kan zijn met het voorontwerp van wet, voegt Magnette er nog aan toe dat "de brief van de Europese Commissie wil geen dwingende interpretatie aan bepalingen van communautair recht geven" en dat "voornoemde taak voorbehouden [is] aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap". Wel zal hij met "de bezorgdheden die in de brief worden geformuleerd, bij de finalisering van het voorontwerp van wet in overweging (sic!) nemen".
Daarna ontspon er zich een leuk duel tussen Van der Straeten en Magnette, met Laeremans als niet geheel onpartijdige voorzitter:
Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Mijnheer de voorzitter, volgens de woorden van de minister gaat het slechts om enkele bezorgdheden van de Europese Commissie waarmee niettemin rekening zal worden gehouden. De minister zal er dan ook wel geen enkel probleem mee hebben om de brief ter beschikking van de parlementsleden te stellen.
Paul Magnette, ministre: Monsieur le président, cela ne me paraît pas indispensable. (...) [L]aissez-nous terminer le travail et nous vous remettrons tous les documents ensuite!
Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Het wetsontwerp is nog niet afgerond. Zodra dit wel het geval is (...) zullen wij die brief erbij krijgen?
Minister Paul Magnette: Dat is niet de traditie.
(...)
De voorzitter: In het licht van de transparantie is het, mijns inziens, nuttig dat de commissie daarvan in kennis wordt gesteld op een officiële manier.
Paul Magnette, ministre: (...) Cette lettre est adressée au gouvernement fédéral belge; je ne puis donc la distribuer plus largement sans l'autorisation du mandataire.
Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Ik ben er zeer gerust in dat, als de vraag zal worden gesteld aan de Commissie, deze positief zal reageren. Er is langs die kant altijd een zeer grote bereidheid om dergelijke documenten ter beschikking te stellen.
(...)
De voorzitter: De minister heeft gezegd dat hij het advies gaat vragen aan de commissie om te weten of het al dan niet vertrouwelijk is.
(...)
Tinne Van der Straeten (Ecolo-Groen!): Komen wij daarop dan terug of moeten wij dat opnieuw vragen?
De voorzitter: Tijdens de bespreking zal dat spontaan terug ten berde worden gebracht. De minister is daarvan nu wel doordrongen.
Europa lijkt sceptisch over de interpretatieve transitoplossing
vrijdag 4 juli 2008
Suez moet haar belang in de LNG-terminal verlagen tot onder de 25%
In antwoord op een vraag van Tinne Van der Straeten over de participatie van Suez in de LNG-terminal in Zeebrugge stelde premier Leterme gisteren in de Kamer:
Wat uw tweede vraag betreft, kan ik naar het regeerakkoord verwijzen, mevrouw Van der Straeten. Collega Magnette is op dit moment voorbereidingen aan het treffen voor een wetgeving die het aandeel van Suez tot onder de grens van 25% zal terugbrengen. De horizon daarvoor is 2009.
Suez moet haar belang in de LNG-terminal verlagen tot onder de 25%
woensdag 25 juni 2008
Is kernenergie betaalbaar?
Duizelingwekkende cijfers gaf Magnette gisteren in de Kamercommissie Bedrijfsleven in antwoord op een vraag van Tinne Van der Straeten over de stand van zaken, ontmantelinskosten en evolutie van de ontmanteling van BP1 (Eurochimic) en BP2 (ex-waste-installaties van SCK).
Kostprijs sanering 1989-2007:
- BP1: 310 miljoen euro;
- BP2: 215 miljoen euro.
De Belgische staat betaalde voor BP1 153 miljoen euro (6,17 miljard BEF); de elektriciteitssector voor BP2 144 miljoen euro (5,8 miljard BEF).
"Tevens werd gebruikt gemaakt van inkomsten uit de intrestopbrengsten van de middelen, beschikbaar in de passieffondsen, van het saldo van de bedragen destijds ter beschikking gesteld door Eurochimique en van beperkte inkomsten uit de tarificatie van standaardafval die ontmantelingsprovisies voor enkele installaties van het passief BP2 insluit en waartoe alle afvalproducenten bijdragen.
Vanaf 2003 wordt de financiering van de passiva BP1 en BP2 verzekerd via een deel van de federale bijdrage die geheven wordt op het verbruikte kilowattuur. Voor de periode 2003-2007 werd een totaalbedrag betaald aan Niras, gelijk aan 258 miljoen euro. Volgens de recentste schatting vertegenwoordigt de nog uit te voeren saneringsactiviteit een bedrag van 884 miljoen euro inzake ontmanteling."
De sanering van BP1 en BP2 zullen "nog ten minste tot 2020 worden voortgezet".
Is kernenergie betaalbaar?
Rol van de gemeenten in de energiesector
In de Kamercommissie Bedrijfsleven van 24 juni jl. schaarde minister Van Quickenborne zich impliciet achter eerdere uitspraken van zijn partijgenoot Schiltz over de noodzaak om de rol van de gemeenten in de energiesector te herbekijken. Minister Q stelde:
02.06 Minister Vincent Van Quickenborne: Mijnheer de voorzitter, collega's, dit is een heel moeilijk debat. Het gaat uiteindelijk om een verdoken belasting.
Zoals collega Jambon terecht zegt, gaat het ook deels over de inkomsten van de gemeenten. Op het moment dat dit wegvalt, spreken de gemeenten over andere vormen van financiering.
Dit is een heel moeilijk debat aangezien de gemeenten aandeelhouder zijn in een structuur waarbij zij belang hebben en waarbij wij tegelijkertijd moeten waken over de belangen van de consument. U voelt onmiddellijk waar het evenwicht zit.
Ik denk dat een systeem van financiering van gemeenten met verdoken belastingen niet de juiste methode is. Transparantie, meer verantwoordelijkheid voor de gemeenten en meer gemeentelijke autonomie zijn volgens mij op hun plaats.
Mijnheer Jambon, u vraagt mij naar een oplossing. Wat kunnen de gemeenten doen? Men kan er op de een of andere manier voor zorgen dat men met minder inkomsten de incentive krijgt om minder uitgaven te doen. Ook de gemeenten kunnen de komende jaren, wanneer veel mensen met pensioen gaan, ook daar een inspanning leveren. Ik denk dat het van twee kanten moet komen.
Wat het debat over energie en de intercommunales betreft, zijn we er volgens mij nog niet. Ik denk dat we op termijn moeten gaan naar een andere structuur waar we de belangen van de gemeenten proberen losmaken van de belangen van de energiesector. Anders blijft men toch altijd met een heel troebele situatie zitten.
Rol van de gemeenten in de energiesector
dinsdag 24 juni 2008
Geen indicaties van kartel bij windfall profits emissierechten
In de kamercommissie bedrijfsleven verklaarde minister Van Quickenborne vandaag dat er geen indicaties zijn van een kartelvorming tussen Electrabel en SPE rond het doorrekenen van de kosten voor de aankoop van gratis toegekende CO2-emissierechten.
Geen indicaties van kartel bij windfall profits emissierechten
maandag 2 juni 2008
FC De Kampioenen tegen Manchester United
Fantastische vrije tribune in De Standaard van vandaag!
FC De Kampioenen tegen Manchester United