Pagina's

vrijdag 18 april 2008

Wegvergunningen voor elektriciteit

Uit het Belgisch Staatsblad van 14 april 2008 blijkt dat er een wegvergunning toegekend is aan ExxonMobil "voor de aanleg en exploitatie van ondergrondse verbindingen tussen cogeneratie gasturbine-generator, Elia Asset 150 kV-substation en Esso Raffinaderij nieuwe import transformatoren".

In mijn bijdrage "Verticale eigendomsbegrenzingen door nutsvoorzieningen" (te verschijnen in J. GHYSELS, V. SAGAERT en R. PALMANS (eds.), Onteigeningen en eigendomsbeperkingen onder de grond en in de lucht, Antwerpen, Intersentia, 2008), schreef ik hierover dat het toekennen van wegvergunningen voor elektriciteit aan andere ondernemingen dan aan Elia of aan de exploitanten van een directe elektriciteitsleiding problematisch is.

Ondanks het feit dat de federale Elektriciteitswet 1999 de elektriciteitsmarkt formeel liberaliseerde, bevat deze wet geen enkele bepaling met betrekking tot het gebruik van openbare of private eigendom. Hiervoor moet teruggegrepen worden naar de (nog steeds geldende) bepalingen van de wet van 1925, waarvan het begrippenapparaat niet overeenstemt met de huidige marktorganisatie.

De wet van 1925 maakt een onderscheid tussen de rechten van:
– de Staat en de provincies;
– de gemeenten, de gemeentebedrijven en de intercommunales;
– de houders van een gemeentelijke vergunning;
– de houders van een wegenistoelating.

Wegenistoelatingen kunnen worden verleend aan particulieren of aan vennootschappen voor het aanleggen van elektriciteitslijnen voor de volgende doeleinden:
– om elektriciteit te vervoeren zonder levering op het grondgebied van een gemeente;
– om een onderneming toe te laten, voor eigen gebruik, zijn onderscheiden bedrijfszetels met zijn elektrische centrale te verbinden;
– om elektrische energie te bezorgen aan de grote verbruikers;
– om onderling (grote en kleine) elektriciteitscentrales te verbinden;
– om producenten, tussenpersonen en afnemers te verbinden door directe lijnen.

Artikel 8, § 1 van de Elektriciteitswet 1999 bepaalt dat één enkele beheerder het beheer van het transmissienet waarneemt. Vermits deze beheerder onafh ankelijk moet zijn van de staat, de provincies of de gemeenten, zou men kunnen aannemen dat hij voor elke uitbreiding van zijn transmissienet een wegenistoelating (of wegvergunning) dient aan te vragen op basis van de wet van 1925.

Gelet op het monopolie van de transmissienetbeheerder, kan men zich de vraag stellen of nog andere personen of ondernemingen elektrische lijnen kunnen aanleggen en wegvergunningen kunnen verkrijgen.

Het transmissienet wordt in de Elektriciteitswet 1999 omschreven als “het nationaal transmissienet voor elektriciteit, dat de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor het vervoer van elektriciteit van land tot land en naar rechtstreekse afnemers van de producenten en naar distributeurs gevestigd in België, alsook voor de koppeling tussen elektrische centrales en tussen elektriciteitsnetten”.

Daarnaast omschrijft de Elektriciteitswet 1999 een “directe lijn” als “elke elektriciteitslijn ter aanvulling van het transmissienet, met uitzondering van de lijnen die deel uitmaken van een distributienet”. De aanleg van nieuwe directe lijnen is krachtens artikel 17 onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele ministeriële vergunning indien de directe lijn bestemd is voor de bevoorrading in elektriciteit door een Belgische producent of tussenpersoon van één van zijn eigen vestigingen, dochterondernemingen of afnemers of van een in België gevestigde afnemer door een producent of tussenpersoon die in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd. Met andere woorden, directe lijnen kunnen enkel aangelegd worden tussen een producent en een afnemer of voor bedrijfsintern gebruik van een producent.

De aanleg van directe lijnen is afhankelijk van het bewijs van een weigering tot toegang tot het transportnet of van de afwezigheid van een aanbieding tot gebruik van het distributienet tegen redelijke economische of technische voorwaarden (art. 17, § 2 Elektriciteitswet en koninklijk besluit van 11 oktober 2000 tot vaststelling van de criteria en de procedure voor toekenning van individuele vergunningen voorafgaand aan de aanleg van directe lijnen). Het is de minister van Energie die de vergunning voor de directe lijn aflevert.

Op basis van de definities van transmissienet en van directe lijn zou men moeten concluderen dat enkel de netbeheerder en de houder van een vergunning tot aanleg van een directe lijn een wegvergunning kunnen verkrijgen.

Nochtans blijkt uit de publicaties in het Belgisch Staatsblad dat de afgelopen jaren aan andere ondernemingen wegvergunningen zijn toegestaan die de Koning goedgekeurd heeft:
– ondergrondse elektrische verbindingen door nv Zandvliet Power (koninklijk besluit van 3 juli 2005);
– twee ondergrondse 150 kV verbindingen vertrekkende van de bestaande 150 kV Elia post te Zeebrugge tot de toekomstige transformatoren van de vennootschap Interconnector (koninklijk besluit van 10 augustus 2004);
– twee ondergrondse 150 kV verbindingen vertrekkende van de bestaande 150 kV Elia post te Merksem tot de door de NMBS te bouwen 150 kV post te Antwerpen (koninklijk besluit van 4 juli 2004);
– twee ondergrondse 150 kV-verbindingen (landkabel tot aan de Elia-post in Slijkens en zeekabels komende van het windenergiepark op de Th orntonbank) door nv C-Power (koninklijk besluit van 10 augustus 2004).

Het is onduidelijk of in deze vier (intussen vijf) (gepubliceerde) gevallen de minister van Energie ook een vergunning voor de aanleg van een directe lijn heeft afgeleverd. Wat er ook van zij, het is duidelijk dat het naast elkaar laten bestaan van de wet van 1925 en de Elektriciteitswet 1999 juridisch verregaande onduidelijkheid in stand houdt, wat moeilijk vol te houden is.
Share/Bookmark

BTW op groenestroomcertificaten (vervolg)

De VREG meldt het volgende in haar sectorale nieuwsbrief:

Voor de VREG is het van belang om zo snel mogelijk duidelijkheid te verkrijgen over de praktische gevolgen van deze beslissing. Op een aantal vragen proberen we een beslissend antwoord te krijgen van de administratie van de indirecte belastingen, zoals:
• de effecten op de werking van de certificatenmarkten GS en WKK
• de gevolgen voor de particulieren die groenestroomcertificaten van PV-installaties doorverkopen aan de distributienetbeheerders aan 450 euro.

Zodra de VREG hierover duidelijkheid verkrijgt vanwege de belastingsadministratie, zal de relevante informatie op de VREG-website gepubliceerd worden en via de doelgroepgerichte nieuwsbrieven van de VREG onder de aandacht gebracht worden.

Share/Bookmark

Beleidsbrief van de Minister van Klimaat en Energie over elektriciteit en aardgas

De website van de Kamer van volksvertegenwoordigers publiceerde deze week de beleidsbrief van de minister van klimaat en energie.

Deze beleidsbrief is onderverdeeld in vijf grote hoofdstukken:
1. Energie;
2. Klimaatbeleid;
3. Milieubeleid;
4. Duurzame ontwikkeling; en
5. Consumentenbescherming.

In het hoofdstuk Energie vertrekt de minister van de vaststelling dat hij "in het kader van de huidige energiecontext, in het bijzonder gekenmerkt door de hoge olieprijzen, verscherpte aandacht [wenst] voor maatregelen met betrekking tot de koopkracht van de gezinnen". De minister wil komen tot "democratische prijzen en een gegarandeerde bevoorrading". Daarom "zal [hij] erop toezien dat er bijkomende maatregelen worden genomen, onder meer om de concurrentie op de energiemarkt in het belang van de consument te vergroten".

Wat de binnenlandse energiemarkt betreft is het (enige) uitgangspunt voor het beleid van de minister dus de consument, die geconfronteerd wordt met stijgende energieprijzen.

Hij wil daarom "een correcte en werkzame vrijgemaakte elektriciteits- en aardgasmarkt" bevorderen. Het is mij onduidelijk wat de draagwijdte is van een "correcte en werkzame" vrijgemaakte markt. De bewoordingen laten heel wat interpretaties open en getuigen niet onmiddellijk van veel liberaliseringsvoluntarisme. In het Frans ("Il y a lieu de promouvoir et de soutenir le fonctionnement correct du marché libéralisé de l’électricité et du gaz.") lijkt er trouwens een andere boodschap gegeven te zijn.

De minister herhaalt dat "vooral binnen het productiesegment van de energiemarkt is het nodig dat de marktaandelen van de historische spelers beter verdeeld worden ten voordele van de nieuwe elektriciteitsproducenten".

In uitvoering van het regeerakkoord bevestigt de minister dat hij ermee belast is onderhandelingen te voeren met de electriciteitsproducenten ten einde:
"a) gevolg te geven aan de studie van de CREG (F)070927-CDC-715 om de productiecapaciteit in België op peil te houden en nieuwe investeringen in productiecapaciteit aan te trekken en te ondersteunen;
b) toe te zien op de integrale uitvoering van de Pax Electrica II en de hulpmiddelen die de [Europese] Commissie oplegt om de bevoorradingszekerheid van aardgas en elektriciteit tegen aanvaardbare prijzen en met reële investeringen in het land veilig te stellen en door een
productiepark met een meer gevarieerde energiemix uit te bouwen;
c) de beschikbaarheid en de omvang van de nucleaire provisies veilig te stellen;
d) de Belgische overheidspositie in het beheer van de transportnetten te verstevigen;
e) de door de Europese Commissie voorgestelde doeltellingen inzake CO2-uitstoot en de doelstellingen inzake hernieuwbare energie te verwezenlijken;
f) ervoor zorgen dat de sector een bijdrage levert aan de overheid zodat die doelstellingen kunnen gehaald worden; de bijdrage voor 2008 is begroot op 250 mio €."

Deze "strategische doelstellingen" (ook het dichten van de begroting is nu blijkbaar al een "strategische doelstelling", TV) "zullen met name bereikt worden aan de hand van bestaande en toekomstige mechanismen (regeringscomissarissen, het normale en het bijzondere aandeelhouderschap
(golden share), …". De nota stelt ook dat: "Indien het overleg niet leidt tot het gewenste resultaat voor de begrotingscontrole 2008 zal de Regering de nodige maatregelen nemen om zich te voorzien van deze inkomsten uit de sector". Door deze passage, die volgens mij eerder thuishoort in de beleidsnota begroting dan in de beleidsnota energie, geeft de regering de indruk dat het haar voornamelijk te doen is om de begroting en niet zozeer om de werking van de energiemarkt.

De beleidsnota bevestigt ook de belangrijke rol die Belpex kan spelen. Fluxys en Fluxys LNG dienen "volledig ontvlecht te worden naar analogie met Elia". De netbeheerders zouden trouwens de opdracht krijgen de gereserveerde en niet gebruikte capaciteit op een secundaire elektriciteit- en gasmarkt vrij te geven om de liquiditeit te verhogen.

De Belgische regering schaart zich in principe achter de idee van de unbundling van de TSO's. Nochtans nuanceert de regering ook die "effectieve eigendomsontvlechting":

"Het is belangrijk dat geen enkele producent of leverancier een meerderheidsaandeel bezit in het vermogen van de netbeheerder of een dominerende positie inneemt in de schoot van zijn beheerraad. Minderheidsparticipaties zouden daarentegen mogelijk moeten zijn. Een zo groot mogelijke onafhankelijkheid ten aanzien van de historische operator is evenwel essentieel om een level playing field te bieden aan alle marktspelers."

De minister wenst ook verscheidene maatregelen te treffen met het oog op de verbetering van de bescherming van de consument:
i) het versterken van de gedragscode;
ii) éénvorming maken van de energiefacturen voor het hele land om deze meer doorzichtig en leesbaar te maken;
iii) instrumenten aanreiken om schommelingen in de energieprijzen beter te begrijpen en te controleren.

Te dien einde zal de CREG, zoals wij eerder al schrijven, een monitoringbevoegdheid krijgen. De CREG zal de mogelijkheid hebben alle samenstellende delen van de energieprijs te ontleden.
Share/Bookmark

dinsdag 15 april 2008

Uniforme elektriciteitsfactuur

In de Kamercommissie Bedrijfsleven van 8 april 2008 bevestigde minister Magnette dat zijn diensten, samen met FEBEG, werken aan een "uniforme energiefactuur".

De uniforme energiefactuur zou een typefactuur moeten zijn "waarin de informatie op identieke wijze wordt voorgesteld, ongeacht de leverancier of het Gewest". Volgens de minister zal dit het de consumenten mogelijk maken beter te begrijpen wat zij betalen en waarom. De factuur "zal verstaanbaar, leesbaarder en meer gelijkvormig moeten zijn". Daarom moet op de factuur meer transparante informatie verschaft worden over de parameters van de prijs die door de leveranciers wordt gefactureerd en over de manier waarop het voorschot werd betaald. Hij zou ook een meer regelmatige stand van zaken van het werkelijk verbruik moeten geven.

Share/Bookmark

donderdag 3 april 2008

Local loops - vergoeding incumbent

In zijn advies van 1 april 2008 stelde advocaat-generaal Ruiz-Jarabo Colomer:

"Artikel 4 quater van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, en de artikelen 7, leden 2 en 4, en 12, lid 7, van richtlijn 97/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 inzake interconnectie op telecommunicatiegebied, wat betreft de waarborging van de universele dienst en van de interoperabiliteit door toepassing van de beginselen van Open Network Provision, verzetten zich ertegen dat een nationale reguleringsautoriteit de exploitant van een met een openbaar gebruikersnetwerk geïnterconnecteerd verbindingsnetwerk verplicht om aan de dominante exploitant een bijdrage te betalen ter compensatie van het deficit dat voor deze laatste ontstaat door de beschikbaarstelling van de local loops."

Share/Bookmark

vrijdag 28 maart 2008

Convergentie in het akkoord van de Groep der Wijzen over de staatshervorming

In de Senaat hebben senatoren van alle fracties die betrokken waren bij de Groep der Wijzen en bij de Octopuswerkgroep het Voorstel van bijzondere wet houdende institutionele maatregelen ingediend.

De Groep der Wijzen was het ook eens dat de bevoegdheden van gemeenschappen inzake omroep moesten aangepast worden aan de actuele rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de invulling die hij aan deze bevoegdheid geeft.

Volgens de laatste definitie van het begrip "omroep" zijn "de gemeenschappen (...) bevoegd voor de via die infrastructuur aangeboden radio-omroepdiensten, die ook de televisie omvatten, met inbegrip van de diensten die openbare informatiegegevens verstrekken die vanuit het oogpunt van degene die uitzendt, voor het publiek in het algemeen of voor een deel ervan bestemd zijn en geen vertrouwelijk karakter hebben, zelfs wanneer ze op individueel verzoek worden uitgezonden en ongeacht de techniek die voor het uitzenden ervan wordt gebruikt. Een dienst die geïndividualiseerde en door een vorm van vertrouwelijkheid gekenmerkte informatie levert, valt daarentegen niet onder de radio-omroep." (Arbitragehof, nr. 128/2005, 13 juli 2005, overw. B.7.2.)

Daarom omvat het ontwerp van bijzondere wet een nieuwe invulling van de bevoegdheid van de gemeenschappen inzake omroep. De omschrijving van "omroep" wordt vervangen door het begrip "de media en de elektronische communicatie met een niet-vertrouwelijk karakter".

De federale bevoegdheid inzake telecommunicatienetwerken en -diensten blijft echter ongewijzigd.
Share/Bookmark

Bevoegdheden inzake energie na het akkoord der wijzen en de Octopuswerkgroep

In de Senaat hebben senatoren van alle fracties die betrokken waren bij de Groep der Wijzen en bij de Octopuswerkgroep het Voorstel van bijzondere wet houdende institutionele maatregelen ingediend.

Wat energie betreft, voorziet het voorstel in:
- de overheveling naar de gewesten van de bevoegdheden inzake tarieven van gas- en elektriciteitsdistributie;
- de overheveling naar de gewesten van de bevoegdheid met betrekking tot het prijsbeleid inzake levering van elektriciteit en gas via de gewestelijke distributienetten en netten voor lokaal transport wat de niet-residentiële klanten betreft.

De federale overheid blijft echter bevoegd voor het vaststellen van prijzen voor de levering van aardgas en elektriciteit via diezelfde netten aan residentiële klanten.

Is er iemand die mij kan vertellen wat "het prijsbeleid inzake levering van elektriciteit en gas via de gewestelijke distributienetten en netten voor lokaal transport wat de niet-residentiële klanten betreft" inhoudt?
Share/Bookmark

Wijziging van de heffingen op niet of onderbenutte productiesites

Het ontwerp van programmawet dat neergelegd is in de Kamer van Volksvertegenwoordigers bevat een wijziging van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffi ng ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent.

Volgens de memorie van toelichting bevatte deze wet een aantal onvolkomenheden. Het ontwerp bepaalt dat het bedrag van de heffing vastgelegd is op 125 euro per m² die de productiesite beslaat.

De totale heffing mag niet hoger mag liggen dan 3 % van het aandeel van de omzet van de elektriciteitsproductie die de debiteur van de heffing op de Belgische elektriciteitsmarkt heeft verwezenlijkt. In de memorie van toelichting wordt verder gesteld:

Daarenboven hebben deze wettelijke bepalingen niet als gevolg dat de producent geen aanspraak kan maken op zijn eigendomsrecht van de niet of weinig gebruikte sites. In hoofdzaak gaat het erom de productiesites te belasten waarvoor een productievergunning verkregen werd maar die bewust onvoldoende geëxploiteerd of gebruikt worden. De bedoeling is inderdaad om de producent aan te moedigen om zijn zakelijk recht op deze niet of weinig gebruikte sites over te dragen aan andere operatoren. Het staat de debiteur echter vrij om over deze overdracht van zakelijk recht te onderhandelen met de derde personen van zijn keuze.

Share/Bookmark

BTW op groenestroomcertificaten

In zijn beslissing van 26 februari 2008 oordeelt de BTW-administratie dat de verhandeling van groenestroomcertificaten een dienst is zoals bedoeld in het BTW-Wetboek. De overdracht van groenestroomcertificaten is volgens de BTW-administratie dus aan BTW onderworpen tegen het normaal tarief van 21%, wanneer deze overdracht in België plaatsvindt. Terzake is volgens de administratie geen enkele vrijstelling van toepassing.

De administratie komt tot deze beslissing "na grondig onderzoek betreffende zowel de intrinsieke kenmerken van de groenestroomcertificaten als de wijze waarop zij op fiscaal vlak worden behandeld in de verschillende Europese landen die voor de invoering van een dergelijk systeem opteerden". Uit dit onderzoek zou moeten blijken dat "de groenestroomcertificaten eerder verwant zijn met rechten die vergelijkbaar zijn met licentierechten en dat het onjuist is deze nog te beschouwen als verhandelbare titels (andere dan aandelen of obligaties) te beschouwen zoals bedoeld in de vrijstelling van voornoemd artikel 44, §3, 10°, BTW-Wetboek".

De beslissing treedt in werking vanaf 1 april 2008.
Share/Bookmark

woensdag 26 maart 2008

Energie tijdens de besprekingen van het Regeerakkoord-Leterme I

Hier vindt u een overzicht van de belangrijkste passages van het debat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over het Regeerakkoord-Leterme I.
Share/Bookmark